Herten in de Tweede Wereldoorlog

Herten in de Tweede Wereldoorlog

Auteur
:   drs. J.H.S. van Herten
Gemeente
:   Roermond
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6008-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Herten in de Tweede Wereldoorlog'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Voorwoord

In de Tweede Wereldoorlog is de Hertense bevolking veelleed aangedaan. De druk van de bezetting was een belasting die zich met name in de laatste oorlogsjaten rnanifesteerde. Daarnaast zijn er enkele periodes te onderscheiden waarin de bevolking direct met oorlogsgeweld werd geconfronteerd. Allereerst de bominslag op 13 april 1942 - tot voor kort onopgelost. In september 1944 stokte de geallieerde opmats; niet lang daarna kwam Herten in de frantlinie te liggen. Veel mannen werden eind 1944 en begin [anuari 1945 gedeporteerd om in de Duitse oorlogsindustrie te gaan werken. Op 25 januari werd de bevolking geevacueerd naar de provincies Friesland, Graningen en Drenthe. De materiele schade was enorm; talloze beschietingen en het opblazen van belangrijke gebouwen hadden van het dorp een grate ruine gemaakt. Verder lagen er ongeveer 15.000 mijnen. Rond 1 februati 1945 trad de Maas buiten haar oevers; ook hierdoor werd veel schade aangericht. Vijfentwintig inwoners verloren het leven gedurende de oorlogsperiode. Dit aantal is waarschijnlijk te laag, omdat ook inwoners - men denke aan kinderen en bejaarden - omkwamen door ondervoeding en uitputting. Deze laatste groep wordt niet als oorlogsslachtoffer gerekend, ten onrechte.

In dit boek wordt aan de oorlogsperiode aandacht besteed; tevens wordt uitvoerig ingegaan op de periode na de bevrijding op 1 maart 1945. Het overgrate deel van de gegevens over de oorlog in dit boek is nooit gepubliceerd; over de periode na 1 maart 1945 is nimmer anders geschreven dan in enkele zinnen. Ook de positie van de gedeporreerde mannen, de geevacueerden, de in het dorp tewerkgestelde Russische krijgsgevangenen hebben nooit enige aandacht van betekenis in de geschiedschrijving gehad. Het raadsel rand de borninslag op 13 april 1942 is opgelost doordat archieven van de Royal Air Force openbaar zijn geworden.

De afbeeldingen in dit boek zijn - op een enkele na - nooit eerder gepubliceerd. Ze geven een beeld van de verwoesting en de peri ode van wederapbouw.

Nog nooit in de geschiedenis van Herten is binnen een tijdsbestek van vijf jaar zoveel veranderd. Van Zuylen geeft in zijn proefschrift over Herten uit 1940 de titel "Dorp aan de overgang" mee. Hij kan nooit bevroed hebben dat deze overgang in zo'n kort tijdsbestek - en op zo'r wrede manier - bewerkstelligd werd.

1 Herten mei 1940

Herten was voor de Tweede Wereldoorlog een typisch land- en tuinbouwdorp. Er woonden nagenoeg geen fabrieksarbeiders; industrie was er overigens ook nauwelijks. Daar kwam in 1937 verandering in. De Nederlandsche Patent- en Kristalsodafabriek (thans Solvay by) kocht in dat jaar zestig hectare grond, waarvan er dertig in Herten en dertig in Linne lagen. De plaats was heel strategisch gekozen: aan de Rijksweg, de Maas en de spoorweg Maastricht-Nijmegen. AI snel werd begonnen met de bouw van een fabriek; in 1939 werkten er al honderd personen. Dit aantal lOU snel toenemen, zo was de verwachting. Van Zuylen twijfelt in zijn proefschrift uit 1940 of veel inwoners uit Herten in de fabriek zouden willen gaan werken; hij kreeg ongelijk. Op 15 juli 1939 ging het bedrijf definitief draaien.

Het grootste deel van de bevolking leefde van de landbouw; het was een hard en armoedig bestaan. Van Zuylen oordeelde dat Herten geen plaats was voor een grote industrie. Hij was tevens van oordeel dat de landbouw op een punt was gekomen dat het landbouwbedrijf geen mensen meer kon opnemen. Het bestaansminimum naderde. Voor het kiezen van een ander beroep was, in verband met de lage ontwikkeling van de bevolking en de geringe belangstelling voor fabrieksarbeid, weinig animo. Het lOU een moeilijk proces worden, zo voorspelde Van Zuylen.

Toen Hitler in Duitsland aan de macht kwam begon de bevolking zich lOrgen te maken. Was de Eerste Wereldoorlog aan Nederland voorbij gegaan, van een tweede oorlog was dit allerminst zeker. De angst groeide toen medio 1939 de internationale situatie zich verscherpte. In 1939 mobiliseert Nederland. Niet lang daarna valt Duitsland Polen binnen en vervolgens worden Engeland en Frankrijk bij de oorlog betrokken.

De Maaslinie in Nederland wordt versterkt. Bruggen worden bewaakt

en van spring stoff en voorzien, ook de bruggen bij Roermond. Versperringen worden aangelegd. Duitse troepen trekken in de richting van de Nederlandse grens. Op 10 mei 1940 vallen ze Nederland binnen. De eerste schoten uit de oorlog vallen op de Kapellerlaan in Roermond. Bruggen worden opgeblazen, maar de overmacht is erg groot. De bewoners van 001 moeten naar Merum evacueren, slechts voor een dag. Hetzelfde geldt voor de inwoners van Herten. Een verwachte strijd nabij 001 blijf] uit; de Duitsers steken bij Roermond de Maas over. Er volgen inkwartieringen in het dorp; in het verenigingsgebouw "De Leostichting" en in beide scholen zitten Duitse militairen. In de loop van de komende maanden worden artikelen schaars en steeds meer is alleen op bon te krijgen. Boeren worden verplicht landbouwprodukten te leveren voor de inwoners van steden.

Daar knelt de honger het eerst. Al snel komen de eerste formaties Engelse bommenwerpers overvliegen; hun doel is het Ruhrgebied, het hart van de Duitse oorlogsindustrie. De inwoners schuilen in hun kelders of zelfgegraven schuilplaatsen. Steeds duidelijker wordt de oorlog aan den lijve ondervonden. Niet alleen materieel, maar ook psychisch. Alhoewel het betrekkelijk rustig lijkt in de agrarische gemeenschap Herten, wordt de druk op de bevolking steeds groter.

Foto: de kerkberg voor de Tweede Wereldoorlog.

2 Josephus Baetsen sneuvelt op 10 mei 1940

Op 10 mei 1940 kwam de eerste Hertenaar als gevolg van oorlogshandelingen om het leven. Het was Josephus Hubertus Baetsen, geboren op 27 september 1919 te Herten.

Baetsen was dienstplichtig soldaat bij het 2-13 grensbataljon. Hij sneuvelde op de Meerssenerweg te Maastricht door mitrailleurvuur en werd dood aangetroffen. Hij kwam om doordat hij, als soldaat bij het grensbataljon, de aftocht van zijn onderdeel dekte. Op 11 mei 1940 werd hij begraven op de begraafplaats Oostermaas te Maastricht. Zijn onderdeel had als opdracht - zo staat in het gevechtsrapport van 10 mei 1940 van het grensbataljon - er zorg voor te dragen dat geen vi]andelijke troepen met boten de Maas zouden oversteken. De groep bestond uit tien personen: een sergeant, een korporaal en acht soldaten. De bewapening was erg poyer. Men beschikte over een lichte mitrailleur en acht geweren. Verder was iedereen voorzien van een aanvalshandgranaat. Men beschikte over voldoende munitie. De sergeant was niet op de hoogte gesteld van een eventuele Duitse aanval: hij wist aldus het gevechtsrapport - nog niet eens dat de Duitsers de Nederlandse grens reeds hadden overschreden. De mitrailleur weigerde; die was net een week terug van de Hembrug, maar men had hem nog niet geprobeerd.

Op een gegeven moment ontdekte de sergeant aan de overzijde van de Maas een motorcolonne van ongeveer vijftig motoren met voorop twee wagens die een oranje vlag voerden. Het waren Duitsers. De lichte mitrailleur was inmiddels gerepareerd; een zwaardere had men een half uur eerder gekregen. Binnen zeer korte tijd werden drie leden van de compagnie in een been getroffen, een vierde werd gedood toen hij opstond uit zijn dekkingsput. Deze bestond overigens uit de houten hekisting van munitie. Niet veellater vielen weer twee doden, onder wie Josephus Baetsen.

Op het bidprentje van Josephus Baetsen staat vermeld: "Hij stierfin den strijd voor de verdediging van zijn vaderland: een roemvolle dood,"

Aanvankelijk kreeg Baetsen een particulier grafmonument; later is dat vervangen door een monument van de oorlogsgravenstichting. Baetsen ligt begraven in yak S, nr. 57 van de genoemde begraafplaats Oostermaas.

Hier een foto van de eerste grafsteen.

.'

3 Herten 1942

Verliepen de jaren 1940 en 1941 betrekkelijk rustig - er was nauwelijks sprake van oorlogshandelingen - anders was dat in 1942. In de eerste twee oorlogsjaren ging het leven zijn gewone gang; last van Duitsers had men niet of niet vee!. Ze kwamen regelmatig in het dorp, beroepsmatig of uit persoonlijke interesse. Natuurlijk was er de angst onder de bevolking; men voorzag dat de oorlog nog lang zou gaan duren. Daarbij kwam dat de Engelse Royal Air Force was begonnen met bombardementen op - met name - het Ruhrgebied. Die bombardementen werden opgevoerd. Velen sliepen 's nachts in kelders, waar men zich betrekkelijk veilig waande,

In een getypt verslag van een inwoner "Herinneringen 1942" lezen we dat in de strenge winter geschaatst werd op de Heelderpee!. Veelvuldig bezocht men kermissen in omliggende dorpen; afspraakjes werden gemaakt met vriendinnetjes en er werd gedanst en gedronken. De kermis in Herten werd een groot succes. Men maakte vakantieplannen; de zomer van 1942 was onvergetelijk. De laatste zin in het boekje verraadt angst: "Moge 1943 ons naast bovenstaande, datgene brengen, waar wij allen naar hunkeren, waar zo velen verlangend naar uitzien ... DE VREDE."

De oorlog betekende ook een overgang voor Herren. Door de komst van de sodafabriek trokken veel jonge mannen naar de industrie. De landbouw verloor snel terrein. Was in 1940 nog ongeveer 80 procent van de beroepsbevolking daarin werkzaam, na de oorlog was dit percentage tot rond de 40 gedaald.

Armoede kende men niet, als men dit vergelijkt met vooroorlogse jareno Ook van honger was geen sprake; in zoverre was de landbouw van groot belang. De gemeenschap kon zichzelfbedruipen waar het om voedsel ging; velen hadden dan ook een eigen slachtvarken en soms een stukje grond waarop men groente teelde.

In het jaar 1942 werd Herten voor het eerst geconfronteerd met grof oorlogsgeweld; de bominslag van 13 april kostte zeven inwoners her leven en de materiele schade was enorm. In "Herinneringen 1942" staat daarover te lezen: "Traag verliepen de dagen na dit gebeuren, heel het dorp was onder de indruk ... " De borninslag schokte de bevolking en de angst nam toe. De toekomst werd onzekerder. Hiernaast een reconstructietekening van de monumentale hoeve Leenenhof, die bij de bominslag volle dig werd verwoest. De hoeve was ongeveer gelegen op de plaats waar nu het voormalige gemeentehuis aan het ]ulianaplein staat. Het huis rechts is cafe Mulders, dat reeds v66r de oorlog werd afgebroken.

Afbeelding: reconstructie Leenenhof'voor de Tweede Wereldoorlog.

SiTlJATiE.5CHETS

IiEM£ENTE. fI£.RHN

! 1930

LEENEHHOF ME:T RE.CHTS cAFE.

ANHEX BE.li"£LBAA N H ULOERS

, RE'OI'l~TRueT;E.

I © Jo VAI'i HER TEN

1392.

4 Bominslag op 13 april 1942

Op 12 en 13 april 1942 was het mooi weer; het was helder en de temperatuur was aangenaam, overdag ruim 17 en in de nacht ongeveer 5 graden Celcius. In de nacht van 12 op 13 april 1942 trofHerten een ramp. Een vliegtuigbom viel in de vroege ochtend omstreeks 01.25 in de kom van het dorp, tussen de huizen Schoeren, Korsten en Engelen. Thans is de plaats aan te geven als achter het (voormalige) gemeentehuis en achter het Groene-Kruisgebouw. Zes inwoners werden op slag gedood: Joseph Korsten (74 jaar), Andreas Schoeren (10), Johannes Engelen (20), Peter Engelen (60), Anna Evers-Sliepen (81) en Wilhelmus Evers (18). Mevrouw Schoeren-Cremers (47) werd zwaar gewond naar de pastorie gebracht, waar zij aan haar verwondingen bezweek. De doden werden opgebaard in de gymnastiekzaal van de jongensschool (thans de bibliotheek). Zeven doden telde Herten bij de eerste grote oorlogshandeling in de streek.

Zes inwoners werden naar het Roermondse ziekenhuis overgebracht om daar behandeld te worden. Uit de medische dossiers van dit ziekenhuis blijkt dat het ging om de navolgende verwondingen: bekkenontwrichting, gebroken schaarnbeen, gebroken rechtersleutelbeen, hoofdwonden, schrammen en bulten alsmede een buikwond. Van een patient is in de medische status geen diagnose vermeld; het ging om een in 1940 geboren kind. De meeste patienten werden op 14 of 18 april ontslagen; twee moesten er blijven tot 28 mel. Over het aantal lichtgewonden bestaat geen eenduidigheid. Zij werden verzorgd door de zusters van het klooster van "de Goddelijke Voorzienigheid" en door personeel van de plaatselijke afdelingen van het Roode Kruis en her Groene Kruis. Burgemeester J,H. van Geldrop schrijft in zijn proces-verbaal van 15 april 1942 niets hierover. De Districtsinspecteur voor de Luchtbescherming, G. Eissens uit Vught, noemt een aantal van twaalflichtgewonden. Deze opgave is onjuist. Gelet op het feit dat

door zeven artsen (de doktoren Hustinx, Wiggelendam, Hoijing en Wong Lun Hing uit Roermond, Maureau uit Linne en Smals uit Herten, alsmede een niet met name bekende arts) geneeskundige hulp is verleend, moet het aantal hoger liggen. Uit betrouwbare bronnen kan worden afgeleid dat het om zestig tot zeventig personen gaat.

Foto: Leenenhofna de bominslag.

S Bominslag op 13 april 194 2

Over de bominslag geven de bronnen geen eensluidend beeld. Voorop staat dat de born in de nacht viel; vrijwel iedereen sliep en kan dus niets gezien hebben van de inslag zelf. Twee wachtmannen van de plaatselijke luchtbeschermingsdienst liepen op straat nabij hun kantoor in het voormalige gemeentehuis aan de Schoolstraat (thans bureau Kragten). Het waren Sjaak Verheesen en Matthieu Moors; ook zij hebben de inslag niet gezien. WeI konden ze vertellen dat het vliegtuig vanuit richting 001 richting Herten vloog.

In het archief van de Gemeentepolitie Roermond, dag- en nachtrapporten,lezen we: "Omstreeks 1.25 uur viel een gierend en huilend geluid waar te nemen waarbij ramen en deuren van het bureau schudden. Thomassen meldde hierop van de Maasbrug, dat hij een zeer grote vuurzuil had waargenomen ter hoogte van de Roode brug, zoodoende hij veronderstelde dat een born in de Maas was terechtgekomen aangezien vliegtuigen in de lucht waren. Even later werd mij door den Rijksambtenaar Van Helmond, namens een inwoner van Herten, medegedeeld dat nabij cafe Seuren aan de kerk te Herten een born was gevallen en een huis in brand was geraakt." Over de vliegrichting niets derhalve. Merkwaardig is dat gemeld wordt dat er meer vliegtuigen in de lucht waren. In het proces-verbaal van burgemeester Van Geldrop wordt expliciet vermeld: "Er was slechts een vliegtuig en door dit vliegtuig werd slechts een born afgeworpen (soort onbekend)." Ook Sjaak Verheesen, Matthieu Moors en enkele inwoners die nog wakker waren, hebben slechts een vliegtuig gehoord. De Districtsinspecteur voor de Luchtbescherming geeft als vliegroute aan: vanuit het zuidoosten. Hij meent echter dat het vliegtuig vrij hoog vloog en dat het vanuit het noordwesten werd gezocht door vier tot vijf schijnwerpers. Inwoners die het vliegtuig hebben gehoord zijn van mening dat het juist laag vloog; het maakte daarbi] een ongebruikelijk, ramme-

lend, geluid. Niemand uit het dorp is iets bekend over zoeklichten. Verder vertelde niemand dat hij meer vliegtuigen heeft gehoord, ook geen Duitse nachtjagers.

Merkwaardig is dat het vliegtuig niet in formatie vloog; normaal was dit wel het geval. Een solitair vliegende bommenwerper is een betrekkelijk gemakkelijke prooi voor de nachtjagers van de Luftwaffe. Als een vliegtuig alleen in de lucht was had dat vaak als reden dat er problemen waren, zoals motorstoring ofhet geraakt zijn door vijandelijk vuur.

Foto: schade na de bominslag.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2017 Uitgeverij Europese Bibliotheek