Geleen in oude ansichten deel 2

Geleen in oude ansichten deel 2

Auteur
:   prof. dr. M.J.H.A. Schrijnemakers
Gemeente
:   Geleen
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0273-5
Pagina's
:   112
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Geleen in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

59. Inkijk in de Eindstraat vanaf de Rijksweg. Vooraan rechts is nog een stuk van de zijgevel van het hoekhuis uit 1646 te zien. Vooraan links ligt het oude huis van Caspar à Campo (1868-1931), de eerste secretaris en kassier van de Boerenleenbank. (Zijn vader Jan Leonard à Campo (1833-1899) was gemeente-ontvanger.) Later bouwde Caspar à Campo een nieuw huis tussen deze woning en de Janskamperstraat. In het oude gebouw kwam de winkel Eberson-Boyens. Het hoge huis links dateerde volgens een gevelsteen uit 1832. Daar woonden de gezusters Anna Sybilla Rouschoup (geb, 1848) en Hubertina Rouschop (geb. 1854) tesamen. Na de dood van de langstlevende (1924) kwam het aan de gezusters Marie en Jen Vroemen. Op de achtergrond is het huis Heunen zichtbaar. Alle huizen aan de linkerkant zijn reeds afgebroken. Daarvoor was er geen plaats meer in de "Waereldsjtad".

Çeleen

60. De Rijksweg vanaf de Eindstraat (links) in de richting Beek omstreeks 1902. Hier was tot circa 1900 het zogenaamde "breer", zoals men de tolboom noemde. De "tollenaar" Jan Pieter Luyten (1832-1908) staat langs de weg. In de deur van zijn café, het z.g. "tolhuisje", staan zijn echtgenote Petronella Sassen (1836-1931) en hun dochter Marie. De jonge aanplantingen zijn lindebomen. In de verte, d.w.z. vanaf de "Hoog Steeg" (pastoor Vonckenstraat) ziet men de olmen, die ruim een halve eeuw ouder zijn. Rechts steekt het dak van de "Villa Henriëtte" van notaris A.H.J. Russel (1857-1928) boven de tuinmuur uit. Onbegrijpelijkerwijze gaan er stemmen op om ook het "tolhuisje" af te breken. Dit zou andermaal een gevoelig verlies voor het historische beeld van het oude Geleen betekenen.

Groeten uit Geleen

61. De villa van hoofdingenieur Ci A. van Goudoever de Jongh (geb. te Dordrecht in 1879) en zijn echtgenote M.B.E. Ulrich, op de noordwestelijke hoek van de Rijksweg (rechts) en de Ridder Vosstraat (rechtdoor), omstreeks 1920. Onder de leiding van deze ingenieur werden de schachten van de Staatsmijn Maurits in de periode 1915-1922 aangelegd. In de volksmond heette die hoek het "Keerland", dat op de "Keerwei" aansloot. Beide benamingen werden ontleend aan het feit, dat de Middeleeuwse route Sittard-Maastricht (Janskamperstraat) vlak bij de Eindstraat een bewaakte afsluiting ("keer") had. De Ridder Vosstraat was het verlengde van de Eindstraat. Vroegere generaties noemden haar de "Hongerstraat", omdat ze eertijds een geliefde standplaats voor "Hongeren" (= Hongaren) of Zigeuners schijnt te zijn geweest.

Groeten uit Geleen-Lutterade

62. Dezelfde situatie enkele seizoenen later. De struiken zijn zo sterk gegroeid, dat de villa bijna achter het groen schuilgaat. Dit was wel enigszins symbolisch, want voor de autochtone Geleners bleven de eerste leiders van het mijnbedrijf veelal vreemden. Intussen had die villa andere bewoners gekregen. In 1930 had ir. Van Goudoever de Jongh om gezondheidsredenen ontslag genomen. Zijn woning werd achtereenvolgens betrokken door de mijningenieurs Posma, Bakker en Bergstein. Ook het politieke klimaat was veranderd. Stuurde de ansicht van omstreeks 1920 (no. 61) slechts "Groeten uit Geleen", haar opvolgster stuurde "Groeten uit Geleen-Lutterade". Rond 1930 begon - mede door de opkomst van de mijn Maurits - de naam Lutterade zo bekend te worden, dat hij met de oudere naam Geleen wedijverde en deze zelfs begon te verdringen.

63. Het onderschrift van deze ansicht is helemaal fout. De "Riddervosstraat" heeft nooit in Lutterade gelegen. Hier is propaganda ten gunste van Lutterade duidelijk voelbaar. Die propaganda bereikte, dat er in de 30-er jaren de telefoonnummers van (Oud-)Geleen onder Lutterade werden geplaatst, terwijl het telefoonboek geen nummers onder Geleen bevatte. Tijdens de Duitse bezetting (1940-1944) werd Lutterade als "stad" geklasseerd en Geleen onder de "dorpen" gerangschikt. En zelfs nog in 1945 kon men in een Limburgse krant lezen: "De gemeente Lutterade-Geleen". Afgezien van het feit, dat die naam "Ridder Vosstraat" zou moeten luiden, hoort hij niet in de gemeente Geleen thuis; er is uit de geschiedenis van Geleen geen ridder Vos bekend. En de hier afgebeelde weg is niet de "Ridder Vosstraat", maar een z.g, "vent-weg" boven op het talud van de vroegere Hongerstraat.

64. De Rijksweg vanaf de Eindstraat in zuidelijke richting omstreeks 1925. Op de voorgrond rechts staan twee personen op de bus naar Beek-Maastricht te wachten. Verderop rechts ziet men tussen de bomen het bruggetje (over de "graaf') naar de "Villa Henriëtte". Vooraan links is nog een deel van het uit 1646 daterende hoekhuis Rijksweg-Eindstraat te zien. Daarnaast ligt het café J. Ruers-Andrée, tevens autobushalte. Verderop ligt de bakkerij Sweelssen-Neven; deze zaak verhuisde later naar de Pieterstraat. De voorste gebouwen aan de linkerkant liggen niet vlak aan de Rijksweg, omdat ze langs een veel oudere rooilijn werden gebouwd, nl. die van de eeuwenoude route Maastricht-Sittard. Vanaf het derde of vierde boompje links viel die oude route niet met de in 1840-1847 aangelegde "Nuuje Wèèg" samen; zij liep via de Janskamperstraat naar Sittard.

W. Zeles R,jwielhandel Rijksweg Geleen.

65. "Café St.Joseph" met "Rijwielhandel" en loods voor "Reparatiën" van Willem Zelis (niet Zeles) op de hoek van de Rijksweg en de "Hoog Steeg" omstreeks 1908. De eerste fiets, die rond 1890 in Geleen verscheen - een hoog model met een groot en een klein wiel - werd door de gebroedersbeeldhouwers Ramakers (achter de kerk) bereden. Sindsdien was het standaard-model zo populair geworden, dat fietsenzaken reeds rendabel bleken. Mevr. A.M. Zelis-Proosten (1875-1946), in het wit gekleed, toont een damesfiets met achterwiel-bedekking om haar lange rokken te beschermen. De jongeman naast haar leunt op het koehoorn-stuur van een renfiets uit die dagen. De man in hemdsmouwen is de eigenaar Willern Zelis (1874-1938), die dit pand in 1910 aan de brouwer J.W. Schrijnemakers verkocht en er nog tot 1918 met zijn gezin bleef wonen.

Geleen

"Groote Rijksweg"

66. De "Groote Rijksweg" vanaf de "Hoog Steeg" (rechts) in de richting Sittard omstreeks 1913. Het café heet nog steeds "St. Joseph", maar de houten reparatieloods is door een stenen annex vervangen. Ook hangen er meer reclames dan voorheen, o.a. voor het fietsenmerk "Excelsior". Door de aanleg van de Rijksweg (1840-1847) werd de "Hoog Steeg" onthoofd, d.W.Z. het oude geleidelijk oplopende westelijke einde werd afgesneden, zodat er een steile helling ontstond; vandaar de houten afrastering (rechts). De lantaarnpaal draagt geen glazen kast voor de gaslamp meer. De gasten schijnen naast hun biertje slechts weinig vertier te hebben. Er liepen toen nog maar weinig auto's. Het zou nog lang duren voordat de drukte van een zomerdag in 1898 zou worden geëvenaard. Toen "raasden" hier auto's in de race van Parijs naar Amsterdam met een snelheid van 35 km voorbij.

Geleen

"Groote Rijksweg"

67. De "Groote Rijksweg" vanaf de "Hoog Steeg" (links) in zuidelijke richting omstreeks 1913. Deze foto werd op dezelfde dag en ongeveer op dezelfde plaats gemaakt als de vorige (no, 66). De fotograaf draaide zijn toestel eenvoudig in de richting Beek. Vier kleine meisjes, die eerst bij de hoek van de Wolfstraat hadden gestaan, staken de "Baan" over en gingen bij de afrastering van de "Hoog Steeg" staan. De landelijke sfeer komt vooral in de kudde schapen van Deur (= Theodoor) Gaa(r)den van de Vuling tot uiting. Dit was geenszins bevreemdend, want tussen de bomen en langs de "graaf' groeide veel gras. Rechts van de kudde ziet men het huisje van de schoenmaker I.M. Erkens (1852-1923). Naar de goede oude gewoonte zaten de thuisblijvers op zondagnamiddag op stoelen vóór hun woning. De dame links met de mooie "plak" was Marie Landuijt (1888-1962), die met Albert Pelssers (Pieterstraat) zou huwen.

Geleen

Groote Rijksweg

68. Op deze foto van omstreeks 1920 springt de riante villa van notaris A.M.I.A. Mélotte in het oog. Deze Overijsselaar (geb. te Ambt Almelo in 1877) huwde met Ph.I.CM. Bruinsma en vestigde zich omstreeks 1915 te Geleen. Hier zou hij notaris A.H.I. Russel (1857-1928) opvolgen. Hij bouwde ten zuiden van de villa van zijn voorganger een nieuwe woning, die hij naar een plaatselijke veldnaam "Huys op de

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek