Herten in de Tweede Wereldoorlog

Herten in de Tweede Wereldoorlog

Auteur
:   drs. J.H.S. van Herten
Gemeente
:   Roermond
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-6008-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Herten in de Tweede Wereldoorlog'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

21 De frontperiode

Steeds opnieuw worden plannen gemaakt om te ontvluchten; het wordt te gevaarlijk. Op 14 januari 1945 worden de Fallschirrnjager van het regiment Hubner vervangen door nieuwe troepen. De Duitsers worden verbetener en willen alles doen om de aanval van de geallieerden af te slaan. Talloos zijn de granaatbeschietingen; de schade die hierdoor wordt aangericht is onbeschrijfelijk. De onderduikers worden nu echt bang. Ze bekijken een bootje, zorgen voor witte kleding om niet afte steken tegen de besneeuwde achtergrond en gaan weer twijfelen. Het gevaar van een overtocht is groot; er zijn tal van wachtposten, terwijl op het eiland Osen ook regelmatig Duitsers komen. Een van de problemen is dat men zich in het bootje moet laten afdrijven; dan komt men op het eiland aan. Roeien gaat niet, omdat dat teveel geluid maakt en de poging dan zeker tot mislukken gedoemd is. Anderzijds is het gevaar van het aanspoelen op het eiland dat men dan in Duitse handen kan vallen. Ook kan men betrokken worden in een vuurgevecht tussen Duitsers en geallieerden; beiden komen immers regelmatig op het eiland. Ook is niet bekend of er veel mijnen liggen. Op 16 januari wagen Engelsen zich in Merum; ze komen poolshoogte nemen en willen weten hoe sterk de vijandelijke troepen zijn.

Het materiaal van het Groene Kruis wordt op 18 januari ter beschikking gesteld van dokter Meyer, pseudoniem voor dokter Smals. Hij heeft in de kousenfabriek van Herold een noodlazaret ingericht. Medio januari sneuvelen enkele Duitse soldaten.

Op 21 januari evacueren de Duiters 3000 inwoners van Roermond. Zij moeten te voet naar Bruggen en worden dan per trein verder vervoerd. Niemand weet waarheen, vermoed wordt dat Groningen de eindbestemming is.

Op 23 januari vertrekken de Duitse troepen uit Herten. Dat lijkt goed nieuws, tot blijkt dat het slechts om een wisseling van troepen gaat.

Op 25 [anuari om 9.00 uur, is er alarm. De Griine Polizei is weer op mannenjacht. Om 11.00 uur komt het bericht dat de evacuatie begint. De Duitsers geven soms maar minuten om spullen te pakken. Overigens zij vermeld dat het tijdstip van 9.00 uur geldt voor de schrijver van het dagboek; anderen zijn op een vroeger oflater tijdstip op de hoogte gebracht.

Foto: de kerk in 1945.

22 Kerstmis 1944

Kerstmis 1944 in Herten is niet te beschrijven voor iemand die dit niet heeft meegemaakt, zelfs na de oorlog is geboren. We maken daarom gebruik van passages uit een anoniem gestencild boekje, zander titel, aileen gedateerd met "Herten Kerstmis 1946".

"De velden zijn wit. De daken zijn wit. Maar niet enkel wit. Tal van bruine plekken vertonen zich op de landerijen, op de wegen, granaattrechters. De laatste dagen heeft het dorp het moeten ontgelden. Haast ieder huis is er een stille getuige van. Ruiten kennen we niet meer. De ramen zijn dichtgespijkerd met ruwe planken, nog ongeschilderd, vers gekapt, reclamecarton, triplex. Overal gapen openingen in muren en daken. Temidden van dit triestig beeld ligt de kerk. Ik zeg .ligt' want staan ... Hoog oprijzen boven de oude kastanjebomen doet ze niet meer. Weken en weken beukten de kanonnen van over de Maas op haar toren, haar gewelven. Het resultaat is een troostelooze puinhoop. Eenige dagen voor het feest is de pastoor uitgegaan om aan de geloovigen bekend te maken, dat hij zal probeeren in het geheim een H. Mis op te drag en. Geen orgelmuziek nu in een plechtig versierde Kathedraa!, met veellicht en geurige wierookwolken rondom het hoofdaltaar. Dit jaar za! het kindje moeten nederdalen op een a!taar gebouwd van kisten en planken met een wit tafellaken bekleed. In een hoekje staat een Kerstboom met levensgevaar gekapt. Een enkele slinger; 'n paar zuinig bewaarde kaarsjes. Dit is de versiering. Naast de altaarsteen bibberen twee vlammetjes elk boven een stompje waskaars. Op 'n sigarenkistje geplakt walmen nog enkele dikke parafinekaarsen. Traag sijpelt de bruine massa langs het hout. Een veertigtal mannen, vrouwen en kinderen hebben zich om het altaar gegroepeerd. De mannen met van angst vertrokken gezichten, pet onder de arm, handen gevouwen alsof ze nooit meer los zullen gaan. De vrouwen schuw en moe. Daar

is de priester, voorafgegaan door twee mannen, de dokter en zijn

vriend. Op het gelaat van den pastoor liggen diepe voren gegraven in de dagen van slopende angst die achter hem liggen. Hier en daar wordt een rozenkrans te voren gehaald. De .Nachtrnis' begint. Op het zelfde moment zetten de kinderstemmetjes in. ,Stille nacht, heilige nacht'. Kan het werkelijk zijn? Hier temidden van zoo'n ontreddering? Het grote oogenblik van de Consecratie nadert. Ieder ligt geknield en blikt omhoog naar de geheven Hostie. Buiten dreunen de zware stappen van soldatenlaarzen. Vreest niet! Vrede op aarde! Zal men het vandaag iets anders vragen dan vrede voor hier en overa!. Met tranen in de ogen zegent de priester de knielende geloovigen. Bij de laatste zegen wenscht de pastoor aan eenieder een Zalig Kerstfeest. Handen worden zwijgend gedrukt. Gesterkt en getroost verlaten de menschen de kelder. Het heldere daglicht buiten doet pijn aan de oogen. In de verte dreunen weer de kanonnen. De huisgenooten verzamelen zich aan de kersttafel voor het ontbijt, dat bij zeer velen bestaat uit brood met stroop. Zoo vierde Herren zijn Kerstmis 1944."

Foto: interieur van de kerk (hoofdaltaar) in 1945.

23 De evacuatie

Bij de uittocht uit het dorp sleepte iedereen zoveel mogelijk mee, dit ondanks het verbod om meer dan 30 kg bagage mee te nemen. De tocht leidde naar de .. Eiermijn" in Roerrnond, een gebouw aan het Wilhelminaplein en het koelhuis. Enkelen vonden onderdak bij familieleden, hoewel dat verboden was.

Daags erna, op 26 januari 1945. vertrekt men te voet naar Briiggen. De tocht is lang en zwaar. Het is koud en er ligt een dik pak sneeuw. In Briiggen aangekomen bemerkt men dat nog 3000 evacuees op vervoer wachten. Op 28 januari zijn er 6000. van wie er 4000 geen onderdak hebben. Er komen er nog 8000 bij.

In Briiggen wordt men - althans dat is de bedoeling - ondergebracht in een gresbuizenfabriek. de kerk en de scholen. Probleem is evenwel dat deze gebouwen niet berekend zijn op een zo groot aantal mensen. De treinen lopen niet of met grote vertraging. De hygiene laat te wensen over, het is erg koud en er is veel te weinig voedsel. In de gresbuizenfabriek is het bovendien erg vuil. Op 30 januari zou men vertrekken, bestemming Friesland. Dat betekende 8 tot 9 uur in een veewagon. Bekend was dat de treinen regelmatig beschoten werden en dat daarbij doden waren gevallen. Uiteindelijk komen zes Hertenaren om bij dergelijke beschietingen. Om 8.00 uur moet de bagage gepakt zijn. Tot 4.00 uur in de middag staat men op een ijskoud perron te wachten. Uiteindelijk gaat de reis niet door en op 1 februari zit men nog in Briiggen.

Men verneemt van de grote schade die in Herten is aangericht; kerk en watertoren zijn op 25 januari opgeblazen en tal van huizen zijn zwaar beschadigd. Het weer wordt zachter, met als gevolg dat het terrein rond het .. Lager" verandert in een modderpoel. In de volgende dagen rnoet regelmatig de bagage gepakt worden; achterafblijkt dan dat er geen vervoer is of dat de treinen reeds vol zitten. Uiteindelijk vertrekt

men op 8 februari om 5.00 uur in de middag. De locomotiefblijkt te licht en wordt vervangen, waarna de reis om 6.00 uur begint. Onderweg is er geregeld oponthoud, omdat de locomotief op diverse stations rangeerdiensten moet verrichten.

Foto: de kerk in 1945.

24 De evacuatie

Op 9 februari 1945 rijdt men om 7.00 uur bij Hengelo Nederland binnen. Bij Almelo stopt de trein. Om 9.00 uur in de avond vertrekt men weer. In de wagon zitten 66 persanen, in een andere 108. Daarbij komt nog de bagage. Zitplaats is er niet.

De aankomst in Assen is op 10 februari om 9.00 uur in de ochtend. De geevacueerden worden bij particulieren ondergebracht. De familie van de dagboekschrijver treft het. Het gezin is gastvrij en er zijn geen politieke discussies. De dagen die volgen verlopen betrekkelijk rustig, tot op zondag 25 februari het bericht komt dat de inwoners van de provincies Friesland, Groningen en Drenthe naar Noorwegen moeten evacueren. Op 1 maart wordt Zweden of Denemarken genoemd. Uiteindelijk gaat dit niet door.

Op 2 maart komen Engelse berichten binnen: Roermond en Venlo zijn in geallieerde handen. Herten moet dan bevrijd zijn.

Er is te weinig eten; voor een brood staat men vaak urenlang in de rij, vaak tevergeefs ook nog. De evacuees hebben honger. Er zijn er die sterven; er zijn echter onvoldoende lijkkisten. Lijken liggen soms zes tot zeven weken onder de gewelven van een kerk. Een kist kan men kopen voor een mud aardappelen. Dat heeft men vaak niet en dan moet men een bed of ander huisraad inleveren. De honger wordt nijpend; velen vermageren snel en de weerstand wordt met de dag minder.

De familie verneemt op 28 maart dat de gebroeders Jan en Jacques Moors door de Duitsers zijn geexecuteerd. De schrijver van het dagboek verzamelt adressen van andere Hertenaren.

Op 13 april wordt Assen bevrijd. Van de Canadezen krijgt men brood, eieren, kaas, vlees, rijst en - niet te vergeten - echte sigaretten.

Al snel komen er nu berichten uit Herten; het dorp zou voor een groot deel verwoest zijn. Op 15 april verneemt men van de benoeming van een waarnemend burgemeester. De verzamelde adressen worden hem

daags erna toegestuurd. Het Militair Gezag in Assen weigert toesternming om af te reizen naar Limburg. Sommigen proberen op eigen gelegenheid te gaan, maar dit mislukt door het ontbreken van de vereiste papieren. Op 30 april wordt echter de terugkeer naar Herten ondernomen. Als legitimatie geldt een lidmaatschapskaart van de Nederlandsche Binnenlandsche Strijdkrachten. Vrouw en kinderen blijven in Assen achter. Op 13 mei keren zij met een vanuit Herten georganiseerd transport terug.

Foto: huis Helwegen, hoek Dorpsstraat-Hoogstraat.

2S De bevrijding

Herten werd op 1 maart 1945 bevrijd. Dat ging heel eenvoudig. De 8th Armoured Division van het negende Amerikaanse leger trok vanuit het zuiden over de Rijksweg naar Roermond; Herren liet men links liggen, er werd zelfs geen patrouille gezonden.

Onder de militairen van het negende legerkorps bevonden zich twee Hertense jongemannen, Piet Seuren en Theo van Herten. De twee Hertenaren, bewapend en gekleed in Amerikaans legeruniform, verlieten bij Herten de colonne en beg onnen aan een inspectie in het dorp.

De twee hadden enkele jaren in Herren ondergedoken gezeten; zij hadden zich niet gemeld voor de Arbeitseinsatz en werden gezocht. Eind december 1944 werd hun positie onhoudbaar; ze besloten de Maas over te steken, naar bevrijd gebied. Besloten werd de overtocht - met nog een aantal anderen - op 21 december 1944 te wagen. Men kwam bij elkaar in hoeve Knippenberg (St. [ozefhoeve) in Merum. Ze waren met 28 mannen. In de Maas lag een roeiboot klaar. Ze waren allen gehuld in witte pakken, om zo weinig mogelijk af te steken tegen de besneeuwde achtergrond. De oude heer Knippenberg zegende iedereen voor het vertrek. Aile 28 stapten ze in de roeiboot en lieten zich de Maas afdrijven; ze kwamen op Osen aan. Een witte lap aan een stok trok de aandacht van de Engelsen; ze werden meegenomen.

De overtocht per roeiboot was gevaarlijk. In de eerste plaats was het bootje niet berekend op dit aantal mannen. Er waren Duitse wachtposten en de Duitsers hadden zich verschanst op het terrein van de sodafabriek, vanwaar ze de rivier en het eiland redelijk goed konden overzien.

In de Kerstnacht waagde een tweede groep de overtocht. Onder hen bevonden zich enkele vrouwen en enkele Engelse piloten. Er werd met

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek