Hattem in oude ansichten

Hattem in oude ansichten

Auteur
:   Baron E.C. van Heeckeren van Molecaten
Gemeente
:   Hattem
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2575-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Hattem in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

IN LEIDING

Hattem ontstond niet op de plaats waar her nu ligt, maar ongeveer I km meer westelijk. De vestigiiig was op een heuveltje gelcgen, aan de Waa. t oen een lJsselarm. Dit "vlek" heette Hattheim. Omstrecks 800 werd de naam onder invloed van het christendom verandcrd in "Mons Dei", later Godesberg. nu verbasterd tot Gaedsberg. Men heeft er resten van een houten kapel en begraafplaats gevonden. De plaats was gunstig, omdat juist daar de Hessenweg - de oude handelsweg van Midden-Nederland naar West-Duitsland - de IJssel bereikte. Door afkalving van de westlijke Waa-oever trok de bevolking naar de plaats, waar nu Hattem Jigt. Het nieuwe Hattem ligt dichter aan de huidige loop van de IJssel en heeft er direct verbinding mee.

In 1299 verleende Reinout I, graaf van Gelre, Hattem stadsrechten. Door ligging aan de IJssel zou de stad als "grenssteunpunt" de komende eeuwen belangrijke mil itaire betekenis krijgen. In 1404 besloot de hertog van Gelre hier een sterke burcht te bouwen, gericht tegen de bisschop van Utrecht. In de volksmond heette deze sterkte "de Dikke Tinne". De laatste rest en van deze sterkte werden in 1777 gesloopt. De Tinne is altijd in de herinnering bJijven leven, vandaar de huidige straatnamen: "Slot" en "Tinneplein".

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd Hattem "frontierstad", dus ook grcnssteunpunt. Vandaar dat men in de 17de eeuw van een vesting Hattem kon spreken. Er waren drie poorten: de Hoenwaardsepoort, de Dijkpoort en de Darre (Dorps) poort. De nu nog bestaande Dijkpoort was een dubbele poort, later met een aarden voorwerk versterkt. Vele malen werd Hattem belegerd, maar lang

niet altijd ingenomen. De inneming van de stad in 1672 door de "Munstersen", al moest deze weer gauw worden prijsgegeven, betekende toch het einde van Hattem als vesting. Men had noch het geld, noch de kracht de verdedigingswerken goed in stand te houden. Na de opstand van Hattem tegen stadhouder Willem V in 1786, kon, ook al door het verval van de vestingswerken, generaalmajoor Van Spengler de stad zander moeite bezetten. Door een vroege tichelindustrie werd in Hattem al spoedig baksteenbouw algemeen toegepast, terwijl deze baksteen ook een belangrijk exportartikel werd.

In de Middeleeuwen kreeg Hattem van een hertog en hertogin van Gelre weidegranden aan de IJssel ten geschenke, te weten de Homoet en de Hoenwaard. Deze gronden stonden uitsluitend ter beschikking van de burgers binnen de stad. Daarom zauden de stadsboerderijen voor eeuwen, tot 1949, het kenmerk van Hattem blijven, met bezwaren zoals brandgevaar en slechte hygiene. Op verscheidene huizen rustten ,.scharen". Hierdoor had de eigenaar van het huis het recht een aantal stuks vee op de gemeenschappelijke weidegrond "in te scharen",

In de 16de eeuw behoorde Hattem tot het Hanzeverbond, maar van veel betekenis is dit nooit geweest.

Vanaf de 18de eeuw, zoals gezegd, verloor Hattem zijn militaire betekenis en leidde het agrarische stadje sedertdien een armoedig bestaan. Vele mannen moesten daarom werk elders zoeken en kregen als grondwerker, tot zelfs in Duitsland, grate vermaarheid. Dit waren zgn. polderjongens uit het begin van deze eeuw. Aileen met feestdagen kwamen zij thuis; te voet van het station Zwolle, bereikten zij Hattem over het Kleine Veer, een eeuwen-

oud voetveer over de IJssel. Hun eerste "aanlegplaats" was cafe Schenk aan de H oenwaardsebrug, waar de th uiskomst werd gevierd. De eerste borrel was op de kastelein, maar niet aile volgende ...

Door de armoede van Hattem raakten encrzijds vele gebouwen uit betere tijden danig in verval, maar anderzijds vonden er geen grote verbouwingen plaats, zodat het stadje zijn uniek, bijna middeleeuws stratenplan tot op heden k on behouden.

Een van de kleurrijkste figuren uit Hattem was zeker Mr. Herman Willem Daendels. Hattem kwam nl. in 1786 door zijn toedoen - men wilde hem als opvolger van zijn vader tot stadssecretaris benoemen - in opstand tegen de stadhouder Willem V, die niets van de vurige patriot Daendels moest hebben. Zoals bekend, gaf de stad zich zonder strijd aan de prinsgezinde troepen over. Daendels met zijn medestanders namen overhaast de vlucht. Een jaar later echter, trouwde hij de dochter van de zeer prinsgezinde kapitein-ter-zee van Vlierden, die op het "Hoge Huis"woonde. Daarde kolonel fel tegen het huwelijk was gekant, heet het dat Daendels zijn bruid geschaakt heeft en door het Daendelspoortje de stad heimelijk verliet. Deze bruid, Alida van Vlierden, is de betoudovergrootmoeder van de schrijver.

Wat Daendels werkelijk waard was, bewees hij later als gouverneur-generaal van N ederlands-Indie. Gedurende de eerste kwart van deze eeuw heeft het Hoge Huis de generaal-majoor tit. W. A. Hoefer als bewoner gehad. Voortdurend heeft hij voor het behoud van het oude Hattem gestreden. Aan hem is vooral de restauratie van de hervormde kerk en de Dijkpoort te danken. Bo-

vendien heeft hij als militair historicus grote bekendheid in ons land gekregen.

De kunstschilder Jan Voerman, die van 1889 tot aan zijn dood in 1941 in Hattem he eft gewoond en gewerkt, mag weI de Hattemer schilder bij uitstek worden genoemd. Zijn voornaamste thema is altijd de IJ ssel met Hattem geweest. Het gezicht op Hattem vanaf de IJssel is, hoewel er veel is veranderd, nog altijd een schilderij van Jan Voerman.

Dr. M. Sypkens Srnit, een buurman van de schilder, was ook een hartstochtelijk vriend van het oude Hattem. Vele gegevens uit deze inleiding zijn aan zijn speurzin te dankan. Bovendien was hij als sterk sociaal bewogen arts, voor de arme Hattemer bevolking van de twintiger jaren een grote steun.

Hattem ligt precies op de grens van het Veluwe-rnassief en de IJsselvlakte. Daarom was de Hattemer - auto's waren to en voor de enkeling - wat recreatie betreft voor eens bevoorrecht. Een half uur gaans immers, was de afstand tot de Molecater bossen met uitkijktoren, sprengen, oude watermolen en uitspanning, waar de "kogelflesjes" lafenis brachten. Ook kon men zich in de Leernculen, het wingebied van deze toen belangrijke grondstof voor Hattern, verrnaken. De kogelftesjes van Dennenheuvellesten de dorst van deze ,Jeemgangers". Terecht stond aan het einde der twintiger jaren op Hattems poststempel te lezen: "Hattem, de parel der Veluwe". Gelukkig is Hattem nag een parel in een uitzonderlijk mooie zetting.

1. De spoorwegverbinding Apeldoorn-Zwolle, geexploiteerd door de H.IJ.S.M., werd in 1887 geopend. H icr staat het "baronnentreintje" in het station Hattem, omstreeks 1890. Het locornotiefje had een maximum snelheid van 60 km per UUL

2. Een treinreiziger begaf zich over de Nieuweweg naar de "stad". Het kleine witte huisje rechts op de Ioto maakte in 1920 plaats voor een kruidenierswinkel.

HATTEM Nieuwe wag.

3. Deze kruidenierszaak van Bouhuijs, in 1923 uitgebreid met lunchroom en pension, zien wij links op de ansicht. In 1922 werd hotel-cafe "Spoorzicht" geopend, hier rechts op het beeld.

4. Men kon toen rustig midden over de Nieuweweg lopen, alleen oppassen voor de paardevijgen! Helaas zijn de schaduwgevende lindeboompjes voor het merendeel verdwenen.

5. Hotel Schenk, na 1918 hotel De Boer, markeert ook nu nog de ingang van de stad. Een eeuw vroeger vond men ongeveer op deze plaats de Hoenwaardsepoort. Het bordje "Langzaam Rijden" wijst omstreeks 19 I 7 al op enig groeiend snelverkeer.

6. De N ieuweweg voert langs de stadswallen, met het uit de 17 e eeuw daterende H oge H uis. De schrijver, als kind, zag de oude mevrouw Hoefer dikwijls aan het middenraam van dit huis zitten.

7. Rechts van het Hoge Huis zien wij een gepleisterd gebouw, de zgn. Franse school. Omstreeks 1820 was hier inderdaad een Franse school met internaat gevestigd.

8. Vrijwel grenzend aan deze school vinden we een oude pastorie uit de l Zde eeuw. De prachtige gotische absis van de kerk sluit dit oud-Hattemse hoekje af. Deze kerk, daterend uit de 14de eeuw, was aan de heilige Andreas en Katharina gewijd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek