Geleen in oude ansichten deel 3

Geleen in oude ansichten deel 3

Auteur
:   prof. dr. M.J.H.A. Schrijnemakers
Gemeente
:   Geleen
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1506-3
Pagina's
:   112
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Geleen in oude ansichten deel 3'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

69. Uit de schaduw van de tunnel komend kon men naar links (zuidwest) het hoofdgebouw van de Maurits en het ernaast gelegen park (villawijk) bereiken. Dit laatste was voor het personeel van de mijn aangelegd. Volgens de' Lutteraders kon men aan de daken van de huizen zien welke functie de bewoners hadden: de ingenieurs woonden onder rieten daken, de hoofdopzichters onder leien daken en de "gewone" opzichters onder alledaagse dakpannen! De met riet gedekte dubbele villa, die links hoog op het talud ligt, werd rend kerstmis 1935 door brand ernstig beschadigd. Tegen dat talud werd op 28 juni 1953 het jubileumgeschenk van de gemeente Geleen aan de gouden Staatsmijnen onthuld, nl. het kleurrijke glasmozaiek van Henri Schoonbrood met tekst van de schrijver. De weg naar rechts (noordwest) 'was de eigenlijke hoofdtak en werd de voornaamste verbinding met de nieuwe wijk Lindenheuvel.

70. De Burgemeester Lemmensstraat, vanaf de huidige Rafaelstraat in de richting van de tunnel, in de jaren dertig. Was de Lutterader Koestraat tot ongeveer 1920 niet meer dan een veldweg waarover de Lutteraders eeuwenlang hun vee naar de weideplaatsen op de Graetheide brachten en na de ontginning van de heide hun akkers bereikten, ruim tien jaar later was zij de voornaamste straat van Lindenheuvel. Ze kreeg haar nieuwe naam naar Jan Renier Lemmens, die van 1818 tot 1852 burgemeester van Geleen was geweest. De voorste auto staat op de hoek van de Ringovenstraat. De oude huizen aan de noordzijde van de Tunnelstraat (links) zijn ten dele afgebroken om die straat meer in het verlengde van de Burgemeester Lemmensstraat te leggen. Helemaal achteraan steekt het forse "Graalhuis" (bij de tunnel) uit. Dit gebouw kreeg zijn naam van de Graaldames, die er van 1930 tot 1932 verbleven.

71. De Burgemeester Lemmensstraat vanaf het "Gezellenhuis" in westelijke riehting omstreeks 1930. De nieuwe boomaanplantingen zijn nog vrij ijl, maar de winkelhuizen zijn van fors formaat. Vooraan reehts ligt de Kastanjelaan; blijkens het in het midden van die laan geplaatste bord was ze toen voor as-verkeer gesloten. Op de hoek heeft het busje van F. Martens gestopt om passagiers te laten in- of uitstappen. Geheellinks staat een ouderwetse bestelauto - met de reserveband op het dak - voor de "Brood-Banket-Bakkerij", waar tevens een "Lunchroom" was ingericht. De zijstraat aan de linkerkant is de Surinamestraat; deze voerde naar het centrum van de "Oude Kolonie". De huizen verderop (links) aan de zuidzijde van de Burgemeester Lemmensstraat staan op afb. 73 aan de reehterkant.

72. In 1917-1918 werden door de woningvereniging "Geleen" langs de Kampstraat 40 arbeiderswoningen gebouwd. Dat stuk van die oude straat werd toen tot Borneostraat omgedoopt, terwijl de nieuwe zijstraten eveneens naar eilanden van West- en Oost-Indie werden genoemd. In 1919-1920 kwamen er nog 64 woningen bij. Zo'n agglomeratie van arbeiderswoningen werd algemeen als een "kolonie" (met de klemtoon op -Ie) aangeduid. Aanvankelijk werd deze nieuwe buurt "Kolonie Maurits" genoemd; daarna sprak men van "Kolonie Zwentibolt" (of "Swentibold"). Deze groep woningen behoorde toen nog tot Lutterade. Nadat de wijk Lindenheuvel was aangelegd, werd de "oudere" buurt als de "Oude Kolonie" aangeduid. In 1925-1927 werd deze laatste door de stichting "Thuis Best" met 225 woningen uitgebreid. In 1971-1972 zou de "Oude Kolonie" voor de grootindustrie moeten wijken.

73. De Burgemeester Lemmensstraat, vanaf de westelijke grens der gemeente Geleen (bij de Timorstraat) naar het oosten gezien, rond 1930. Op de voorgrond links begint de Seringenlaan; op de hoek, waar het cafe-restaurant "Modern" ligt, stond eertijds de noodkerk. De ondernemingsgeest van de middenstand uit die dagen blijkt uit het lange spandoek, waarop tot een bezoek aan "de eerste Geleensche winkelweek" werd aangespoord. De feestelijke sfeer werd nog verhoogd door de grote vlaggen en de slier ten vaantjes bij het begin van de Surinamestraat (rechts). Op de achtergrond herinneren de bomen aan het landelijke karakter van de vroegere Koestraat. Dat de agrarische sfeer toen nog niet verdwenen was, blijkt uit de boerenkar en uit de kruiwagen, waarop een eg of een hooivork vervoerd wordt.

74. De rooms-katholieke houten noodkerk, die in 1919 door pastoor J. van Eijs van LutteradeKrawinkel vlak bij de gemeentegrens aan de noordzijde van de Koestraat werd gebouwd. Het was een soldatenkeet uit de mobilisatietijd 1914-1918. Ze lag met de voorkant (ingang) aan de straat. Oorspronkelijk was zij een hulpkerk van de St.-Augustinusparochie en had zij min of meer het karakter van een missiepost, waar de H. Mis aIleen's zondags werd opgedragen. De eerste "missionaris" was pater Hubert Ramakers S.M.M. (Montfortaan), Munstergelener van geboorte (1872-1933). Het meubilair bestond slechts uit een klein altaar, een biechtstoel en een grote kachel; stoelen of banken ontbraken in het begin. Een stallantaarn moest de kaarsen als lichtbronnen aanvuIlen, want er was geen elektrisch Iicht. De landelijkheid werd geaccentueerd door de wilde konijnen, die zich onder de vloer ophielden. Thans is daar de hoek Burgemeester Lemmensstraat-Seringenlaan.

Undenheuvel .On3 thuis"

75. "Ons thuis", doorgaans het "Gezellenhuis" genoemd, aan de Burgemeester Lemmensstraat. Op 22 juni 1925 werd door de woningvereniging "Ons Limburg" met de aannemer J.H. Joosten een contract voor het bouwen van dit complex, tegen een vergoeding van f 116.318,- gesloten. In 1926 kwam dit gebouw klaar en op 15 november van dat jaar werd het betrokken. Later zou het nog worden uitgebreid. Door het bouwen van dergelijke instellingen in de mijnstreek wilde men het "ongewenste kostgangerswezen", d.w.z. het logeren van ongehuwden bij gezinnen, tegengaan, Toen de mijnwerkersbevolking meer stabiel werd en vele ongehuwde vreemdelingen de mijnstreek verlieten, werden deze inrichtingen enigszins overbodig. Door de naoorlogse toevloed van buitenlandse arbeiders echter kwamen ze tijdelijk weer volop in bedrijf.

76. Tot 1920 lag rond "de Lindheuvel" (dialect: "Lendjheuvel") een lap gemeentegrond van 68 ha akkers en weiden, die aan boeren uit Lutterade verpacht waren. Deze pachters bcreikten dit terrein via de oude "Lindheuvelderweg", waarvan een klein overblijfsel thans Lindenlaan heet. Aangezien dit hele gebied slechts een eigenaar had, kon een geheel nieuwe wijk volgens een harmonisch plan worden aangelegd. De door architect Joseph Cuypers in 1919 ontworpen plattegrond werd in 1922 uitgezet. In het centrum, d.w.z. aan de Bloemenmarkt, werd de roorns-katholieke parochiekerk geplaatst. Vanaf die markt spreidden zich straalsgewijze Ian en uit, die door dwarslopende singels met elkaar verbonden werden. Toen werd ook de oude naam "Lindheuvel" officieel in "Lindenheuvel" veranderd. Deze foto toont de kerk en daarv66r de zogenaamde "Oostenrijkse" woningen aan de Valderenstraat.

77. De Rozenlaan in 1929. Het grote gebouw met de dakruiter was de (tweede) noodkerk, waarin op Palmzondag 1923 voor het eerst de H. Eucharistie werd gevierd. Rond Pasen van datzelfde jaar werden de banken uit het "Kapelke van Biesjtandj", te zamen met de afbeeldingen der "Zeven Voetvallen", hierheen gebracht. Volgens een Latijns opschrift op de achterzijde van het .mieuwe" schilderij van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand (de Perpetuo Succursu), dat zich in de parochiekerk bevindt, werd dit reeds in oktober 1922 uit Rome naar Lindenheuvel gezonden. Op 26 november 1923 werd de nieuwe parochie opgericht. In 1927 werd het kerkgebouw aan de Rozenlaan tot school ingericht; deze laatste werd in 1977 opgeheven, Sedert 1927 werd de zolder van de nieuwe school aan de Dahliastraat als (derde) noodkerk gebruikt. Met Allerheiligen 1928 werden de eerste H. Diensten in de nieuwe parochiekerk gehouden, Deze werd in 1929 voltooid en op Pinkstermaandag (10 juni) van dat jaar geconsacreerd.

78. Het onderschrift op deze te Hilversum uitgegeven ansicht, nl, "Heerlen, Staatsmijn Maurits", is dubbel fout. Op de eerste plaats lag de staatsmijn Maurits niet te Heerlen maar te Geleen en op de tweede plaats staat de staatsmijn Maurits niet op deze ansicht. De fotograaf stond tegen de helling van de steenberg, met zijn rug naar de staatsmijn Maurits, en keek langs die berg door in noordwestelijke richting - over de "Oude Kolonie" he en - naar het stikstofbindingsbedrijf (SBB), dat op Sittards grondgebied lag (ligt) (zie: Sittard in oude ansichten, no. 89). Het terrein waarop dit bedrijf gesticht werd, behoorde wei eeuwenlang tot het kerspel, de heerlijkheid, het graafschap en de gemeente Geleen, maar werd bij de verdeling van de Graetheide in 1818 - onder luide protesten van de Geleners - van hogerhand aan de gemeente Sittard toegewezen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek