Warning: mysql_connect(): Headers and client library minor version mismatch. Headers:50156 Library:50527 in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php on line 15

Warning: session_start(): Cannot send session cookie - headers already sent by (output started at /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php:15) in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/require.req.php on line 2

Warning: session_start(): Cannot send session cache limiter - headers already sent (output started at /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/database.req.php:15) in /home/0003/sites/s245/europese-bibliotheek.nl/web/require/require.req.php on line 2
Uitgeverij Europese Bibliotheek | Hilversum in oude ansichten deel 1 | boeken | alfabetisch-overzicht
Hilversum in oude ansichten deel 1

Hilversum in oude ansichten deel 1

Auteur
:   G. van Bokhorst
Gemeente
:   Hilversum
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3790-4
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Hilversum in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

door G. van Bokhorst

ZALTBOMMEL

De auteur heeft mede gebruik gemaakt van het fotoarchief van Foto Miche te Hilversum.

W~OEN

OEKJE

ISBN1 0: 90 288 3790 6 ISBNI3: 978 90 288 37904

© 1968 Europese Bibliotheek - Zaltbommel

© 2008 Reproductie van de veertiende druk uit 2000

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zander voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Europese Bibliotheek Postbus 49

5300 AA Zaltbommel telefoon: 0418 513144 fax: 0418 515515

e-mail: publisher@eurobib.nl

INLEIDING

Het is tien eeuwen ge1eden dat ons geliefde Gooiland - aanvankelijk onder de naam Nardinc1ant - in de geschreven geschiedenis wordt vermeld. Het duurde nog tot 1305 voordat ons dorp voor het eerst in oude oorkonden met name genoemd zou worden. In die oude tijden nam men het met de schrijfwijze niet zo nauw en zo kon het gebeuren dat de naam Hilversum op minstens twaalf verschillende manieren gespeld werd. Het was oorspronkelijk maar een gehucht van enige hoeven met daarbij behorende arbeiderswoninkjes, kooien voor schapen en enkele schuren. Tot 1424 ressorteerde het dorpje Hilversum onder Laren, de oudste Gooise nederzetting. Op 4 maart van dat jaar gaf Jan van Beieren "om menigen trouwen dienste wille, die onse goede luyde van Hilfershem onsen voirvaders en ons menichwerve gedaan hebben, en wilt god ook noch doen sullen" aan ons dorp zijn zelfstandigheid. In 1924 was dat dus vijfhonderd jaar en daar hebben we met z'n allen toen een groot feest van gemaakt. Het gemeentebestuur gaf bij die gelegenheid een dik gedenkboek uit en koningin Wilhelmina en de vijftienjarige prinses Juliana kwamen ons in hoogst eigen persoon feliciteren.

Ons Hilversum mag dan tamelijk oud zijn, toch heeft het nagenoeg geen geschiedenis. Dat vindt zijn oor-

Opgedragen aan de oud-burgemeester van Hilversum, de heer J.J.G. Boot, die eind 1967 afscheid nam.

zaak in de rampzalige brand en van 1725 en 1766, die het dorp beide keren grotendeels in de as legden. Die branden ontstonden in een zelfde huis op de Groest. Op 25 juni 1766 was daar een slager bezig met het smelten van vet. Misschien is toen de vlam in de pan geslagen; wie zal zeggen dat de brand zo ontstond. Het was juist een warme zomer en er stond een stevige zuidoostenwind. Die wakkerde het vuur aan en blies een regen van von ken en stukken brandend riet in de richting van de Kerkbuurt. In die dagen waren de meeste huizen nog met riet gedekt. In korte tijd stonden meer dan tweehonderd gebouwen en woningen in lichterlaaie. Ook het "regthuis" en de kerk gingen er aan. De voornaamste geschiedbronnen, zoals kerkelijke en wereldlijke archieven werden een prooi der vlammen. Het was nog een geluk dat Hendrik de Blinde, toenmaals "buurmeester van den dorpe Hilversum" met levensgevaar een kist met waardevolle oorkonden wist te redden. We kunnen eigenlijk wel zeggen dat de geschiedenis van ons dorp in 1766 begint, want van de tijd ervoor weten we maar betrekkelijk weinig.

Hilversum was aanvankelijk slechts een gehucht en in de loop der tijden bleef het heel lang een nietig heidedorp met een zeer kleine dorpskern. Een verzameling

van slop pen en stegen, waar bij de wisseling der seizoenen een bijzondere bekoring van uitging, Bij zomerdag zag men overal tussen de schilderachtige huisjes en hoeven, schots en scheef bijeen gegroept, de talloze vlierstuiken in hun blijmoedige bloei. In augustus was er de paarse pracht van de Larense en Loosdrechtse hei, en in het voorjaar in de engen rond het dorp de uitbundige sneeuwwitte weelde van boekweitakkers in volle bloei. De boeren verhuurden graag een lapje van hun grond voor het plaatsen van bijenschansen. Het wapen van Hilversum met zijn vier gouden boekweitkorrels op een azuren veld, herinnert nog aan die tijd. Herhaaldelijk kwamen Amsterdamse tippelaars naar hier, om van de schoonheid met volle teugen te genieten.

Schapenteelt was lange tijd een van hoofdmiddelen van bestaan. In 1860 waren er nog een kleine 2000 schapenboeren. Herders dreven hun kudde naar de hei en zo ontstonden namen als Schapenstraat, Bosdrift, Kleine Drift en Diependaalse Drift. De beide Wasmeren danken hun naam aan het feit dat de schapen daar voor het scheren eerst gewassen werden. Bij hun tocht door het dorp lie ten de schapen uiteraard nogal wat vallen. Die mest werd gretig door kinderen verzameld en in meegenomen karretjes en kinderwagens gekieperd. Menigeen had een mestvaalt bij huis. De herders waren echte weerprofeten. Trokken zij er 's morgens met de schapen op uit, dan voor-

spelde dat voor de overige dorpelingen een mooie dag. Keerden de kudden vroegtijdig terug, dan kon men er staat op maken, dat er slecht weer op komst was.

In het oude dorp werd veel aan huisindustrie gedaan, vooral spinnen. Door het weven van koeharen tapijten, ook van laken en katoenen stoffen was Hilversum in die dagen een echt weversdorp. Het leven der weyers was moeilijk: ontzettend lange werktijden en lage Ion en. Daar kwam de gedwongen winkelnering dan nog bij, die de weyers verplichtte om een deel van hun loon in de winkel van hun baas te besteden. En dat terwijl zij in andere dorpswinkeltjes goedkoper terecht konden. Zo vloeide een deel van hun zuur verdiende centjes weer als zoete winst in de zak van de baas terug. Voor weversvrouwen een voortdurend getob om de eindjes bij elkaar te houden.

Door het aanhoudend inademen van schadelijke koehaarstoffen klaagden vele weyers al vroegtijdig over een "slechte borst". En ach, die arme kinderen. Vaak werden zes- en zevenjarigen huilend aan vaders hand naar de fabriek gebracht. Het analfabetisme was dan ook schrikbarend. Talloze volwassenen tekenden bij voorkomende gelegenheden maar met een kruisje. Ook de woningtoestanden waren erbarmelijk. De gezinnen hokten in kleine, bedompte ruimten bijeen. Er heerste een ontstellend gebrek aan hygiene en daar werden voornamelijk de kinderen de dupe van. Van elke drie onder het half jaar stierven er twee. Alleen

de sterksten bleven in leven en zij waren het die eenmaal volwassen geworden - laatdunkend lachten om dokter Van Hengel, die altijd maar aandrong op licht en frisse lucht in huis. Stierf er een kind, dan troostte moeder er zich mee dat het "arme schaap" nu een engeltje in de hemel was. Bovendien kon met de acht gulden, die men van het "dooienfonds" trok, weer een gaatje gestopt worden. De mensen hechtten veel waarde aan tal van huismiddeltjes en zelden werd doktershulp ingeroepen. Neem het de weyers eens kwalijk, dat velen hun heil zochten in een "neutje". Dat was met de jaarlijkse kermis hun enig verzetje. De mannen van de blauwe knoop waarschuwden lange tijd vergeefs voor de droevige gevolgen van het drankmisbruik, maar ondanks verguizing hielden zij manmoedig vol. Op de gezellige zaterdagavonden in het oude dorp - de winkels waren toen nog tot elf uur open - hebben ouderen onder ons dikwijls ook professor Van Rees met blaadjes bij de weg zien venten. En dat voor een professor nog wel,

Het jaar 1874 betekende voor Hilversum een belangrijk keerpunt door de aanleg van de oosterspoorlijn langs ons dorp. Een grote tegenvaller voor die van Naarden, Laren en Soest. Zij hadden in de loop der jaren veel geschreven om aansluiting op het spoorwegnet en kregen nul op het rekest. De vroede vaderen van Hilversum had den er daarentegen geen hand voor

uitgestoken. Waar bleven Naarden, Laren en Soest nu met hun gewroet en gegraaf?

Als onze fabrikanten voor de verkoop van hun produkten op reis moesten, stapten zij bij het Hof van Holland in de diligence van kastelein Buwalda en reden naar Vreeland of Utrecht, vanwaar zij per trein verder konden. Sommigen deden de hele tocht per sjees, We lezen van fabrikeur Cornelisz. Vlaanderen die per sjees naar Friesland moest. Op de thuisreis ontmoette hij op de dijk bij Genemuiden twee Hilversumse "wandelaren", die daags tevoren van huis gegaan en dus al flink gevorderd waren. Men zag to en niet tegen een eind lopen op.

De gewone dorpelingen hadden niet zitten wachten op de spoorlijn, Zij hadden immers buiten het dorp geen boodschap. 't Was maar zo gelegen: oost west, thuis best. Wie wel om de zoveel tijd op reis moest, was notaris Perk. Als hij het erg druk had, liet hij zijn tas alvast door een klerk naar de diligence brengen. Die wachtte dan weI, want het ging er in die dagen nog zeer gemoedelijk toe.

Op 20 juni reed de eerste trein. Locomotief en stationsgebouw waren met groen en vlaggen getooid. De broer van koning Willem III, de geliefde prins Hendrik van het paleis Soestdijk, maakte de feestelijke eerste rit mee. Ter kennismaking mocht men de eerste dagen gratis reizen.

Reeds lang voor 1874 was de intieme en ingetogen

schoonheid van het oude dorp ontdekt door deftige Amsterdamse families, die hier bij zomerdag graag enkele weken logeerden en daarvoor kamers huurden. Verscheidene ingezetenen lieten wat aan hun woningen verbouwen, want aan die zomergasten viel een aardig duitje te verdienen. Nu de trein reed, was ons dorp veel makkelijker te bereiken. Verschillende rijken lieten aan de buitenkant villa's bouwen. Zij bleven in de stad werken, maar kwamen hier won en. Zij reisden dus als forensen op en neer. Het was hier niet aileen gezellig, maar ook gezond wonen in de zuivere Gooise Lucht. D<- grond was hier goedkoop, terwij1 de lonen van de arbeiders laag waren. Er behoefde bovendien niet eerst geheid te worden. Verder was het van groot belang dat de belastingen hier beduidend lager waren dan in de stad. Dat scheelde de rijkdom aile jaren ook weer idem zoveel. Er werd koorstachtig gebouwd. De witte villa's - overigens lang geen pronkstukken van bouwkunst - verrezen als paddestoelen uit de grond. Van heinde en ver kwamen er arb eiders naar ons dorp om werk. Tot zelfs uit Zeeland en Brabant. Voor hen werden hele rijen huizen gezet en nieuwe straten aangelegd. Onophoudelijk daverden er vanaf de haven zwaar beladen wagens met stenen over de hobbelige keien van de dorpsstraten. Geen wonder dat het aantal inwoners snel groeide. In 1869 waren het er 6614. Tien jaar later 9165. In 1900 a1 20.254 en negen jaar later

reeds 31.459. Zo'n snelle toename zal men niet makkelijk elders aantreffen.

Aan de buitenkant werd dus veel gebouwd, maar de winkeliers in het centrum wisten ook van wanten. In plaats van hun vee1al nietige dorpswinkeltjes verrezen er winkelpaleizen. Wij Hilversummers behoefden waarlijk niet meer naar Amsterdam of Utrecht te gaan, want ook hier kon men in aile opzichten terecht. Bij aile uitbreiding is de dorpskern nochtans klein gebleven. Veel smaile en bochtige straatjes met oude huizen. Die worden met het oog op de komende sanering stuk voor stuk afgebroken. Zo gaat het ook met verschillende weverijen. Daardoor ontstaan er op verschil1ende plaatsen kale plekken, die voorlopig een welkome parkeerruimte bieden. Op die manier is er reeds veel van de oude dorpskern verdwenen. Velen van ons denken vaak nog met een zeker heimwee aan het voorbije terug.: Als we bijgeval een oude ansichtkaart van een half vergeten plekje in handen krijgen, bezien we het met een blik van blij herkennen. Welnu, menigeen kan met het bezichtigen van dit boekje zijn hart nog eens echt ophalen. Bij de samenstelling is er terdege rekening mee gehouden, dat het om oude ansichten gaat. Nieuwere stadsgedeelten kwamen dus niet in aanmerking. Radio- en T.V.-studio's evenmin. Een woord van dank aan de heren Gerlof N. Zijlstra en J. Burema van het museum "de Vaart" is hier zeker op z'n plaats.

1. De Kerkbrink is altijd het gezellige middelpunt van het oude dorp geweest. Nu raast er het verkeer langs, maar in 1911 was het nog een vriendelijk en vredig plein. Toen dit raadhuis in 1881 het oude verving, werd Verboon de eerste gemeentebode. Na het luiden van de raadhuisbel verscheen hij op zondagmorgen om 12 uur in vol ornaat op het bordes voor het aflezen van de huwelijksaankondigingen. Ret raadhuis was lange tijd de zetel van het Goois Museum. De sigarenwinke1 van Joh. Kesting was voordien postkantoor. Ret wapen van Hilversum staat er nu nog in de gevel.

2. Bij de grote brand van 1766 werd de oude kerk gehee1 verwoest. Aileen het tuinhuisje b1eef gespaard. Het staat er nu nog. In 1768 kon men de herbouwde kerk in gebruik nemen. Na de aan1eg van de oosterspoorweg groeide het aanta1 inwoners sne1 en werd de kerk spoedig te klein. In 1891 verrees hier een nieuwe kerk, die 2000 zitplaatsen bevatte en daarom de naam Grote Kerk kreeg. Dat men vroeger zijn doden in de kerk begroef kon men goed zien aan de zerken die in de op 3 december 1971 afgebrande kerk lagen. De inscripties van sommige zerken waren nagenoeg geheel wegges1eten.

Hiloersum

Kerkbrink met Heerens traat,

tiitga.ve )1. Blommesteiin, HiIversum. 69.

3. Aan de zuidzijde van de Kerkbrink stond de bekende huis- en hoefsmederij van P. van Walbeek. Daarnaast, waar later P. van de Brul zat, was de boekwinkel van Florke en Witzel. In het witte huis woonde H. Andriessen, kapelmeester van de schutterij. Hij stamde uit een zeer muzikale familie. Zo was zijn vader, C. Andriessen, dirigent van het kerkkoor. Door het tikken met zijn stok op de lessenaar, werd hij "Keessie Tik" genoemd. Op de hoek was de sigaren- en kruidenierszaak van A.C. Vlaanderen, die veel klanten onder de rijkdom had. De boodschappen werden met gele, tweewielige bakwagentjes thuisbezorgd.

Hilve.rsum, Kerkbrink. m. 235.

4. Het Hof van Holland werd oudtijds "De grote herb erg" genoemd. Ook wel ,,'t Bonte Paard". Geschiedschrijver Van Ollefen vermeldt het reeds als "een aanzienlijk logement". Vanaf 1840 reden de grote, gele diligences van kastelein Buwalda - door twee, en bij slecht weer door vier paarden getrokken - naar Utrecht en Vreeland. Bij zomerdag biedt het terras onder het 10m mer van de linden nog steeds een gezellig zitje. Rechts ziet men weer Vlaanderens winkel. Hij was een behoudend man. Omdat hij zelf sigaren van zes cent rookte, weigerde hij eens een werkman een paar sigaren van vijftien cent per stuk te verkopen. Op een andere keer wees hij een dame het gat van de deur omdat zij een mannen broek droeg,

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek