Het Kaatsen in oude ansichten deel 2

Het Kaatsen in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Lolkama
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1613-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Het Kaatsen in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

9. De trots van elke kaatsclub is het vaandel. Hieraan prijken meestal de gewonnen prijzen op de zogenaamde afdelingswedstrijden. Op dit soort wedstrijden binden drie kaatsers de strijd aan tegen andere verenigingen. Het afgebeelde vaandel is van de kaatsvereniging "Pieter Jellema" uit Peins. (Peins is een betrekkelijk klein dorpje in de gemeente Franekeradeel.) Uit hun midden kwam onder anderen P.C.-winnaar 1915, Jacobus Jellema, een zoon van de oprichter naar wie de club is genoemd. Ook de Freule-partij, een afdelingswedstrijd voor jongens van veertien tot en met zestien, in Wommels werd eenmaal door de Peinser jongens gewonnen. Dat was in 1950 het geval met H. Gjaltema, E. Faber en P. Boonstra. Na afloop kregen ze elk het traditionele gouden horloge, toen nog uit handen van Petrus Hiemstra.

10. Een bijzondere P.C.-foto is zeker deze. Zij dateert volgens onze schatting van tussen 1880 en 1900. We zien hierop bijzonder duidelijk dat over de slotgracht voor het bolwerk een houten vloer is gelegd. De tribune is bepaald nog niet overvol. Rechts maakt een aantal vrouwen, getooid met een gouden oorijzer, aanstalten om plaats te nemen op de tribune. Wat verder opvalt zijn de stoelen middenop het Sjukelan, waarop de keurmeesters zetelden. De twee afgebeelde leeuwen op de tribune droegen grote kronen. De ene leeuw steunt op een witte, de andere op een rode bal. Veel mensen wet en nu niet meer de betekenis hiervan. In de kaatssport behoort tot een van de elementaire spelregels dat het laagste nummer (= rood) met de opslag moet beginnen. Won nu het laagste deelnemersnummer (= rood), dan viel de kroon van de witte leeuw naar beneden, ten teken dat het hoogste nummer van de deelnemerslijst was gesneuveld,

11. Jan Reitsma senior van Pingjum is een speIer die al lang in het "Pantheon der Onsterflijken" is opgenomen. Deze kaatser oogstte in zijn periode (1888 tot en met 1909) ongekende triomfen. Negenmaal won hij de P.c., waarbij hem het koningschap drie keer ten deel vie!. Reitsma, die in het kaatsjargon meestal wordt aangeduid als "aIde Jan" (om verwarring met zijn enige zoon Jan te voorkomen), was een allrounder. Soms was hij dagenlang van huis en trok dan van dorp tot dorp om te kaatsen. Lang niet elke nacht wachtte een bed. Af en toe sliep hij dan in het hooi dat langs een berm lag. Reitsma was in die dagen een broodkaatser. Hij overbrugde de meeste afstanden te voet. Toen hij prijzen won in zijn verlovingstijd, nam hij steeds een bloem uit de erekrans en legde die 's nachts op een vaste plaats in de tuin bij de boer bij wie zijn latere vrouw, Trijntje van Popta, werkte. Zij wist dan dat haar Jan de vorige dag de prijs had gewonnen. Reitsma overleed op 7 april 1959 in Makkum.

12. De P.c. van 1899 bracht voor het eerst in haar rijke geschiedenis een Belgisch partuur in de finale. We zien hier de latere premiewinnaars in beeld. Dat zijn, van links naar rechts: Sidoine v.d. Schueren, Leon Broquet en Jules Simon. Deze internationale P.c. van 1899 duurde twee dagen. Onder de zeventien parturen bevonden zich twee Belgische formaties. Voor het eerst troffen de lezers in de Franeker Courant het gehele scoreverloop van de finale aan. Ten slotte wonnen Jan Reitsma uit Pingjum, Johannes Struiksma uit Wommels en Johannes Bierma uit St. Jacob elk drie gouden tientjes plus een zilveren medaille. Op de stand van 5-3 en 6-6 miste de Belgische opslager het perk. Jules Simon - die de zondag daarvoor in Brussel zijn hand had doorgeslagen - speelde in het zware achterperk een prima partij. VOGI de P.C. was het jammer dat de raad van de gemeente Franeker op 22 oktober 1899 de jaarlijkse subsidie van f 40,- afwees.

13. Het dorp Peins bezit een van de oudste kaatsclubs van Friesland. Zij werd in 1896 opgericht en genoemd naar een inwoner, Pieter Jellema, die een steunpilaar is geweest voor deze vereniging. Deze foto dateert van het jaar 1906 en werd genomen ter gelegenheid van het tienjarig jubileum. Op de eerste rij, van links naar rechts: J. Dijkstra, F. v.d. Meer, W. Wiersma, P. Jellema (oprichter van de kaatsclub), L. Wallinga, N. Tanja, M. Dijkstra en K. Wassenaar. Tweede rij: een onbekende, R. v.d. Meer, E. Buwalda, D. Zeinstra, J. Bootsma, M. Zeinstra, J. Vollema, e. v.d. Berg, K. Buwalda en K.G. Miedema. Derde rij: P. Meyer, S. Jellema, D. Jellema, Th. Jellema, Kl. Bruinsma, J. v.d. Berg, J.G. Miedema en P. Schuitmaker. Bovenste rij: J. Zeinstra, P. Wallinga, e. Miedema, Jac. Jellema, I. Bylstra, Kl. Heslinga, R. van Althuis, R. Hofman en W. Bylsma. Jac. Jellema won de P.e. in 1915.

14. Minze de Vries van Beetgum was tussen 1892 en 1912 een van de grote uitblinkers op de Friese kaatsvelden. Driemaal werd hij tot koning gekroond op de P.C. en wei in 1896, 1897 en 1900. In 1903 won De Vries voor de laatste en derhalve voor de vier de keer dit evenement. De Vries, die barbier van beroep was, had naast zijn werk tal van liefhebberijen. Zo was hij dirigent van een zangvereniging en regisseur van een toneelclub. Verder was hij ook kunstschilder. Op dit moment zou men hem rangschikken onder de naïeve schilders. Hier zien we een van zijn werken. Het is de voormalige Martena State in Beetgum, een kasteeltje dat in 1878 in zijn geboortedorp Beetgum werd afgebroken. De Vries eindigde op een puntentotaal van 184. Zevenmaal werd hij ergens tot koning gekroond.

15. Een beroemde kaatsfamilie, die twee P.C.-koningen voortbracht, is die van de Kooistra's uit Dokkum. Op deze foto, genomen omstreeks 1910 op de terugreis naar huis, zien we een lid van deze familie. Rechts staat Jan Wieberens Kooistra. Hij won in 1905 met zijn broer Tjeerd W. Kooistra en Gerrit Terpstra de P.C. Tussen 1903 en 1928 kwam J.W. Kooistra in de eerste klas uit. Zijn puntentotaal eindigde op 86. Maar vooral in de Dongeradelen was hij op de d.C.L. partijen actief. Een jongere broer, Klaas, verzamelde tussen 1920 en 1937 een puntentotaal van 225. Klaas slaagde erin het zo hoog genoteerde "klaverblad van vier" op zijn naam te brengen en het koningschap op de P.C. in 1928. Links zien we Wiebren Helder. In talrijke uitslagen wordt als geslachtsnaam ook Kooistra vermeld. Helder droeg de naam van zijn moeder omdat zij samenwoonde met een Meindert T. Kooistra. Let vooral ook op de carbidlampen en de handrem aan de fietsen.

16. Hevige consternatie veroorzaakte in 1902 het door de P.C. genomen besluit dat het koningspartuur van Jan Reitsma, Jan Kuperus en Minze de Vries niet in die samenstelling mocht uitkomen. In een emotioneel artikel in "Weekblad Wonseradeel" conc1udeerde men dat deze koningkaatsers in hun rechten bekort werden. De hoofdprijs - neg en gouden Willems - werd gedeeld door Jan Kuperus (koning), S.A. Kooistra en .Joh, Struiksma, In een ingezonden artikel van W. Westra in de Franeker Courant lezen we onder andere: Velen verbaasden zich dat de P.e. vasthoudt aan een bepaling, overgebleven van het Belgische spel. Het is nl. zo dat de ballen bij de terugslag over de zijlatten geslagen, niet voor kwaad worden gerekend. Die zijlatten zien we links voor de toeschouwers Iiggen,

17. Het "puikje" uit de eerste tien jaar van deze eeuw bijeen. Alle vijf waren P.C.-koning en bondswinnaars, op zich al een uniek feit. De foto - gepubliceerd in het eerste bondsorgaan "De Sport" in 1905 - laat ze ons in volle glorie zien. Staande links Catharinus Werkhoven uit Witmarsum. In het midden Sietze Abeles Kooistra, eveneens uit Witmarsum, terwijl rechts Tjeerd Wiebrens Kooistra uit Dokkum is afgebeeld. Zittend links Jan Reitsma Sr. uit Pingjum en reehts (met hoed) Jan Kuperus uit Witmarsum. Dat medailles zeldzame prijzen waren, kan men aan deze sterspelers zien. Slechts op een enkele grote wedstrijd waren ze te winnen. De drie Witmarsumer kaatsers wonnen in 1903 te Tzummarum de Bond. Catharinus Werkhoven won met de beide genoemde Kooistra's in 1906 en 1910 de P.c. Jan Kuperus was in 1901 en 1902 beide keren tot koning uitgeroepen. De meest gelauwerde, hij was ook verreweg de oudste, was Reitsma Sr. Hij won negen maal de P.C., waarvan koning in 1893, 1899 en 1903.

18. Amsterdam, dat al in 1897 een kaatsclub (genaamd "De Keatsebal") bezat, heeft in de loop der tijden duizenden Friezen getrokken. Deze bleven hun geliefde sport zelfs in de nieuwe omgeving trouw. Op zondag 30 juni 1907 had men vijf parturen Friese spelers uitgenodigd, die lid waren van de Nederlandse Amateur Kaatsvereniging. Deze afgescheiden kaatsers wilden niet om geldprijzen spelen. De eerste prijs (koperen vazen) werd gewonnen door Brandsma (Winsum), Meindersma (Leeuwarden) en Weisma (Amsterdam). Op de achtergrond links zien we het wereldberoemde Concertgebouw. Grote dirigenten a1s Willem Mengelberg, Eduard van Beinum en Bernard Haitink gaven daar de toon aan. Rechts ziet men de contouren van het Rijksmuseum. Het speelveld was een ijsclubterrein. De toeschouwers genoten die dag - volgens het verslag - van hercules- en victoriaslagen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek