Grepen uit de historie van Lith

Grepen uit de historie van Lith

Auteur
:   G.H.J. Ulijn
Gemeente
:   Lith
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5804-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Grepen uit de historie van Lith'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

11. Steeds weer was het wassende water de oorzaak van veelleed in Lith. Op deze afbeelding zien we het hoge water tot bij het protestante kerkje staan. De foto is uit omstreeks 1880. Toen was het nog niet zo lang geleden dat in 1855 en in Lith zeven mensen waren verdronken. Op 4 maart van dat jaar werd door het hoge water de dooiende ijsmassa in beweging gezet. Een zandaak werd daarbij verbrijzeld. Het gerneente- en polderbestuur zagen het gevaar nog niet direct in. Het ijs kruide zorgwekkend en verhief zich boven de dijk uit. De inwoners werden volkomen verrast en bij gebrek aan materiaal en gereedschap werkte eenieder voor zich. 20 ook de predikant van Lith dominee Krol en zijn zoon, die samen met de buurtgenoten zo goed en kwaad als mogelijk was de protestantse kerk met bekistingen beschermde. De doorbraak was echter onvermijdelijk en omstreeks 4 uur 's nachts bezweek de dijk. Meteen werden vier huizen door de kracht van het water weggeslagen. Meedogenloos sleepten de ijsschotsen mee wat in hun weg kwam. Dertig huizen en een schuur in de Lieve Vrouwenstraat werden weggespoeld. Er was geen huis in Lith dat niet was beschadigd, bomen verpletterden schuurtjes. Kortom, het was een chaos van jammer en ellende. Het gezin van Roelof Ventel werd met huis en al in de golven geslagen. Hij bewoonde met zijn vrouw Petronella van Rosmalen, zijn blinde schoonmoeder Helena van Os en zijn drie kinderen Johannes, Martinus en Leonardus een huisje in de Lieve Vrouwenstraat. Gelukkig werden zij gered door een aantal redders die we in dit boek tegenkomen.

12. Dat het dokter zijn in een Maasdorp problemen met zich meebracht, laat deze foto uit 1925 duidelijk zien. We zien dokter Wiegersma tijdens de watersnood van dat jaar, dat voor de Maasdorpen rampzalig was. Het is bekend dat dokter Wiegersma niet voor een kleintje vervaard was; men hoeft maar aan Tjerk van Taeke uit "Dorp aan de Rivier" te denken. We zien hem hier, hoogbejaard, in een roeiboot op weg naar een patient in Lithoyen.

Door de eeuwen heen heeft de Maas voor veel schade aan bezit en gewas gezorgd. Zo was de schade in 1800 in Lith bijna 15.000 gulden, voor die tijd een erg groot bedrag. In 1855 kon men weer van een waterramp spreken. Zeven personen kwamen om en een aantal inwoners werd uit hun benarde posities bevrijd door inwoners uit Lith en Lithoyen. Koning Willem III verleende aan de redders een zilveren medaille. Dit waren: A. Nefkens, W. Schuylenburg, J. van Dinther, G. Romeinders en J. Dijkhoff (Lithoyen).

In het land werden inzamelingen gehouden om de getroffenen te helpen. A. van den Heuvel, priester en leraar te Ravenstein, gaf een boekje uit met een gedicht over de waterramp. Over Lith schreef hij het volgende gedeelte:

Te Lith is dam en dijk bezweken En jaagt een ijsberg door het veld. Is 't wonder, dat ik andre streken, Niet op mijne zwakke tier vermeld?

Te Lith, niet ver van hier aan d'eigen zoom gelegen Der trouwelooze Maas, die wij hier lief gekregen

En uit een dankbare borst straks hadden blij gegroet;

Te Lith is dam en dijk aan 't zwoegend volk ontzonken. Een onafzienbre beemd met mensch en vee verdronken, En menig hecht gebouw verzwolgen in den vloed

13. De rooms-katholieke kerk heeft in Lith altijd een belangrijke plaats ingenomen. Reeds voor 1100 heeft er in Lith een roorns-katholieke kerk bestaan. Van oudsher berust het patronaat van de Lithse kerk bij het kapittel van Luik. Tijdens de reformatie werd de kerk door de protestanten "ontheiligd", zodat bisschop Masius op 26 juni 1613 de kerk opnieuw zegende. Bij de Vrede van Munster, in 1648, werd de hervormde godsdienst door de Staten-Generaal als staatsgodsdienst ingevoerd. De katholieken van Lith hadden echter een groot voorrecht, omdat de heerlijkheid Lith aan het bisdom Luik toebehoorde, waar de uitoefening van godsdienst geeerbiedigd moest worden. Dit voorrecht duurde niet lang, want bij het tractaat van 18 augustus 1671, tussen de Verenigde Nederlanden en de bisschop van Luik werd Lith in ruil afgestaan. Toen werden ook hier de verbodsbepalingen van kracht.

Op het eind van de zeventiende eeuw kreeg men echter toe stemming van de Staten Generaal om een schuurkerk te bouwen. Deze stond ongeveer op de plaats waar nu de katholieke kerk staat. Met de inval van de Fransen kwam er wat godsdienstvrijheid. Op 4 februari 1796 besloot de Lithse municipaliteit dat men voortaan weer de klok mocht luiden. In 1798 kwam er een staatsregeling waarin werd besloten dat het grootste kerkgenootschap de kerk terug zou krijgen. Er waren in Lith 989 katholieken en 62 hervormden. De katholieken mochten hun kerk terugvorderen, maar gebruikten deze niet omdat deze te klein en slecht onderhouden was. In 1803 huurden de hervormden de kerk weer van de katholieken. De katholieken verbeterden hun kerk steeds en in 1841liet pastoor Kemps de kerk geheel vernieuwen. Toch besloot het kerkbestuur am in 1898 de kerkproblematiek geheel aan te pakken en werd een geheel nieuwe kerk gebouwd. Het is de kerk die nu nog Lith siert en op deze ansicht uit 1923 staat afgebeeld.

14. Rond 1784-1785 werd de schuurkerk van Lith met de pastorie verbonden. Deze was destijds 11,35 m lang en 12,50 m breed. Bij de pastorie stond een schuurtje dat in 1832 ongeveer 35 m? groot was. In 1832 werd na vee! tegenwerking van het gemeentebestuur op de pastorie een torentje met klok geplaatst. Anno 1841 werd de pastorie gebouwd, waarbij de fundamenten behouden bleven, alsmede de oost- en zuidmuur tot een hoogte van ongeveer 3 m.

Op deze vernieuwde pastorie, die onder een dak zat met de waterstaatskerk van 1841, werd weer een torentje aangebracht. Ret schuurtje bij de pastorie werd in 1841 verbouwd en ongeveer 3112 meter langer gemaakt. De lengte was toen 9 meter en de breedte 7 meter. De schuur bij de pastorie werd in 1849 met ongeveer 7112 m verlengd en ingericht als washuis, bergplaats, paardestal en koetshuis. Bijgaande tekening laat de situatie van de kerk en pastorie in 1849 zien. De cijfers hebben de volgende betekenis: 1. voorkamer, waaronder kelder; 2. kast; 3. keldertrap; 4. zaal; 5. gang; 6. spreekkamer; 7. keuken; 8. bordes, halverwege de trap naar de zolder, daaronder kasten; 9. sacristie; 10. bergplaats voor kerkgoederen; 11. schuur waarin washuis, bergplaats, paardestal en koetshuis.

11

r 9

.

6

15. Op deze bladzijde zien we drie pastoors die tussen 1860 en 1918 voor het zieleheil van de Lithse parochianen hebben gezorgd. Links zien we pastoor Cornelis Johannes Sprengers. Hij werd op 1 oktober 1815 te Heusden geboren. Op 10 mei 1860 werd hij tot pastoor van Lith benoemd, wat hij tot zijn dood op 7 juli 1891 bleef. Op de middelste foto herkennen we Josephus Paulus Borsten. Hij werd op 1 mei 1847 te Tilburg geboren. Voordat hij als pastoor in 1891 naar Lith kwam, was hij pastoor van Haaren. Tot het jaar 1895 bleef hij pastoor van Lith. Rechts zien we pastoor Petrus Jacobus van Hassem. Op 2 november 1851 zag hij te Sambeek het levensJicht. Tot priester werd hij gewijd op 22 mei 1875d. Voordat hij pastoor van Lith werd, was hij professor van het semenarie "Beekvliet" in Sint Michielsgestel. Voorts was hij kapelaan in Zeeland en in Tilburg (parochie Korvel). Vanaf 19 juni 1895 tot zijn dood op 30 september 1918 was hij pastoor te Lith.

Pastoors die deze pastoors voorgingen waren, voor zover bekend: Johannes van Oss 1394-1431; Theodericus van Rethem 1445-1489; R. de Ruelingen 1489-1460; Gerardus Gerardi Muyken, alias van Kessel 1460; Johannes Houtboeck en Johannes de Molendino alias Multaris 1460-1464; R. Borman 15??; Godefridus Walrami van Erp 1556-1566; Joannes Colff 1571-??; Henricus Smits 16??; Henricus Allaerts; Godefridus de Vries 1670-1673; Henricus Clingh 1673-1704; Stephanus Veughts 1704-1716; Joannes Franciscus van Door 1716-1724; Henricus Peymans 1724-1754; Henricus van Gerwen 1798-1818; Arnold Franciscus Moors 1818-1826; Joannes van Krey 1826-1837; Arnoldus Antonius Kemps 1837-1860.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek