Groesbeek in oude ansichten deel 1

Groesbeek in oude ansichten deel 1

Auteur
:   G.G. Driessen
Gemeente
:   Groesbeek
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5812-1
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Groesbeek in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

59. Bovenstaande foto is, evenals de volgende vijf, gekopieerd uit een Katholieke TIIustratie jaargang 1916. Men kijkt links op "Den Dries". In het huis woont Jan Wijers (den Bu!) en naar rechts op de "Hord" wonen: Gerrit (de Foeks), Janssen (Tieskes-Toon), Pet Jacobs (de Kuukse), Jan Eemers (zien Get), Det Janssen (van Hendrik). In het jaar 1882 bezocht de schrijver J. Craandijk ook Groesbeek en wij lezen; "Op de Stekkenberg hebben velen nog de armzalige stulpen in de grond uitgegraven kuilen gekend. In het dorp witte en gele woningen met rieten daken. Ook een paar grate boerderijen. Het gehucht de Grafwegen met landelijke hutten tussen bosjes en hagen. Zonderling lopen er de grenzen. De bodem is arm en het wild beschadigt de schamele oogst. De bezembinderij maakt niet licht iemand rijk ook al steelt hij de hei",

60 Wij vervolgen met Craandijk; "Er zijn veel smokkelaars en stropers. Toezicht is onmogelijk, Het is een genot de ambtenaren te misleiden en te ontkomen. En in de herberg te kunnen vertellen van geslaagde ondernerningen, vermetele tochten, van vernuftig uitgevonden vondsten, terwijl het met levensgevaar gewonnen geld zorgeloos aan slechte jenever wordt weggeworpen. En de gevierde held zich argeloos door zijn bewonderende kameraden laat plunderen. Dit is de vloek van de grensbewoner dat hun bedrijf geen welvaart kweekt rnaar verwildering". Aldus J. Craandijk in 1882 in .. Wandelingen door Nederland",

61. De meeste arbeiders waren werkloos. De kleine landbouwers leidden een sober bestaan, omdat ze niet konden leven van de opbrengst van het land. Bovendien hadden ze geen opleiding genoten. Tijdens de hooien oogsttijd moesten ze bijverdiensten zoeken in Duitsland en Holland. De leerplichtwet bestond nog niet, zodat de kinderen reeds op zeer jonge leeftijd mee moesten werken in bedrijf en gezin. Dit alles werkte het smokkelen in de hand. Bovenstaande foto toont ons een paar verkenners die de smokkelaars voorafgaan om te zien of er zich nergens patrouilles schuil houden.

~I

I

62. Op de foto boven zijn de smokkelaars er bij. Als dit op "het Pruis" gebeurde, werden zij opgesloten in de Zwanetoren in Kleef. Gebeurde dit op "het Hollands", dan moesten ze naar de kazerne in het Binnenveld. Voor 1905 werden de wetsovertreders opgesloten in de "pop" van de oude gemeentehuis. De gemeenteveldwachter Savie was eerst aileen hier, maar kreeg later versterking van de rijksveldwachter De Leeuw. Nog later kwarnen de gendarmes en hulpcornmiezen.

63. Devrouw diede kruiwagen trok is T. Gerrits (Tonia van Wiek zieneJan). De man die duwde is Jan Gerrits (Wim van Wiek zieneJan). De kleine jongen isJan Gerrits en daarnaast Hendrik Gerrits, achter de kruiwagen Hanne Gerrits. De foto is in 1916 gemaakt. De heren Smolders en C. Franzmann schrijven in het begin van 1900; "Een halve eeuw geleden bestond de bevolking voor het grootste gedeelte uit armen mensen. Zij vonden een sober bestaan door in de zomer boschbessen te plukken en in de winter door hout te sprokkelen, hun welwillend toegestaan door de eigenaren der bosschen, van welk takkebosschen werden gebonden, die als brandhout te Nijmegen verkocht werden."

64. Ook in het Vilje werd schijnbaar flink gesmokkeld om aan de kost te kornen. De foto zal weI genomen zijn tijdens de Eerste Wereldoorlog. De smokkelaarsgroep moet wel erg "driest" zijn geweest om zich zo te laten kieken, Zo te zien heeft de gehele buurt meegedaan. Het zijn allemaal rasechte Groesbekers, uit het Vilje, van wie de meesten prachtige bijnarnen hebben. De groep laat zien wat ze "smoekelde"; de pungel met boter en een "tuit met snaps". De h oeveelheid en de soort goedercn, die over de grens gingen, was niet te beschrijven, zelfs vee. De naam van de buurtschap ViJje is afgeleid van villa van de heer van Groesbeek, die dichtbij gelegen was.

65. Een legendarisch man uit die dagenwas D. Vissers, be tel' bekend als "De Vuurbal". Hij was de prins del' "baas sembienders". Onze plaats kende meer van deze typen, ge hard en verweerd door het leven in de vrije natuur. D, bezems werden met de kruiwagen naar de stad gebraeh en daar gevent. Ook ging men ermee over de Maas et zelfs met de hondekar tot in het land van Ravenstein De Groesbeekse bezernbinder mag in zijn eenvoudi] ambacht geen royaal bestaan gevonden hebben, arbeid zaamheid en offervaardigheid kunnen hem niet ontzegc worden en wij respecteren in D. Vissers nog de oude ge neratie.

~ '-
,
A!
'''41( 66. De Siep is een beekje, dat ontspringt op het terrein van de villa "Rhiitia", die behoort aan de familie Portecarrero. Het is een oude beek, zonder druppel water. Vroeger stroomde er weI water door, dat in Cranenburg terecht kwam. Nog Ianger geleden, tijdens de ijstijd en daarna, is door het smeltwater van de gletschers dit dal uitgeschuurd. Links op de helling de boerderij van Nic. Zijnstra (Hettinga), dan de huizen van Schoofs, Rieken, Vissers en Rieken. Op de voorgrond de Dude Zevenheuvelenweg, de vroegere weg naar Berg en Dal. Links zien wij een stukje van de Galgenhei. V roeger was hier in de buurt de plaats, waar door ophanging doodvonnissen werden voltrokken. Doordat de heer van Groesbeek het hooggericht bezat, kon hij derhalve de doodstraf uitspreken. De bezittingen van de veroordeelde werden verbeurd verklaard en kwamen in het bezit van de heer.

67. Wij zijn weer aangekomen op het punt van vertrek en wel bij de Witte- of Noordermolen. De kap en de wieken zijn reeds verwij derd. Daarvoor in de plaats kwam een hekwerk en Groesbeek had een uitziehttoren. Dit is gebeurd na 1924. Rond de jaren 1800 werd de molen door de soldaten van Napoleon in beslag genomen en volgestopt met kruit. Van hier uit werden sehietoefeningen gehouden in de riehting van het waldo Het Franse woord voor doel is but, vandaar "De But". De tijd van de dwangmolens was voorbij, zodat er op de Horst een houten molen gebouwd kon worden en veellater de rnolen van de familie Van Hoof aan de Bruuksestraat, die in 1944 verwoest werd.

r

68.0mstreeks 1930 breekt de glorietijd voor de oude molen aan. Hij wordt opgeknapt en er kornt nog een kleine toren bovenop. De oude vestingtoren is weer in zijn oorspronkelijke staat hersteld. Er wordt veel propaganda gemaakt met het schitterend uitzicht vanaf de toren, die onder leiding van Carl Franzmann tot een toeristische attractie uitgroeide, ook doordat hij er in 1930 een "Heimatmuseum" in vestigde. Het museum en cafe waren vanaf april tot september dagelijks geopend. Ook een krantenkiosk was er al aanwezig en tevens k on men er verkeersinlichtingen verkrijgen. We zien dat de Molenweg al bebouwd is met het nieuwe politiebureau en het "kotje"; verderop huize Nicoline. De molen was met de hervormde kerk een van de laatste historische gebouwen van Groesbeek en werd tijdens de oorlog in 1944 verwoest.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek