Hoorn in oude ansichten deel 2

Hoorn in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J.J. van der Gulik
Gemeente
:   Hoorn
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3809-3
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Hoorn in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

/

/.

-,_(0./ ?I.. .!

/"

........ ,/

6. De Modderbakken, nu al sinds jaren VoUerswaal genaamd. De eerste naam vond men destijds zeker niet netjes genoeg. Maar als straat komt zij op deze kaart er nog zeer goed af; een rij bomen, hier al wat in herfsttooi, sierde toen nog deze loskade.

Het grote gebouw rechts, gebruikt door de militairen, was de .Jnfirmerie". Een Frans woord, dat ziekenzaal betekent. Nu zien we op deze plaats de wasserij van de firma Kwaad. Verder was het gebouw ook in gebruik als "strafklas", een soort Nieuwersluis in het klein. Na het verdwijnen van het garnizoen werd het, in verband met de woningnood, ingericht voor dakloze gezinnen. Links de woning van de directeur van de gasfabriek. Hij luisterde naar de fraaie naam De Liefde. nit huis staat er nog en de grote, stenen dakkapel heeft men later over het gehele pand omhoog getrokken. De grote tuin is in 1910 aangebracht en achter de gashouder ziet men de pijp van de melkfabriek.

Het gebouwtje geheel rechts achter, in gebruik voor opslag van zeesluizen, werd toen door de jeugd het "Verbreekhuis" genoemd, een naam uit onbekende bron. De sluizen werden om een bepaalde tijd nagekeken, weer geteerd en de naden met pek dieht gesmeerd. De jeugd van de Modderbakken was dan altijd present, want zij kreeg dan een stukje pek om op te kauwen. Een gewoonte die men nog steeds aantreft. AUeen voor een stukje pek loopt men nu liever een straatje om.

UITa· N. J. BOON

. Modderbaklcen: Hoorn . @.

7. "Karperkuil met Scheepstimmerwerf" staat hier vermeld, hoewel dit laatste wel wat overdreven aandoet. Er is van de scheepstimmerwerf heel weinig te zien; het accent Iigt meer op hetgeen zich op de voorgrond afspeelt, Daar waar nu rijkswaterstaat haar werkzaamheden verricht, was vroeger de losplaats van de houthandel. Tevens was het een geliefde speelplaats voor de jeugd (het zogenaamde Iaagje), indien er geen schip lag om boomstammen te lossen, De balken links in het water behoren bij het houtbedrijf. Op deze plaats werden de stammen te water gelaten om ze te laten besterven. Tegenwoordig he eft men daar de tijd niet meer voor, omdat het arbeidsproces te gehaast is geworden.

Om weer terug te keren naar onze kaart, het witte schip in het midden was van de visserij-inspectie, dat daar aan de steiger zijn vaste ligplaats had. Daarachter liggen enige kleine zeilbootjes; we zouden dit kunnen beschouwen als een eerste begin van een jachthaven. Recht voor ons de werf van de gebroeders Kaat, hier al wat in verval en waarover straks meer. De grote schuur behoorde bij de werf, evenals het huisie dat verscholen is achter de bomen. Volgens onze gegevens zou dit het woonhuis moeten zijn van de gebroeders Kaat, officieel te boek staande als Binnenluiendijk nummer 6.

.7(oorn

Karperkuil filet Scheenstnnmerwerf

8. Nogmaals de Karperkuil, maar nu vanuit een andere gezichtshoek en een kleine veertig jaar later. We hebben het gezicht op de houtzagerij van de reeds eerder in dit boekje genoemde firma Van Doomik & Zuid weg.

Het curieuze feit doet zich voor dat net als we deze regels aan het papier toevertrouwen, de rode haan toeslaat en beide oude loodsen, links naast de schoorsteen, zijn een prooi der vlammen geworden. Het stukje pijp, achter de hoogste loods, was van de kalkbranderij, die aan het Schellinkhouterpad stond. Geheellinks de botenloods van de Hoomse Watersportvereniging, dus toch al een stap voorwaarts in verhouding met de vorige foto. Op deze plaats liggen wat roeiboten, waarvan er een zelfs bemand is en wel door H. Kramer, wonende aan het A.B.C., die de visserij als nevenberoep uitoefende. De jongen bij hem in de boot is Cees Tilet, die Kramer altijd trouw terzijde stond.

Als een soort postscriptum kunnen wij u nog melden dat men ruim een maand na bovengenoemde brand is begonnen de restanten van de houtzagerij te slopen. De houten loodsen, zowellinks als rechts, ziin verdwenen en men heeft van hieruit een vrije blik op het Kleine Oost, We kunnen dan ook rustig spreken van een bijzondere opname.

9. De scheepstimmerwerf van de gebroeders J. en R. Kaat, hier nog, om in scheepstermen te spreken, in rustig vaarwater. Men wist toen nog niet hoe roerig de toekomst zou gaan worden. De man met de pijp schrobt op zijn gemak het vlot. Op de helling ligt een .Jiektjalk", te herkennen aan het verhoogde achterschip en de kop op het roer. De helmstok stak door het hek heen, de patrijspoort bij het roer was van het onderkomen, terwijl de roef bovenop meer gebruikt werd voor opslag. De jongens aan de reling kijken naar scheepstimmerman Cees Westerbaan, die blijkbaar bezig is voor hen een klein zeilbootje te maken.

am nu even op onze bovenste regels terug te komen, de werf werd in 1908 een twistpunt tussen de gebroeders Kaat en de gemeente Room, hetgeen in 1911 zelfs uitliep op een rechtsgeding tegen J. Kaat inzake het eigendomsrecht van de grond. In 1931 kwam hier pas een einde aan. De procedure werd beslist ten gunste van de gemeente en zij kon zich als eigenares van dit terrein beschouwen, hetgeen meteen het einde van de werf betekende.

10. Terugkerend op onze schreden komen we langs de Bossuhuizen, maar we gaan deze bekijken vanaf de overzijde, op het reeds eerder genoemde ,;·Laagje". We hebben nu een mooie blik op de rij huizen. Over de gevelstenen is al genoeg gepubliceerd, dus dat laten we maar rusten.

Nu gaan we weer even over op de prive-sfeer, Rechts, op de hoek van de Zon, de sigarenwinkel van Kuijn en op de andere hoek P. Opmeer, die daar zijn schilders- en behangersbedrijf annex winkel had, waar men terecht kon voor allerlei schildersbenodigdheden. Daarnaast woonde Cees Westerbaan, de brugwachter, die zijn baan als scheepstimmerman er aan had gegeven. Het huisje ernaast werd in tweeen bewoond. Het gedeelte rechts, met het bovenraam, had Jac. Dekker binnen zijn muren en diens buurvrouw was Griet Dam, het schillenvrouwtje. Het huis met de drie grote ramen was het domein van visser B. (Bart) Last. Of de was op de bleek ook van hem is, lijkt ons onwaarschijnlijk, want visser Last was niet zo groot van stuk en wij constateren dat aan de lijn een Dink formaat nachthemd hangt.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek