Geleen in oude ansichten deel 2

Geleen in oude ansichten deel 2

Auteur
:   prof. dr. M.J.H.A. Schrijnemakers
Gemeente
:   Geleen
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0273-5
Pagina's
:   112
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Geleen in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

GELEEN

Pesohstraat

29. De Peschstraat in 1923. Over de Keutelbeek liggen saaie platte stenen bruggen. Aan de linkerkant domineren twee statige woningen. Evenals dit op de vorige foto's van de Peschstraat (afb. 26, 27 en 28) het geval was, vormen ook hier de complexen van Otten (midden) en Baggen (rechts) de achtergrond. Vooraan rechts duiden een brievenbus en een bord op het kantoor voor "Post, Telegraaf, Telefoon". De tweede man rechts is J.H. Willems (1857-1941); de tweede vrouw rechts is zijn echtgenote H.H. Perey (1855-1944). Dit echtpaar bouwde in 1895 het complex, dat zowel de winkel als het (latere) postkantoor omvatte. De voorste vrouw is M.B. Jacob (geb. 1857), die tijdens de eerste wereldoorlog uit Herve was gevlucht; zij was de echtgenote van de kleermaker J.H. Janssen (geb, 1856), die uit het bovenraam kijkt. Dit echtpaar vertrok in 1926 naar Maastricht.



Op de lesch - geleen

30. De Peschstraat vanaf het wegkruis in westelijke richting omstreeks 1904. Het voorste gebouw links is het complex Baggen uit 1859. In het hoge witte huis daarnaast woonde de familie Janssen-Meex. Midden op straat staat een vrouw naast een aangespannen hondekarretje. Helemaal op de achtergrond ziet men de witte gevel van het huis Smeets bij de dorpsbrug (zie afb. 10). De hoge zijgevel rechts is die van het nieuwe huis Ramakers-Göbbels (zie afb. 28 en 29). De Keutelbeek volgt hier de enkele jaren tevoren gegraven en gedeeltelijk gemetselde nieuwe bedding. Vlak vóór (links van) de twee mannen was een veel gebruikte drenkplaats voor het vee. In het voorste gebouw rechts woonden de gebroeders Jeup Salden (café) en Hub Salden (winkel). Dit landelijke beeld zou in onze tijd door de (doorgetrokken) Oranjelaan verstoord worden.

31. Een voorbeeld van langbouw aan de noordzijde van de Pesch; de fotograaf stond bij het wegkruis uit 1898. Hier lagen twee woningen achter elkaar langs hetzelfde erf. In de voorste woning, met het grote raam aan de straat, woonde eertijds het gezin van Arnold Claessens, wiens echtgenote "Trieneke van Noldes" een bekende en bezige wasvrouwen strijkster was. In het achterhuis woonde destijds het echtpaar H. Otten-Claessens. Later kreeg het gezin H. Coenen-Claessens het hele complex. In het hoge huis, waarvan rechts een klein gedeelte te zien is, woonde jarenlang het gezin van onderwijzer A. Willems (geb. 1885). De Keutelbeek liep tot 1929 vlak langs de gevels. Beide gebouwen moesten in 1966 plaats maken voor de Oranjelaan, die er dwars doorheen kwam te lopen. Het huis, waarvan de zijgevel links even zichtbaar is (zie afb. 30), bleef gespaard.

32. De boerderij in de driehoek op de Pesch (zie afb. 2) naar een tekening door P.A. Schols. Hier woonden achtereenvolgens de gezinnen van P.J. Otten (1856-1918) en M.J. van den Bongard (1873-1945), A.H. Feron (1898-1963) en M.E. Otten (1901-1973), en tenslotte Pierre Feron (1929-1977) en May Kubben. Mey (= Bartholomeus) Otten, zoon van het eerstgenoemde echtpaar, werd op 5 april 1930 tot priester gewijd. De ingang en de woonvertrekken lagen aan de zuidelijke tak van de Pesch; deze tak heette vroeger Molenstraat. Op de plaats van het in 1898 opgerichte wegkruis (links) stond voorheen de vogelstang van de schutterij. De weduwe M. Feron-Kubben verkocht dit complex aan het gemeentebestuur. Ondanks het protest van vele Geleners werd het in maart 1979 van overheidswege afgebroken.

33. Het oudste gedeelte van de vroegere Molenstraat naar een tekening door P.A. Schols. Deze huizen lagen ten zuiden tegenover de boerderij Otten (of Feron) (zie afb. 32). In het huisje, dat met de zijgevel naar de straat gekeerd stond, woonde de familie H. Maes-Diederen en daarna het echtpaar L. Nijsten-Dohmen. In het witte huis woonden achtereenvolgens verschillende generaties van het oude Geleense geslacht Soons. De laatste bewoner uit die familie was Nies (= Dionysius) Soons (1885-1937). In het volgende huis, dat slechts gedeeltelijk zichtbaar is, woonde voorheen het gezin P. GöbbelsRoeffelaers (zie afb. 37) en daarna het gezin van J.H.J. Ramakers (1862-1949) en M.e. Hoofs (1874-1938). Alphons Ramakers, het e1fjarige zoontje van laatstgenoemd echtpaar, werd op 9 oktober 1915 op de onbewaakte overweg, waar het spoor de Molenstraat kruiste, door een trein gedood.

34. Zo zag architect P.A. Schols dit lentetafereel in de vroegere Molenstraat vanaf de spoordijk (van oost naar west). De ouderwets geklede vrouw met de geit werd kennelijk toegevoegd om het geheel verder in de tijd terug te plaatsen. Links (vooraan) begint de Stationstraat; rechts loopt de weg tussen de boerderij Otten (Feron) en het spoor. De tekenaar plaatste zijn vouwstoel op de plek, waar tot juli 1916 de Molenstraat - via een onbewaakte overweg - het spoor overstak, en waar in 1899 en 1915 dodelijke ongelukken hadden plaats gehad. In dit verband kan nog worden vermeld, dat Pieter Joseph Otten (geb. 1-2-1856), de eigenaar en bewoner van de hoeve op de voorgrond, op 29 mei 1918 ten gevolge van een aanrijding door de tram te Heerlen overleed. Thans is de boerderij Otten (Feron) jammer genoeg verdwenen en belemmeren de hoge flatgebouwen van de Oranjelaan het uitzicht.

35. De Stationstraat van zuid naar noord in de 20-er jaren. Op 12 november 1891 verplichtte de gemeente Geleen zich tot een subsidie van 8000 gulden voor de aanleg van de spoorweg SittardHeerlen-Herzogenrath en stelde daarbij o.a. als voorwaarde, dat op een door de gemeente aan te wijzen plaats een station zou worden gebouwd en tevens een parallelweg, nl. de huidige Stationstraat, zou worden aangelegd. Het eerste complex links werd rond 1895 gebouwd door P.J. Göbbels (1846-1921), die met zijn echtgenote M.H.G. Roeffelaers (1839-1919) en hun vijf kinderen in het voorste huis ging wonen. Later woonde er de jongste ongehuwde zoon Harie Göbbels (1879-1963). Daarnaast lag het café van J.W. Pijls-Ramakers. In het hoge huis verderop woonde het gezin van Emile Göbbe1s (1877-1961) en Maria Jacobs (1882-1966). Daarachter ziet men het grote complex van het echtpaar Hubert Cloots (1874-1948) en Jeannette Schrijnemakers (1880-1973).

GROETEN UIT GELEEN

36. Het station Geleen (Oost) van de spoorzijde gezien omstreeks 1920. De spoorweg Sittard-HeerlenHerzogenrath werd in 1894-1896 door de "Nederlandsche Zuider Spoorweg Maatschappij" aangelegd. Waar deze spoorweg de Pesch kruiste werd een oud huis afgebroken en moest een vrij hoge dijk worden aangelegd (zie afb. 38). Op 30 april 1896 had de officiële opening plaats; de volgende dag begonnen de geregelde diensten. Aanvankelijk was er slechts een enkel spoor en tot 1899 werd die lijn bijna uitsluitend voor personenvervoer gebruikt. In dat jaar namen de Nederlandse Staatsspoorwegen de lijn over en begon men tevens kolen te vervoeren. Ruim een halve eeuw lang zouden de kolentreinen dag en nacht voorbijdaveren. In 1912 werd het dubbele spoor tussen Heerlen en Sittard geopend.

37. Het station van Oud-Geleen werd volgens een standaard-model gebouwd en was identiek met de naburige stations van Spaubeek, Schinnen en Hoensbroek. De chef woonde met zijn gezin op de eerste verdieping, nl. J.J. Claassens (uit Tilburg) van 1896 tot 1909, P. van Esch (uit Zevenbergen) tot 1919, G. de Wit (uit Groningen) tot 1920, W. Kools (uit Oudenbosch) tot 1939, G. Sim ons (uit Swalmen) tot 1952, A. Dings (uit Venlo) tot 1963 en M. Bezemer (uit Gennep) tot 1965. Aanvankelijk werd dit station als "Geleen Z.O." aangeduid, terwijl het station te Lutterade officieel "Geleen S.S." werd genoemd. Om verwarring te voorkomen werd daarna het eerste "Station Geleen" en het tweede "Station Lutterade" genoemd. Thans spreekt men van "Station Geleen-Oost". In 1964 werd even ten zuiden (rechts) een modern gebouwtje geplaatst, en in oktober 1965 werd het oude gebouw afgebroken.

38. De vroegere spoorwegovergang van de Peschstraat naar de Beekstraat. Deze foto toont hoe hoog de spoordijk in 1894-1896 werd opgeworpen. Voordien liep de Pesch op het niveau van de Keutelbeek naar de Koebrug. Hier is het spoor reeds geëlectrificeerd en twee teksten waarschuwen voor levensgevaar. De auto kruist de rails; blijkens het verkeersbord had hij voorrang op tegenliggers. Het hoge seinwachtershuisje stond aan de overzijde van de rails; van daaruit werden de slagbomen bij deze en bij de bijna 200 m verder noordwaarts gelegen overweg bediend. In september-oktober 1966 werden beide oversteekplaatsen vervangen door een nieuwe overweg in het verlengde van de Jodenstraat. De slagbomen van deze laatste worden door een z.g. ahob-installatie bediend. Bijgevolg werd het "seinhuske" buiten dienst gesteld en afgebroken.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek