Geleen in oude ansichten deel 3

Geleen in oude ansichten deel 3

Auteur
:   prof. dr. M.J.H.A. Schrijnemakers
Gemeente
:   Geleen
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1506-3
Pagina's
:   112
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Geleen in oude ansichten deel 3'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

49. Het terrein tussen de voor1opige schachtbok I en het station Lutterade (achtergrond). Achter de paal (in het midden) ziet men een rij ge1aden kipwagentjes. Onder het spoor door loopt een buis naar het waterreservoir. Langs de nieuwe toegangsweg (gehee1links) had men een kuil van ongeveer 100 m 1engte gegraven en met water gevu1d. Dit water werd in maart 1921 in de eerste mijnschacht gepompt om de bevroren grond rond de "cuve1age" te ontdooien. Nadat dit proces beeindigd was, werd het water in juni 1921 weer uit -de schacht in het bassin gepompt. In 1922 deed men hetze1fde met de tweede schacht. Deze grote poe1 verschafte aan de Lutterader jeugd een mooie, zij het verboden zwemge1egertheid, terwij1 in de winter op de ijsv1akte geschaatst en "gesj1eerd" werd. In de verte, over het waterv1ak heen, ziet men de toren van de kloosterkerk in de Geenstraat.

Staatsmijn Prins Maurits - Lutterade-Geleen

50. Deze ansicht toont het complex van de "Staatsmijn Prins Maurits" omstreeks 1918, nl. de tijdeIijke schachtbokken 1 (voorste) en II (achterste) met het bevrieshuis (links) en de grote werkplaats (rechts). Deze werkplaats werd in 1916 gebouwd. De tijdelijke schachtbok II werd in 1917 opgesteld; in 1918 werd daaronder een voorschacht tot een diepte van 19,75 m gegraven. In 1919 werden de bevriesgaten geboord, waarna de buizen werden aangebracht; op 13 juli 1920 begon het bevriezingsproces. Op 3 januari 1921 werd met afdiepen begonnen en v66r het einde van dat jaar werd een diepte van 323 m bereikt. Op 301,80 m onder het maaiveld werd de steenkoolrots aangetroffen. Begin 1922 ving het ontdooiingsproces aan en op 1 mei 1922 begon men de tweede schacht leeg te pompen. Nadat beide schachten tot 532 m waren uitgediept, werd schacht I in 1923 voor het vervoer met tijdelijke kooien ingericht.

51. Deze luchtfoto uit het derde kwartaal van 1925 toont de 60 m hoge permanente schachtbok I, die in 1924-1925 werd gebouwd, en de tijdelijke schachtbok II met een dakruiter (donker). De kolenwasserij (rechts) is in aanbouw; dit grote complex z ou spoedig op volle toeren draaien. In 1923 had men in de schacht I op 391 m en 455 m laadplaatsen, pompenkamers en paardestallen ingericht. Daarna begon men steengangen in het veld te drijven. Nog in datzelfde jaar kwam de eerste steenkool naar boven, Op 19 juli 1923 werd de eerste wagon 55 No. 24008 vol (schacht)kolen naar Roermond verzonden. In dat jaar bedroeg de produktie 2000 ton. Deze zou in 1924 tot 18.000 ton en in 1925 tot 324.000 ton stijgen. Links boven staat de witte peiler, waar het steenstort zal komen; dichterbij staan twee metalen masten, die de kabelbaan zullen dragen.

52. Op deze foto van oktober 1925 staan de lage tijdelijke steenstorting (op de voorgrond) en de hoge permanente installatie. Deze laatste draait reeds, d.w.z. de wagentjes met steenafval bereiken via een kabelbaan de ronde peiler, draaien om de kroon heen, worden (helemaallinks) leeg gestort en keren via een andere kabelbaan naar de kolenwasserij terug. Onder die kabelbanen zijn netten aangebracht om (te vroeg of te Jaat) vallend gesteente op te vangen. Links boven in de metalen kroon staat een werkman; zijn minieme figuur geeft de gigantische proporties van die installatie op markante wijze aan. De Limburgse dichter Felix Rutten, die een van de vroegste pioniers voor milieubescherming was, waarschuwde reeds in 1918, dat de pyramiden der beschavingsomwenteling in Limburg er dra hun logge, donkere vormen. .. als reusachtige gedierten zouden beuren.

Groeten uif Luitered» - &hachf nO I en 11 $. 7. J.f . .Maul'ifs

53. Op 1 januari 1926 werd de Staatsmijn Maurits officieel in gebruik genom en. In datzelfde jaar werd de permanente schachtbok II gebouwd. Op deze ansicht - de situatie vanuit het westen gezien - staat hij in de steigers en is hij bijna voltooid. In 1961 zou een derde schacht worden gedolven, waarboven een 63,25 m h oge toren zou worden gebouwd. Deze schachten dienden voor het verticale vervoer. Het ondergrondse horizontale vervoer (van en naar de schachten) werd door paarden gedaan. In 1923 werden de eerste twee paarden naar beneden gebracht. Voor het einde van 1924 werkten er al 24 paarden ondergronds; in 1930 was dit getal tot 39 aangegroeid. Maar de invoering van gemechaniseerde tractie - vooral hogedruk-perslucht-locomotieven - maakte die viervocters overbodig. In 1937 keerden de laatste 11 paarden naar de oppervlakte, de weiden en het zonlicht terug.

54. De beide permanente schachtbokken I en II, de kolenwasserij (voorgrond), twee koeltorens, de steenfabriek (rechts achter) en de reeds imposante steenberg, omstreeks 1930. Tussen de wasserij en de steenberg tekent de schaduw van de dubbele kabelbaan zich scherper af dan de kabelbaan zelf. Deze foto toont hoe het gesteente gestort werd; nL vanaf de ronde peiler liep bovenop de berg een kabelbaan, die steeds verder naar ach teren (links) werd verschoven. Uiteindelijk zou deze berg ongeveer 50 ha van de vruchtbare akkers bedekken (zie de foto op de omslag). Na het sluiten van de mijn zou men negen jaren (1969-1978) nodig hebben om dit gevaarte af te graven. De schachten I, II en III (deze laatste uit 1961) werden respectievelijk op 27 juni 1974, 21 november 1974 en 18 september 1975 met dynamiet omvergehaald. De kolenwasserij werd in 1974-1975 in gedeelten opgeblazen.

55. Deze ansicht, die in 1931 door een Lutterader verstuurd werd, toont twee mijnwerkers met pneumatische boorhamers (afboorhamer is een foutieve benaming) op een diepte van 410 m in het Mauritsveld. De grootte van dit ondergrondse veld was in 1951 ongeveer gelijk aan de plattegrond van Amsterdam; in dat jaar bereikten de steengangen een totale 1engte van 105 km. Deze foto illustreert het zware, stoffige en gevaarlijke werk van de "kompels", waarvan buitenstaanders zich nauwelijks een voorstelling konden maken. Na de bevrijding (1945) schreef een dankbare Amsterdammer: Ik weet niet, zwarte kameraad] Hoe jij je wagen ko/en wint.] Ik weet niet, ondergrondschen maat.] Hoe jij je weg benejen vindt.] Ik weet alleen, ... en daar komt het op aan,/ Jouw ko/en vormen mijn bestaan. Maar voor het huidige Nederland is dit alles reeds verleden tijd,

Staatsmijn Maurils Zuid Limburg

Het werken mel den afboorhamer op 410 Meter diepte

56. Een luchtfoto uit mei 1929 van het noordelijke deel van de mijn en van de grotendeels verwoeste oostelijke helft van het oude Lutterade. In de linker bovenhoek ziet men het zustersklooster en daarvoor de witte gevel van het "Drossaardhuis". Ook kan men goed zien hoe de Geenstraat zich vroeger ten westen van het spoor voortzette en via een bocht in de Dorpstraat uitkwam. De witte gevel in het midden is de zijgevel van het hoekhuis Stationstraat-Groenstraat. Het grote gebouw met plat dak in de Groenstraat (boven rechts) is de nieuwe bioscoop. Daarvoor loopt (de witte streep van) de Giesekuilderweg (Mauritslaan). Helemaal bovenaan rechts loopt de Rijksweg. In de linker benedenhoek staan de meest zuidelijke huizen van de Waterstraat. Rechts daarvan Jigt het hoofdkantoor van de mijn. In het centrum liggen de nieuwe woningen - het z.g. "Mauritspark" - voor mijnbeambten.

57. Terwijl de mijn zich snel uitbreidde en nieuwe gebouwen de plaats van oude huizen, schuren en stallen innamen, bleven vele Lutteraders hun traditionele gang gaan; zij trachtten daarbij aan elk stukje van de voorvaderlijke grond vast te houden. In 1921-1924 werd het hoofdgebouw van het Mauritscomplex dicht bij de Dorpstraat (Tunnelstraat) gebouwd. Voor sommige Lutteraders bood het "gazon" v66r dit gebouw een geschikte plaats om hun vee te weiden, zoals deze foto uit 1924 illustreert. This Ronden (links) en Peter Keulen (? ) hebben de koe aan een "tuurhout" gebonden. Dit laatste is hier een gevorkte tak, waarvan de lange arm in de grond is gestoken. Als de koe het gras binnen haar bereik had afgegraasd, werd het "tuurhout" verplaatst.

58. Deze luchtfoto uit mei 1929 toont het centrum van de mijn en het gebied tussen Lutterade (links) en Krawinkel (rechts). Op de voorgrond ziet men de beide schachtbokken en de wasserij. In het midden ligt de oude parochiekerk en daarachter (links) de oude pastorie; nog verder naar links (noord) ligt de oude kapelanie. Vlak voor de kerk is het viaduct - de z.g. "brok" - te zien. Links daarvan, aan deze (west)zijde van het spoor, lag eertijds de gemeentelijke lagere school met onderwijzerswoning. Langs de Groenseyckerstraat liggen rechts het nieuwe lage en (na een uitbreiding) langgerekte schoolgebouw met de nieuwe forse hoofdonderwijzerswoning en daartegenover (links) het patronaatsgebouw. Over de kerk heen zag de piloot het nieuwe gemeentehuis (op deze foto niet te zien). De horizon tale witte lijn boven de kerk is de Giesekuilderweg, thans Mauritslaan en Molenstraat.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek