Het Kaatsen in oude ansichten deel 2

Het Kaatsen in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Lolkama
Gemeente
:  
Provincie
:  
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1613-8
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Het Kaatsen in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

39. Rinze Rinzes Yetsenga was een van de kaatsers die op een lange carriere kon bogen, die duurde van 1916 tot en met 1942. Yetsenga was een begenadigd uitslager, die in 1921 en 1922 met Taede Zijlstra en Jan Ymtes Heeg de P.e. won. In het laatste jaar werd hij tot koning van de P.e. gekroond. Yetsenga was bijzonder ongelukkig op de P.e. omdat hij in 1919 en 1923 door droeve familieomstandigheden niet aan de beroemde Franeker partij kon deelnemen. Daarnaast was Yetsenga een deskundig veefokker aangesloten bij het Friesch Rundvee Stamboek. Zo fokte hij Rutjes Eduard II 316, die de vader was van de later hoog genoteerde Sudhoekster Piet Eduard 35.585 en die viermaal het kampioenschap behaalde. Op de foto zien we Yetsenga afgebeeld in de dierentuin van Buenos Aires (Argentinie), waar hij verbleef tussen februari en juni 1921.

40. Jacob P. Dijkstra van Menaldum met een gedeelte van zijn gewonnen ereprijzen. We zien hem hier met de eerste "Oldehove", die hij definitief won omdat hij in 1917 en 1919 tot koning werd uitgeroepen. Dijkstra kwam tussen 1917 en 1926 uit in de eerste klas. Hij won in totaal zesentwintig eerste prijzen met een puntentotaal van 109. Na 1926 bekleedde Dijkstra in het voormalige Nederlandsch-Indie een leidinggevende positie bij het Unilever concern. De oorlog bracht Dijkstra voor een groot deel in de beruchte Jappenkampen door. AI zijn kaatsprijzen, waar hij zo trots op was, gingen verloren. Nu wisten zijn kaatsvrienden dat de Leeuwarder schrijnwerkers Stienstra destijds twee van dergelijke Oldehove's hadden gemaakt. Na veel speurwerk vond men de replica van deze koningsprijs terug op Ameland. Men bood deze Dijkstra aan, die daar hartroerend voor bedankte en dat een van de mooiste momenten uit zijn leven vond.

41. De Rengersdag - genoemd naar een oud, Fries, adellijk geslacht, dat jarenlang de partij sponsorde - dateert van 1919. Deze vrije samenstellingswedstrijd had bij de kaatsers tussen 1919 en 1941 een grote reputatie. Dat kwam vooral omdat de prijzen uit gouden horloges bestonden. De oorlog zette een streep onder deze bijzonder gewaardeerde traditie. Kuiken won er in zijn loopbaan acht, Jousma zeven en T. Zijlstra zes. Hier zien we een opname van 21 juli 1929. Vier dagen eerder werd er op "Sonnenborgh' een internationale wedstrijd gespeeld. Beide malen triomfeerde het koningsparuur van dat jaar. Het bestond uit de kaatsers Taede Zijlstra, Pieter Helfrich en Ids Jousma.

42. Een gave foto uit 1919 toont ons de finalisten van de eerste klas partij op 27 juli in Berlikum. De staande kaatsers wonnen de eerste prijs. Het zijn, van links naar rechts: Jan Ymtes Heeg, Oosterend; Anne Smidts, Franeker, en Sape de Haan uit Berlikum. De laatste fungeerde als balkeerder doordat Rinse Yetsinga van Arum wegens droevige familieomstandigheden niet kon deelnemen. De tweede prijs werd gewonnen door (van links naar rechts) Klaas Terpstra van Beetgum, Germ Hoitsma uit Berlikum en Johannes Bosma van Beetgum. Berlikum heeft in de loop van de geschiedenis een aantal goede kaatsers voortgebracht, dat zelfs op de befaamde P.e. de hoogste eer opeiste. Ook op afdelingswedstrijden sprak Berlikum lange tijd een woordje mee. Hun bondszege in 1941 was een spectaculaire gebeurtenis.

43. De kaatsvereniging "Makkum" werd in 1892 opgericht. Dit dorp, dat vroeger aan de Zuiderzee lag, heeft tal van goede kaatsers voortgebracht. Hier zien we bestuur, keurmeesters en finalist en van een ledenpartij tussen 1917 en 1920. Op de achterste rij staan, van links naar rechts: de keurmeesters Tjitte Bruinsma, Marten Reitsma, de destijds bekende eerste klas speler, Otto Postma, "freulewinnaar" 1910, die een aantal gewonnen medailles op zijn jas draagt (Postma was onderwijzer van beroep), Sikke Postma en Sjoerd de Jong. In het midden zitten, van links naar rechts: Gerrit Kingma, Folkert van Dijk en Jurjen Kuipers. Op de eerste rij zitten, van links naar rechts de kaatsers Otto Hidma, Kees Adema, Dirk Kuipers, Douwe v.d. Veen, Johannes Adema en Sjirk Rolsma.

44. De Arumer kaatsclub "Willem Westra" is genoemd naar de eerste voorzitter van de Nederlandse Kaatsbond. Westra werd in dit dorp geboren. De kaatsvereniging werd opgericht in 1895 en is dus twee jaar ouder dan de bond zelf. Hier zien we een foto uit 1920. De club vierde to en haar vijfentwintigjarig jubileum. Voor deze club speelden P.C.-winnaars als R. Yetsinga, C. Kamminga, J. Tolsma en G. Okkinga, We zien, staande: Jan Buwaida (links) en Tjitte Kamminga met tussen zich in het vaandel. Zittend Doede van Wieren (links) en rechts Ype de Jong.

45. Deze drie Franeker jongens wonnen in 1921 in Wommels de gouden horloges. Het was al voor de derde keer vanaf 1903 dat het fel begeerde goud naar de oude Friese academiestad ging. We zien, van rechts naar links: J. Paulides, Sj. Haitsma en Chl. v.d. Woude. De laatstgenoemde is een aantal jaren een zeer verdienstelijk kaatser geweest. In 1925 behoorde Van der Woude tot de winnaars van de Jong Nederland Partij. In datzelfde jaar won hij de premie op de Bondspartij. Het grootste wapenfeit was het koningschap op kermiswoensdag in Harlingen in 1927. Van der Woude liep daarna een armblessure op, die hem dwong te stoppen met het kaatsen op hoog niveau. Dat betekende echter niet dat deze slager voor de sport verloren was. Jarenlang was hij een uitstekend voetballer bij "Freno". Ook als korfballer blonk Van der Woude uit. Verder was hij een begaafd toneelspeler. Na de Tweede Wereldoorlog won Franeker zes keer het "freulegoud". Dat was vooral te danken aan de zogenaamde Roersma-Jellema competitie.

46. De kaatssport mag zich gelukkig prijzen dat ze er altijd in geslaagd is een bekwaam hoofdbestuur te kiezen. Hier zien we het hoofdbestuur van de Nederlandse Kaatsbond in 1922. De bond vierde toen haar vijfentwintigjarig bestaan. Op de voorste rij, van links naar rechts: O. Hiemstra uit Wommels (die van 1903 tot 1929 deel van het hoofdbestuur uitmaakte), voorzitter W. Westra (hij hanteerde vanaf de oprichting in 1897 tot aan zijn plotselinge dood begin 1923 de voorzittershamer; Westra heeft bergen verzet voor de kaatssport) en D. de Zee, die secretaris-penningmeester was. Hij vervulde die taak van 1912 tot 1923. Op de achterste rij, van rechts naar links: H. Buisman, Beetgum (1908-1923), W.K. Postma, Kimswerd (1908-1944), D. de Jong, Leeuwarden (1919-1940) en A.F. Gerbens, Menaldum (1920-1923). De linker figuur is F. Wiersma uit Amsterdam.

47. De vijfentwintigste bondswedstrijd in 1922 in Franeker mocht met recht het predikaat "klassieker" dragen. Meer dan zesduizend bezoekers woonden deze jubileumpartij bij. Sensationeel was de uitschakeling van de Dokkumer kaatsclub "Oostergo", al in de eerste de beste omloop tegen Franeker. De partij van de dag werd in de vijfde omloop gespeeld tussen Harlingen en Franeker. Pas met alle hout aan de telegraaf (5-5 en 6-6) maakte Roukema met een Herculesslag een eind aan dit spektakelstuk. Toch leverde de slotpartij opnieuw een daverende verrassing op. Tzummarum, met O. Postma, Tj, de Jong en J. Draayer, nam een 5-0 voorsprong tegen Harlingen. De laatste reduceerde de stand ten slotte tot drie eersten tegen. Bondsvoorzitter Willem Westra kreeg voor al het werk dat hij in het belang van de kaatssport had verricht een schilderij aangeboden. Het was gemaakt door de bekende Friese kunstschilder Ids Wiersma en stelde de oude kaatsbuurt voor in Arum, Westra's geboorteplaats.

48. St. Jacob is van oudsher een kaatsminnend dorp. De in 1873 opgerichte VVV was weliswaar niet een specifieke kaatsclub, maar organiseerde twee wedstrijden per jaar. VVV heeft jarenlang op een dinsdag een eerste klaspartij georganiseerd. De hier afgebeelde momentopname dateert van 1923 en is opgenomen ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan. De eerste prijs werd gewonnen door Klaas Kooistra van Dokkum en de Franekers Jacobus Jellema en Sybren Vellinga. Andre Rienstra van Sneek won de medaille voor de meeste (zes) bovenslagen. De verste bovenslag kwam op naam van Andries de Haan uit Berlikum met tweeënzeventig meter. Het totale prijzenbedrag bedroeg f 277,55 met daarnaast nog fraaie kunstvoorwerpen en medailles. De twee deelnemende Belgische drietallen stelden bitter teleur. De prijs voor de beste opslager ging naar Jan U. Vlietstra.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek