Herten in de Tweede Wereldoorlog

Herten in de Tweede Wereldoorlog

Auteur
:   drs. J.H.S. van Herten
Gemeente
:   Roermond
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6008-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Herten in de Tweede Wereldoorlog'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

6 Bominslag op 13 april 1942

Op 12 april 1942, om 21.43 uur Engelse en Nederlandse tijd (het was de periode van de Double British Summer Time) steeg vanafhet vliegveld Hemswell, Linconshire (ten noorden van Londen), een Wellington met het nummer Z 1213 BH-H op. Het vliegtuig behoorde tot het No. 300 Masovian Polish Squadron. Het doe! van de vlucht was Essen in het Ruhrgebied. De bemanning bestond uit zes koppen, allen Polen: p. Pajer (38 jaar) , W Zalojko (27), J. Balucki (24), K. Lubojanski (23), W Strzelezyk (27) en de co-piloot Jan Kuczak (leeftijd onbekend).

Bij een normaal verlopen vlucht zou het toeste! even na 01.20 uur boven het doel moeten zijn aangekomen. Het is dus niet mogelijk dat het vliegtuig op dat moment op de terugweg boven Herten moet hebben gevlogen. Andere vliegtuigen van hetzelfde Squadron - zo blijkt uit het "Operations Record Book" van de Royal Air Force -landden omstreeks 04.00 uur op hun thuisbasis, nadat ze tussen 01.15 en 01.45 uur het doe! hadden bereikt. Een Wellington deed ongeveer 6Y2 uur over de vlucht van Hemswell naar Essen en terug. De Wellington Z 1213 was geladen met een 4000 pond wegende High Capacity Bomb (1800 kilo springstof). Dit was een luchtdrukbom. De born had een cilindervorm en was grotendeels van tin. De lengte was liS inch (290 em) met een doorsnede van 30 inch (75 em). Kenmerkend was dat de born vlak boven de grond ontplofte en een enorme schade kon aanrichten, veel groter dan de gangbare, conventione!e bommen. De krater die ontstond was groot, maar niet diep. Door de luchtdruk stortten de huizen richting krater in. Dat is in Herten ook gebeurd.

Bij de ontploffing kwarn veel hitte vrij, hetgeen de vuurzuil die is gezien verklaart. In Herten is kort na de inslag brand uitgebroken, die overigens vrij snel onder controle was.

Hoewel de inwoners niet gericht naar bomscherven hebben gezocht zijn die in elk geval nooit gevonden. Dit is begrijpelijk bij dit type

bommen. De tinnen cilinder smolt bij de inslag door de hitte die vrij kwam. Het ontstekingsmechanisme van messing ging eveneens verloren door de kracht van de explosie.

Foto: schade na de bominslag.

7 Bominslag op 13 april 194 2

Laten we uitgaan van de wachtmannen van de luchtbeschermingsdienst, Verheesen en Moors, die zich op straat bevonden toen de explosie zich voordeed. Volgens hen kwam het vliegtuig vanuit de richting 001 en vloog het richting Herten. Gelet op het tijdstip van de inslag - 01.25 uur - is dit ook het meest waarschijnhjk. Het vliegtuig kwam aanvankelijk uit het noordwesten en vloog naar het zuidoosten, dus richting Essen. Het is onmogelijk dat men het Ruhrgebied heeft bereikt na een voltooide missie. Immers, de eerste vliegtuigen kwamen pas om 01.15 uur boven Essen aan. De conclusie hiervan moet zijn dat de bommenwerper op de terugweg was, echter niet na een voltooide vlucht. Nu de Wellington niet is teruggekeerd, is in de archieven van Bomber Command niet na te gaan wat er is gebeurd.

Om 01.53 uur stortte de bommenwerper neer in Boekel. De afstand Herren- Boekel is binnen een half uur te vliegen.

Als we aannemen - gelet op de veelvuldige verklaringen - dat het vliegtuig laag vloog en een merkwaardig ratelend geluid maakte, zou er sprake kunnen zijn van motorpech waardoor de missie voortijdig moest worden gestaakt. Ook kan het geraakt zijn door Duits vuur. Dat verklaart ook dat het vliegtuig solitair vloog; normaal vloog men in formatie. Een noodlanding met de zware born aan boord, boven volstrekt donker gebied, was levensgevaarlijk. Het lijkt dan ook het meest aannemelijk dat de born uit nood is afgeworpen toen men inzag dat de thuisbasis mogelijk niet zou worden gehaald. Die born trof Herten. Voor de hand ligt de gedachte dat de 4000 HC bomb ("cookie" genaamd) op de terugreis is gedropt; hierop is de gebruikelijke route naar Hemswell via Noord Brabant voortgezet. In Boekel kwam het vliegtuig uit de richting Midden Limburg.

De Himmelbettradarstellung 5 B, ten widen van Venraij aan de weg naar Oirlo, heeft het vliegtuig op het scherm gekregen. Vliegveld Ven-

10 werd gewaarschuwd; vandaar steeg Hans Dieter Frank met zijn nachtjager op. Hij yond de Wellington snel. Het gevecht dat volgde was ongelijk; een logge bommenwerper tegen een wendbare nachtjager. De Wellington werd neergeschoten. Het had geen bommen aan boord, terwijl het niet in Essen geweest kan zijn.

Co-plloot Jan Kuczak wist zich met zijn parachute te redden; de overige vijfbemanningsleden kwamen om; zij liggen begraven op de begraafplaats Woensel te Eindhoven (graven in het vak I] 43 tim 47). Kuczak ontdeed zich op ongeveer 400 meter van het gecrashte toestel van zijn valscherm en liep naar het dorpje Erp. De volgende ochtend werd hij daar door Duitsers bij een boerderij aan de Boekelseweg aangehouden.

Foto: een born van het type zoals boven Herten afgeworpen.

8 Bominslag op 13 april 1942

Jan Kuczak was een Pool; hij diende als sergeant bij de Royal Air Force in Squadron 300, ook weI het Masovian ofhet Polish Squadron genoemd. Uit het "Night Raid Report No. 43 van Bomber Command Report on Night Operations 12-13 april 1942 " blijkt dar een Welling-

ton IV van genoemd Squadron door grondvuur werd geraakt. Ook wordt gemeld dat een Wellington van dit type niet op de thuisbasis terugkeerde. Uit het genoemde rapport blijkt voorts dat twee Wellingtons IV van dit Squadron Essen niet hebben bereikt; niet wordt vermeld om welke bommenwerpers het ging. Met name wordt niet vermeld ofhet ging om de Wellington die in Boekel in Noord Brabant crashte. Daar is namelijk in die nacht de Wellington Z 1213 neergeschoten door een Duitse nachtjager. Gelet op de tijd kan de Wellington uit Boeke! niet boven Essen zijn geweest; hoogstens was hi] een eind in de richting het Ruhrgebied. In Boekel had de bommenwerper geen bommen aan boord. In het proces-verbaal van de Gemeentepolitie Boekel, op 10 rnei 1942 opgemaakt door veldwachter Pc. van de Leygraaf, lezen we onder meer het volgende: "Op gemeld tijdstip hoorde ik motorgeronk van vliegtuigen en tevens zeer snel achter elkaar afgevuurde schoten. Ik vermoedde direct dar er een luchtgevecht plaatsyond en nadat een aantal snel op elkaar volgende schoten waren afgevuurd, zag ik in de lucht een verschijnsel alsof een groote ster naar

beneden viel. Voorts hoorde ik een suizend en huilend geluid en vervolgens eenige zwaare knallen, vermoedelijk op den grond C ... ) en constateerde ik omstreeks 2.10, dat een brandend vliegtuig lag op een perceel weiland C ... ) en verder werden door ons 4lijken bij het vliegtuig aangetroffen waarvan er 3 ernstig door brand waren verrninkt. Later werd echter nog 1lijk gevonden onder de wrakstukken C ... ) In wijden kring om het vliegtuig werden stukken hiervan gevonden, o.a. een vleugel, een motor, een gedeelte van den staart, enz."

Foto: Jan Kuczak in 1942 of 1943 tijdens zijn Duitse gevangenschap.

9 Bominslag op 13 april 1942

Vijfvan de zes bemanningsleden kwamen dus om; Jan Kuczak werd gevangen genomen en naar Duitsland gebracht. Hij werd daar geinterneerd in Stalag IV B; zijn nummer was 167.

Naspeuringen hebben er niet toe geleid dat Kuczak werd teruggevonden. Wei kwamen wij in contact met een andere Jan Kuczak, een neef van de oorlogsvlieger. Hij gaf onze brief aan een zus die in Krakow, Polen, woont. Zij deelde ons mede dat de onfortuinlijke Jan de oorlog weI heeft overleefd. Nadat hi] aanvankelijk naar Polen was teruggekeerd vertrok hij in of omstreeks 1946 weer naar Engeland, waar hij wederom in dienst trad bij de Royal Air Force. Niet lang daarna verloofde hij zich. Begin jaren vijftig schreefhij zijn zus in Polen dat hij plannen had om te emigreren. Of dat inderdaad gebeurd is, is helaas onbekend. Het contact met zijn zus is toen verwaterd en uiteindelijk verloren gegaan. Zo weten wij niet Ofhij thans nog in leven is en zo ja, waar hij dan woont.

De Wellington uit Boekel is neergeschoten door Hans Dieter Frank, een berucht Duits oorlogsvlieger. Eind 1942 had hij vijftien luchtoverwinningen op zijn naam staan. In 1943, bij zijn sneuvelen in de nacht van 27 op 28 september bij Hannover, was dat aantal opgelopen tot 55. Frank vloog bij zijn fatale vlucht in een van de eerste exemplaren van de nieuwe nachtjager He 219.

Foto: de neergestorte Wellington in Boekel.

10 Bominslag op 13 april 1942

De bominslag schokte de bevolking zeer. Direct na de inslag werd begonnen met het zoeken naar slachtoffers en de hulpverlening aan gewonden. Gewonden werden naar de pastorie en het klooster gebracht. Zes werden naar het Roermondse ziekenhuis gebracht. De brand die bij Engelen ontstond kon binnen tien minuten worden geblust; na twintig minuten kon het sein "brand meester" worden gegeven.

De bevolking behield haar kalmte; zoveel mogelijk werd geholpen met het bergen van de lijken en het ruimen van het puin. AI snel werd de omvang van de schade bekend. Volgens architect Bremmers was de schade: vijf'totaal verwoeste huizen, vijf zwaar beschadigde huizen en 43 licht beschadigde woonpanden. De kerk, de pastorie, het verenigingsgebouw "De Leostichting" en de scholen liepen veel schade op, evenals het klooster. In Herten hadden aile of nagenoeg aile woningen glas- en dakschade. Zelfs in Wessem, door de lucht gemeten ongeveer 10 km verwijderd, was er glasschade.

Vorenstaande gegevens zijn door het hoofd van de Luchtbeschermingsdienst in Herten, de heer H.H. Kurvers, verstrekt aan de heer G.J,c.j. Eissens, Districtsinspecteur voor de Luchtbescherming, die hiervan op 20 mei rapport opmaakte.

Ongeveer een kwartier na de bominslag luidde "Stien van de koster" de kerkklokken. Het was de laatste keer dat de klokken in de oorlog hebben geluid.

Geestelijke verzorging werd verleend door pastoor Korner en kapelaan Schreurs.

Tijdens de reddingswerkzaamheden waren er vliegtuigen in de lucht. Enkele Duitse militairen bezochten kort na de ramp de plaats van het onheil. Zij kwamen te paard of per auto vanuit Roermond.

De hulp werd verleend door familie en buren; van buiten het dorp werd geen hulp geboden. De zusters van het klooster "De Goddelijke

Voorzienigheid", het Roode Kruis en het Groene Kruis verleenden geneeskundige hulp, evenals een zevental artsen.

De Luchtbeschermingsdienst Herten bestond uit een klein groepje jonge mannen uit het dorp die eveneens veel hulp hebben verleend. Maar niet te vergeten zijn de vele, niet met name te noemen mannen uit Herren, Merum en 001 die zich direct naar de plek van het onheil begaven en daar veel waardevol werk deden.

Foto: schade na de bominslag.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek