Haacht in oude prentkaarten deel 1

Haacht in oude prentkaarten deel 1

Auteur
:   dr. Yvonne Pintelon-van Loo en dr. Jos Cools
Gemeente
:  
Provincie
:   Brabant
Land
:   België
ISBN13
:   978-90-288-2658-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Haacht in oude prentkaarten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Haacht, het "pagus amoenus et multum populosus" door van Gestel in 1722 zo geprezen, bezit een rijk verleden. Op cultureel gebied overtrof het de naburige dorpen. Vrij van pij- en helmendwang, streefde het onophoudelijk naar emancipatie en zijn onafhankelijk denkende boerengemeenschap ging prat op een geloof ontdaan van mythe en mirakel.

Zijn plaatsnamen weerspiegelen de betekenis van zijn cultuurhistorisch verleden. Recente opgravingen bewijzen dat reeds ten tijde van de Kelten geleefd en geboerd werd in de driehoek Schonenberg - HollakenRoost. Munten en scherven van aardewerk uit de Gal10- Romeinse periode bevestigen de oudheid der eerste nederzettingen. Hier, op Puddegem, bouwde de Frank Pod zijn eerste hof. Rondom het grote kouterveld werd het kreupelhout gerooid, werden leibeken gegraven en bouwden vrije boeren hun eerste hofstede, 9, 18 of 27 bunder groot, meestal omwald en met brede grachten omgeven, die nu nog, half gedempt en vol rietgewas, getuigen van Haachts notabel boerenvolk.

Archiefstukken wijzen op het schoolgaan vanaf ongeveer 1525. Op het einde van de zestiende eeuw stichtte Haachts tweede onderwijzer, Petrus Mertens, de vermaarde koraalschool, waar menig koster, zangmeester, schoolmeester, priester en notaris zich van

zijn intellectuele roeping bewust werd. Uit Haacht kwamen "Sangmeester" Jan Coremans (Mechelen), meester Willem Coremans (St-Pleters-Rode), meester Rumoldus Wets (secretaris van de stad Aarschot), meester Hendrik van Beethoven, koster en notaris te Putte bij Mechelen, meester Servatius Bols, stamvader van de zeer begaafde Werchterse familie Bols, en een hele reeks van priesters, onder wie Petrus Theodoor Verhaeghen "Primus in artibus" aan de Alma Mater in 1781.

Rond 1600 woonden te Haacht Hendrik van Beethoven en Katharina van Boevenbeecke, de oudgrootouders van Ludwig van Beethoven. Ongeveer vijfendertig jaar later huwde de Duitse orgelmaker Hans Goltfus met de Haachtse Catharina Grietens. Tussen 1645 en 1700 hadden de orgelbouwers Hans Goltfus, J an Dekens en Peter Goltfus een atelier te Haacht achter de kerk. Uit de archiefstukken blijkt dat zij meer dan veertig orgels vervaardigden, plaatsten en herstelden. Aldus hebben zij een niet gering aandeel gehad in de vorming van de toenmalige muzikale elite in het Haachtse.

In 1766 stonden rondom kerk en kerkhof zeven herbergen, waarvan één het eigendom was van Jan Baptist Verhaeghen, herbergier en notaris. Deze Jan

Baptist is de vader van Petrus Verhaeghen die, zoals zovele andere Haachtenaren, naar Brussel uitweek. Hij trouwde er en werd de vader van Theodoor Verhaeghen, een van de hoofdfiguren bij het stichten van de Vrije Universiteit. Te Haacht werden eveneens geboren Catharina Wauters, de moeder van pater Damiaan, en Johanna Justina Dirickx, de moeder van dichter Prosper van Langendonck.

Haacht kreeg zijn eigenlijke vorm ten tijde van Maria-Theresia en ontwikkelde zich snel in de loop van de negentiende eeuw, werd duchtig gehavend in 1914, herrees tussen 1919 en 1924 en werd na 1950, na heel wat noodzakelijke en soms toch jammerlijke sloping, het huidige moderne dorp.

Vlak na de eerste wereldoorlog startte Haachts nieuwe opgang. Op sociaal en politiek gebied dienen geciteerd: G. Feyaerts, de vader van het Haachtse socialisme, meester E. Nagels, die veel heeft bijgedragen tot de vorming en de bloei van het Vlaamse cu1tuur1even uit de jaren dertig, de twee weekbladen "De Haechtenaar" en "De Gazet van Haacht", de zeer bekende Charel Wolfs, stichter van de "veloclub De Witte Wolven", Remi Verreth, de promotor van de eerste voetbalploeg, Jean de Wit, de tuinbouwkundige, die met hart en ziel werkte voor het wel-

slagen van Haachts druk bezochte asperge- en groentemarkt, en zovele anderen over wie eenmaal beter en uitvoeriger zal worden geschreven.

Haacht, 1650 hectare groot, ligt 15 kilometer van Mechelen en Leuven en 25 van Brussel. Het was door de eeuwen heen een zeer zelfstandige landbouwgemeente, in de dertiende eeuw door de hertog van Brabant aan de Berthouts ontnomen en langs Werchter en Wakkerzeel om, broksgewijze overgeheveld in het kunstmatige "Land van Rotselaar".

In 1600 telde het dorp rond 450 inwoners, in 1816 kon de gemeente bogen op een bevolking van 1505, verdeeld over 342 huizen, en ongeveer een eeuw later, op 31 december 1919, sloot de secretaris het bevolkingsregister met 2825. In het kanton stond Haacht op de tweede plaats, vlak achter Keerbergen dat toen reeds een goed bevolkt dorp was. Nu heeft Haacht 4535 inwoners.

Haacht bezit geen in druk verschenen geschiedenis, daarom werden hier verdwenen woningen en molens uitvoeriger beschreven en werd de treurige bouwvalligheid van kapellen en hofsteden beklemtoond.

Alle Haachtenaren die bereidwillig hun kostbare prentkaarten en oude foto's in bruikleen gaven, wordt hier van harte dank gezegd.

1. Het zegel van de Haachtse schepenbank (veertiende/vijftiende eeuw) is een laat-gotisch schild, in het bovenste deel van het veld twee lelies, in de schildvoet één lelie, met als schildhouders drie draken en randschrift: "SIGILLUM SCABINORUM DE HACHT". Het was aanvankelijk een streekwapen om de feodale verbondenheid tussen leenheer en leenmannen voor te stellen.

J

2. Grondplan van Haacht-Centrum, rond 1570. De parochiekerk St.-Remigius behield de spitse toren tot in 1832. Tegen de kerkmuur staat "Het Schuttershuis". In de zeventiende eeuw plaatsten de schutters af en toe de wip boven op de toren. Park-Heverlee protesteerde meermaals. Om de Markt liggen de drie oudste straten: de Brabantstraat, de Vekestraat en de Smisstraat. Geheel rechts, aan het Papestraatje, de oude pastorie, afgebroken in het midden van de achttiende eeuw. Achter het park van de pastorie: de twee laken. Tussen 1570 en 1670 stonden in gespreide orde rondom kerk en kerkhof de volgende huizen:

"De Drie Ringen", "De Kroon", "Het Hert", "De Gulden Leeuw", "Het Meuleken", "De Beer", "Het Zwart Gat" en "De Wildeman".

DE KERK

3. De parochiekerk rond 1870. Rechts van het torenkruis zien we het wapenschild van de gemeente. Vervolgens de elf schilden, met of zonder blazoen, van de heren van het feodale slot Roost, vanaf 1466 (van Salm, de Goux, enzovoort). Zij komen niet in aanmerking voor de geschiedenis van de Haachtse gemeenschap.

~ Haecht

De Kerk.

4. De kerk rond 1910. Op de voorgrond de fraaie waterpomp. Het is opmerkelijk dat de kerk van Haacht gebouwd is in witte zandsteen afkomstig uit de streek van Diegem, en niet in ijzerzandsteen, zoals de kerken van Werchter en Rotselaar.

5. Een prentkaart uit ongeveer 1900. Links herberg "In de Kroon" bij Theodoor Boon. Vlak achter de toren, het witte huis "van Cleynenbreughel" dat nu parochiecentrum is. Op de Markt, rechts van de waterpomp, het ijzeren toegangshek van het oude kerkhof. Rechts van de kerk brouwerij Janssens en daarnaast de Haachtse koraalschool, gefundeerd in 1593.

'" >

,: o

Ij I1AECIIT Binnen zicht de r Kerk

6. Het kerkinterieur vóór 1914. Tot 1739 was het hoofdaltaar toegewijd aan de Zoete Naam Jezus. In 1739 werd een nieuw altaar geplaatst, ter ere van Maria Tenhemelopneming. Op de preekstoel stond het jaartal 1672. De koorstallen waren uit de achttiende eeuwen de twee zijaltaren, waarin een schilderij van P. Verhagen prijkte, waren afkomstig uit de vernielde kerk van de minderbroeders te Leuven (1805). Talrijke oude grafstenen sierden koor en zijmuren, waaronder die van Petrus Mertens, Petrus Wets en Abraham Fred. Goltfus. De kerkschat bestond uit een koperen offerschaal (zestiende eeuw), een reliekschrijn van de H. Quirinus en van de H. Adrianus uit 1651, een zilveren offerschaal uit 1681 en een gotisch St.-Annabeeld, dat vóór de Troebelen in de "Ste Annaveld-kapel" nabij "Ste Annaboom" stond.

HA ECHT. - L'Eglise.

7. In 1643 liet Petrus Wets het koor grotendeels slopen, vergroten en heropbouwen. De spitse toren werd op 14 juli 1832 door hevig stormweer neergehaald. De nieuwe toren uit 1834 werd door de Duitsers in 1914 vernield.

8. De vernielde en uitgebrande kerk in 1915. Links het voorlopig optrekje van Dore Boon met Wies Boon in de deur. Gans links het witte huis van kleermaker Peer van Suskes. Haacht lag aanvankelijk in het bisdom Kamerijk en werd kerkelijk bediend door Werchter (moederkerk). De eerste stenen kapel dateert van rond 1180. In 1228 schonk hertog Hendrik I het patronaatsrecht aan de abdij van Park-Heverlee. Haacht werd een zelfstandige parochie in 1232. De kerk werd merkelijk vergroot in het midden van de vijftiende eeuwen zwaar beschadigd tijdens en na de Troebelen. Immers, bij elk alarm vluchtten de bewoners van de dorpskom in de kerk en werd het kerkhof met palissaden versterkt.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek