Groesbeek in oude ansichten deel 1

Groesbeek in oude ansichten deel 1

Auteur
:   G.G. Driessen
Gemeente
:   Groesbeek
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5812-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Groesbeek in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

29. De fanfare Wilhelmina is opgericht in 1898. Een groepje ondernemende jongelui, dat het niet langer kon verkroppen, dat om dorp geen eigen muziekgezelschap had, ging zich onder lei ding van de heer G. Th Michels, gerneenteontvanger en organist van het kerkkoor, toeleggen op de studie van muzieknoten. Michels deed nog meer. Hij financieerde de aankoop van achttien muziekinstrumenten. Er werd overleg gepleegd met de Musikverein uit Cranenburg, die terzake kundig, de instrumenten bestelde. Op de foto van 1911 staan van links naar reclus: W. Wcijers, S. Hagemans op de grond, G. Faassen, J. Hagernans, J. Michels, H. Ostendorp, J. Hagemans; zittend: W. den Doop, A. Thewissen, L. Weijers, M. Hagemans, F. van Bernebeek, H. Ostendorp, J. Nillessen met de grote trom, Kuilaarts, A. Ostendorp, T. Cillessen, K. H agemans, K. Hagemans, B. Faassen, J den Doop, J. Nas.

30. De fanfare was natuurlijk present bij de bruiloft van haar president F. van Bernebeek en Theodora Jacobs in 1918. Het bruidspaar verlaat hier de oude kerk. Het pand rechts is het gerneentehuis. De eerste voorzitter van de fanfare was A. Ostendorp, in 1913 opgevolgd door F. van Bernebeek. In 1949 werd hij opgevolgd door R. Driessen. In 1958 werd de voorzittershamer opgenomen door F. van Bernebeek (den drukker) die hem ook thans nog banteert. De muzikale leiding kwam na G. Michels in handen van A. Thewissen, die weer opgevolgd werd door R. Driessen. Reinier, die als jongen van 12 jaar bi] de fanfare kwam, was zeer muzikaal en heeft tot aan zijn dood, op 1 februari 1963, geweldig veel voor de fanfare gedaan.

31. Ret interieur van de oude kerk. Naar aanleiding van de Reformatie, het vertrek van de pastoor en het overnemen van de kerk lezen wij het volgende: "De godsdienstvervolging was te Groesbeek minder drukkend, daar men te Mook en te Wyler troost in de godsdienst kon vinden. Eerst bij de inval der Fransen in 1672 kreeg Groesbeek weer ter plaatse een pastoor en gelukte het een kerkschuur te openen." De pastoor was Th. Tendam. In hetjaar 1727 telde Groesbeek vierhonderdvijftig communicanten en geen protestanten. Nadat nogvier pastoors hun ambt hadden uitgeoefend, werd in 1808 J. A. van Mook benoernd. De oude archieven geven een duidelijk beeld van zijn onvermoeibaar streven om een nieuwe kerk te stichten. De vervallen schuur was drieenveertig voet lang en eenendertig voet breed, en kon nog niet de helft der gelovigen bevatten. In 1821 waren het er zestienhonderdzesendertig. De pastoor schreefvele rekesten naar de koning enmaakteveleplannen. Op 14 april 1831 overleed hij. Op 3 juni 183l besloot de regeringf 9.000,- beschikbaar te stellen; drieenrwintigjaar na het eerste verzoek en drie maanden na zijn dood.

32. De nieuwbouw van de kerk in de Pannenstraat (1920). Pastoor Van Mook werd opgevolgd door J. van Oss. Onder zijn leidingkwam de nieuwe kerk in 1833 gereed. Nauwelijks waren twee jaar verstreken of het gebouw werd door een geweldige storm zwaar besehadigd. De kerk werd in 1837 herbouwd. In 1868 waren de gelden bijeen voor uitbreiding van de kerk. Er werden twee zijbeuken aangebouwd. Eind 1912 kwam pasto or J. M. Rovers, die als een legendarisch man de geschiedenis in ging. Hij had de plannen voor de nieuwe kerk klaar, doch door de Eerste Wereldoorlog kon dit nog niet worden uitgevoerd, Hij wilde o.a. geen gelden accepterendie door smokkel verkregen waren. Door geweldige financiele offers van de bevolking kon de kerk in 1922 in gebrui k genomen worden, en werd in 1924 door mgr. Diepen ingewijd. De opvolgers van pastoor R overs waren de pastoors P. van Stiphout, M. Pijenborg en thans Swinkels.

33. Opde achtergrond het Hollandse klooster in de Kwadestraat. Pastoor Rovers plaatste een kruis op de plek waar het altaar gebouwd moest worden; links van hem kapelaan Van der Horst, rechts kapelaan R. van Oort. De b ouwvakkers voor zover bekend, van links naar rechts: Reinier Driessen, Jan Cillessen, de vierde man: Rein Groning en de zesde: Jan Pauwels. Boven naast de paal zien we Dorus Vissers en rechts daarnaast De Bruin (de "kalksnor"). Verder naar rechts met vlinderstrik Jan Hageman. Links, op de tweede rij, staat allereerst Grad Kersten (de "zoere") met Wim Jansen (Wirn .amt de kor"), zeer bekende opperlui uit diedagen. Voorts hebben ernog Duitsetimmerlieden aan de bouw gewerkt. De kerk werd gebouwd naast de oude kerk. Na de sloop van de oude kerk werd op die plaats de pastorie gebouwd.

Cafe-Restaurant J. H. Wijers. Groesbeek

34. Dit was het bekende cafe met zaal "Kerkzicht". Na de oorlog werd het verbouwd tot het elektrotechnisch bedrijf van F. Verhey. In de nabijheid van dit huis ontstond de ramp, waarvan de volksmond nog spreekt als van "den grooten brand van Groesbeck". Zo lezen wij in oude aantekeningen: " Op de straat stond voor de oude kerk een hooge oude lindenboom, die de kerk bevrijdde van de vernielende vlammen, toen tengevolge van een verschrikkelijk onweder in denjare 1828 den 18 Julij des nachts omstreeks II uur een hevige brand uitbarsste en II huizen in de asch legde. Ret onweder kwam op in het N.O. en dreef naar het Z.W.; de blixern.sloeg op het huis van C. Gietman en terwijl de wind hevig woeide, sloeg vuur en vlam op huis en huis en alles verbrandde."

Or:oesbeek, Pannenstl'aat. 12. - $ - (I f

J:,~

... Cid ~. I:..ll.;~~:" J1, ~O ~ Z3.'J.nJt

35. De Pannenstraat, toentertijd oak wei genoemd "de Kerkk lef". Op kadasterkaarten uit 1760 stond langs deze weg geen enkel huis aangegeven, In 1803 verscheen het eerste huis. Dit had net als aile huizen die hier later gebouwd werden een pannen dak, terwijl elders in de plaats meestal stro werd gebruikt, Aan dit feit dankt deze straat zijn naam. Het is een rnooie straat met veellindebomen. Links staat het huis van W. Weijers, dat door blikseminslag afbrandde. Daarachter het huis van H. Wijnhoven, waar nu de schoenfabriek "Sneellwwitje" gevestigd is. De man op de foto gaat gekleed in typische boerenkleding uit die tijd. Rechts de woningvan molenaar J. Jochijms.

36. Vanaf de Mooksebaan kijken wij op de Zuidmolen, gebouwd in 1867 door J. Heijnen. De eerste molenaar was J. Bodenstaff, tot 1894. Toen werd de molen gekocht door Jac. Jochijms uit Beuningen. Lange tijd mocht er in de buurt van de molen niet gebouwd worden vanwege het c, windrecht" van de molenaar. In 1920 werd de zware Harley-motor van dokter Beijns in de molen geplaatst. In 1924 en 1947 werden bij zware storm kap en wieken van de molen vernield. De molen is nog steeds in het bezit van de familie P. Jochijms. In het huis links op de hoek was slagerij Siepman gehuisvest, nu slagerij De Vocht. Rechts van de molen woonde Th. Arends, de eerste elektriciteitszaak, Tevens was hij bode voor het vervoer van goederen van en naar Nijmegen.

ffiooksche j3.aart·

37. Verder was er nog geen bebouwing langs de Mooksebaan. Alleen op de hoek van het Mooksestraatje stond een huisje, "de drie Mieten" genaamd. Het werd bewoond door een zekere W. Hermans, beter bekend onder de naarn "de Boanenschraper". Deze man had de taak de zand- en grindwegen begaanbaar te houden door de kuilen in de weg dicht te "schrapen". Voor het huis links staan de vijf lindebomen, waaronder een bank stond, eerst een houten, later de "keienbank". Bij mooi weer werd er wel eens repetitie gehouden van een mannenkoortje onder leiding van de heer Bosker.

38. Het interieur van de meeste woningen was als op bovenstaande foto. Een dekenkist, daarnaast de potkachel en natuurlijk de fornuispot, "den bruspot". Een oven om brood te bakken en een karnton. De waterpomp zal wei buiten gestaan hebben, of schoon die bij veel huizen in de keuken of op de dee! stond. De verlichting gebeurde met petroleumlampen en kaarsen, De bedstee zal hier wel in het voorhuis gestaan hebben. In het achterhuis lag meestal een lemen vloer en in de keuken rode "aasters". In de woonkamer lag een planken vloer. 's Zaterdags kwam Ollie Janaan de deur om witzand te verkopen. Met dit zand werden dan figuren ofbloemmotieven op de vloer gestrooid als versiering. De huizen werden in 1917 voorzien van elektrisch licht en in 1928 werd de waterleiding gelegd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek