Heinenoord in oude ansichten deel 2

Heinenoord in oude ansichten deel 2

Auteur
:   A.M. van der Woel
Gemeente
:   Binnenmaas
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3291-6
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Heinenoord in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Dit is het tweede dee I over Heinenoord in de serie " ... in oude ansichten". Het verschilt in onderwerp niet van het vorige. Het gaat over de dorpen en buurtschappen van de gewezen gemeente Heinenoord vanaf honderd jaar geleden tot 1940 met een enkele uitschieter tot 1948. De keuze van de afbeeldingen is bepaald door wat mij meer of minder toevallig onder ogen is gekomen en door mijn streven slechts niet eerder gepubliceerde plaatjes op te nemen. De lijn die in dit boek opgemerkt kan worden is niet een chronologische, maar een topografische.

Niet alles wat is afgebeeld behoort voorgoed tot het verleden; veel is verdwenen, veel is veranderd, maar er is ook veel behouden. Daardoor zal het in de meeste gevallen niet moeilijk zijn aanknopingspunten te vinden voor herkenning. Een aaneengesloten verhaal vertelt het boekje niet, het probeert brokstukken uit het nabije verleden op te roepen: gebouwen, huizen, mensen en plekjes waaraan voor de lezer herinneringen verbonden zijn, waarmee hij of zij de beknopte tekst zelf kan aanvullen. De gemaakte keuze is beperkt, dat realiseert men zich als men probeert een aantal dingen die in de loop van de tijd uit onze gemeente verdwenen zijn op een rijtje te zetten. Zo'n rijtje kan er wat mij betreft als voigt uit zien, maar zou met vereende krachten zeker drie keer zo lang gemaakt kunnen worden. Daar is om te beginnen de Barendrechtse brug als draaibrug en veertig jaar later als hefbrug; daar zijn de tram rails die de hele gemeente doorkruisen, het tramstation aan de Blaaksedijk met de puffende stoomlocs, de haltes aan de Reedijk; de veerpont en de motorboten van het veer GoidschalxoordRhoon, het veerhuisje, de Veerdam en de bel; het veerbootje van Kuipersveer; de wipwatermolen aan de Kreek, de ijzeren poldermolentjes; de boerderij tegenover het Hof, de boerderijen van Ai Plaisier, Piet Speelman, Kees Hage en Ai Louter; de sloten langs de Oude en Nieuwe Erve, de oude christelijke school, de oude gereformeerde kerk; het Thorhoofd met de eenzame woning van Starn, het ashok, ook in Goidschalxoord; de dokterswoning bij de hervormde kerk, het oude kerkhof, de steedjes aan de Berm; het gors aan de Sluisendijk en de nog brede grienden, de rietkragen en biezenvelden; ettelijke boomgaarden, de nog nergens gedempte Dorpsvliet; de "Vijf Huizen", het .Hoge Huis", de talrijke dorpswinkeltjes en de bakkerskarren; de oude verkaveling van de polders met weilanden, greppels, sloten, dammen, hekken en rijen knotwilgen; de ijsbaan op de Goudmijn, het voetbalveld bij de molen, de elektriciteitspalen; de schepen in de haventjes van Heinenoord en Goidschalxoord, de pompgemalen bij de sluizen daar; de grindwegen en de notebomen her en der. Van dit alles, waarvan ik niet wil beweren dat het allemaal beter en mooier was dan wat er voor in de plaats is gekomen, vindt men in dit deeltje opnieuw een gedeelte terug. Misschien komt er ooit nog een volgend deel met wat tot nog toe niet is getoond.

De samensteller van dit boekje is grote dank verschuldigd aan drs. J.E. de Rooy, conservator van het Streekmuseum Hoeksche Waard. Ook dank ik aile anderen die bereidwillig ansichten of foto's beschikbaar hebben gesteld. Van hen die ik erkentelijk ben, omdat zij mij gevraagd of ongevraagd informatie hebben verschaft, noem

ik: Meeuw van de Breevaart, Adrianus Dekker, Arie Dekker, Trijntje van der Hoek-Leenheer, Arie Korres, Jan Leeuwenburgh Gzn., Annie en Piet Moerkerken, Jan Reedijk en Jan Vermaat.

Voor zover bekend zijn de gepubliceerde ansichten uitgegeven door: F.A.I.R. 3 en 26; P. van der Griend voorplaatje, 10, 11, 13, 16, 17,21,23,25,27,28,29 en 31; A. Leeuwenburg Azn. 4 en 8; G. Moerkerken 32; 1.1. Pauw 14, 15, 18, 19,22,33 en 35.

De ansichten en foto's zijn beschikbaar gesteld door: Streekmuseum Hoeksche Waard 2, 8,10,11,13,15,16,17, 18, 21, 22, 23, 25, 26, 27, 28, 29, 31, 33, 34 en 36; Gemeentelijke Archiefdienst Rotterdam 1 (foto: J.G. Hameter, Dordrecht) en 24; Meeuw van de Breevaart 12 en 20; Arie Dekker 30; Jacob Korres (Maasdam) 5; Gerrit Leeuwenburgh Jzn. 38; Annie Moerkerken voorplaatje, 14, 19 en 32; Gre Vermaas-Veldhoen 35; Jan Vermaat 3, 4,6,7 en 9 en drs. H.A. Visser (Papendrecht) 37.

1. Met de bouw van de Barendrechtse brug tussen 1885 en 1888 werd de Hoeksche Waard uit zijn iso1ement verlost, Tot dan waren de overzet- en beurtveren nagenoeg de enige mogelijkheid om het ei1and te verlaten. De brug is in opdracht van de Staten van Zuid-Holland gebouwd door de firma Kloos uit Kinderdijk. Hij werd ter p1aatse opgebouwd uit de onderde1en die met de hijs naar boven werden gehesen. De foto uit 1887 toont de overspanning van het 1andhoofd aan de Heinenoordse kant tot aan de eerste pij1er. De brug kreeg vier overspanningen met tussen de tweede en de derde een draaibrug die met de hand werd bediend. In de jaren 1930-1932 is ter verbetering van de vaarweg naar Dordrecht het hefgedee1te gebouwd. Na 1969 is de brug gesloopt.

2. Ret station van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij aan de Blaaksedijk had evenals station Krooswijk een houten overkapping om droog te kunnen in- en uitstappen. Niet terecht werd dit bouwsel remise genoemd. In het midden staat de tram naar Strijen, links kwam de tram uit Rotterdam aan en rechts vertrok hij naar Rotterdam. In 1898 was de lijn van Rotterdam op Zuid-Beijerland, met een zijtak naar Oud-Beijerland, geopend. Deze tak werd in 1903 verlengd naar Goudswaard en een jaar later kwam de lijn Blaaksedijk-Strijen gereed. In 1923 gingen de eerste autobussen van de R.T.M. van start op de trajecten Blaaksedijk-Reinenoord-Goidschalxoord en Blaaksediik-Westmaas, hier staan ze achter elkaar. Ze hadden geen vaste halten, maar stop ten op verzoek.

3. Op de driesprong van Blaaksedijk en Boonsweg staat vanaf 1926 garage De Groot. Op deze ansieht uit het begin van de jaren dertig heet het bedrijf: Reparatieinrichting voor rijwielen en motorrijtuigen P. de Groot & Zonen. Het to en nieuw gebouwde woonhuis (links) werd bewoond door Piet de Groot. Deze was met het verkopen van benzine begonnen toen hij het tegenover gelegen cafe annex waehtlokaal van de stoomtram exploiteerde. De ANWB-riehtingaanwijzer onderstreept het belang van dit kruispunt, dat door twee onbewaakte tramwegovergangen bepaald gevaarlijk was. Het huis reehts, waarvan alleen het dak boven de dijk uitsteekt, is lange tijd bewoond geweest door Kees Goud en de familie Kuipers.

Centrum: Blaakschendiik»;

4. De Blaaksediik is feitelijk een 5 kilometer lange dijk, waarvan ruim 1,5 kilometer tot de gemeente Heinenoord, bijna 2,5 kilometer tot Mijnsheerenland en minder dan I kilometer tot Puttershoek behoorde. Het Heinenoordse gedeelte werd na de ooriog onderverdeeld in Blaaksedijk West en Blaaksedijk Oost, met de Mollekade als scheidsliin. Vanaf de Boonsweg in oostelijke richting spreekt men van de Aehterblaak. Het Puttershoekse gedeelte kreeg de naam Rustenburgstraat. Een van de laatste huizen op Heinenoords grondgebied was de kruidenierswinkel van Aart Leeuwenburg, hier met reclame voor B.Z.K.-pruimtabak. Tussen de bomen van de Aehterblaak ligt de trambaan riehting Puttershoek. De vraehtauto op de Vrouwehuisjesweg passeert het huis van Cors de J ong.

Centrum Blaakschendijk.

5. Van een boerderij in de buurtschap Kuipersveer zien we hier het staatsieportret uit 1910. Het is de hoeve "Bouw- en Veelust", gebouwd omstreeks 1760 en altijd bewoond geweest door 1eden van deze1fde familie. Naar deze familie heet het land tussen Reeweg, Molenweg en het Nieuwe Poldertje "Vogelaarshoek". De man bij het paard is Aalbert Vogelaar; hij wiizigde later de naam van de hoeve in "Niemand weet het". Op het bankje zitten de boer en boerin Come lis Vogelaar en Teuntje van der Linden. Achter hen staat hun dochter Geertrui; uiterst links hun zoon Schilleman met zijn vrouw Neeltje van Strijen; uiterst rechts hun zoon Jacob met zijn vrouw Christina Kalis. De man links van de boer was oom Leendert, een inwonende broer van Cornelis. In 1946 is de schuur afgebrand.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek