Grepen uit de historie van Lith

Grepen uit de historie van Lith

Auteur
:   G.H.J. Ulijn
Gemeente
:   Lith
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5804-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Grepen uit de historie van Lith'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

21. Onderwijs is een zaak van voortdurende zorg, dat staat altijd in de toelichting van het ministerie van Onderwijs. Ook in Lith was dat vroeger (en nu nog) het geval. Sedert lange tijd zijn er door de gemeente benoemde en betaalde onderwijzers geweest. Zij zorgden ervoor dat men leerde lezen en schrijven. Dat men daar maar gedeeltelijk in slaagde getuigt onderstaand schema uit 1796, waarin wordt vermeld welke volwassenen konden schrijven ... of niet. Ter vergelijking is een aantal andere darpen van de huidige gemeente Lith meegenomen.

plaats schrijven schrijven
]a nee
Lith 124 140
Maren 79 44
Kessel 43 24 In 1798 was voor Lith dit getal gewijzigd in 128 volwassenen die konden schrijven en 49 die dat (nog) niet konden; toch in twee jaar tijd een hele verbetering.

Het was moeilijk om de onderwijzers te houden. Zo verdween in 1807 plotseling onderwijzer Van der Heyden en ging naar Waardenburg. Men wilde graag Jan Francis de Greef aanstellen, maar de in 1776 benoemde onderwijzer Adrianus Henricus Rombout was met pensioen en dat moest ook doar de gemeente betaald worden. Mede daardoor was het onderwijsbudget niet groot. Verder moest men ook voor het onderhoud van de school zorgen, getuige dit aanbestedingsbiljet uit 1809.

I,

?~

, SUP P LET 0 I R.- Z E GEL. ingevoIge Decreet van Zijn~ Majefi:sit den ,K-ening, In dato den I7de~ nn

Grasmaand 18Q9A NO.1. .

dienende t3t »e U ~ Ye../~

~~~-~~ '~dife~~~

#~U4-~ J!-~/~£r ey!/~d/¢-v~ ~~

?~ ,

. ~

1.;' ?

22. In 1874 was de Lithse pastoor Sprengers, financieel gesteund door de weduwe P. van Heck-van den Bergh, begonnen met het bouwen van een liefdesgesticht. Snel daarna werd gestart met de bouw van een school. De zusters Franciscanessen van de Onbevlekte Ontvangenis der Heilige Moeder Gods te Veghel zouden de lessen gaan verzorgen. In 1878 werd na veel vertraging "de bouw" opgeleverd en kon op 11 oktober van dat jaar "de bewaarschool" beginnen. Zestig kleuters vonden er onderdak. De lagere school begon op 25 oktober 1878 met 70 meisjes haar lessen.

Na enige verbouwingen en aanpassingen werd in oktober 1920 besloten om nieuwe scholen te bouwen. Men ging met de tijd mee, want op de bewaarschool werd met frobelonderwijs begonnen. In het patronaat werd voor de jonge vrouwen een naaischool opgericht. Het was oktober 1925 voordat de nieuwe bewaarschool betrokken kon worden. Gestaag ging dit onderwijs door en bouwde men het uit. In 1944 werd de bewaarschool door 78 kinderen bezocht en telde de naaischool 20 leerlingen. Naast de lesgevende taak, aan meisjes en kleuters, hielden de zusters zich ook be zig met sociaal en charitatief werk.

Zo begonnen de toen zeven aanwezige zusters ook met de verzorging en verpleging van oude lieden. Op 4 oktober 1880 werd de eerste oude man aangenomen, die blind was. Dit was de eerste bewoner van het klooster. Op 1 januari 1944 waren er 39 verpleegden aan de zorg van de zusters toevertrouwd. In 1916 werd begonnen met de wijkverpleging, waarvan (bijna) aile gezinshoofden lid of donateur werden. Dat dit in een behoefte voorzag blijkt uit het feit dat in 1943 door de wijkzuster 1603 bezoeken werden afgelegd. De afgebeelde ansichtkaart dateert van ongeveer 1900.

LITH.

Klooster met School.

23. Op deze afbeelding zien we het notarishuis in de jaren dertig. Dit huis is in de film "Dorp aan de Rivier" als doktershuis gebruikt. Het is uniek dat zo'n kleine plaats als Lith al zeker sinds 1667 een eigen notaris heeft gehad. Vanaf die tijd werden testamenten, openbare verkopingen, boedelscheidingen, eigendomsoverdracht en huwelijkse voorwaarden door de notaris geregeld en vastgelegd.

De onderstaande notarissen hebben in Lith geresideerd: 1667-?? Matheus de Leeuw; 1679-1685 Ansem Cuypers; 1681-1702 Johan van Nouhuys senior; 1727-1739 Johan van Nouhuys junior; 1778-1805 Pieter Benjamin Papo; 1813-1826 mr. Dirk Luycx van Breugel; 1827-1832 Johannes Martinus Bles; 1833-1841 Carel Martinus Frijlinck; 1842-1880 C.H. Frijlinck; 1881-1913 W.F. Frijlinck; 1913-1924 F.H.J.J. Suys; 1924-1947 H.B.J. Leemans.

In 1947 wordt de standplaats Lith omgezet naar vestigingsplaats ass, maar de standplaats Lith blijft gehandhaafd. De notarissen die standplaats Lith, gecombineerd met vestigingsplaats ass, hebben bezet zijn: 1947-1956 H.B.J. Leemans; 1956-1975 A.C.Th. Reyt; 1975-?? J.M.G.M. Roosendaal.

24. Op deze afbeelding zien we een klein gedeelte van de handelsvloot van Jansen Boten zoals die er in 1927 uit zag. De gehele vloot bestond in die jaren uit 52 schepen en was daarmee een van de grootste van het land. De schepen lagen vanwege het 50-jarig jubileum versierd aan de loswal van Lith.

De Maas heeft altijd een belangrijke factor in de Lithse economie gespeeld. De middenstand heeft altijd voor aanpassingen en verbeteringen geijverd. Zo ook de kolenboer Jacobus Potdoor, die in 1805 in Lith de "steenkoolnegotie" uitoefende. Dat deed hij gedurend meer dan twintig jaar in Lith en voor die tijd in zijn geboorteplaats Venlo. Hij noemde zichzelf gespecialiseerd in de "Luykse steenkoolen". Na veel ploeteren was hij erin geslaagd "een klein bestaan voor zijn niet talrijk huisgezin" te hebben. Op 18 december 1805 bepaalde het Bataafse Gemenebest dat de belastingontvanger de voorraad op moest nemen. Tengnagel, die toen ontvanger was, talmde niet en constateerde dat Potdoor 34 hoed steenkolen in voorraad had. Hij eiste dat Potdoor per hoed 11 gulden invoerbelasting moest betalen. Potdoor stelde dat hij zonder schuld die steenkolen in voorraad hield omdat ze nergens anders opgeslagen konden worden, want Lith kende geen losplaats of magazijn. Hij stelde dat er aIleen belasting verschuldigd was als Lith ook de steenkolen onder hun verantwoordelijkheid in een magazijn deponeerde. Ais hij dan kolen no dig had zou hij per hoed de verschuldigde belasting betalen. Het gemeentebestuur beloofde om aan de minister van Financien een verzoek te doen om net als in Leur bij Breda een losplaats en magazijn te mogen oprichten.

25. In Lith op de Molenbelt stond de gedrongen stenen windmolen die van 1677 dateerde. Getuige de hierbij afgedrukte advertentie uit 1777 werd in die tijd de molen door de eigenaars verpacht aan de meestbiedende. De eigenaars hadden obligaties die klaarblijkelijk verkocht werden, zodat ook buitenstaanders profijt van de opbrengst konden hebben. In 1806 was Albertina Smits, de weduwe van Gijsbert van Drunen, de eigenaresse van de wind- en korenmolen van Lith. Zij was dit samen met haar zoon Pero van Drunen, die de molenaar was. In dat jaar was Cornelis Paaimans knecht op deze Lithse molen.

In oktober 1827 ging de korenmolen van Lith in vlammen op. Het enige dat gespaard bleefwas het molenhuis. Dit was een grote strop voor de toenmalige eigenaar Jan de Goey. Vlak daarna werd de huidige molen "Zeldenrust" gebouwd. Deze ronde stenen bergkorenmolen is een zogenaamde bovenkruier met molenberg. Het wiekenkruis bestaat uit ijzeren roeden. De vlucht van de wieken is 24,90 meter. De as is van gietijzer en heeft een lengte van 4,91 meter en dateert van 1863. Op de kap bevindt zich een sierIijk uitgevoerde gesmeden windhaan, die is uitgevoerd in de vorm van een lepelaar. Aan de voet van de spil van de windvaan is in smeedijzeren cijfers het jaartal 1907 aangebracht, hetgeen op een restauratiedatum kan wijzen.

In het boek " Dorp aan de Rivier" komt deze molen veelvuldig VOOL

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek