Helden in oude ansichten deel 1

Helden in oude ansichten deel 1

Auteur
:   P. Bos en H. Kasteen
Gemeente
:   Helden
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1281-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Helden in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Helden

De naam "Helden" zou ontstaan kunnen zijn uit het woord "Helde", dat "helling" betekent ofwel uit "Hel Den", hetgeen "harde grond" is. Reeds in de prehistorie woonden er mensen, blijkens opgravingen van urnen, stenen en bronzen voorwerpen. In de jaren dertig van deze eeuw werd een grote begraafplaats ontdekt en er werden verschillende koepelgraven blootgelegd. Ook zijn er vondsten uit de Romeinse tijd, onder andere een grote medaille.

De eerste tot nu toe bekende vermelding dateert van 1144 in een stichtingsbrief van de proosdij van Millen in Duitsland, waarin wordt vermeld dat er bezittingen waren in Helden. In een oorkonde uit 1230, bewaard in de abdij van Averbode, wordt al over de kerk van Helden gesproken, doch men mag aannemen dat ze toen reeds enkele eeuwen bestond, wat onder andere af te leiden valt uit de naamgeving van de patroonheilige Lambertus. In 1470 kreeg een familie Van Bijlandt maalrechten van hertog Adolf van Gelder op een "wind- en rosmolen". Uit de gehele omgeving waren de boeren verplicht daar hun graan te laten malen.

Vanaf 1618 kreeg Helden het recht om in eigen plaats rechtsdagen te houden, zij het onder jurisdictie van de schout van Kessel. Er zijn al heel vroeg leengoederen bekend die door de hertog van Gelder aan een of ander heer in leen werden gegeven. Dit zullen wel grote boerderijen zijn geweest met een misschien kasteelachtig voorkomen, in een wijde boog ten westen van de kern Helden verspreid.

Tot 1674 vormde Helden een bestuurlijk geheel met Kessel en behoorde tot het graafschap Kessel. In dat jaar werd Helden een afzonderlijke heerlijkheid met eigen schepenbank of ding bank. Het stond toen onder Spaans bewind en werd bestuurd vanuit Brussel. Vanaf 1713 viel het onder Pruisen. Bij de komst van de Fransen in 1795 werden schout en schepenen vervangen: in september 1798 ontmoeten we een "agent-municipal" en vanaf mei 1799 een "maire"

(burgemeester). Na de tijd van Napoleon kwam Helden onder

Nederlands bestuur, met een onderbreking van 1830 tot 1839, toen het onder Belgisch bestuur was. Uit een kroniek van omstreeks 1850 ontlenen wij over Helden: "Men heeft er 4 branderijen, 5 bierbrouwerijen, 1 stijfselfabriek, 2 ververijen, 1 fabriek van siroop uit beetwortelen, 1 rosolie-, 1 windolie- en 3 windgraanmolens, doch de meeste ingezetenen vinden hun bestaan in den landbouw".

In 1944 waren er nog drie van de zes molens in de gemeente; met de drie grote kerkgebouwen werden ze alle door het genadeloze Duitse "Sprengkommando" opgeruimd.

Intussen moeten we onderscheid gaan maken tussen de gemeente Helden en de parochie Helden-Dorp. Al van heel vroeg dateert de folklore in Helden-Dorp. Het had zijn schutterij "Sint-Lambertus", welke gilde thans als een der mooiste en imposantste van Limburg mag gelden. Sinds mensenheugenis werd er de beugelsport beoefend. Lang voor 1900 werd er al carnaval gevierd. In 1902 werd uit de reeds lang bestaande zangvereniging de fanfare "Sint-eaecilia" opgericht, die nog steeds in glorie bestaat. Een belangrijk jaartal voor de hele gemeente was 1912, toen de tram "moderne" verbinding bracht met Venlo. In de loop der eeuwen hebben zich naast de "moeder-parochie" Helden vijf andere parochies of rectoraten ontwikkeld. Daarbij groeide Panningen na 1900 uit tot de centrale kern.

Panningen

Deze plaats ligt midden tussen de vijf andere kerkdorpen van de gemeente Helden. De naam is Frankisch en moet zeker al duizend jaar oud zijn, al zijn er geen geschriften over. Onzekerheid bestaat over de afkomst van de naam. Sommigen houden het op .Pannlngahelm", dat is huis van Panno. De overlevering zegt dat de plaats genoemd werd naar de "Paon" , een beek die er vroeger geweest is. Op een Franse kaart van omstreeks 1700 staat "Ponighem". In sommige

oude geschriften staat .Pemngen".

In 1636 is er sprake van een kapel. De bouw daarvan werd in 1644 begonnen en er ontstond een grote devotie tot de H. Maagd, onder de titel van de Zeven Weeën. In 1698 werd de kapel vergroot. In de loop der eeuwen werd de "Kapel tot Helden" een drukke bedevaartplaats, die zich als zodanig handhaafde tot circa 1900. De naam "Kapel" leeft nog steeds voort want in de volksmond worden de Panningers nu nog "Kapelsen" genoemd. Over het ontstaan van "Kapel" zijn verschillende legendes in de overlevering bewaard gebleven. Op 21 april 1674 verkochten de erfgenamen van Heere Overste Hillen "De Hoof' aan de Heere Bouwens van der Boyen, Blijkens nog andere geschriften zou het gebied rond dit "Huis ten Hove" een enclave zijn geweest in het Gelderse land; de enclave hoorde tot de Hornse leengoederen. Van "De Hoof' zijn nog enkele povere resten over in de buurtschap Everlo. Het was vroeger een "riddermaetig Huijs" met grachten en ophaalbruggen. Van 1756 dateerde een huis dat enkele jaren geleden werd afgebroken; daar was vroeger een leerlooierij gevestigd. In 1803 was er reeds een hotel: "De Gouden Leeuw". In 1850 werd de oude kapel nogmaals vergroot en voorzien van een toren en in 1878 verrees een klooster op het "kapelveld" (nu Kerkstraat). Nadat daar eerst twee zusterordes waren gevestigd, kwamen daar in 1903 de paters lazaristen die, naast hun eigenlijke doel: de missie, van zeer grote betekenis werden voor de gehele gemeente Helden. In 1907 werd Panningen nog een groot gebouw rijk: het posten telegraafkantoor. Na de openstelling van de tram in 1912 door minister Regout en gouverneur Van Hövell tot Westerflier, werd Parmingen steeds meer het centrum der gemeente. Het postkantoor werd spoedig gemeentesecretarie en in 1940 gemeentehuis, omdat het oude raadhuis in Helden-Dorp niet centraal lag en bouwvallig werd. Panningen heeft een harmonie die (vroeger als fanfare) meer dan honderdtien jaar bestaat. Het verdere verenigingsleven heeft

er zich steeds rijk ontwikkeld. De eerste industrieën, onder andere steenbakkerijen, moeten er al rond 1850 zijn geweest. Inmiddels is het een belangrijke industriekern geworden.

Koningslust

Rond 1795 kocht Petrus de Koning uit Helden honderd hectare grond, bestaande uit woestenij en moerassen met hier en daar een schaapskooi. Hij zelf gaf er de naam "Koningslust" aan. Langzaamaan werd de grond ontgonnen en verrezen er enkele boerderijen. In 1849 werd er door zijn zoon, Leonardus de Koning, pastoor te Haelen, een kloostergemeenschap gesticht (broeders van de derde orde van de heilige Franciscus) om zwakke jongelingen op te nemen en om de grond verder te ontginnen. In de loop van de jaren vestigden zich rond het klooster steeds meer landbouwers en later ook enkele neringdoenden, zodat een woonkern ontstond. Koningslust was in 1853 rectoraat geworden. De mensen gingen naar de kerk in de kloosterkapel, waarvoor in 1870 een nieuwe werd gebouwd. De eerste school werd er in 1903 gebouwd.

In 1936 werd het oude klooster in gebruik genomen als rooms-katholiek reclasseringsinstituut, onder de naam "Rooms-Katholieke Landkolonie". In die tijd werd ook gestart met de bouw van huize "Savelberg" , een tehuis voor verpleging van zenuwlijders en epileptici. Na de oorlog is Koningslust uitgegroeid tot een flinke woonkern met onder andere een nieuwe school en kerk.

Beringe

Beringe zou zijn naam te danken hebben aan Bero: Beringhern, dat is het heem of het huis van de Beringen; de mannen van Bero. In 1426 is er voor het eerst in oorkonden sprake van Beringe. Een deel ervan was in handen van Gerard

den Grooten (van 1426 tot 1465). Daarna kwam het in leen bij het geslacht "Beringen" dat van 1462 tot 1564 ook de andere helft in bezit had. Na 1800 is er nog sprake van "de beide Beringen". Ook is er in die tijd sprake van het "Goedt to Bieringen". Mogelijk is dit een landgoed in de buurtschap Op de Beuken. Verschillende families werden genoemd "van der Beucken, ofte van Bieringen".

Tot 1830 moesten de Beringse mensen in Helden-Dorp naar de kerk; een afstand van circa vijf kilometer. Na 1830, toen Panningen parochie werd, hoorden de Beringsen bij die parochie. De kerk kwam hen toen als het ware halverwege tegemoet.

Napoleon speelde nog een belangrijke rol in de geschiedenis van Beringe. Hij liet het plan uitvoeren om de Schelde met de Maas te verbinden door het "Canal du Nord" oftewel Noordervaart. Dat kanaal is nooit helemaal voltooid. In 1863 kwam de Noordervaart precies tot in Beringe, waar een losen keerplaats voor schepen werd aangelegd. Belangrijk is ook 1912 toen de L.T.M. een tramverbinding tussen Venlo en Beringe aanlegde. Omdat de Maas, vóór de kanalisatie, in Venlo vaak te weinig water bevatte, werden de schepen in Beringe gelost en werden de goederen met het trammetje verder vervoerd naar Venlo en tussenliggende plaatsen.

In 1928 werd Beringe een eigen parochie onder pastoor Joseph Esser. Wel was er in 1872, ter ere van O.L. Vrouw van het H. Hart, een kapel gebouwd, die in 1875 nog werd vergroot. De voorbode van de kerkelijke zelfstandigheid was de eerste school in 1926. Van het begin van deze eeuw dateert de sociëteit "Vriendenkring", die onder meer het folkloristische "gentrijden" organiseerde. Van ongeveer 1920 dateert het .Ptcifercorps", dat met zijn muziek veel feesten in Beringe, en ook daarbuiten, opluisterde.

Grashoek

De parochie Grashoek was vóór 1900 wel zeer dun bevolkt.

De meeste mensen hadden een armelijk bestaan in dat ontginningsgebied. Uit de prehistorie is, blijkens opgravingen, bekend dat er een "Spiesberg" en een "Houwenberg" zijn geweest; plaatsen waar terechtstellingen plaats hadden, ver van de toen bewoonde wereld. Deze namen leven nu nog voort als buurtschapsnamen. Bij de oprichting van de "Maatschappij Helenaveen" gingen, na 1900, veel bewoners van Grashoek als peelwerkers in de turfwinning werken. Daarbij werden nog diverse voorhistorische vondsten gedaan,onder andere stenen pijlpunten en stenen gereedschap, maar ook een gouden helm van een Romeins veldheer uit circa 300 na Christus.

In 1402 is er sprake van "Groot Maris" in een oorkonde van de hertog van Gelder. Dit moet wel een goed zijn geweest ergens op het huidige Maris te Grashoek. Pas vijf eeuwen later zal men van enige "geschiedenis" van Grashoek kunnen spreken. In 1914 werd de eerste school gebouwd. Voordien moesten de kinderen ofwel in Helenaveen ofwel in Parmingen naar school. In 1918 kwam de eerste noodkerk gereed, doch in de nacht van 8 op 9 januari 1918 werd dit houten gebouw verwoest door de storm. In datzelfde jaar kwam nog de tweede noodkerk gereed; ditmaal een stenen gebouw dat nu, na verbouwing, nog dienst doet als parochiezaal. De tegenwoordige nieuwe kerk dateert van 1953.

Egchel

De zuidwestelijke hoek van de gemeente Helden heeft de naam Egchel. Waar die naam vandaan komt, weet niemand precies. Enkele vermoedens zijn: "Echel" wat bloedzuiger betekent. Het zou dus een streek zijn geweest waar veel bloedzuigers voorkwamen. Dan .Aichelo", wat eikenbos betekent. (Oude mensen spreken nog van "Aechel".) Verder "Echelle", het woord waarmee op Franse kaarten de schaal van de maatverhouding wordt aangegeven.

Als rectoraat bestaat Egchel pas sinds 1948. Tot dat jaar

hoorde het tot de parochie Helden-Dorp. Voordien bestond dit rectoraat uit ver uit elkaar liggende boerderijen met de café's van "Den Dauve" en "Reijnen-Funs", welke laatste ook een bakkerij had. De "mulder" completeerde het gehele negotie bestand.

In 1913 werd de eerste Egchelse kermis gehouden. Toen kwam de Heidense fanfare op bezoek bij Van Lier aan de Neerse brug. Het volgend jaar kwam de Panningse fanfare bij "Linssen-Duurke" (Th. Gielen). En zo luisteren, tot heden toe, telkenjare de Heidense en Panningse muziekkorpsen om beurten de kermis op.

De samenstellers van dit album danken de inwoners van Helden die foto's en gegevens verstrekten, speciaal pater Verwoerd van het missiehuis. Zij hopen dat dit boekwerkje in de smaak zal vallen.

Marktplein - Helden.

1. Het oude raadhuis werd in 1788 gebouwd, toen Helden tot Pruisisch Gelder hoorde. Oorspronkelijk in steen opgetrokken, werden de muren later met cement bestreken. In het midden was een doorgang. Links achter was een gevangenis. De poort aan de rechterzijde gaf toegang tot de brandspuit. Het gebouw werd in 1962 afgebroken nadat het in verval was geraakt. Verder van links naar rechts: het vroegere zusterklooster, achter de bomen "Pinges Toon" (Verheyen), het huis van notaris Haffmans (afgebroken in 1934), het huis van Le Brun, slagerij Ueberbach en het huis van Verbugt. De foto dateert van omstreeks 1905.

Kerk, Helden (L.)

2. Een kaart uit 1915 met de rooms-katholieke kerk van Sint Lambertus, gebouwd in de veertiende eeuw. De gehele bevolking van de gemeente Helden moest hier tot 1830 naar de kerk gaan. Het gebouw werd in 1944 door de Duitsers verwoest. Links het huis van Gomrnans-v.d. Munckhof. "Fleures Marie" staat in de deur. Met de fiets: "Mina van Gritte-Mathieu", later mevrouw Reijnen-Wilms. Rechts van de kerk het kostershuis, het Sint-Rochuskapelletje en de oude smidse van Verbugt.

3. Interieur van de Sint-Lambertuskerk HeldenDorp met het prachtige barokke hoofdaltaar uit rond 1700. Twee meer dan levensgrote beelden stellen de patroonheiligen der kerk voor; links de H. Lambertus en rechts de H. Catharina. De foto werd in 1906 genomen bij een communiefeest. De naam van de pastoor is J oan, Jeuken.

> ~-_ ???. ~-_ ??

4. De achterbinnenzijde van de Sint-Larnbertuskerk in 1890. Rond het orgel stond een spreuk in het Latijn.

De vertaalde tekst luidde:

Looft de heer met pauken en reigezang. Looft Hem met snarenspel en schalmei!

Al wat adem heeft, love de Heer!

(Psalm 150, vers 4 en 5) In 1944, bij de verwoesting door de Duitsers, ging alles verloren.

5. Dit bleef in 1944 over van de eens zo statige Sint-Lambert us kerk, toen ze door de Duitsers zinloos werd verwoest.

6. Het vroegere marktplein in Helden-Dorp heet in de volksmond de "Pool" en officieel "Mariaplein". Op de voorgrond ziet u "Christienen-boor" (L. Crommentuyn) en "Krieëmer-Hanneske" (J. Janssen). De huizen waren van Vossen (thans dr. Mommers), bakker Peeters, café Martens, "Kusters-Tiessen-Hannes" (Lemmen) en het zusterklooster. Rechts staan nog de huizen van Aerdts en Greymans. Foto uit omstreeks 1890.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek