Hengelo in oude ansichten deel 1

Hengelo in oude ansichten deel 1

Auteur
:   D.J.F. Wilmink
Gemeente
:   Hengelo (Ov)
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1878-1
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Hengelo in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Hengelo in oude ansichten deel 1

door D.].F. Wilmink

ZALTBOMMEL

W~OEN

OEKJE

ISBN10: 90 28818782 ISBNI3: 978 90 288 1878 1

© 1967 Europese Bibliotheek - Zaltbommel

© 2008 Reproductie van de vijfde druk uit 1996

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zander voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Europese Bibliotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbommel telefoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: publisher@eurobib.nl

VOORWOORD

Gewis, gij zult de boerenerven, even als Tacitus, buiten alle keurigheid en smaak vinden, als gij de onmatig hooge en spitse daken over de lage muren ziet hangen; welk soort van daken met de houten voorgevels het onderscheidend kenmerk der oudGermaansche bouwkunde uitmaken en niet alleen op het platte land, maar ook in de steden van Twente eene mismaakte rol spele; zij deden dan ook het kunstgevoel van den beroemden Winkelman, toen deze op zijne laatste ongelukkige reize van Italie naar Duitschland dezelve wederzag, zo onaangenaam aan, dat hii schier niet te weerhouden was, om op staanden voet naar den klassieken bodem der bouwkunde terug te keeren.

Mr. B.W.A.E. Sloet tot Oldhuis, die in de Overijsselsche Almanak van 1838 op deze manier zijn afkeer over de landelijke bouwkunst van Twente uitte, was burgemeester van Hengelo (1832-1838). Hij had de voorbeelden van die bouwkunst dagelijks voor ogen, waar in steden als Almelo en Enschede in sommige straten de boerenwoningen nog in het gelid stonden, geldt dat zeker voor het dorp Henghel uit die jaren. Wie goed zoekt kan trouwens in Hengelo nog wel hier en daar de voor oost-Twente zo typische houten topgevel tussen de bouwwerken van onze tijd ontdekken. Alleen ergeren nu maar weinig mensen zich daar nog aan. Eerder is het tegendeel het geval en proberen we te behouden wat er van deze landelijke bouwkunst nog rest.

Hengelo is als een afzonderlijke nederzetting ontstaan in de schaduw van een der vele hoge huizen, die na de vroege middeleeuwen in het Twentse land gebouwd werden door een zich onafhankelijk voelende adel. De naam (H)engelo wordt wel verklaard als een combinatie van "eng" (in Twente meestal es genoemd: het vrij hoog gelegen gemeenschappelijk bouwland van de "marke") en ,,100", wat zoals bekend op een bosrijke streek duidt. Bossen en essen zijn er nog vele in het Twentse land en met name Hengelo profiteert van de nabijheid van het uitgestrekte Twickeler bos, een der grootste eikenbossen van Europa. In tegenstelling tot het Twickel heeft Huis Hengelo zich niet kunnen han dhaven , maar dat zich ook hier vroeger grote bossen hebben uitgestrekt, blijkt uit de naam Woolde (woud) voor een der Hengelose buurtschappen, die tot vandaag bewaard is gebleven. Oorspronkelijk was er alleen Woolde, de gemeenschap van vrije boeren, die zich in een marke aaneengesloten hadden. Ook de huidige buurtschappen Oele en Driens behoorden er toe, zodat de marke Woolde vrijwel het gehele grondgebied van de huidige gemeente Hengelo omvatte. In de tijd van baron Sloet telde de marke "eene oppervlakte van 1478 bunderen gronds, waarvan nog ruim 795 bunderen woest liggen". Baron Sloet had ondanks zijn geringe waardering voor het Twentse boerenhuis, belangstelling genoeg voor de streek en haar bevolking. Wie de "germaanse" aard wit leren kennen, zo beschrijft hij, moet zijn stu deer-

vertrek met Tacitus en aIle comrnentarien over deze schrijver maar eens een paar maanden vaarwe1 zeggen en die tijd besteden aan een verblijf op het Twentse platteland: "dan verplaatse hij zich op de eene of andere uitgestrekte heide, gelijk wie er hier nog in menigte aan treffen".

Zo was het dus in en om Hengelo anna 1838: een dorp van boerenwoningen, omgeven door heidevelden, bossen en bouwland.

Het dorp bestond uit twee delen: het oude dorp en de Veldzijde. Deze laatste behoorde tot de marke Woolde, het oude dorp had zich daar al in een onnaspeurbaar verleden van afgescheiden, al kwamen de Woolder boeren er nog lang op de Brink samen om hun belangen te bespreken. Dat is de gewone gang van zaken geweest, alleen heeft Hengelo het in tegenstelling tot haar zustersteden, niet tot de status van stad ge bracht, doordat het geen stadsrechten had. Hetzelfde geldt voor een dorp als Losser, dat toch wel zelfstandig was. In de Napoleontische tijd raakten deze tegenstellingen uit de wereld en nu kennen we uitsluitend gemeenten. Toch vinden de bewoners van de "echte" Twentse steden nog wel eens, dat Hengelo zich ten onrechte de aanduiding stad aanmatigt. Zij schrijven dit dan toe aan de befaamde "Hengeler Weend" (wind), een omvangrijke, maar weinig wegende materie, die de Hengeloers volgens de volksmond met de Hagenaars gemeen hebben.

Hoe het zij, Hengelo - voor het eerst in 1188 ge-

noemd - is langzaam maar zeker gegroeid tot wat het nu is. Uit de hoofdhof van de marke Woolde kwam de havezathe voort, het adellijke kasteel, waarvan de opeenvolgende eigenaren de dorpelingen zo kort mogelijk probeerden te houden. Op Pasen 1595 brandde het dorp af. Het bestond toen uit 43 huizen, die alle met schuren en "schoppe" (schuurtjes) door het vuur verwoest werden. In 1796 telde Hengelo 678 zie1en. Het feodale tijdperk liep toen op zijn laatste benen. Terwijl elders de invloed van de adel tot bijna in onze tijd bleef bestaan, kon Hengelo al in 1830 opademen. Toen werd namelijk de oude havezathe met nog 104 bunder grand publiek in percelen verkocht. Al wat er nu nog van rest, is een poort, opgesteld voor het landgoed Het Stroot in de buurtschap Twekkelo tussen Hengelo en Enschede.

Pas na 1860, toen Twente spoorwegen kreeg en Hengelo daar het snijpunt van werd, is de plaats echt gaan graeien. De (nu Koninklijke) Neder1andse Katoen Spinnerij werd hier vanwege de spoorwegverbinding gesticht, wat later plantte Stork er zijn metaal- en textielbedrijf neer. Nu is Hengelo de "metaalstad" van Twen te, maar buiten de metaa1industrie vinden we er ook machtige bedrijven in de sectoren chemie en elektratechniek. Ook de textiel wist zich te handhaven. Van alle Twentse steden heeft Hengelo het meest evenwichtige industriepatroon.

Adriaan Buter

1. Marktstraat, beginnende aan de Thiemsbrug tot aan het marktplein. Gezicht van het marktplein in de Marktstraat. Links op de voorgrond de glas- en verfhandel van M.H. Lempersz. In 1916 verkocht hij het pand aan de gemeente. Daarnaast het koetshuis en de paardestal van Frederigen Dijk, weduwe van Adam ten Cate. Dit pand werd in 1922 afgebroken. Ret daarnaast gelegen huis, voorkomende op de kadastrale kaart van 1821 onder no. 72, werd later nog bewoond door J.c.G. van Benthem, daarna door Gerrit Conraad van Alphen en vervolgens door dr. P. van Delden, die het pand belangrijk liet verbouwen.

2. Marktp1ein. Gezicht vanaf de markt op cafe Snapop. Het was in 1832 eigendom van Matheus Wilbrink, daarna van zijn zoon Jannes (Snapop's Jans), Diens schoonzoon J.H. Pervoo liet het in 1898 afbreken en bouwde het hotel Mercurius. In 1916 was het eigendom van M. Goedhart, die het gedeeltelijk verhuurde aan de geheelonthouders en een ander gedeelte aan gemobiliseerde militairen. V66r M. Goedhart is ook nog even Hofstede Crull eigenaar geweest, die een permanente tentoonstelling van elektrische lampen, enzovoort in het gebouw had. Links ziet u het postkantoor.

3. Stadhuis. Nadat Hengelo in 1802 zelfstandig geworden was, schijnt men aanvankelijk vergaderd te hebben in het logement "De Swane" aan de Beekstraat. Ret eigen onderkomen werd gevonden in de Willemstraat. Ret was een schuurachtig bouwsel van ongeveer 5 bij 5 meter oppervlakte. In dit gebouwtje, waarvan jammer genoeg geen foto voorhanden is, werd jarenlang het wel en wee van Hengelo behandeld. Maar het gebrek aan meer ruimte werd steeds nijpender. De tuin van de weduwe Walkate werd aangekocht en een voor die tijd modern stadhuis verrees (foto). In 1897 kwamen opnieuw uitbreidingsplannen ter tafe!. Links ziet men een huis dat de gemeente in 1911 aankocht en afbrak. Ret behoorde aan de heer Rein ten Cate Mzn. Er was een tabakskerverij in gevestigd.

4. De Brinkstraat begint tegenover het aanvangspunt van de Weemenstraat en loopt zuidwaarts tot aan den Brink (raadsbesluit 22 januari 1884). Kijkje vanaf het midden naar de markt. Op de aehtergrond de winkel van S. Goedhardt & Co. Dit huis was voordien eigendom van Izak Blenken, die daar rieten weverskammen maakte. In augustus 1924 is het afgebroken. Cafe Franke en kapper Simon zien we reehts.

j)rinki:trHtlt. llE~GEI.O(O).

5. De Brinkstraat vanaf de Ensehedesestraat, riehting Brink. De Brinkstraat werd ook wel de Ter Horstenstraat genoemd.

Dud Hengelo

6. Brinkstraat. Rechts achter de Brinkstraat was een nauwe doorgang naar de zogenaamde Van Leeuwenhuisjes.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek