Warning: mysql_connect(): Headers and client library minor version mismatch. Headers:50156 Library:50527 in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php on line 15

Warning: session_start(): Cannot send session cookie - headers already sent by (output started at /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php:15) in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/require.req.php on line 2

Warning: session_start(): Cannot send session cache limiter - headers already sent (output started at /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php:15) in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/require.req.php on line 2
Uitgeverij Europese Bibliotheek | Goes in oude ansichten deel 2 | boeken | alfabetisch-overzicht
Goes in oude ansichten deel 2

Goes in oude ansichten deel 2

Auteur
:   C. van Winkelen
Gemeente
:   Goes
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4151-2
Pagina's
:   120
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Goes in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Toen de samensteller van dit boekje nog in zijn geboorteplaats Serooskerke op Walcheren woonde, mocht hij in zijn jeugd wel eens met zijn ouders naar "stad". En daarmee werd dan de stad Middelburg bedoeld, die het centrum van Walcheren kan worden genoemd. Zo zouden we de stad Goes het centrum van Zuid-Beveland kunnen noemen.

Zoals vele steden in ons goede vaderland een rijke historie hebben en meestal heel oud zijn, zo mag ook de stad Goes zich in een "hoge leeftijd" verheugen, hoewel er van deze stad geen afzonderlijke volledige geschiedenis bestaat. De oudste geschiedschrijvers van Goes zijn wel Reigersberg en Boxhorn, hoewel er in hun geschriften maar weinig nieuws van Goes is gepubliceerd. De Goesenaar M. Smallegange heeft in zijn bekende Chroniek van Zeeland een en ander over zijn geboorteplaats geschreven. Later hebben de geschiedschrijvers J. de Kanter Philzn. en J. Ab Utrecht Dresselhuis een korte, doch met geen mindere nauwkeurigheid samengestelde geschiedenis van Goes geschreven.

In de achtste eeuw bestond Zuid-Beveland nog uit verschillende schorren, slikken en zandplaten, gescheiden door verschillende watertjes. Een van deze stroompjes was de Gosaha, waaraan later de villa "Ter Gosaha" werd gebouwd. In de twaalfde eeuw kreeg dit grote herenhuis meer bekendheid, omdat in de onmiddellijke nabijheid ervan het bekende slot Ostende werd gesticht, dat reeds een eeuw later het eigendom was van de heren van Borsselen. Onder de regering van Willem van Beieren V, in 1351, kreeg Goes vele privilegien. Ondanks de gestadige uitbreiding werd Goes steeds onder de dorpen van Zuid-Beveland gerekend. Pas in 1405 vinden wij de benaming van "stad" in een brief van Willem van Beieren VI.

Enige tijd later gaf de in Zeeland zo bekende Jacoba van Beieren de stad Goes toestemming zich te versterken.

Volgens sommigen zou de naam Goes afkomstig zijn van het Duitse Gusa, een gans, waarbij de geschiedschrijver Boxhorn echter opmerkte, dat weI het wapen de naam, maar met de naam het wapen volgde. Daar Goes in een vruchtbare streek is gelegen, werd de naam Goes ontleend aan "Gosum", dat in de oude Deense en Nederlandse taal "eene bijzonder welige en vrugtbare aarde" betekende. Vroeger sprak men in de volksmond van "Ter Goes", afkomstig van "Ter Gosaha",

De huidige bewoners van Goes kunnen zich nauwelijks voorstellen hoe het eenmaal mogelijk was, dat het zeewater in de onmiddellijke nabijheid van Goes zuIke grote verwoestingen heeft aangericht. Zo werd tijdens de watervloed van 1530 een van de toegangspoorten, namelijk de Ganzepoort, verwoest. Niet alleen van het water heeft Goes te lijden gehad. Tijdens een uitslaande brand in 1554 werd drievierde gedeelte van de woningen in Goes verwoest. Doch dit was nog niet alles, want in de jaren 1561, 1563 en 1570 werd Goes nogmaals tot drie malen toe geteisterd door overstromingen, waarbij veel schade aan huizen en landerijen werd aangericht.

Vroeger kon men alleen door een aantal poorten in de stad Goes komen. We noemen in dit verband de Sint-Maartenspoort, de Donkere- of Kaaipoort, of ook wel Oude Hoofdpoort genoemd, en de Nieuwe-Ganzen- of Zuidpoort. De Oostpoort, de Koepoort en de's Heer-Hendrikskinderenpoort of Westpoort waren zeer eenvoudige uitgangen. De laatste poort heeft nog een torentje gehad.

In 1682 werd in Goes weer grote schade aangericht door het opdringende water. Op het huisje van de visafslag op de Kade

vindt men nog een steen, waarop de hoogte van de vloed in dit jaar werd aangegeven. Tussen deze twee regels staat het volgende te lezen: "De linie beteykent: Den vloedt van den 26 Januari 1682."

Bekende markten in Goes zijnde Beestenmarkt, de Vlasmarkt en de Grote Markt. Op de Grote Markt vinden we enkele bekende gebouwen en wei het stadhuis (ook wei raadhuis genoemd), met daarachter de grote Maria Magdalenakerk. Hotel "De Korenbeurs" is tevens een bekend gebouw op de Grote Markt, evenals het postkantoor. In het stadhuis is een grote zaal, beter bekend onder de naam "Vierschaax", waarachter zich de Weeskamer beyond. Oorspronkelijk was het stadhuis kleiner, maax later is er een pand bijgetrokken, waarop een torentje werd gebouwd, zodat het Goese stadhuis, dat enkele jaren geleden werd gerestaureerd, twee torens telt.

De Maria Magdalenakerk van de Hervormde Gemeente wordt ook wei de Grote Kerk genoemd. Het is een zogenaamde kruisbasiliek, gewijd aan de heilige Maria Magdalena. In 1618 werd deze monumentale kerk geteisterd door een vreselijke brand, veroorzaakt door een onvoorzichtige loodgieter. De toren, die voor de brand aan het westeinde stond, werd niet herbouwd. In deze kerk staat een prachtig orgel met een bijzonder mooie kIank. In 1641 werd aan de bekende orgelmaker Willem Diaken te Haarlem opdracht gegeven een orgel te bouwen in de middelste absis. Eerst in 1711 werd dit instrument met een Turkse kap overtrokken. Ook dit orgel werd enige jaren geleden gerestaureerd.

Verder heeft de stad Goes nog enkele oude gebouwen. We noemen het zogenaamde Gotische huis op de Turfkade, dat

eveneens werd gerestaureerd, het zogenaamde "Soep'uus" (de voormalige soepkokerij), eveneens op de Kade, het Oude Mannen- en Vrouwenhuis, het Weeshuis en verder een aantal woningen met trapgevels. Een aantal van deze oude gebouwen behoort tot de beschermde monumenten, omdat ze onder Monumentenzorg vallen. Men kan dit zien aan het blauwwitte plaatje, rechts van de ingang.

Het zou te ver voeren om in deze korte inleiding de namen op te noemen van aile belangrijke personen, die destijds in Goes hebben gewoond. Maar enkele willen we er toch no em en. Ruim een eeuw geleden was J.A.A. Fransen van de Putte wethouder van de gemeente Goes; om precies te zijn: in 1875 trad hij als zodanig af. Behalve die van wethouder van Goes heeft hij nog diverse andere functies gehad, en wei ambtenaar van de burgerlijke stand, voorzitter van het Burgerlijk Armbestuur (dit college vergaderde op dinsdagavond om 6 uur in het Weeshuis), voorzitter van de Afdeling Weeshuis, welk college des maandagsmiddags te 5 uren vergaderde, voorzitter van de Bank van Leening, voorzitter van de Commissie tot Economische Spijsuitdeling, voorzitter van de Commissie voor den gewapenden dienst in de Nederlanden en mogelijk zijn er nag wei meer functies, die deze Goesenaar in zijn werkzaam leven heeft vervuld. Hij was een niet alleen in Goes, maar ook in de wijde omtrek beroemd man ten gevolge van het feit dat hij een broer was van de minister van Kolanien, I.D. Fransen van de Putte.

Een andere bekende Goesenaar was Mattheiis Smallegange, die de zeer bekende "Nieuwe Chroniek van Zeeland" heeft geschreven, die een herhaling en uitbreiding was van zijn

vroegere chronieken. Dit werk zal toch altijd zijn waarde behouden. Verder schreef hij zeer veel en gaf ook verschillende vertalingen uit.

Een van de Nederlandse godgeleerden die bijzondere naam maakte, of schoon hij noch onder de geleerden, noch onder de schrijvers kan worden geteld, was weI ds. Bernardus Smijtegelt. Hij werd in 1665 in Goes geboren, was al vroeg om zijn vroomheid bekend en werd later predikant te Borssele, Goes en Middelburg. Men kan hem leren kennen uit de menigvuldige publikaties, die van hem zijn uitgegeven, waarbij men echter in het oog moet houden dat deze niet door hem zijn geschreven en uitgegeven, maar door anderen opgetekend en ter drukpers gebracht. Zijn predikaties worden nog in Hervormde Gemeenten van Gereformeerde Bondssignatuur, in de Gereformeerde Gemeenten en in de Gereformeerde Gemeenten in Nederland in de kerkdiensten gelezen. Vooral de ouderen hebben veel interesse voor deze lectuur, hoewel deze oude predikaties de jeugd minder aanspreken. In de laatste kerkgenootschappen zijn dan ook zeer veel vacatures, zodat daar meestal twee, en in vele gemeenten zelfs nog driemaal per zondag Leesdienst wordt gehouden. De predikaties van Smijtegelt zijn in deze kringen zeer geliefde lectuur. Hij behoort dan ook tot de zogenaamde "oude schrijvers", aan wie men zeer grote waarde hecht. Zeer bekend is zijn werk "Het Gekrookte Riet", een verzameling van niet minder dan 153 predikaties over de tekst uit Jesaja 42 vers 3: Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen. (Statenvertaling.) Voor hen, die de Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap gebruiken, luidt

deze tekst als voIgt: Het geknakte riet zal Hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal Hij niet uitdoven; naar waarheid zal Hij het recht openbaren.

De Hervormde Gemeente van Goes heeft ruim een eeuw geleden een predikant gehad en weI ds. R.A. Soetbrood Piccardt. Zijn wijk bestond uit de Lange en Korte Vorststraat, het Papegaaistraatje, de oostzijde van de Grote Markt, de Lange Kerkstraat, de Klokstraat, de Ganzepoortstraat, de oostzijde van de Kreukelmarkt, de Keizersdijk, de Cingel tot aan het Slot, de Voorstad en het Naastepad. Naar hem werd de Piccardtstraat genoemd. Hij was theologisch doctor en verwierf vooral bekendheid door zijn geschiedkundig boek. Hij was gemeentearchivaris van Goes van 1861 tot 1888. Van zijn hand verscheen onder andere "Bijzonderheden uit de Geschiedenis der Stad Goes". Naast zijn twee Goese functies was hij lid van het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen.

Omstreeks de eeuwwisseling was de latere bekende schrijver Daniel Adrianus Poldermans onderwijzer aan de openbare lagere school, waarin thans de Open bare Bibliotheek is gevestigd. In 1905 werd de heer Poldermans benoemd tot leraar tekenen aan de Rijksnormaalschool te Goes en al zeer spoedig daarna voor geschiedenis. In 1909 werd hij tot hoofd benoemd van de openbare lagere school in 's-Gravenpolder. Hij was niet aileen zeer muzikaal (hij kon uitstekend viool spelen en zangles geven), maar hij heeft ook veel geschreven, ja zelfs gedichten gemaakt. Bekend van hem is onder andere een tweetal boekjes in Zuidbevelands dialect, getiteld "ZuudBevelandsch Lief en Leed" en "Langs Dieken en Wegen".

Dit was slechts een greep uit de velen, die hun krachten op

velerlei gebied aan hun woonplaats Goes hebben gegeven. Naast de dagelijkse bezigheden werd ook veel werk "pro deo" verricht, ondanks het feit, dat men veel minder inkomen had dan in de huidige tijd. We zullen dit met een sprekend voorbeeld duidelijk maken. Toen D.A. Poldermans onderwijzer was aan de open bare lagere school in Goes, had hij een schraal salaris, want dat bedroeg zegge f 600,-, vermeerderd met f 100,~ voor de hoofdakte en f 50,- voor elke behaalde akte, dit alles per jaar. Hoewel de inkomens aan de lage kant waren, was er over het algemeen bij de mensen meer tevredenheid dan thans.

Ten slotte nog iets over het wapen van de stad Goes. Dit wapen is ingesteld op 31 juli van net jaar 1817. Het is "gevierendeeld I en IV in zilver, 8 op een zijde liggende elkaar de punten rakende blauwe spitsruiten. II en III weer gevierendeeld; 1 en 4 in goud, een zwarte leeuw, 2 en 3 in goud, een rode leeuw; een zwarte schildvoet met een gans van zilver met rode bek en poten; het schild gedekt met een gouden kroon van 3 bladeren en 2 parels."

Het bovenste gedeelte van het wapen is dat van het Beierse huis. Onder de regering van graafWillem van Beieren breidde Goes zich zeer uit en kreeg het stadsprivileges. (K wartieren I en IV Beieren, II en III Henegouwen.) De naam Goes zou, volgens een bestaande legende, ook ontleend kunnen zijn aan de ganzen (of Goezen), die daar veelvuldig voorkwamen. Een zegel uit 1527 toont het wapen, dat wordt vastgehouden door een vrouw die een gedekte beker draagt.

We willen allen van wie we kaarten en/of foto's in bruikleen

kregen, hartelijk dankzeggen. Onze bijzondere dank gaat in dit verband uit naar C.P. Pols uit Zierikzee, J.C. Lindenbergh en J. Meijers, beiden uit Goes, het gemeentearchief van Goes, J. de Ruiter uit Kloetinge en J.C. van Winkelen uit Serooskerke (Walcheren).

Tevens gaat onze dank uit naar hen die ons over de in dit boekje opgenomen foto's uitvoerige informaties gaven: H. Uijl en J.C. van der Valk van het gemeentearchief van Goes, de families Adr. van Dijke en J. Meijers ("De Opril") uit Goes, G.K. Verheule uit Goes en ten slotte C. Harinck uit Kloetinge.

Aan het einde van deze inleiding spreken we de wens uit, dat de oude opnamen uit dit boekje een aangename herinnering zullen zijn aan de jaren die voorbij zijn en die nimmer wederkeren, maar waaraan de herinnering blijft!

Goes in de tweede helft van de zeventiende eeuw. De verdedigingswerken werden tussen 1578 en 1585 naar on twerp van Johan van Rijswijk belangrijk uitgebreid en verbeterd. De muren en poorten werden afgebroken in de negentiende eeuw.

Fotoverantwoording.

Gemeentearchief, Goes: voorplaatje, 1,42,54, 105 en 117.

J.C Lindenbergh, Goes: 2, 3, 4, 5, 6, 13, 14, 16, 17,20,21,22,25,26,27,34,35,39,40,46,49,52, 53,59,61,63,64,65,66,67,68,69,71,74,75, 76,78,79,81,82,83,84,85,86,87,88,89,90, 91,93,95,96,98,101,102,106,108,110,112 en 115.

CP. Pols, Zierikzee: 7, 8, 9, 11, 18, 19,23,24,29,31,33,36,43,47,48,50,51,57,58,70,72,77, 80,97,99,100,103,104,107,109,118 en 119.

J. de Ruiter, Kloetinge: 10, 12, 15, 37, 38,41,60,73,92 en 111.

J. Metiers, "De Opril", Goes: 28, 30, 32,45,55,56,62,94,113,114,116 en 120. J.C van Winkelen, Serooskerke [Walcheren}: 44.

1. We arriveren in Goes op het station, waarvan we op dit plaatje een oude opname zien, Dit emplacement van de spoorwegen werd op 1 juli 1868 officieel geopend. Duidelijk is nog de voetbrug zichtbaar ten gerieve van de passagiers. Het middelste gebouw (hoogste gedeelte) is het oudste gedeelte, waarna aan weerszijden een lager stuk werd bijgebouwd. Toen de voetbrug en de afscheiding tussen de beide sporen in de loop der jaren waren verdwenen, maakten de passagiers gebruik van de uitgang tussen het stationsgebouw en de "waterplaats", zoals duidelijk op de foto te lezen staat. Thans moe ten de passagiers gebruik maken van de enkele jaren geleden gebouwde tunnel. Op het baanvak Goes-Roosendaal reden er in die tijd slechts drie treinen per dag. WeI een groot verschil met de tegenwoordige tijd, waarin heel wat meer treinen Goes passeren.

Goes

Ste1ionswes

2. Vanaf het stationsgebouw komen we hier in de Stationsweg van Goes. Het stationsgebouw is nog juist op de achtergrond tussen de bomen zichtbaar. Deze bomen zijn inmiddels uit het straatbeeld verdwenen en vervangen door andere, lage boompjes. Ook de op de voorgrond staande gaslantaarn en de bruggetjes over de inmiddels gedempte sloot komen niet meer in het huidige straatbeeld voor. Thans heet deze weg de Frans den Hollanderlaan, welke naam de herinnering levend houdt aan de in 1893 te Goes geboren Frans Quirinus den Hollander, die indertijd directeur is geweest van de Staatsspoorwegen.

3. Hier zien we nog een oude opname van de Stationsweg, met aan weerszijden een aantal hoge bomen, dat inmiddels is gerooid en door lagere vervangen. In de tijd waarin deze opname werd gemaakt, waren de paarden als trekdieren nog in gebruik: zij hebben hun sporen duidelijk zichtbaar op het wegdek achtergelaten! Voorheen was dtt een grintweg. De ouderwetse mensen spreken van de "Spoorweg". Voordat men tot de bestrating van deze grintweg kon overgaan, werd het wegdek door een met paarden bespannen ploeg omgewoeld en geegaliseerd, Sinds 1974 is deze weg een 2-baans-weg geworden gescheiden door planten en boompjes thans de Frans den Hollanderlaan.

.r,

Goes. Stattonsweq.

4. Hier kijken we in de Stationsweg vanaf het stationsgebouw. De rijweg is wat breder en de trottoirs zijn smaller dan op de vorige opnamen. De kleine boompjes, die in de plaats kwamen van de grote bomen die in de loop der jaren zijn gerooid, zijn momenteel wei wat groter. Op de voorgrond zien we de spoorlijn van het trammetje, dat de verbinding onderhield met Wolphaartsdijk en Wemeldinge. De woningen aan de linkerzijde zijn omstreeks 1905 gebouwd. Rechts op de hoek staat cafe-hotel "Tivoli", waarin thans de Technische Dienst van de PTT is gevestigd. Op de achtergroml zien we links de toren van de rooms-katholieke kerk en rechts ontwaren we de monumentale Maria Magdalenakerk. Hoewel de sloot is gedempt, komen nog wei de gaslantaarns op deze foto voor!

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek