Heerewaarden in oude ansichten

Heerewaarden in oude ansichten

Auteur
:   J.H.G.J. van Heeswijk
Gemeente
:   Heerewaarden
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2368-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Heerewaarden in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Door zijn unieke ligging in de landengte tussen de Maas en de Waal heeft Heerewaarden zijn gehele geschiedenis door een belangrijke plaats ingenomen in het strategisch en econornisch verkeer. Reeds in de twaalfde eeuw dreven bewoners van deze plaats handel op de Rijn, tot Koblenz toe. Hun nazaten zouden later dezelfde rivier tot diep in Duitsland met hun schokkers bevaren, maar dan voor de visvangst. In 1104 stonden de Heerewaardense schippers reeds op de tollijst van Koblenz genoteerd voor een mooie zalm! Zij genoten hier overigens vrijdom van tolbetaling.

Heerewaarden was zelf ook een tolplaats, zowel te land als -te water. Te water werd hier tol geheven van schepen op de Maas, die hier de Waal op gingen of van de Waal kwamen. Op het land werd tol geheven van veetransporten en het verkeer van lastdieren, waarschijnlijk op de J1laats waar deze bij Heerewaarden de Maas overstaken.

In 1339 werd het dorp Heerewaarden samen met Tiel en Zandwijk door hertog Jan III van Brabant met hertog Reinald II van Gelregeruild tegen Heusden, Hedikhuizen, Vlijmen en Engelen. Heerewaarden had toen reeds zijn eigen heernraden en een schepenbank, alsmede een aantal privileges en vrijheden. Nadat het Gelders geworden was, werd Heerewaarden ingedeeld bij het ambt Bommeler- en Tielerwaard, met behoud van zijn verkregen rechten.

In de Tachtigjarige Oorlog werd de strategische ligging van Heerewaarden door beide partijen benut. Maurits liet in 1588 het fort De Voom of Nassau aanleggen en de Spanjaarden bouwden in 1599 tussen het dorp en de Bommelerwaard het fort St. Andries. Evenals het dorp Heerewaarden zelf, lagen deze forten op een eiland, gescheiden door drie open verbindingen tussen de Maas en de Waal. Tussen het fort De Voorn

en Dreumel lag het Voornse gat - of -kanaal. Ook tussen de Molendijk en de Huizendijk hadden beide rivieren een open verbinding, het Heerewaardense gat of Waalgat genaamd, en ten slotte lag ten oosten van het fort Oud-St. Andries het Schansche gat of Kanaal van St. Andries. Om de waterverdeling tussen de Waal en de Maas beter te kunnen regelen, werd in 1734 het Pannerdens Kanaal gegraven en werden ook de beide oostelijk van het dorp Heerewaarden gelegen verbindingen, het Waalgat en het Voornse gat, gesloten.

De oude bedding van het Waalgat kan men nog zien tussen de Hoogstraat en het kerkhof. Het Schansche gat, gegraven in 1599, werd in 1854 gedieht na de bouw van de schutsluis. Maar de grenden tussen deze vroegere Maas-Waal verbindingen waren nog onbedijkt. Bij hoge standen van de Waal kon het water hier naar de Maas stromen, hetgeen veel dijkbreuken heeft voorkomen. Deze onbedijkte gronden vormden de zogenaarnde Heerewaardense overlaat. Deze overlaat kon 1500 kubieke meter water per seconde verwerken. In de negentiende eeuw is de Heerewaardense overlaat steeds meer opgehoogd om ten slotte in deze eeuw geheel dieht gedijkt te worden. De verhoging van de overlaat had wei tot gevolg dat de bewoners van de lager gelegen gedeelten van het dorp bij hoge .waterstanden steeds meer last ondervonden. Daarom werd in april 1864 begonnen met de aanleg van de vluchtheuvel aan de Hoogstraat. Ten- tijde van hoog opperwater konden zij hier hun vee en huisraad in veiligheid brengen. Dat gebeurde reeds zeven jaren later, in 1871. Op 9 februari van dat jaar werd bijna de gehele gemeente overstroomd en veel ingezetenen van Heerewaarden vonden hun toevlucht in de kerk, de pastorie, het gemeentehuis en bij enkele particulieren. Veel vee werd op de vluchtheuvel gestald. Voor de

slachtoffers kwam hulp uit Amsterdam, Tiel en elders. Omstreeks 17 februari konden de bewoners weer naar hun huizen terugkeren. De schade was aanzienlijk. Ook in 1883 werd deze gemeente door een dergelijke ramp getroffen.

Het stedelijk karakter dat de oude dorpskern van Heerewaarden kenmerkt, is waarschijnlijk ontstaan in de middeleeuwen, toen deze plaats een vrij belangrijke stapel- en handelsnederzetting was. Dat het dorp ook in de eeuwen daarna dit karakter bewaard heeft, is te danken aan het water, waardoor Heerewaarden omgeven was. De hoge oeverwal van de Maas bood voldoende bescherming aan de bewoners van dit onbedijkte gebied.

In de tijd waarover dit boekje handelt, vonden de meeste inwoners van Heerewaarden hun bestaan in de visserij, de landbouw en de veeteelt en op de steenfabrieken. De riviervisserij sprong daarbij weI het meest op de voorgrond. Maar ook de steenbakkerij verschafte aan vele inwoners een boterham. Zij het dan dat die van de vissers wat beter belegd was en ook rijkelijker besproeid. Heerewaarden had een hoog alcoholverbruik!

In de loop van de tweede helft van de vorige eeuw is de steenindustrie hier sterk opgekomen. Telde deze gemeente in 1849 nog slechts een (dubbele) steenfabriek met twintig rnonden, de "Oude Oven", en een pannenfabriek, in 1876 was dit aantal uitgegroeid tot vier, met in totaal 227 werknemers. En dit op een toenmalig inwonertal van 1054,

De grondlegger van deze industrie was de uit Veen afkomstige familie Ambrosius. Zij bezat onder andere de "Oude Oven" en stichtte in 1869 "De Hoogewaard". De "Oude Oven" was toen waarschijnlijk reeds met de produktie gestaakt. AIleen de pannenfabriek was in 1862 nog in bedrijf. Naast de groot-

ste fabriek "De Hoogewaard" waren er in het begin van deze eeuw nog drie kleinere steenfabrieken in bedrijf, "De Kop", "De Voorn" en "Neeskes Weide". Deze laatste veldoven, eigendom van de familie Kosters, werd rond 1920 stilgelegd. Ten opzichte van gebieden als de Betuwe, Maas en Waal en de Bommelerwaard is Heerewaarden -een gunstige plaats geweest om te wonen. Men had er veel ongemak, leefde erg besloten op de eilanden, maar de woongronden lagen voor de meeste rampjaren op de goede hoogte. De inwoners van Heerewaarden zijn in staat geweest hun gronden, die op voorschrift van de overheid slechts zeer laag bedijkt mochten zijn, van 480 tot 580 morgen uit te breiden. Zij hebben met schuit en aak, palen, stro, rijshout, horden, wachtlopen, werken en drinken van bier en jenever voor een zware taak gestaan.

Verantwoording

Bij het samenstellen van dit boekje ben ik er van uitgegaan zoveel mogelijk nog niet gepubliceerde ansichten en foto's op te nemen. De toegemeten ruimte dwong mij tot een selectie van het beschikbare materiaal Dit is dan ook de reden waarom weinig foto's van de visserij zijn geplaatst.

Ten slotte dank ik al degenen die mij bij de samenstelling behulpzaam waren. In het bijzonder mevrouw H. LobregtLammers, die mij in de gelegenheid stelde uit de verzameling van wijlen haar man, de heer P. Lobregt, te putten en die nog tal van interessante kaarten en foto's bijeen wist te brengen.

1. De eerste stap in de riehting van de seheiding van de rivieren Maas en Waal werd in 1856 gedaan door het diehten van het Sehansehe Gat (Kanaal van St. Andries) en de bouw van deze schutsluis voor de seheepvaart. Met de bouw werd in 1854 begonnen en ze was in 1856 voltooid. Door de afsnijding van de boehten in de Maas rond 1932 kwam de drempel van deze sluis te hoog te liggen. Daarom werd zij in 1934 door de huidige sehutsluis vervangen. Op de foto de oude sluis met links het huis van de bakenmeester en de eerste sluiswaehter. Reehts bij de auto woonde Willem Udo.

2. Toen de nieuwe schutsluis bij St. Andries in 1934 in gebruik was genomen, werd de oude sluis gesloopt. De sluiskolk werd gedicht en de weg werd erover aangelegd. Op de foto zien we de sloop van de sluis.

3. Van de vier steenfabrieken die op Heerewaardens grondgebied lagen, zijn bijna geen produktiefoto's bekend. AIleen "De Hoogewaard" maakt hierop een gunstige uitzondering. En toch is het juist leerzaam te weten hoe en onder welke omstandigheden onze voorouders hun arbeid verrichtten. Deze foto werd in 1898 bij de kleibewerking, de zogenaamde moddermakerij, op de steenfabriek "De Hoogewaard" gemaakt. De klei werd met de voeten gekneed en ging daarna in de pers, die werd aangedreven door een 10 pk locomobiel, die in de schuur rechts stond opgesteld. Links staat de steenfabrieksbaas M. Neet en rechts met de fiets directeur A. de Vries.

4. Een overzicht van het droogveld van steenfabriek "De Hoogewaard", genomen in 1898. Op de achtergrond ziet men de arbeiders bezig de geknede modder in de pers te storten. De karren die men op de foto ziet, zijn uitgerust met brede wielen om de droogbanen niet te beschadigen. Na het winterseizoen werd met deze vol belaste karren over de banen gereden om deze aan te drukken. Het opzetten van de stenen op het droogveld werd veel door vrouwen gedaan. Men ziet rechts een groepje van hen. In 1901 werkten op "De Hoogewaard" 61 mannen, 11 vrouwen, 10 jongens en 5 meisjes. Er werd toen met twee persen gewerkt. Links op de voorgrond herkennen we M. Neet, die tot 1918 baas was op deze fabriek en toen werd opgevolgd door H.G. Appeldoorn, en verder directeur A. de Vries. Bij de middelste kar staat Bart Hoskam uit Rossum, die elke morgen lopend of met de hondekar naar zijn werk kwam.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek