Grepen uit de historie van Lith

Grepen uit de historie van Lith

Auteur
:   G.H.J. Ulijn
Gemeente
:   Lith
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5804-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Grepen uit de historie van Lith'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

~iIt>"lS'JlOlllllllll_lRIlRIlAllA;~'Ij)j_ll:llRl~'lRIlRIlRI __ ~

.~

Bid l'OO!' de Zlel t.'an Zaligel' Dllll WEL iDUEII GESTUIIGElf IInl

LUCAS ANTONIUS nOKSTART ~

I Ie I~ ?.? a. Q,tlic:iDa Doctor ,1.a cler Gen".k1uuli,. comD11,·.i~ VIII IVoo,.d_On,lnllld.. nur!~mC'e'Ccr ..t.r G.l7,cc:.r. Li,.. oa nij1aru( ?? 0 M41UUJnd;

oter/cden te Lirh , dell 25° Octobcd 840,

I in den oudcrdom ran 75 jaren en ruim 9 maanden.

Heer! 'reea 1liet in Aet regl "'" "lDen diu/laa,': wlJnt flis/JIlJnd ::.al floor ·U on. l.c}u~ldi9 ber:onJet. 100rden tlln ::.ij door l: U (Illn "em flergij[e",i. flan al :oijne .roon-

dIJn flerleena ioorde, fur, RD.,

H bid U aller/ie/stB 1 in de re,. / Oln den 1Iaam ann, RBe'Bn J, C. dal 9ij olle'l uil ee nen tno,ld .prsket. ea Jal er geene r:erdeeldhedeta onder U :oijn; malJr .dat 9ij i)progl in een 9ePoc/en fJereenigd

blij I1("t. I COl, I. 10.

Ger.:.Idigc JOEUII r,ceChcm do ceuwige Tust,

~-tlWtUallta"'_IllIll:tIlllU~Wlll~ Ilij C ??? " Gem«c 0 ?? " ????? c ?? , 11 ??? 4.

Dc Schout , Beambtc "an den Burgcrlijkcn Stand,

~d~-d .~~

6. De Bataafse omwenteling van 1795 vormt een keerpunt in de politieke en staatkundige geschiedenis van Nederland. Eeuwenoude structuren werden in korte tijd vervangen door nieuwe bestuurlijke organisaties. Een van de veranderingen die deze omwenteling met zich meebrengt is de verkiezing van de Nationale Vergadering. Deze gebeurtenis is het beginpunt van een periode vol met staatkundige veranderingen. Op 1 maart 1796 komt de grondwetgevende Nationale Vergadering voor het eerst bijeen en na voltooiing van de grondwet vond op 31 augustus 1797 de laatste bijeenkomst plaats. Een van de 126 volksvertegenwoordigers was de in Lith geboren Godefriedus Dominicus van Hellenberg. Hij werd rooms-katholiek gedoopt op 11 april 1759 als zoon van Henricus Alexander van Hellenberg. Deze was kapitein in het regiment van kolonel Von Todtleben. Op 6 mei 1787 huwde hij te Tiel met Petronella Rink. In de grondwetgevende vergadering vertegenwoordigde hij het district Druten.

De hierbij afgebeelde Godefriedus D. van Hellenberg was in de periode voor 1795 net als zijn vader militair. Hij is officier in zowel Pruisische als weI in Hollandse dienst geweest. Na de omwenteling van 1795 bekleedt hij een aantal openbare ambten. Zo is hij opperdirecteur van de dijken, in de periode tussen februari 1795 en juni 1796. Ook was hij rechter en dijkgraaf te Tiel en Zantwijk (1795-1802), lid van het ambtsbestuur en van de dijkstoel van de Nederbetuwe (1802-1811). Ten tijde van de inlijving van ons land bij het Franse keizerrijk is hij lid van de municipaliteit van Tiel. Tot zijn overlijden op 22 maart 1817 te Tiel is hij lid van de gemeenteraad aldaar.

7. Op de voorgaande bladzijde zagen we dat door de grondwetgevende Nationale Vergadering op 31 augustus 1797 een door hen ontworpen nationale grondwet werd gerealiseerd. Voordat deze Nationale Vergadering bijelkaar kwam, werd overeengekomen dat men anderhalf jaar zou werken aan een grondwet en dat daarna het Nederlandse volk over die grondwet mocht stemmen. Op 8 augustus 1797 mocht men zijn mening over "het dikke boek" geven; we zien hier de oproep voor die stemming.

Omdat er maar weinigen echt tevreden waren werd de grondwet afgestemd; ook Lith stemde massaal met 108 stemmen regen en 0 stemmen voor. Er werden diverse andere vergaderingen belegd en die bewerkstelligden dat er bij de verkiezingen op 27 april 1808 een grote meerderheid voor stemde. Ook in Lith waren 138 stemmen voor en 22 stemmen tegen.

Het stemmen zelf gebeurde in die tijd op een andere wijze dan nu, we zagen dat al eerder in dit boek, toen de stemming "rotsgewijs" gebeurde. In 1803 rapporteerde de schout civiel J.E. de Vrij aan het departementaal bestuur van Brabant dat op de derde dinsdag van april in Lith en Lithoyen de stembiljetten en de lijsten van de stemgerechtigden waren rondgezonden. Hij verontschuldigde zich dat dat niet eerder was gebeurd, maar de drukker had de biljetten niet eerder afgeleverd. Deze werden in verzegelde bussen afgeleverd, waarna de stemopnemers naar de raadkamer gingen om deze bussen te openen. Bij de telling bleek dat met volstrekte meerderheid tot afgevaardigde voor de Grondvergadering in Veghel, de burger Piet Jan de Goey was gekozen. Ais reserve werd Ruth Romeijnders gekozen. Er werd .Jangs de deur gestemd".

Dc BUR GE R

Wordt als apparcntc Stcmgcrcchtigdc .? ingcvolgc de Proclamatic dcr Nntionaalc Vcrgndcring , van den ~:. Juny 1797, opgcTOCpCll, tcgcns Dingsdag den "8 Augustus 1797, des

tell uurcn. .

-

om , conform gcmeldc Proclamatio , zync Stem nit te brengen , over hct nannCCI11Cn of vcrwcrpen vnn bet Ontwcrp van Conftitutic ? by gcmclde Natioll:talc VC1gad~ring', op den 30 Mey 1797 zcarrcttccrt , en zulks 111Ct .14.. of Neell,. op die vyzc by het Rcglcmcnt voor de Nationaalc Vcrgadcring voorgefchrccvcn,

A&um

den

Augustus 1797-

8. Zoals in iedere oorlog het geval was, waren ook de Franse soldaten afhankelijk van de middelen die de lokale bevolking had. Voedsel voor de militairen en hun paarden werden gevorderd. In de Franse tijd werd met assign at en betaald. Deze betaalbewijzen konden aIleen bij de Fransen besteed worden; als geld waren ze dus waardeloos. Dit hadden de inwoners van Lith ook in de gaten en zij beklaagden zich bij het gerneentebestuur, die de assignaten verzamelde en deze op 13 november 1798, in een grate zak, naar het adrninistratief bestuur van het voormalig gewest van Bataafs Brabant bracht. Er werd een lijst aangelegd van de ingeleverde assignaten: Cees van de Graaf 31-5, L. van BoekeI16-5, F. van der Borght 7692-10, J.D. van Lieshout 18-0, G. Verschuure 5-0, A.D. van der Heyden 970-15, A. de Heselaar 874-5, P.G. Schuylenburg 15-0, V. de BijI35-5, D. van Heck 195-5, A. Looymans 191-15, G. Bayens 70-5, P.J. van Heck 25-10, J. Potdoor (uit naam van aIle schippers) 3780-0, Fr. Ulijn 401-10, A. van Linden, H. van den Boogaard, P. Piek 74-10, J.P. de BijI12-1O, M. Verhoeven 97-10, de wed. J. Biekens 245-5, F. van den Boogaard 6122-0, J. van Uden 12-0, A. van Kessel 306-5, J.G. van Maaren 2-15, A. Verschuure 56-15, J.P. van Grinsven 260-5, J. van den Berg 13-15, A. Evers 80-0, L. Schouten 21-5, M. van den Boogaard 137-10, A. de Bijl 104-15, F. van Hooft 29-15, H. van Oploo 133-15, F. van Vugt 60-5.

9. De drama's die de Beerse Maas heeft veroorzaakt zijn veelvuldig beschreven. Jaar op jaar zorgde "de Beers" voor overlast en vaak voor mislukte oogsten. Het was daarom een zegen dat Rijkswaterstaat een miljoenenplan ontwierp, aanbesteedde en uitvoerde. In 1936 was het karwei geklaard en was de oorzaak van het probleem, de betrekkelijke smalle rivier die de grote watertoevoer van de bovenloop niet kon verwerken, aangepast. De vele, veelal scherpe bochten waren "gestroomlijnd". Het waterschap "De Maaskant" werkte daar krachtig aan mee, door de bouw van zware gemalen en andere werken tot het watervrij maken van de streek. Men was zich echter ervan bewust dat de voornaamste reden van het watervrij maken, het geschikt maken van de kanalisatie van de Maas was. We zien op deze foto heel duidelijk de Lithse situatie, die vanuit de lucht de afsnijdingen duidelijk laat zien. Tot dat doe 1 werd het Maasverbeteringsplan van dr. if. Lely ontworpen. Dit hield in dat de Maas tot Grave gekanaliseerd zou worden. Dit werk werd door de voltooiing van de stuwbrug aldaar beeindigd.

De uitvoering van deze werken werd opgedragen aan de ingenieurs J.H. de Vries, H. van de Veen en P.P.H. Janssen, allen uit Nijmegen. Bereikt moest worden dat het aangevoerde water met "vaart" naar de zee werd afgevoerd. In periodes dat het water hoog was zou dat een groot voordeel zijn, maar een groot nadeel bij droge zomers. Dan zou er erg weinig water afgevoerd worden. Dat was niet aileen lastig voor de scheepvaart, want de Maas werd dan een smal "riviertje", maar zeker ook voor de omliggende landerijen, die dan zouden uitdrogen.

10. Om te voorkomen dat door de Maaskanalisatie de waterstand van de Maas niet meer in de hand te houden was, moest men deze waterstand "helpen". Men moest maatregelen nemen om de waterafvoer te rege!en. Enerzijds bij veel water bevorderen en anderzijds bij weinig water stagneren. De lage waterstanden zouden kunnen worden geregeld door de Maas te verbreden en verdiepen. Daar was vee! materieel zoals zandzuigers en baggermolens voor nodig. Voordat men echter met deze werkzaamheden kon beginnen moest eerst een tweetal stuwen worden gebouwd.

In 1927 was die van Grave voltooid en in 1936 volgde de hier afgebeelde stuw van Lith. Door de stuw bij Lith kon het waterpeil tot het peil van 5,80 meter plus NAP worden opgevoerd. Schepen van 20 ton konden toen ook de Maas bevaren. De stuw van Lith kostte de staat f 650.000 gulden. De treftorens verhieven zich meer dan twintig meter boven het polderlandschap. In deze torens bevinden zich de hijsinrichtingen die de vier stuwklappen van elk 275.000 kilo opheffen, of tot de bodem van de rivier laten afdalen. De bouw van de stuw, die in 1934 begon, is uitgevoerd door 2000 arbeiders en weI in het kader van de werkverschaffing. Samen met de Maaskanalisatie werden in 1940 de werkzaamheden afgerond. De Maas was met 19 kilometer verkort en er was 40.000.000 kubieke meter grond verzet.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek