Herten in oude ansichten deel 2

Herten in oude ansichten deel 2

Auteur
:   drs. J.H.S. van Herten
Gemeente
:   Roermond
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4902-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Herten in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De periode van 1920 tot 1960 kan onderverdeeld worden in drie delen. Allereerst de vooroorlogse periode, vervolgens de oorlogsjaren en tot slot de periode van opbouw.

In de vooroorlogse periode was Herten een dorp waar landbouw het hoofdmiddel van bestaan was. Het welvaartspeil was laag; er heerste armoede. Daarvoor zijn vele redenen aan te wijzen. Een daarvan is de geweldige versnippering van de landbouwgronden waardoor een economische bedrijfsvoering niet goed mogelijk was. Plannen om tot ruilverkaveling te komen zijn nimmer uitgevoerd. Aan het eind van de jaren dertig vestigde Solvay - een wereldomspannend chemisch concern - een fabriek in Herten. Zonen uit landbouwersgezinnen vonden daar werk. Terecht heeft dr. H.J. van Zuylen zijn proefschrift over Herten in 1939 als ondertitel meegegeven "dorp aan de overgang". Herten veranderde. De betekenis van de landbouw werd snel kleiner.

De Tweede Wereldoorlog he eft veelleed veroorzaakt. Vijfentwintig inwoners vonden de dood, vele anderen werden gewond. In de frontperiode werd het overgrote deel van de bevolking geevacueerd naar de provincies Groningen en Friesland. Anderen waren reeds gedeporteerd naar Duitsland. Naast deze menselijke tragiek was er de materiele schade. Bij de bominslag op 13 april 1942 werd een groot deel van de bebouwing in de kern van het dorp volledig verwoest of zwaar beschadigd. Van september 1944 tot de bevrijding op 1 maart 1945 lag Herten in het frontgebied. Het dorp fungeerde als Duits bruggehoofd. Beschietingen door geallieerden en het opblazen van kerk, watertoren en windmolen door de Duitsers maakten het dorp tot een van de zwaarst getroffen gemeenten in midden-Limburg.

In de naoorlogse peri ode werd snel en met voortvarendheid aan de opbouw en uitbreiding gewerkt. Tal van nieuwe woonwijken verrezen. Herten veranderde van een landbouwgemeente tot een gemeente waarin het merendeel van de beroepsbevolking emplooi yond in de dienstverlening en industrie. De watersport - op commerciele basis - kwam op en won in de jaren na 1960 in toenemende mate aan belang. Rond 1960 tekende de groei - mede als gevolg van de uitbreidingsplannen - naar een forensengemeente zich steeds duidelijker af.

Thans worden plannen gemaakt voor een gemeentelijke herindeling, waarbij Herten een buurt van Roermond wordt. De overgang die Van Zuylen in 1939 al signaleerde zou daarmee weleens het eindpunt kunnen bereiken. Herten zal Herten niet meer zijn.

Roermond, januari 1990

drs. J.H.S. van Herten

OVERSTROMING 1925

1. Herten is een Maasdorp. V66r de kanalisatie van de Maas - begin van deze eeuw - waren er vrijwel jaarlijks overstromingen. Die overstromingen hadden zowel positieve als negatieve effecten. Positief omdat vruchtbare rivierklei in de lager gelegen gebieden werd afgezet, negatief omdat - als veldvruchten nog niet geoogst waren - schade aan de gewassen werd aangericht. In de in hoofdzaak op landbouw aangewezen gemeenschap had dit vaak desastreuze gevolgen voor de bevolking. Verlies van oogst betekende armoede. Uit dagboeken, onder andere van pastoor Lorn, eind vorige eeuw, is dit genoegzaam bekend.

Ook na de kanalisatie van de Maas trad de rivier regelmatig buiten haar oevers. Omdat Herten rond de oorlogsperiode veranderde van een landbouwgemeenschap in een dorp waar industrie en dienstverlening het hoofdmiddel van bestaan gingen vormen, was het gevolg van deze overstromingen nauwelijks van invloed op het welvaartspeil. Afgezien van het feit dat de overstromingen van de Maas na de kanalisatie bij lange na niet de omvang hadden als tevoren, bleef de schade in de meeste gevallen beperkt tot overlast. Hier een beeld van de overstroming van de Maas in 1925. De foto is genomen op de Hertenerweg. Links zien we de Roodververij. Wat de fietser hier doet is niet van gevaar ontbloot. De wegen van destijds waren vol kuilen en karresporen, zodat een val in het koude water bepaald niet tot de onmogelijkheden behoorde.

WATERSNOOD 1926

2. In de Nieuwjaarsnacht van 1925 op 1926 brak in Merum de Maasdijk op twee plaatsen door. Het grootste gat viel tussen het bedrijf Solvay Chemie BV en de hoeve Op het Zand. Over een lengte van ongeveer driehonderd meter werd de dijk weggespoeld. Binnen enkele men stond het laaggelegen deel van de gemeente blank. Het gehucht 001 werd het zwaarst getroffen; enkele huizen stortten gedeeltelijk in en veel van de wintervoorraad aan veevoeder en gewassen ging verloren. Ook aan de inboedel van veel huizen werd schade aangericht. Enkele dagen na de dijkdoorbraak begon het te vriezen waardoor de reddingswerkzaamheden werden bemoeilijkt en de schade werd vergroot. Niemand is bij de overstroming omgekomen. Mariniers werden ingezet om bewoners en hun vee te redden. Veelal voer op de boten en vlotten van deze militairen een inwoner mee om te waarschuwen voor gevaarlijke stromingen. Inwoners waren goed bekend met deze stromingen, niet aIleen omdat zij de gevaren hiervan uit verhalen van hun ouders of grootouders kenden, maar ook omdat zij voor hun levensonderhoud afhankelijk waren van veranderingen in de natuur. Als gevolg van de overstroming zette zich een laag klei af op de akkers in het Oolderveld. Hierdoor raakten hoekstenen - die de grens van percelen markeren - onvindbaar. Dat leidde tot hevige ruzies tussen boeren die soms van mening waren dat hun oorspronkelijke perceel toch echt groter was dan dat van de buurman, zodat to en nieuwe perceelsgrenzen moesten worden aangegeven.

Hoeve Op het Zand was enkele dagen niet bereikbaar als gevolg van de drift van het water. De bewoner en zijn gezin hadden een veilig heenkomen gezocht op het dak van het huis. Van daaruit probeerde hij met schoten uit zijn jachtgeweer en het aansteken van stro de aandacht van de reddingsploegen te trekken.

De bevolking van 001 werd geevacueerd; velen vonden onderdak bij familie en vrienden in Herten en Merum. Vanuit omliggende dorpen werd materiele hulp geboden. Brandhout en veevoer werd met karrevrachten ten behoeve van de getroffenen aangevoerd.

DE KERK IN 1940

3. De St. Michaelkerk, gelegen op de kerkberg aan de Markt, thans hetJulianaplein, gefotografeerd in 1940. Duidelijk is te zien dat de toren reehts van het middensehip staat. Pastoor Lorn, de bouwpastoor, had het plan om de kerk te voorzien van twee torens. Zekerheid is er niet doeh het is weI hoogst waarschijnlijk dat hij dit uit prestige-overwegingen wilde. In omliggende dorpen zijn in de jaren taehtig van de vorige eeuw versehillende kerken gebouwd. In Herten wilde men niet achterblijven, Pastoor Lorn stamde uit een invloedrijke Roermondse familie die veel aanzien had in gegoede huize. Daarbij was hij dik bevriend met de toenmalige bisschop Paredis. Hij was hoofdredacteur van de , ,Maas- en Roerbode" , de voorganger van, ,De Limburger" en uit dien hoofde is hij meer dan vijfentwintig jaar op heftige wijze tekeer gegaan tegen liberale en antiklerikale opponent en in stad en gewest. Voor zijn verdiensten in deze functie werd hij benoemd tot Ere-Kamerheer van de Paus.

Uit zijn nagelaten dagboeken blijkt zijn drang om invloed uit te oefenen, daarbij vaak informeel en aehter de sehermen werkend. Eveneens valt op zijn sterke wil om zich te onderscheiden van zijn collegae-priesters in het bisdom.

De met kastanjebomen beplante kerkberg was in wintermaanden geliefd bij de jeugd vanwege de mogelijkheid om er grote glijbanen te maken. Op mooie zomeravonden vormde het Marktplein een verzamelplaats voor inwoners die er nieuwtjes kwamen uitwisselen of alleen maar over het weer wilden praten.

De Tweede Wereldoorlog he eft het aanzien van de dorpskern totaal veranderd; geen van de huizen op de foto bestaat nu nog. De kerk, al zwaar besehadigd in de frontperiode, werd op 25 j anuari 1945 door een Duits Sprengkommando opgeblazen.

KERK EN WATERTOREN

4. Een beeld uit omstreeks 1937, vanuit de Rosslag, op de heuvelrug waarop de kerk en de watertoren. Kerk en watertoren zijn in de oorlog verloren gegaan.

In 1890 werden verschillende aanvragen voor een concessie ingediend om in Roermond een drinkwaterleidingnet aan te leggen. Op 30 november 1894 werd een voorlopige concessie verleend aan twee Amsterdamse kooplieden, Van den Broek en Barneveld Kooy. Op 9 april 1895 werd de voorlopige concessie omgezet in een definitieve. Daarmee kon met de aanleg van het waterleidingnet worden begonnen. In Herten werd door H.P.N. Halbertsma, een Haagse ingenieur die al verschillende watertorens had gebouwd, een watertoren gebouwd. De Roermondenaar H. Peeters nam het werk aan voor f 22.848,-. Vier putten werden geslagen, alle ongeveer twintig meter diep; de capaciteit per put was ongeveer twintig kubieke meter water per uur. De 37,25 meter hoge toren werd op 29 december 1898 geopend door burgemeester Raupp van Roermond. De toren was uitgevoerd in Renaissancestijl; boven de toegangsdeur prijkte het stadswapen van Roermond. In de stad werd een buizennet van 10.320 meter aangelegd.

Het heeft nog decennia geduurd voordat omliggende dorpen op de waterleidingvoorziening werden aangesloten: Maasniel in 1930, Swaimen in 1932, Herten in 1935 (op 20 april) en Linne in 1938. Op 22 november 1944 kwam het bedrijf stil te Iiggen als gevolg van schade, opgelopen door geallieerde beschietingen. Op 19 juni 1945 was de watervoorziening weer nagenoeg op het vooroorlogse peil.

De kerk werd gebouwd in de jaren 1881-1883. Op 17 januari 1875 presenteerde pastoor Lorn zijn nieuwbouwplannen voor het eerst aan de parochianen. Zij konden intekenen voor een jaarlijkse bijdrage ten behoeve van de bouw. In 1878 werd aan de Venlose architect Kayser opdracht gegeven de kerk te ontwerpen. Ais gevoig van de bouw van de kerk zijn in Herten twee belangrijke historische monumenten verdwenen. AIlereerst het Romaanse kerkje, dat plaats moest maken voor de nieuwbouw. Op de tweede plaats de Drususberg, een leemheuvel gelegen tussen Merum en 001 waarvan we betrekkeIijk weinig weten, die werd afgegraven teneinde van de leem de stenen te bakken voor de bouw. Op 1 september 1881 had de eerste steenlegging plaats, op 16 september 1882 werd de vlag op de kerk gehesen en op 24 juli 1883 werd de kerk door bisschop Paredis van Roermond ingewijd.

SCHUTIEHEIDE

5. De ontwikkeling van Herten van een landbouwgemeente tot een dorp waar industrie, dienstveriening en in de toekomst recreatie van belang zijn, is in een stroomversnelling gekomen in de periode rond de Tweede Wereldoorlog. De bouw van het huidige Solvay Chemie betekende de eerste grote stap in die richting. Ontgrindingen werden in steeds hoger tempo uitgevoerd waardoor enerzijds veel vruchtbare landbouwgrond verloren ging, anderzijds aan inwoners- direct of indirect - werkgelegenheid werd geboden. De bevolkingsgroei bleef echter achter bij de verwachtingen van het gemeentebestuur in het midden van de jaren vijftig. Toen meende men nog dat op korte termijn de zesduizendste inwoner in het bevolkingsregister kon worden ingeschreven.

Door het verdwijnen van een groot deel van de landbouwbedrijven en door mechanisering van de nog bestaande bedrijven, zullen foto's als deze - uit 1937 - niet meer gemaakt kunnen worden. De Schuttehei is gelegen aan de rand van het Linnerbos, waarvan links nog iets zichtbaar is. We kijken vanaf de weg HertenSt. Odilienberg in de richting van Linne. Het grootste deel van de gemeente is in cultuur gebracht; kleine stukken woeste gronden treft men alleen nog aan in het Oolderveld (Paterskuil), nabij Den Ekkert en nabij het Linnerbos. Bouwland komt in de hele gemeente voor, met uitzondering van het gebied van Isabellagriend en Prinsen- en Herenstaarten langs de Maas, in de Rosslag, in de Lage Bemden (het huidige sportveldencomplex met een uitloper naar Den Ekkert), langs de weg van Merum naar 001 en nabij de hoeve Douveshof te Merum, waar grasland te vinden is. Op de hoger gelegen delen, rond Rijksweg en spoorlijn, vindt men aan het eind van de jaren dertig rozenkwekerijen. Tuinbouw komt vrijwel niet voor, boomgaarden met beweiding vindt men rond de dorpskernen.

De lager gelegen delen van de gemeente bestaan uit rivierklei, afgezet tijdens talloze overstromingen van de Maas. De hoger gelegen delen bestaan uit de veel minder vruchtbare stuifzandafzettingen. Wat de gronden met rivierkleiafzettingen betreft, het Oolderveld met twee uitlopers, Rosslag en Op het Zand: deze zijn inmiddels uitgebaggerd. Voor de derde uitloper - de Lage Bemden - bestaan ontgrindingsplannen.

Over dit laatstgenoemde gebied verklaarde de directie van de Provinciaal Planologische Dienst in het begin van de jaren vijftig dat dit een van de mooiste stukjes natuurschoon van Limburg is. Met zeer veel nadruk verzocht de Dienst dan ook om te voorkomen dat dit stukje natuurschoon ooit door verdere bebouwing gestoord zou worden.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek