Herten in oude ansichten deel 2

Herten in oude ansichten deel 2

Auteur
:   drs. J.H.S. van Herten
Gemeente
:   Roermond
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4902-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Herten in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

SLOOPKERK

16. Was de neogotische kerk in de frontperiode al zwaar beschadigd als gevolg van geallieerd granaatvuur, op 25 januari 1945 werd zij opgeblazen door een Duits Sprengkommando. Alleen het koor en delen van de zijbeuken bleven, zij het onherstelbaar beschadigd, staan. Vrij snel na de bevrijding begon men met het ruimen van het puin. Een deel daarvan werd gebruikt om de Rosslagweg op te hogen en te verharden. Daarna bleef de ruine staan. Kerkdiensten werden gehouden in de voormalige meisjesschool aan de Schoolstraat, thans het gebouw van de Boerenbond, die daartoe als noodkerk was ingericht.

In 1950, met de komst van pastoor P. Geraeds, werden de plannen om te komen tot de bouw van een nieuwe kerk concreter. Pastoor Geraeds liet de sloop van de kerkresten op 3 augustus 1951 aanbesteden. Het werk werd gegund aan de firma De Waard uit Gouda. Op 19 oktober was de klus geklaard en was het terrein bouwrijp. Deze foto van de afbraakwerkzaamheden is op 14 september 1951 gemaakt.

Van het feit dat in Nederland vele kerkgebouwen in de oorlogsjaren zozeer waren beschadigd dat herstel niet meer mogelijk bleek, is door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek gebruik gemaakt om onderzoek te verrichten naar resten van oudere bebouwing op deze plaatsen. Zo is dat ook in 1948 in Herten gebeurd. Het onderzoek heeft betrekkelijk weinig opgeleverd. Grote delen van het Romaanse kerkje, dat in 1881 werd afgebroken omdat er ruimte moest komen voor de bouw van een nieuwe kerk, zijn gesloopt. Het gevolg hiervan is dat geen eenduidig beeld meer kan worden gereconstrueerd van de bouwgeschiedenis van vroegere kerken in Herten.

JULIANAPLEIN IN 1950

17. Direct na het einde van de Tweede Wereldoorlog - Herten werd op 1 maart 1945 bevrijd door de 8th Armoured Division, onderdeel van het Negende Amerikaanse Leger - werd begonnen met de wederopbouw van het dorp. Er moesten 15.000 mijnen worden geruimd en woningen moesten bewoonbaar worden gemaakt voor de inwoners die uit de noordelijke provincies terugkwamen. Mede dank zij de steun van de Staatsmijnen konden de ongeveer 1800 geevacueerden binnen een maand worden teruggehaald. In juni 1945 waren zij allen weer terug in eigen dorp; een prestatie die geen enkele gemeente in midden-Limburg heeft geevenaard. Bij aankomst was gezorgd dat in elk geval een deel van hun woonhuis weer bewoonbaar was. In een aantal gevallen waren veld en ingezaaid of was grond klaar gemaakt om erop te verbouwen. In de jaren hieropvolgend werden plannen gemaakt voor verder herstel. Dat werd bemoeilijkt doordat enerzijds de beschikbare geldmiddelen vaak niet toereikend waren, anderzijds doordat vereiste vergunningen maar mondjesmaat werden verstrekt.

Hier een beeld van de aanleg van het plantsoen aan het Julianaplein; de foto is genom en op 29 maart 1950. Enkele huizen aan dit plein - vroeger de Markt - waren inmiddels herbouwd of hersteld. Andere moesten nog worden afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw. Het plantsoen, waarvan we hier de aanleg zien, is ontworpen door de bekende tuinarchitect Tersteegh.

Al met al heeft het tot eind 1959 geduurd voordat de kern van Herten weer compleet was. In dat jaar kwam namelijk het nieuwe gemeentehuis gereed. Historisch waardevolle panden - men denke aan de Leenenhof die bij de bominslag in 1942 werd verwoest - waren verdwenen. De oude bebouwing had plaats gemaakt voor een bebouwing die typerend is voor het midden van de twintigste eeuw. lets kleinere huizen, gebouwd vrij snel na de bevrijding, wat grotere en luxueuzere bebouwing aan het eind van de jaren vijftig toen de economie zich goeddeels had hersteld van de gevolgen van de oorlog.

AANLEG KERKHOF

18. In vroegere eeuwen werden doden soms in kerken begraven. Dat gebeurde in grafkelders onder de kerk, maar ook in de kerk zelf. Uit hygienische overwegingen is het begraven binnen een kerkgebouw verboden. De doden werden nu rondom de kerk begraven, op het kerkhof. AIleen voor niet-katholieken had men een algemene begraafplaats, meestal buiten de bebouwde kom van het dorp gelegen. Deze begraafplaats werd de "verloare kerkhoaf" (verloren kerkhof) genoemd. In Herten zijn enkele van deze begraafplaatsen bekend, namelijk in het Oolderveld en - sedert een Raadsbesluit van 18 september 1871 - op de hoek Roermondsestraat-Watertorenweg. Bij de plannen voor de bouw van de nieuwe kerk werden tevens plannen gemaakt voor de aanleg van een nieuw kerkhof. Het oude kerkhof, rond de kerk, was in de oorlog zwaar gehavend. Besloten werd een nieuwe katholieke begraafplaats aan te leggen aan de voet van de kerkberg in de Rosslag. Een deel van dit kerkhof zou als algemene begraafplaats gaan dienen.

De stoffelijke resten die nog rond de oude kerk waren begraven werden opgegraven en herbegraven op de nieuwe begraafplaats. Ook de inwoners die in de laatste oorlogsjaren waren overleden en op een geimproviseerd kerkhof in het Molenveld ter aarde waren besteld, werden hier begraven.

Hier een beeld van de aanleg van de nieuwe begraafplaats begin jaren vijftig. N adat deze al eens werd uitgebreid en er verder geen geschikte ruimte meer was voor verdere uitbreiding heeft het gemeentebestuur een nieuwe begraafplaats aangelegd, Brummeberg geheten en gelegen aan de Veestraat.

DANKKAART BOUW NIEUWE KERK

19. In de Tweede Wereldoorlog zijn kerk en pastorie verwoest. De kapelanie werd zwaar beschadigd maar kon hersteld worden.

Pastoor Geraeds, die in 1950 pastoor Korner opvolgde, stelde zich onder meer tot doel om zo snel mogelijk een nieuwe kerk en pastorie te bouwen. Plannen werden dan ook al in rap tempo gemaakt. Probleem was evenwel dat het kerkbestuur niet over voldoende financiele middelen beschikte om de bouw te bekostigen. Ook van de overheid kon men niet verwachten dat deze de kosten voor haar rekening zou nemen. Pastoor Geraeds had echter zakelijke talenten. Hij zette, samen met een comite, tal van activiteiten op touw om geld voor de herbouw in te zamelen. Bekend zijn de klompjesacties, Sinterklaasacties, fancy-fairs en - uiteraard - de talloze collectes en verkopen van gedenkkaarten, prentjes en kaarsen. De pastoor beheerste de kunst om zijn parochianen te motiveren steeds weer opnieuw in hun beurs te tasten om bij te dragen aan de herbouw. Vermogende Hertenaren werden persoonlijk benaderd met de vraag om schenkingen te doen waardoor bijvoorbeeld kerkramen konden worden bekostigd.

Bekend is dat leden van het comite tot herbouw van de kerk het bedelen van de pastoor op een gegeven moment zo moe waren, dat zij hebben gepoogd om hem ervan te weerhouden om de hierbij afgedrukte dankkaart voor de financiele hulp te verkopen (!). Tevergeefs. Het argument van de pastoor was dat iets dat je krijgt minder wordt gewaardeerd dan iets waarvoor je moet betalen. En zo betaalden de parochianen uiteindelijk hun eigen dankkaart, voor een dubbeltje per stuk.

Al met al verkeerde de kerk bij het afscheid van de pastoor in 1962 in een financieel rooskleurige positie. Kerk en pastorie waren gebouwd en betaald.

0Cerk 9Cerlen

9astoor 9. qeraets dankt cSt. crLicolaas heel hartelijk ooor zljn bijdrage

aan de

nwuw

te bouwen kerk.

6 CJJecember 1950

BOUWKERK

20. Na de bevrijdingwerd door de toenmalige pastoor A. Korner gezocht naar een gebouwwaarmen kerkdiensten kon houden. Aanvankelijk werden de missen gelezen in de jongensschool. Na enige tijd huurde het kerkbestuur de vroegere magazijnen van de LLTB, de voormalige meisjesschool, thans de Boerenbond aan de Schoolstraat. Na een verbouwing deed dit dienst als noodkerk. Het kwam regelmatig voor dat parochianen de eredienst vanaf het voorplein moesten volgen omdat er geen plaats in de kerk zelf was.

Pastoor P. Geraeds, die in 1950 werd benoemd, stelde zich tot doel zo snel mogelijk een nieuwe kerk te bouwen. Op 26 november 1951 werden de bouwplannen goedgekeurd, op 13 augustus 1952 had de eerste steenlegging plaats. Het chronicum op de steen, samengesteld door pater Stoks CSSR, luidt:

trIstI sVrgens eX rVIna fortI tVba MIChaeLIS CLarIVs Canto "qVIs Vt DeVs?"

(Uit droeve ruine herrijzend juich ik nu met forse Michaelsbazuin nog luider: wie is als God?)

Op 28 maart 1954 werden de drie klokken gewijd en op 15 mei van datzelfde jaar werd, om zeven uur in de avond, de kerk onder grote belangstelling ingewijd.

De kerk is ontworpen door architect H.W. Valek terwijl de bouw werd uitgevoerd door de Maastrichtse firma Coppes. De aanneemsom bedroeg f 332.227,-, bijna het tienvoudige van de vroegere kerk die in de jaren 1881-1883 werd gebouwd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek