Hoorn in oude ansichten deel 2

Hoorn in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J.J. van der Gulik
Gemeente
:   Hoorn
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3809-3
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Hoorn in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

31. We zijn verder de Nieuwstraat in gedwaald en kijken nu in tegenovergestelde riehting. Op de hoek van de Achterstraat de winkel van E. Edel Wzn. Later was hier de snoepwinkel van de dames Maassen en tegenwoordig is het een modezaak. Daamaast zien we de winkel van P. Botman. We hebben nu een duidelijk beeld op de linker straatzijde, maar kijken eerst even naar de slagersjongen, die belangstelling geniet van een klein foxterriertje. Waar links het bordje sigaren hangt, is de winkel van Joh. Wilson, een wel zeer bekende Hoornse familie. Het huis met de schermen is een handwerkzaak en de weduwe L. Visser stond er borg voor dat u goed werd geholpen. Dan de winkel en panden van de Hoomsche Metaalwarenfabriek Scholten, die enige jaren geleden plaats hebben moeten maken voor een winkelcentrum. Van het rechter pand is aIleen de bovenpui nog gespaard gebleven. Tussen de twee panden was een klein steegje, dat toegang gaf tot het bedrijf. De jongen met het voorschoot is zeker een werknemer van de firma Scholten, maar wie? Op nummer 11 bakker Kolkman, al eens eerder genoemd. Zijn buurman, Van Harderwiik, probeerde de Hoomse bevolking te gerieven met een mooi behangetje of trachtte op fraaie wijze het huis te stofferen.

A 12G~. lichtdr. J .?. Schalekamp, 81olilr.sloot.

iNie!lwsf1'aat, cJ(OOPn.

32. We zijn op het Kerkplein aangeland, een historisch plekje in Hoorn. Er is weer veel te zien, onder andere twee jongens op de tandem, voor die tijd een bijzonder vervoermiddel. Er zijn veel kinderen ter plaatse. Komen die net uit de school voor openbaar onderwijs, links naast de Boterhal? Woestenburg, cafehouder annex Ioodgieter, heeft op zijn muur nog ruimte voor reclame en met grote letters lezen we: Te Huur. Op de hoek van de Kerksteeg weer een cafe en wei dat van M. Bus. Men kan nog net het opschrift lezen "Bier & Dranke". Voor de "n" was geen plaats meer te vinden. Hij had boven enkele vaste gasten, huurders. Dat waren bouwvakkers, namelijk de heren Adema, Jongert en Langereis. Zijn overbuunnan Peetoom kon de Hoornse bevolking van vlees voorzien. Daarnaast, met het uithangbord, het kan bijna niet missen, is de zaak van een kapper en wei die van iemand uit het bekende Hoornse geslacht Ridderikhoff, "Scheren en Haarsniiden" staat er vermeld. Helaas is het onderste bord niet te lezen. J. van Petten, metselaar en aannemer, was weer de buunnan van barbier "Rik" en in het hoge huis, beneden, deed A. van Dam zijn best kapot schoeisel te herstellen. Boven, met een rnooi uitzicht op het plein, woonde de weduwe H. Bossert met haar zoon, de latere directeur van de kistenfabriek (voorheen Graftdijk).

33. Hoek Peperstraat-Gasfabrieksteeg. Ja, u leest het goed: niet Gasfabriekstraat. Dit plekje is gehee1 verdwenen en het is een foto van een onbekende fotograaf. Alleen de punt van de Oosterkerk redt de situatie. Zonder dit herkenningspunt zou het in elke andere stad kunnen zijn, Deze huisjes zijn circa 1910 gesloopt, waarna de grand bij het voormalige gasfabrieksterrein werd getrokken. De tegenwoordige Gasfabriekstraat is een dertig meter meer naar rechts, waar vroeger, vo1gens de kaart van Kroon & Kapteyn, de Kleine Melknapsteeg was. Voor ons was verder nog een mooi orientatiepunt, midden voor de Oosterkerk, het dak waarvan de nok is doorgezakt. Tot onze verrassing bleek dit nog zo te zijn, Het was destijds de woning van de koopman in rnanufacturen H. Cohen. Later was hier het cafe ,,'t Klavertje Vier" van Wiggert de Vries en momenteel is het weer een woonhuis.

We keren weer even terug naar het hoekje, waar het toch eigenlijk om gaat. Ret hoekhuis met de lantaren werd bewoond door de weduwe Van Gelder. Zij is het niet die zich op de hoek bevindt, maar wel staat de deur open van het huisje geheel links en daar woonde C. Bethlem. Vrouwtje Beth1em dus? Ret witte huisje was van Cor van Hinte, arbeider aan de gasfabriek. De vrouw daar wil net naar binnengaan en neem van ons aan dat dit Cors echtgenote is.

34. Het is maar een klein stukje van de Peperstraat tot aan de Oude Turfhaven. We zien hier het Buurtje uit de jaren dertig. Daar treffen we nu nog vier huisjes aan (op deze foto niet te zien); ze staan naast het hek dat u op deze foto ziet. Na het slopen van de panden op deze ansichtkaart is er eerst een opslagplaats van oud ijzer geweest en later heeft het allerlei bestemmingen gehad. Het middelste pand is weI een merkwaardig bouwsel; we kunnen er niet goed uitkomen. Volgens deskundigen is het mogelijk dat het drie aparte woningen zijn geweest, die later onder een dak zijn geplaatst.

Het Buurtje is een zeer oud straatje, ontstaan omstreeks 1622 en in later jaren als een verlenging van de Nieuwe Turfhaven de geschiedenis ingegaan, De naam Buurtje is later gekomen. Het zoeken naar namen uit die tijd viel ditmaal mee en velen zullen zich deze bewoners nog wel herinneren of ze herkennen.

Geheel links woonde Jos Mulder, koopman van beroep, dan M. Blokker, eveneens koopman. Vervolgens, daar waar de vrouw met het kind voor de deur staat, A. Klaassen-Bos, van beroep transportarbeider, en de laatste bewoner van het vreemde pand was diens collega, H. Eindhoven genaamd. Het laatste, nog net zichtbare huisje gaf wat meer moeilijkheden. In deze woning waren zowel Joh. Mulder als ene Joh. Dam aanwezig. Wie was de hoofdbewoner? We houden het maar op Mulder en dan Joh. Dam als commensaal.

HQ

35. In ons vorige deeltje hebben we Onder de Boompjes al onder de loep genomen. Nu echter een beeld van de andere zijde, bij het begin van de Turfhaven,

In de "haven" twee tjalken, meestal geladen met kleine vrachten, maar als de Hoomse kermis was aangebroken, kwamen de vaartuigen beladen met de draaimolen, de zweefmolen en andere kermisvermakelijkheden aan. Een kleine bijzonderheid: het scheepje dat tegenwoordig in de Vollerswaal het lossen van zand en grind verzorgt, is het omgebouwde draaimolenscheepje van de firma Van Dam. Vooraan, bij het hek, een rinket, een soort sluisje dat de toevoer regelde tussen het water en het riool. Links beneden woonde C. Spijkman, zonder beroep. Zijn bovenbuur op 2 rood was kleermaker J. van Hees. Dan waarschijnlijk twee niet bewoonde huisjes, want ondanks onze inspanning waren geen bewoners te vinden. Wei ziet u daamaast zowaar nog een pothuis en daar hield schoenmaker Th. Kroes zich bij zijn leest. Voor het zuivelelement in de buurt zorgde P. Dudink en zijn buurvrouw G. Blokker was kostuumnaaister van beroep. In het nu nog bestaande pothuis woonde de weduwe Offringa-Zwart. Indien zij naar buiten had gekeken, had ze een deftige familie zien passeren op deze zonnige zomerdag.

<<  |  <  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek