Hoensbroek in oude ansichten

Hoensbroek in oude ansichten

Auteur
:   J.H. Salimans
Gemeente
:   Heerlen
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-1093-8
Pagina's
:   120
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Hoensbroek in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

De in Zuid-Limburg, aan de provinciale weg SitttardHeerlen, gelegen landelijke gemeente Hoensbroek dankt omstreeks 1900 haar groei en zeer snelle ontwikkeling aan de opkomst van de mijnindustrie en in het bijzonder aan de vestiging van de staatsmijn Emma. Deze zo snelle omschakeling van landelijke naar industriegemeente kan op eenvoudige wijze met behulp van enkele cijfers duidelijk worden aangetoond. Uit statistische gegevens blijkt namelijk dat in 1880 het aantal inwoners 1257 bedroeg, in 1900 - nagenoeg onveranderd - was dit 1254, terwijl in 1930 het inwonertal werd vastgesteld op 13.998, meer dan vertienvoudigd in 30 jaren tijds! In 1900 telde de gemeente 230 woningen, hoofdzakelijk bestaande uit boerenhoven en kleinere boerderijen, gegroepeerd in Hoensbroek-centrum en de aansluitende kern Muisberg en in mindere mate in de wijken Mariarade. Terschuren en Overbroek (thans Nieuw-Lotbroek). In de periode van 1900 tot 1930 kwamen daar meer dan 2000 woningen bij. De ontwikkeling van de mijnindustrie was uiteraard mede en belangrijk van invloed op de .bevolkingssamenstelling. De staatsmijn Emrna, alsook de andere in de loop der jaren opgerichte staats- en particuliere mijnen brachten vooral na de eerste wereldoorlog vele buitenlandse arbeiders binnen de grenzen der gemeente. De plaatselijke bevolking stond hier aanvankelijk enigszins afwerend tegenover met als consequentie dat er nieuwe woninggroepen werden ontwikkeld op afstand van de bestaande kernen.

De steeds voortgaande uitbreidingen hebben in snel tempo ertoe geleid dat een aaneensluitende bebouwing werd verkregen. Het agrarisch karakter verdween geleidelijk en heeft plaats gemaakt voor een van het stadsgewest Oostelijk Mijngebied deel uitmakende stedelijke agglomeratie, welke - dank zij de vele in de laatste jaren gerealiseerde voorzieningen van diverse aard - thans is uitgegroeid tot een centrumgemeente met 22.800 inwoners. Het ligt niet in het voornemen de geschiedenis van deze gemeente uitvoerig weer te geven. Daartoe voel ik mij allerminst bevoegd, vooral nu in 1967 in "De Geschiedenis van Hoensbroek" een uitstekend en uitvoerig handboek op dit terrein verschenen is, verzorgd door het driemanschap 1. M. van der Venne, J. Th. H. de Win en P. A. H. M. Peeters. Van de kennis van laatstgenoemde heb ik ook bij de samenstelling van dit fotoboek nuttig gebruik mogen maken. De summiere uiteenzetting is veel meer bedoeld om aan te geven hoe beperkt de keuzemogelijkheden voor de totstandkoming van een fotoboek waren, aangezien rond de eeuwwisseling nagenoeg alle meer of minder belangrijke gebeurtenissen zich afspeelden rond het eenvoudig dorpscentrum, het oude kerkje met de markt. Immers de gerelateerde steenkoolwinning in dit gewest heeft er in belangrijke mate toe bijgedragen dat in korte tijd veel uit het oude dorps beeld is verdwenen en plaats heeft moeten maken voor geheel nieuwe woon buurten met eigen voorzieningen.

Ondanks deze stormachtige ontwikkeling kan de nu oudere lezer bij zijn rondwandeling aan de hand van "Hoensbroek in oude ansichten" toch alle buurtschappen te zien krijgen, waarbij hem het dorp van weleer nog eens visueel in herinnering wordt gebracht, terwijl de jeugdige lezer zich een alleszins duidelijk beeld kan vormen van "Oos Oud Gebrook". Deze rigoureuze wijzigingen zijn ontstaan na de inzet van enkele grote figuren, zoals dr. Poels en pastoor Röselaers, met name op het gebied van de volkshuisvesting en het onderwijs. Het is vooral eerstgenoemde geweest, die onmiddellijk na zijn vestiging in Zuid-Limburg heeft geconstateerd, dat er snel, veel en vooral ruime en menswaardige woningen moesten komen om de grote toeloop van arbeidskrachten, als gevolg van de toenemende industrialisering, op te vangen. Zo ontstond in juli 1911 de vereniging "Ons Limburg", om de sociale woningbouw te bevorderen.

Hoensbroek was een van de eerste gemeenten, die de vereniging in het stichtingsjaar een/subsidie toekende ten bedrage van acht gulden en zevenendertig cent, zijnde een halve cent per inwoner. Dit was waarschijnlijk ook de reden dat de eerste honderd woningen van genoemde vereniging in Hoensbroek werden gebouwd. Deze gebeurtenis is in de geschiedenis geboekstaafd als "De Eerste Stap", weldra gevolgd door een tweede bouwplan van achtenzestig woningen en een derde in 1916/17 van meer dan driehonderd eengezinswoningen. Het is in dezelfde tijd dat pastoor Röselaers, die door zijn inzicht, doch in het bijzonder door zijn werkkracht, volharding

en organisatievermogen, in de onderwijssector getracht heeft gelijke tred te houden met het toenemend woningbezit en de bevolkingsaanwas door de bouw van diverse scholen te bevorderen.

N a een primitief begin neemt nu ook de handel en nijverheid een grote vlucht. De winkels en cafélokaliteiten rijzen als paddestoelen uit de grond. Bovendien vestigen er zich enkele, op het mijnbedrijf afgestemde toeleveringsbedrijven. Een actieve middenstandsvereniging organiseert tentoonstellingen en het gemeentebestuur stelt de wekelijkse vrije markt in. Er ontstaan nieuwe en bloeiende sport- en culturele verenigingen naast de reeds jaren bestaande verenigingen, zoals handboogschutterij, wieler- en voetbalclub, harmonie en zangverenigingen. Het dorp krijgt verder zijn volksbibliotheken en bezit vrij spoedig vier bioscopen. Uit de ene parochie St.-Jan Evangelist van het in hoofdzaak katholieke dorp zijn er acht gegroeid, zij het niet geheel in overeenstemming met de gemeentegrenzen. In hoeverre deze gemeentelijke grenzen van de in 1388 gevestigde heerlijkheid Hoensbroek, tengevolge van het door gedeputeerde staten genomen initiatief, gehandhaafd zullen blijven, is momenteel een vraag waarop wellicht binnen enkele jaren een hopelijk gunstig antwoord voor de huidige centrumgemeente zal worden verkregen.

Een woord van dank aan de diverse medewerkers en in het bijzonder aan de heer P. M. Lendfers, die een groot aandeel heeft gehad in het verzamelen van zowel fotomateriaal als gegevens.

1. Rond 1900 was de Akerstraat, aan de rand van de gemeente, een van de belangrijkste en oudste wegen en vormde zowel de verbinding met Heerlen als met Sittard. Het straatgedeelte, ongeveer vanaf de Hommerterweg in de richting Amstenrade, is nu nog onverhard en er staat een rij bomen als afscheiding tussen de weg en het voetpad. Op de achtergrond links ziet u de loodsen van houthandel Stassen-Marres, thans gevestigd op het industrieterrein.

2. Reeds enkele jaren later is dit weggedeelte van de Akerstraat rigoureus gewijzigd en een drukke winkelstraat geworden. De bomen en loodsen zijn verdwenen en aan beide zijden is een trottoir aangelegd. Intussen heeft de Limburgse Tramweg Maatschappij een lijndienst ingesteld van Heerlen naar Sittard en Brunssum. Deze foto is rond 1925 genomen.

3. Van groot belang was en is nog steeds de provinciale weg, in Hoensbroek bekend onder de naam Hommerterweg en hier gezien op de grens met de gemeente Amstenrade. Na de tweede wereldoorlog werd de straat aanzienlijk verbeterd. Omstreeks 1930.

Exterieur de: kerk van het H~ Hart van Jezus C:er Paters ? Iinderbrocders Çonventueelen te Hoensbroek (Limb }

4. Met de bouw van deze kerk aan het Emmaplein in 1914 ontstond de tweede parochie in Hoensbroek, namelijk het rectoraat Mariarade. In 1939 werd een toren bijgebouwd. Het kerkgebouw, dat inmiddels te klein is geworden, viel in 1967 ten offer aan stedebouwkundige voorzieningen in het rectoraat, nadat een nieuwe kerk in de directe omgeving was gerealiseerd.

Groeten uit Zuid-Limburg

Kastanjelaa.n bij de Staatsmijn Emma

5. Een kijkje in de Kastanjelaan (even voorbij de Grubbelaan) rond 1919 vóór de bouw van de twee meter hoge muur langs de rechterzijde van de weg, waarachter het spoorwegemplacement van staatsmijn Emma verborgen gaat.

,

6. Tussen de nog niet voltooide protestantse school en de houten noodwoningen op de achtergrond werd in 1949 een kerkje gebouwd, de vijfde parochie in de gemeente. De school werd gesloopt en waar zich thans de woninggroep, in de volksmond "Vogelenbuurt" genaamd, bevindt, werkt in 1927 vermoedelijk een knecht van boer Borghans op het veld.

7. Direct na de eerste wereldoorlog werden ruim vierhonderd houten noodwoningen gebouwd, waarvan ongeveer driehonderdvijftig op de Steenberg (thans Mariagewanden), met het doel om mijnwerkers tien tot vijftien jaar te kunnen huisvesten. In 1963 werd het gehele woningbestand met grond en groenvoorziening van de staatsmijnen overgenomen door de gemeente en werd het slopen van deze woonbuurt in fasen ter hand genomen. Deze foto is omstreeks 1930 gemaakt.

8. Een bekend persoon in het dorp is de heer Knarren. Zijn woonhuis (naar een schilderwerk van architect P. A. Schols), uitgevoerd in vakwerk is gelegen in de buurtschap Terschuren. De foto dateert van rond 1930,

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek