Geleen in oude ansichten deel 3

Geleen in oude ansichten deel 3

Auteur
:   prof. dr. M.J.H.A. Schrijnemakers
Gemeente
:   Geleen
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1506-3
Pagina's
:   112
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Geleen in oude ansichten deel 3'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

59. De jongensschool (links = west) met de onderwijzerswoning (rechts = oost) aan de zuidzijde van de Groenseyckerstraat omstreeks 1915. Het oude schoolgebouw uit 1865-1866 ten westen van het spoor toonde scheuren en ontwrichtingen wegens "de sterke trillingen, die elke voorbijgaande trein veroorzaakt( e)". Ook was het steeds drukker wordende treinverkeer zeer hinderlijk voor het onderwijs. Daarom werd in 1914-1915 een nieuwe school met hoofdonderwijzerswoning op een stuk land van de familie Keulers "in de Romanie" aan de Groenseyckerstraat gebouwd. In 1920-1921 werden drie klaslokalen toegevoegd; vandaar de langwerpige vorm op de vorige foto. De nieuwe woning werd achtereenvolgens betrokken door de gezinnen van de hoofdonderwijzers Jan Beaumont (1874-1955), Alphons Hubert Kockelmans (1891-1950) en Antoon W.H. Vroemen (1904-1977).

60. Het "Patronaat" aan de Groenseyckerstraat (hoek Wilhelminastraat) kort na de voltooiing (omstreeks 1915). In het hoofdgebouw (rechts) werd een avondtekenschool gevestigd, die in 1919 aI 42 leerlingen had. Van begin april tot begin november 1922 werd er de gemeenteadministratie ondergebracht, omdat toen het nieuwe gemeentehuis nog in aanbouw was. Thans is dit het "Reuniegebouw" van de St.-Augustinusparochie. Het vooruitstekende gedeelte (links) fungeerde jarenlang aIs kapelanie; gedurende de eerste tijd na zijn komst naar Geleen (1920) werd dat huis door burgemeester Damen bewoond. Thans is daar het "Kreatief Centrum" gevestigd. Aan de overkant (links) staat de onderwijzerswoning; daarachter is een stukje van de nieuwe school te zien. Verderop, vlak voor het spoor, staat de oude parochiekerk, omringd door de huizen en boerderijen, die er sedert 1864 werden gebouwd.

61. Op 24 augustus 1920 was het nieuwe gemeentehuis, volgens het ontwerp van architect Joseph Cuypers, voor f 118.500,- aan de aannemers H.J. Coppes en H. Hofte gegund. De plechtige eerstesteenlegging, die op deze foto werd vastgelegd, had op donderdag 31 augustus (koninginnedag) 1921 plaats. Van reehts naar links (allen met hoge hoed) staan: W. van Hinsberg, burgemeester Damen, H. Kleinjans, H. Storeken, A. Menten, J.A. Gehlen, Jos. Hennekens, A. Suylen en dokter L. Lienaerts. Naast deze laatste staat hoofdagent Buskens in vol ornaat. Reehts van Van Hinsberg staat een van de gebroeders Cuypers (met baard). Uit vrees voor (vermoede) snode plannen door Oud-Geleners die deze plechtigheid uit protest tegen de lokatie hadden geboycot, werd die eerste steen gedurende de daaropvolgende naeht in de loods van Kleinjans verstopt. Dit gaf weer aanleiding tot het (valse) gerueht dat die van Krawinkel deze steen zouden hebben "ontvoerd".

62. Op zaterdag 11 november 1922 werd het nieuwe gemeentehuis 's morgens door pastoor Van Eijs van Lutterade-Krawinkel ingezegend en in de namiddag om drie uur door de Commissaris van de Koningin in Limburg officieel geopend. Rechts ervan ziet men het "Patronaat" aan de Groenseyckerstraat. Midden rechts ligt de oude parochiekerk van Lutterade-Krawinkel met daarachter (rechts) de pastorie. Verder naar rechts tekenen de beide voorlopige schachtbokken van de jonge mijn zich tegen de horizon af. Helemaal rechts ligt de oude kapelanie. Vele Geleners vonden dit roy ale gebouw een dwaze extravagantie en noemden het "de geld schuur". Maar het zou het centrum van het nieuwe Geleen worden. In 1960-1961 werd een zuidelijke vleugel aangebouwd en in 1977-1979 kwam aan de westzijde een uitbreiding, die de voornaamste functies van het oorspronkelijke gebouw overnam.

63. De prille Raadhuislaan omstreeks 1930 gezien vanaf de Rijksweg. De nieuwe .Jaan", die naar het imposante "raadhuis" voert, heeft al een verhard wegdek. De westelijke helft (aehteraan) lijkt reeds volgebouwd, terwijl de oostelijke helft (naar de Rijksweg toe) aan beide zijden nog grate open ruimten toont. Aan de linkerkant is al een zijstraat aangelegd, de Agnes Printhagenstraat, maar aan de reehterkant - reeht tegenover de Agnes Printhagenstraat - kwam maar een heel kort stukje weg, als het ware een uitstulping van de Raadhuislaan. Pas in het begin van de jaren vijftig kwam daar een eehte zijstraat - de Salmstraat - tot stand. Op de hoek van het doodlopende weggetje lag de sigarenwinkel van Wintgens en op hetzelfde adres was een filiaal van de "Limburger Koerier" gevestigd. Op de voorgrand hebben de wegwerkers, van wie er een geheel reehts staat, hun houwelen even neergelegd. Ondanks de win terse sfeer - op de wegen en de daken ligt een dun laagje sneeuw - wijst alles op het begin van een nieuwe en dynamische tijd. De ouderwetse hoge koets, die door een paard in de riehting van het gemeentehuis wordt getrokken, is een overblijfsel uit "de goede oude tijd" en doet hier bijna anaehronistiseh aan.

64. De opkomst van de mijn veroorzaakte enerzijds een grote toename van het spoorverkeer en anderzijds een sterke groei van het aantal arbeiders dat het spoor te Lutterade dagelijks tweemaal moest kruisen. Op den duur werd de situatie bij de oude overweg tussen de Groenstraat en de Dorpstraat onhoudbaar. Een grootse tunnel zou de oplossing brengen. Deze foto toont de werkzaamheden in november 1929. Kipwagentjes werden door gravers met aarde gevuld en door locomotiefjes voortgetrokken. Men kan duidelijk zien hoe een geleidelijk aflopende weg werd gegraven. De helling van de tunnelweg werd van west naar oost voor de eerste 145 m 1: 30 en over de volgende 45 m 1: 60; in het midden werd 25 m waterpas gehouden; vervolgens helde 40 m 1:60 en de laatste 145 m 1:30. De rijweg werd 10,20 m breed met aan weerszijden 3 m brede trottoirs.

65. Deze foto, die ongeveer een jaar na de vorige van oost naar west werd genomen, toont hoe eigenlijk drie tunnels of viaducten werden aangelegd. Het oostelijke viaduct fungeerde als een wegverbinding van de Stationstraat (Minister Ruysstraat) via de nieuwe Parallelweg naar de oude kerk. Aanvankelijk diende het middenviaduct slechts voor het spoorverkeer in de richting Sittard, terwijl het brede westelijke viaduct zowel voor het spoorverkeer naar Maastricht als voor de kolentreinen van en naar de mijn diende. Tussen deze twee laatste tunnels kwam een trap (naar rechts) om het nieuw aan te leggen station te bereiken. Links ziet men woningen van het Mauritspark, Of schoon die drie tunnels reeds enkele dagen eerder gebruikt werden, had de officiele opening op donderdagnamiddag 30 april (prinsessedag) 1931 plaats, Later zou het geheel "Julianatunnel" worden genoemd.

66. De officiele openstelling van de tunnels op 30 april 1931. Na een feestelijke bijeenkomst in het Casino van de Staatsmijn Maurits, waar verscheidene toespraken werden gehouden, begaven het gemeentebestuur en directieleden van mijn, spoor en waterstaat zich door de met vlaggen en slingers versierde tunnels naar het oostelijke begin van de helling aan de Mauritslaan. Nadat Radio Kronert (erg luid) het "Wilhelmus" had ingezet, knipte burgemeester Damen het oranje lint dat de weg afsloot door. Daarna keerde het gezelschap naar het westelijke einde terug, Dit deel van de plechtigheid wordt op deze foto weergegeven. Voorop stappen directeur Van Iterson (links) en hoofdbedrijfsleider Groothoff (rechts). Het meisje draagt op een kussen de schaar waarmee eerstgenoemde even later het lint bij de uitgang naar het mijncomplex zal doorknippen. Vlak achter het meisje volgt burgemeester Damen.

67. Het stalen geraamte van het tweede spoorwegstation, dat in 1931-1932 volgens het ontwerp van architect ir. S. van Ravesteyn te Lutterade werd gebouwd, van zuid naar noord gezien. Dit station kwam als een eiland tussen de sporen te liggen. Deze foto toont hoofdzakelijk de romp van het skelet. Aan weerszijden werden dakvleugels uitgeslagen, die tot over het aan beide zijden lopende perron heenreikten. Het ruim 18 m brede en 300 m lange perron werd over een lengte van 110 m en over zijn volle breedte overdekt. Onder die kap werden - los van elkaar - het hoofdgebouw, de wachtkamers l ste, 2de en 3de klas en een mijnwerkerslokaal (4de klas?) aangebracht. Deze constructie werd gekozen met het oog op te verwachten mijnverzakkingen. Geheel rechts is nog even iets van het oudste station te zien; dit werd in 1932 afgebroken.

68. Het voltooide tweede station van Lutterade met de goederenloods (rechts) langs de verbrede Stationstraat (Minister Ruysstraat). De pers schreef lovend: Er is aan dit station niets, maar dan ook niets over van de gebruikelijke monumentaliteit en dat werkt als een verlossing. ... Voor het grootste deel der reizigers is er weinig verschil meer tusschen het stappen op een trein en het stappen op een tram. Maar helaas was dat verschil hier juist opvallend groot, want reizigers konden dit station slechts bereiken of verlaten via een lange trap vanuit de kort tevoren aangelegde tunnel, die nogal eens onder water stond. Na jarenlange protesten zou de oude overweg tussen de Groenstraat en de Tunnelstraat in december 1936 weer voor voetgangers en fietsers worden opengesteld. Bij het bombardement van 5 oktober 1942 werd het station zwaar beschadigd. Het werd daarna hersteld, maar in juli 1975 werd dit tweede station (uit 1931-1932) afgebroken en op 27 feb ru ari 1976 werd het derde station, een zeshoekige constructie, in gebruik genom en.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek