Herten in de Tweede Wereldoorlog

Herten in de Tweede Wereldoorlog

Auteur
:   drs. J.H.S. van Herten
Gemeente
:   Roermond
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6008-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Herten in de Tweede Wereldoorlog'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

16 Gedeporteerden

Het verhaal van de geevacueerde inwoners is goeddeels bekend; er zijn nog veel geschreven bronnen in de vorm van dagboeken en brieven. Anders ligt dat met de gedeporteerde mannen. De 81 mannen die op 12 oktober 1944 door de Grime Polizei werden opgepakt en de mannen die in de maanden daarna werden gearresteerd en afgevoerd naar Duitsland hielden meestal geen dagboek bij. Ook het schrijven met familie en vrienden lukte nagenoeg nooit. Daarbij praat men niet graag over deze peri ode. Ten minste een van hen heeft een uitgebreid dagboek bijgehouden, waaruit wij het onderstaande halen.

Op donderdag 12 oktober 1944, om 7 uur in de ochtend, komt het bericht van de razzia. De inwoner zocht zijn schuilplaats in een tuin op, maar werd snel gevonden. Men moest te voet naar het Roermondse station; vandaar ging het per trein naar Venlo: vijftig mannen in een bevuilde goederenwagon. Daarna volgde Kaldenkirchen, Dusseldorf, Varesbeck en Wuppertal, waar men uit moest stappen. Het bleek dat er ongeveer 300 personen in de trein zaten, de meesten uit Herren, Roermond en Venlo. In totaal bleken er in diverse treinen ongeveer 3000 mannen uit Midden- en Noord-Limburg te zitten. Op zondag 15 oktober werd de betrokken inwoner naar Hannover gebracht. Hij moest gaan werken in een fabriek. De omstandigheden waaronder hij geleefd heeft waren erbarmelijk; het eten was slecht, erg weinig en eenzijdig. Van geneeskundige verzorging was nauwelijks of geen sprake en de hygiene was erg slecht. Bovendien was het koud. Hierbij was er het gevaar voor bombardementen door de Engelsen; vaak was er luchtalarm. Ook diefstal onder de gevangenen kwarn regelmatig voor. Men maakte lange werkdagen; vrij had men nauwelijks.

In maart 1945 veranderde het regelmatige werken. Men moest in het zwaar gebombardeerde Hannover puin gaan ruimen en metselen, onder andere aan het rioolstelsel. Op 7 april werden Hannover en omge-

ving bevrijd. Niet lang daarna begon een groepje de tocht terug naar huis. Aanvankelijk te voet, met een beetje bagage op een bolderkar geladen. Geslapen werd in stallen en schuren. Een enkele keer nam een vrachtauto hen een eind mee. Op 15 april werd het groepje door Arnerikanen opgepakt en naar een karnp gebracht. Het leven was er hard en ruw, het eten redelijk. Op 9 mei 1945 mochten ze vertrekken; ze werden met vrachtwagens richting Limburg gebracht; de reis duurde evenwel maar een paar uur. Men moest maar te voet verder gaan. Men ging naar een station en kon de reis per trein vervolgen. Op 10 mei om 4.45 kwam men op Nederlands grondgebied aan, in Zuid-Limburg. Niet lang daarna ging het per trein verder, richting Heerlen en vervolgens Sittard. In Sittard werd overgestapt in een politieauto, die de betrokken inwoner naar Herten bracht. De man werd afgezet voor het pand Offerkamp 283, de commandopost (thans huis Schreurs). Blij, ondanks het feit dat zijn huis geheel was vernield en meubels en huisraad goeddeels waren gestolen, keerde hij op 11 mei 1945 terug in zijn geboortedorp.

Foto: schade na de bominslag.

17 Kerkklokken

In de Tweede Wereldoorlog ontstond gebrek aan koper en brons voor de Duitse oorlogsindustrie. In Nederland werd dit reeds in een vroeg stadium voorzien. Op I juni 1940 schreef dr.]. Kalf, Inspecteur Kunstbescherming, een missive waarin hij onder meer het volgende stelt. "Met her oog op de mogelijkheid, dat de klokken in onze torens zouden gevorderd moeten worden om te worden versmolten voor militaire doeleinden, had de Nederlandsche Regeering, reeds v66r ons land in den oorlog werd betrokken, bepaald dat een klein aantal klokken, namelijk zulke die moeten worden beschouwd als historische gedenkstukken van de grootste beteekenis, van deze vordering zou worden vrijgesteld." Deze klokken werden reeds voor de oorlog gemerkt met de letter M. In de oorlog werden de jongere klokken verdeeld in A-, B-, C- en P-klokken. De klokken vallende onder de categorie A en B dateerden van de 18e eeuw; de klokken vallende in groep C hadden grote historische waarde. De klokken met een P moesten nog nader worden onderzocht. Met het aangeven van de letters op de klokken is geknoeid; men wilde ze beschermen tegen uitvoer naar Duitsland. Tegen de belofte in hebben daartegenover de Duitsers in het zuiden van ons land veel met een M gemerkte klokken weggehaald. De meeste klokken werden per boot naar Hamburg vervoerd.

Herten bezat een middeleeuwse klok, in 1458 door Caetmans gegoten. Veelal is aangenomen dat ook deze klok door de Duitsers is geroofd en omgesmolten. Dit is echter onjuist. In het dagboek van pastoor Lom uit 1881 wordt vermeld dat de middeleeuwse klok nog in de toren hing. Habets vermeldt in 1868 de klok eveneens; Mialaret in 1924 vermeldt ze niet meer. Ook in de Voorlopige Lijst van Monumenten (Limburg) uit 1926 komt de klok niet meer voor. Merkwaardig is dat Van Zuylen in zijn proefschrift (1940) de aanwezigheid we! vermeldt. In

het boek ,,1000 jaar Herren" (1968) wordt aangenomen dat de klok naar Duitsland is vervoerd.

In Limburg was Peter Meulenberg belast met het weghalen van de klokken (vandaar de bijnaan "klokken-Peter"). Hij behoorde tot de "Riistungsinspektion Abteilung Sonderreferat Metalmobilisierung". Meulenberg heeft een uitvoerige lijst gemaakt van alle Limburgse klokken die hij heeft laten afvoeren. De lijst is gesplitst in A-, B- en Cvklokken; diameter en bruto- en nettogewicht zijn vermeld. De lijst is gevoegd in het dossier van de politi eke gevangene Meulenberg. Uit deze lijst blijkt dat Meulenberg in Herten drie klokken heeft weggehaald. Het gaat om twee klokken, die op 28 december 1942 uit de kerktoren zijn gehaald; op 30 december is de derde klok uit de toren verwijderd. De diameter, het gewicht en het gietjaar van de klokken zijn: 95 em, 540 kg, 1893, 79 em, 330 kg, 1783 en 114 em, 920 kg en het gietjaar 1893. De klokken zijn op 18 januari 1943 weggevoerd.

Rest de vraag waar de middeleeuwse klok is gebleven. In het dagboek van pastoor Drehmanns vermeldt deze, zonder een datum te noemen, dat hij "de reeds vroeger gescheurde klok (in 1457 door Caetmans gegoten) op zijne kosten (liet) vergieten. De klok is dus reeds tussen 1897 en 1924vergoten.

Enkele weken na het afvoeren van de klokken kreeg de parochie een klok van 88 kg, zodat her uurwerk kon slaan.

Foto: het beeld van Onze Lieve Vrouw van Rust is in de oorlog onbeschadigd gebleven, de kerk is volledig verwoest.

B. liUbleD, ~r.Gladbach

18 De frontperiode: januari-l maart 1945

Het front lag in de eerste tijd van 1945 stil bij Linne, op de grens met Herten. Er zijn Engelse militairen die de strijd aldaar hebben meegemaakt en opgetekend. Hun bevindingen zijn in een drietal boeken uitgegeven. Relevante passages uit deze boeken zijn de basis geweest voor het onderstaande.

Een Engelse commandant kreeg informatie over de situatie in Merum; men besloot poolshoogte te gaan nemen. Een van de gevaarlijkste onderdelen van de patrouille was het oversteken van de Maas. Men wilde zo snel mogelijk het eiland Osen - Bell Island genoemd naar de vorm van het eiland - veroveren. Op 27 januari vertrok het commando door een besneeuwd landschap onder een heldere maan. Ondanks de snelstromende Maas slaagde de operatic, men werd echter spoedig gezien door de Duitsers. Een fel gevecht volgde en de operatie op het eiland moest worden afgelast. Kapitein Griffiths, die de operatie leidde, keerde terug met een gedetailleerde kaart die gevonden was op het lichaam van een dode Duitser; de kaart bleek van grote waarde te zijn voor toekomstige operaties.

Hilary St. George Saunders schrijft dat een missie naar Merum was voorbereid toen het bericht kwam dat het een zelfmoordactie zou worden; men wilde namelijk een of meer Duitsers gevangen nemen om zo actuele informatie over de Duitse sterkte in Merum te krijgen. Dat was de reden waarom op het laatste moment van de missie werd afgezien. Niet lang daarna werd de oversteek naar Osen gewaagd. Men yond vijf gedode Duitsers, maar papieren werden niet aangetroffen. De Duitsers waren kennelijk omgekomen bij een gevecht met een patrouille onder leiding van Clarke. Bij de missie werd wel een Duitser gevangen genomen; hij werd meegenomen en bleek in het bezit van een kaart waarop de Duitse posities ten zuiden van Roermond waren ingetekend. Daaruit werd moed geput. Een nieuwe oversteek volgde.

Dit maal werden majoor Kirby, luitenant Jack Alvey en vier anderen door de Duitsers gevangen genomen. Zij werden naar de sodafabriek gebracht, waar het hoofdkwartier van de vijand was gevestigd.

De gevangen genomen Duitser - uit een vroegere missie - bleek een jonge officier van het regiment Hubner te zijn. Hij werd langdurig ondervraagd. De Engelsen kwamen zo aan de weet dat de overmacht op de Maasoever bij Merum groot was. De Duitser vertelde dat hun manschappen ten minste twintig Engelsen hadden gedood bij gevechten. Op 28 februari - de Engelsen waren inmiddels vervangen door Amerikanen - tel den de Amerikanen 17 verrnisten en 13 gewonden; over de gedode Engelsen waarover de Duitser van het regiment Hubner vertelde, is niets bekend.

Foto: schade aan een huis bij de kerk.

19 De frontperiode

Uit een uiterst nauwkeurig bijgehouden dagboek van een inwoner komen we veel te weten over hetgeen zich in de frontperiode in de gemeente heeft afgespeeld. In het navolgende putten we uit dit dagboek. Op 1 september 1944, Dolle Dinsdag genoemd, bereikten zich terugtrekkende Duitsers en leden van de NSB Herten. De bevolking sloeg dit opgelucht gade. Men dacht aan een spoedig einde van de oorlog. De opluchting was echter van korte duur toen bleek dat de opmars van de geallieerden stokte en uiteindelijk in Susteren tot stilstand kwam. Herten kwarn niet veellater in de frontlinie te liggen. De gevolgen hiervan zouden verschrikkelijk zi]n. Naast de enorme materiele schade kwam op 25 [anuari 1945 de evacuatie naar de noordelijke provincies.

De eerste geruchten over een evacuatie doen op 9 november de ronde. Op 19 november wordt de sodafabriek gebombardeerd. Op dezelfde dag moeten de inwoners van 001 naar Merum evacueren. Twee dagen later wordt de sodafabriek met granaten bestookt. De schade aan het bedrijf is groot. Op 25 november 1944 worden onder andere de kerk en de watertoren zwaar beschoten; een groot deel van de Hertense bevolking evacueert hierop vrijwillig naar Merum.

We schrijven 27 november; de evacuatie lijkt nu nabij. Merum komt onder granaatvuur te liggen. In de nacht van 28 op 29 november wordt de windmolen in het Merumerveld opgeblazen. Op 29 november treffen negen bommen de sodafabriek; het laboratorium wordt volledig verwoest. Er wordt gegist over het einde van de oorlog; angst overheerst.

Op 1 december houdt de Griine Polizei om half acht in de ochtend een grote razzia. Uiteindelijk worden 73 personen aangehouden en op transport naar Duitsland gezet. De spoorli]n tussen Roermond en Linne wordt die dag opgeblazen. Op 5 december zoeken de Duitsers weer naar mannen: de zoekactie verloopt niet structureel en mislukt;

niemand wordt gevonden. Het komt nu bijna dagelijks voor dat bi] huizen gei'nformeerd wordt naar onderduikers. De mannen brengen het grootste deel van de tijd door in schuilkelders. Vaak zijn dat bitterkoude, kleine ruimtes onder vloeren of op zolders. Op 8 december doet het gerucht de ronde dat op het eiland Osen Engelsen zijn gezien; dat geeft enige hoop. Op 9 december worden in het huis waarin de schrijver van het dagboek ondergedoken zit zes Duitsers ingekwartierd. Uiteindelijk worden er dat 17. De schrijver wordt niet gevonden. Er is een razzia in het Linnerbos op 16 december; een aantal Hertenaren zit daar ook verborgen. Niet bekend is hoeveel onderduikers worden opgepakt. Er worden aantallen van 12 en 83 genoemd. Steeds meer geruchten over een op handen zijnde evacuatie. De angst neemt toe. Op 18 december wordt de kapelanie verwoest. De beschietingen van de geallieerden vanaf de overzijde van de Maas nemen toe.

Foto: schade in 001.

20 De frontperiode

Op 23 december verlaten vee! Duitsers Herten; om 6.00 uur wordt de bezetting van de sodafabriek opgeheven. Met kanonnen trekt men weg. Kerstmis 1944. Pater Verboeket leest drie H. Missen in de voorkamer van het woonhuis van Jan Teuwen te Merum. Zeer velen wonen de diensten bij.

Het Duitse Ruhrgebied wordt zwaar bestookt door bommenwerpers; men probeert de oorlogsindustrie van Duitsland lam te leggen. De schade is onbeschrijfelijk, het aantal doden stijgt snel tot ongekende hoogte. De bevolking hoort nu iedere nacht hele eskaders bommenwerpers overvliegen; men schuilt in kelders.

Op Nieuwjaarsdag draagt pastoor Korner de H. Mis op bij Jan Teuwen te Merum; pater Verboeket doet dat in cafe Geerards aan de Rijksweg. Vanuit Roermond vertrekken 3000 inwoners naar Briiggen; zi] worden geevacueerd. Op 2 en 3 januari nemen de geruchten over een op handen zijnde bevrijding snel toe. Dit als gevolg van het feit dat tankconcentraties aan de overzijde van de Maas worden gesignaleerd.

De situatie wordt met het uur kritieker. De schrijver van het dagboek en twee van zijn kameraden denken aan een vluchtplan. Men kan over land gaan: via de sodafabriek en de Rijksweg zuidwaarts naar bevrijd gebied. Of met een bootje de Maas oversteken. Beide plannen worden niet uirgevoerd omdat ze te gevaarlijk worden geacht. Er zijn weer veel Duitsers in het dorp en zij vechten verbeten om Osen en Herten in handen te houden.

Steeds weer geruchten over een op handen zijnde evacuatie. Op 10 januari doet het gerucht de ronde dat onder de vlag van het Roode Kruis alle vrouwen en kinderen geevacueeerd worden. De spanning loopt op; niemand weet wat de toekomst zal bieden. Het gerucht over de evacuatie is loos.

Foto: schade in 001.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek