Groesbeek in oude ansichten deel 2

Groesbeek in oude ansichten deel 2

Auteur
:   G.G. Driessen
Gemeente
:   Groesbeek
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0287-2
Pagina's
:   192
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Groesbeek in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

16. Zoekend naar informatiebronnen over het Groesbeekse verleden, ontdekte de samensteller het boek "Lijfstraffelijke Regtspieging in Gelderland", geschreven door Mr. J .W. Staats, advokaat en plaatsvervangend rechter in Arnhem in de periode 1811 tot 1859. Het bevat een interessant, maar voor ons weinig verheffend verhaal over een inwoner van Groesbeek: "Op een wandeling, welke een ambtenaar van het openbaar ministerie op een schonen zomeravond door de Groesbeekse bossen deed, werd hij opgeschrikt door een luid gegil en gekerm in de verte. Hij richtte zijn schreden met verhaasting naar de kant, vanwaar hij het geluid hoorde. Hij ontwaarde een geringe boerenwoning en naarmate hij dichterbij kwam, bemerkte hij dat het gekerm het gevolg was van verregaande mishandeling. Toen hij bij de woning was aangekomen vluchtte een vrouw met twee kinderen bitter schreiend, naar buiten. Binnengekomen zag hij een man, die bezig was een meisje van ongeveer tien jaar uit al zijn magt te slaan. Hij slaagde erin, maar niet zonder moeite en gevaar voor hemzelve, de ruwe dronkaard tot bedaren te brengen. Hij vernam van de inmiddels teruggekeerde vrouw dat haar man in beschonken toestand van de markt uit Nijmegen was teruggekeerd. Tevens vertelde zij dat dit niet de eerste keer was en dat zij evenals de andere kinderen dikwerf haar deel kreeg als hij gedronken had. Hij sprak de man enige zeer ernstige woorden toe en voegde er ten slotte aan toe: "Kerel, als je zo door gaat, dan kom je nog een keer op het schavot". Toen hij verderop in het dorp navraag deed over de familie kreeg hij te horen: ,,0, dat is Hent met de scheeflip, die zijn vrouwen kinderen gedurig zo jammerlijk mishandelt." Hij verzocht de mensen de pastoor in het dorp met het gebeurde bekend te maken en diens ernstige toezicht op de man te verzoeken. Zij beloofden het te doen, maar voegden er aan toe dat het wel niet zou helpen, aangezien de man voor niemand ontzag had, zelfs niet voor den Pastoor. Enige jaren later kreeg deze ambtenaar een rechtsgeding te behandelen van een zekeren H.H. uit Groesbeek, die beschuldigd werd van het afleggen van een valse getuigenis. Toen nu op de dag van de berechting de beschuldigde voorgeleid werd, herkende hij hem dadelijk als de hierboven bedoelde "Hent met de scheeflip" . De beschuldigde werd veroordeeld tot een tuchthuisstraf van zes jaar, voorafgegaan door ene tentoonstelling op een der openbare pleinen in Nijmegen. Niet lang na de strafoefening kwam de vrouw van de veroordeelde aan het huis van de ambtenaar pleiten voor strafvermindering. Van de tentoonstelling sprekende vertelde zij, dat bij die gelegenheid er een grote toeloop van het volk derwaarts had plaatsgevonden. Ook uit Groesbeek waren allen die konden gaan erheen geweest. Ja, hare eigen kinderen hadden haar gevraagd: "Moeder, vader komt morgen op het schabelletje, alles gaat erheen, mogen wij ook gaan kijken? " Hoe verstandig was het besluit dat de wetgever in het jaar 1854 genomen heeft, om die treurige schavotstraffen uit de rij der straffen te doen verdwijnen."

17. Op de foto zien wij het begin van de Ottenhoffstraat, tot 1922 de hoofdweg naar Nijmegen. Immers de Molenweg eindigde bij de Witte- of Noordermolen van Fleuren en de Nieuweweg werd pas in 1922 aangelegd. Rond de eeuwwisseling bedoelde men met de Nijmeegse baan de huidige Ottenhoffstraat en de weg die over de Stekkenberg naar Nijmegen liep. Oudere Stekkenbergers spreken dan ook van "de Baan". Tot de tweede helft van de 18de eeuw kon men eerder spreken van een pad, dat zich van de stadspoorten van Nijmegen tot onder aan de Stekkenberg door het heidelandschap slingerde en waarlangs rijverkeer nauwelijks mogelijk was. Het was dan ook een enorme verbetering toen in het jaar 1770 een rechtstreekse verbinding tussen beide plaatsen werd aangelegd. De weg kreeg al spoedig de naam Nijmeegsche of Groesbeeksche Baan, hetgeen erop wijst, dat zij op rijverkeer berekend was; waarschijnlijk zal bij de aanleg, door de Domeinen uitgevoerd, het zakelijk belang (voornamelijk ten aanzien van de afvoer van hout en dergelijke) een voorname rol hebben gespeeld. Een vijftigtal jaren later is de weg voor de Domeinen blijkbaar niet meer zo belangrijk, gezien het geharrewar over de vraag wie voor een goed onderhoud aansprakelijk moet worden geacht. Het ambtelijk gekrakeel rond deze kwestie is op gang gebracht door de "Hoofdschout des Rijks van Nijm

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek