Het Kaatsen in oude ansichten deel 2

Het Kaatsen in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Lolkama
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1613-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Het Kaatsen in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

19. In 1908 nam men in Sneek het initiatief tot een internationale wedstrijd. In korte tijd werd deze enorm populair. Helaas was het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog aanleiding dat het maar acht jaar duurde. Hier zien we een opname uit het eerste jaar. Er namen zestien parturen aan deel, onder wie een aantal Belgen dat door Friese opslagers werd aangevuld. In de finale bekampten twee volledig Friese parturen elkaar om de hoogste eer. De hoofdprijs van f 120,~ plus drie grote, zilveren medailles kwamen in handen van Tj.W. Kooistra, C. Werkhoven en R. Anema. Een medaille uitgeloofd door het Belgische Sportblad "Le jeu de Balle", voor de verste bovenslag van een Friese speler, werd door Werkhoven gewonnen. De premie kwam op naam van S.A. Kooistra, M. Helfrich en A. Terpstra.

20. Een vrouw uit een oud, adellijk geslacht heeft enorme impulsen aan het jongenskaatsen gegeven. Baronesse Clara Jacoba de Vos van Steenwijk had nauwe (familie)banden met Wommels. Daar was het ook dat deze zeer sociaal voelende "freule" met het kaatsen in aanraking kwam. Zij stelde zich voor een groot deel van de financiële offers garant, die de zo fel begeerde gouden, zilveren en nikkelen horloges met zich meebrachten. Geld mocht voor geen enkel persoon een hindernis vormen de "groote jongenspartij" te bezoeken. De freule stelde als eis dat kinderen en minvermogenden deze wedstrijd gratis mochten bijwonen, verder dat er geen alcohol op het veld verkocht mocht worden. In de beginperiode was er geen enkele beperkende bepaling. Soms namen drie tot vier parturen uit een dorp of stad deel, of stuurde een dorp een partuur zonder dat de plaatselijke club bij de Nederlandse Kaatsbond was aangesloten. In 1923 werd de maatregel van kracht dat een partuur per afdeling mocht deelnemen. Op de foto zien we de freule met een telg uit de familie Hopperus Burna.

21. Een van de beste parturen uit 1908 werd gevormd door dit trio. Rechts de bekende Dokkumer opslager Tjeerd W. Kooistra. Hij beschikte in zijn beginjaren ook over enorme uitslagcapaciteiten. Kooistra won vijfmaal de P.c., 1905, 1906, 1907, 1910 en 1911, en was in 1905 koning. Met de hondekar bezocht hij veel eersteklas partijen. Catharinus Werkhoven - in het midden kwam uit Witmarsum. Hij was een groot strateeg en won viermaal de P.c. (1906, 1909, 1910 - tevens koning - en 1913). Verder won Werkhoven zesmaal de Bond. Na zijn actieve kaatsperiode was Werkhoven onder andere nog jarenlang scheidsrechter op de P.c. Reinder Anema (links) was een halfbroer van de bekende Johannes Anema uit Schingen. Nadat hij zich echter als student aan de Landbouwhogeschool te Wageningen had laten inschrijven, kwam hij niet meer regelmatig in actie. De foto werd gemaakt door P. Timmer uit Franeker, die in 1904 een zilveren medaille won op de tentoonstelling voor Friese kunst.

22. De P.e.-winnaars uit het jaar 1909 - dat gekenmerkt werd door een slechte zomer - zien we hier vereeuwigd. Het zijn drie kaatsers uit Witmarsum, die jarenlang tot de elite behoorden. V1ak na de eeuwwisseling was er in dit dorp vee1 talent voorhanden. In het midden draagt Catharinus Werkhoven de koningsbal van de P.e. De voor die tijd ze1dzaam te winnen medailles leveren ons het bewijs dat ze hun sporen al hadden verdiend. Links staat hereboer Sietse Abeles Kooistra. Hij won zesmaal de P.C. (1902, 1906, 1907, 1909, 1910 en 1911), waarbij driemaal het koningschap werd bemachtigd. Hij was gevreesd als opslager met hoge ballen in het achterperk. Reinder Zaagemans (rechts) was een uitblinker in het achterperk. Hij was het zware werk van jongsaf gewend. Op negenjarige leeftijd ging hij naar de boer. Ve1e jaren was Zaagemans arbeider bij de op deze foto afgebee1de Kooistra. Hij won driemaal de P.e., namelijk in 1909, 1911 en 1914. Viermaal triomfeerde hij op de Bondspartij.

23. De Bondswedstrijd van de Nederlandse Kaatsbond werd in 1909 in Harlingen gehouden. De kaatsclub uit de Friese havenstad was op dat moment de grootste afdeling van de Nederlandse Kaatsbond. Ruim vijfduizend bezoekers woonden de wedstrijd bij, waaraan vierenveertig parturen deelnamen. Tzummarum met de kaatsers T. Swart, S. Dijkstra en T. Groendijk won de Mulierbal. De partij van de dag speelden op de drie de parturen uit Witmarsum en LKC uit Leeuwarden (Tj.W. Kooistra, R. Anema en S.J. Tigchelaar). Pas met alle hout aan de hang viel de beslissing, nadat Tj.W. Kooistra uit een triktrakslag aan het langste einde trok. Zodoende kwam Witmarsum niet verder dan de derde prijs. Ook de finale was er een van hoog niveau. De LKC-ers verloren na een 4-3 voorsprong tweemaal op 6-6 het bordje en capituleerden definitief op 5-4 en 6-4. Dertienhonderd zitplaatsen waren vlug bezet en vooral in de eerste omloop was er een aantal prachtige partijen. Het weer was zomers, getuige de japonnen en hoeden die de vrouwen droegen.

24. Vier Belgische en evenveel Friese parturen streden op Hemelvaartsdag 1910 in Sneek om de hoogste eer op de "internationale". We zien hier de vier Friese parturen. Op de achterste rij, van links naar rechts: Tj.W. Kooistra, S.A. Kooistra, J. Kuperus en Alb. Brouwer. Midden, van links naar rechts: C. Werkhoven, Alb. Terpstra, J.U. Vlietstra en Joh. Struiksma. Voorste rij, van links naar rechts: P. Hovenga, R. Feitsma, H. van Haitsma en R. Zaagemans. De eerste prijs werd gewonnen door C. Werkhoven, Tj.W. Kooistra en S.A. Kooistra, die f 120,- mochten verdelen. De premie was voor J.U. Vlietstra, H. van Haitsma en R. Zaagemans. De Belgen wonnen de kleine premies. Tj.W. Kooistra werd uitgeroepen tot beste Friese kaatser, Eduard Gilbert kreeg dat predikaat bij de Belgen. De winnaars kregen boven de geldprijs nog een zilveren lepel. In 1910 werden er in Friesland ongeveer 150.000 kievitseieren gevonden, waarvan de laatsten tussen de acht en veertien cent per stuk opbrachten.

25. De internationale kaatswedstrijd op 25 mei 1912 in Sneek werd met meer dan gewone be1angstelling tegemoet gezien. De oorzaak hiervan was waarschijnlijk het feit dat in 1911 alle Friese topparturen reeds in de eerste omloop verloren. In de finale leek het Belgische partuur E. Bourlard, N. Milfort en S. Gelinne regelrecht op de hoofdprijs af te stevenen. Na een 3-1 achterstand bouwden ze een 5-3 voorspreng op. Op die kritieke stand trek C. Werkhoven aan de noodrem. Hij ruilde met Rein Zaagemans in het perk en opslager Jan Reitsma jr. bleef bestand tegen de zware druk die toen op hem rustte. Na 5-3 sloeg Werkhoven (volgens het kranteverslag) bovenslag op bovenslag. Het ontbrekende eerst schreef Reitsma geheel op zijn naam. Na drie zitballen retourneerde hij de laatste bal afdoend tot in het perk. De zeldzame koningsprijs - een gouden horloge - kwam na afloop in handen van Catharinus Werkhoven.

26. Er was in juli 1910 grote publieke belangstelling voor de internationale wedstrijd in Leeuwarden. Het terrein aan wat toen nog de Marssumerdijk heette, werd later omgedoopt in Harlinger Straatweg. Onder het publiek vallen vooral de weelderige hoeden op die de vrouwen dragen. Mr. P.J. Troelstra besteedde daaraan al aandacht in zijn gedicht "by't keatsen" van 1887. Het spel dat op dat moment gespeeld werd was het Belgische Jeu de Pelote, maar op de voorgrond zien we ook een Fries perk liggen. (Foto collectie Fenno Schoustra.)

27. De Franeker P.e. van 1913 stond geheel in het teken van het zestigjarig jubileum. Er namen op maandag 28 juli vijfentwintig parturen aan dee!. De vier prijswinnende parturen speelden daarna op woensdag een internationale wedstrijd, waaraan ook Belgen deelnamen. We zien hier waarschijnlijk de finale van deze laatste partij. Aan de opslag zien we Anne Smidts aan het werk. In het perk Jan Vlietstra (voor) en Reinder Zaagemans (achter). Naast het perk - met de armen in de zij ~ Jan Reitsmajr. Ten slotte wonnen Catharinus Werkhoven, Anne Smidts en Ids Roukema zowel de P.e. als de internationale. De premie was voor Jan Reitsma, Jan Vlietstra en Reinder Zaagemans. De Belgen J. Delhalle, J. Demeulder en J. Dupont werden derde. Anne Smidts werd op de officiele P.e. tot koning gekroond en kreeg als eerste Franeker kaatser die dit te beurt was gevallen, van Jan Bogtstra een gouden horloge.

28. De P.C. heeft tal van Friese kunstenaars geinspireerd. Cabaretiers, dichters, auteurs, goud- en zilversmeden raakten er door in de ban. Ook schilders bleven niet achter. De afgedrukte steendruk is van de Franeker kunstschilder Johannes Dechesne en dateert van 1914. Vooral uit historisch oogpunt is hij van belang. Duidelijker dan op foto's uit die tijd zien we dat het Sjukelan aan drie zijden door een slotgracht is omgeven. Omstreeks 1920 zijn deze grachten gedempt. Voor de tribune lag ook een gracht. Door hier planken over te leggen, kon men de hooggewaardeerde zitplaatsen bereiken. Zeven wapenborden - twee van de provincie Friesland, twee van de stad Franeker en een van de drie voormalige delen in onze provincie, Oostergo, Westergo en Zevenwolden - fleurden het geheel op. De borden zijn nu helaas verdwenen. De grote vlaggenstok had een hoogte van tweeëndertig meter. Hieraan kon de verre omgeving zien dat het "Frentsjerter keatsdei" was.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek