Hunebedden in oude ansichten

Hunebedden in oude ansichten

Auteur
:   drs. H. Klompmaker
Gemeente
:   Hunebedden
Provincie
:   Drenthe
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-5957-9
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Hunebedden in oude ansichten'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Ansichtkaarten begeleiden vanaf het begin de opkomst van het toerisme. Dat geldt zeker ook voor de hunebedden. Zij maken tot op de dag van vandaag een belangrijk deel uit van het toeristische imago van Drenthe. Ansichtkaarten kennen echter ook een tweede gebruik. Waren ze oorspronkelijk bestemd voor de toeristenmarkt, tegenwoordig zijn vooral de oudste exemplaren echte verzamelaarsobjecten geworden. Op beurzen worden ze geruild en aan de man gebracht. Er is belangstelling voor de oude plaatjes, omdat zij een moment in onze geschiedenis hebben bevroren, waarop we nostalgisch onze blik laten rusten. Een oude straat of boerderij, een verdwenen molen ... Ret leert ons hoezeer menselijk handelen het landschap doet veranderen.

Op het eerste gezicht zou kunnen worden verondersteld dat dat niet voor hunebedansichtkaarten geldt. De hunebedden liggen immers al meer dan 5000 jaar op dezelfde plaats in het landschap. Toch is ook aan onze oudste monumenten de tand des tijds niet ongemerkt voorbijgegaan. Een nostalgische reis door middel van oude ansichten leert ons onwillekeurig en onbedoeld ook iets geheel anders: de kolossale steenhopen zijn veel minder onverwoestbaar dan we vermoedden. Tezamen genomen bieden onze ansichtkaarten uit verschillende period en ons ongewild een beeld van de staat waarin de hunebedden zich bevonden.

Zij vormen niet aIleen een pleidooi in onze tijd om correct met ons oudste cultureel erfgoed om te gaan, maar ook voor een nauwkeurige monumentenzorg door onze overheid.

Dit boek be vat een selectie van de honderden ansichtkaarten uit de coIlectie van het Nationaal Hunebedden Informatiecentrum te Borger. Van de 54 hunebedden die ons land kent zijn er uiteindelijk zo'n 25 verschillende op ansichtkaarten afgebeeld. Ret boek neemt u mee op reis van noord naar zuid, van het Groningse Noordlaren naar Havelte in zuidwest-Drenthe. De beeldreis is voorzien van korte thematisch geordende informatie over onze hunebedden.

Bestaande hunebedden:
Nr. plaats dek zij- sluit- poortzij- poortdek- krans-
stenen stenen stenen stenen stenen stenen
Gl Noordlaren 2 4 1
01 Steenbergen 6 12 2 2 1
D2 Westervelde 3 8 2 2
D3 Midlaren 6 11 2 2
D4 Midlaren 7 13 2 2
D5 Zeijen 4 8 2
D6 Zynaarloo 3 6 2
D7 Schipborg 5 8 2 2
D8 Anlo 4 8 2 I
D9 Noordlo 2 4 I 2
010 Gasteren 2 7 2
D11 Anlo 4 10 2 1
D12 Eext 3 3 1
DB Eexter grafkelder 1 6 2
D14 EexterhaIte 7 18 2 3 8
DI5 Loon 5 10 2 4 1 15
016 Balloo 9 19 2 2 1 2
D17 Rolde 8 15 2 2 2
018 Rolde 7 14 2 2
D19 Drouwen 7 18 2 4 1 1
D20 Drouwen 5 13 2 4 1 21
D21 Bronneger 3 7 2 1
D22 Bronneger 2 3 2
023 Bronneger 3 3 2
024 Bronneger 2 7 2 1
D25 Bronneger 4 8 2
D26 Drouwenerveld 5 12 2 4 1 12 Nr. plaats dek zij- sluit- poortzij- poortdek- krans-
stenen stenen stenen stenen stenen stenen
D27 Borger 9 26 2 4 1 2
D28 Buinen 3 8 2
D29 Buinen 2 8 2 2
D30 Exloo 3 9 2 2 2
D31 Exloo 1 6 2
D32 Odoorn 4 7 2
D34 Valthe 3 10 2 2
D35 Valthe 2 10 2
D36 Val the 4 9 2
D37 Valthe 3 11 2
D38 Emmerveld 2 9 2
D39 Emmerveld 1 6 2
D40 Emmerveld 2 4 2
D41 Emmen 4 8 2
D42 Westenes 4 1] 1
D43 Schimmeres 5 15 4 4 52
D44 Westenes 1 2 1
D45 Emmerdennen 6 19 2 2 13
D46 Angelsloo 4 10 2
D47 Engelsloo 3 10 2
D48 Papeloze Kerk 6 12 2 4 28
D50 Noordsleen 7 16 2 1 24
D51 Noordsleen 3 13 2 3
D52 Diever 6 14 2 1
D53 Havelte 9 23 2 4 1 10
D54 Havelte 6 14 1 1
De nummering is van prof. Van Giffen (zie eerste kolom). AIle hunebedden zijn van noord naar zuid genummerd. De letter voor
het nummer duidt op de provincie waar het hunebed zich bevindt. Gl = Groningen, hunebed nr.L; Dl = Drenthe, hunebed nr.J
etc. I. Wat zijn hunebedden eigenlijk?

De vraag naar de functie van hunebedden is in de loop der eeuwen verschillend beantwoord. Waren het gedenktekenen van Germanen of Romeinen, altaarstenen of offerplaatsen? In de achttiende eeuw werd gedacht aan koningsgraven. Tegenwoordig staat voor wetenschappers weI vast dat het om groepsgraven gaat. De voornaamste knekels van de doden uit de nederzetting werden in het hunebed bijgezet, voorzien van voorwerpen als aardewerk en vuurstenen werktuigen. Daarmee is echter het verhaal nog niet af. Men veronderstelt dat het hunebed ook nog andere functies heeft gehad. Misschien dienden ze om gebiedsaanspraken van een bepaalde starn te onderstrepen en waren het tevens rituele plaatsen. Vast staat dat echter geenszins. Onweerlegbare bewijzen daarvoor ontbreken. De gedaante waarin we tegenwoordig de hunebedden nog kunnen waarnemen is eigenlijk het geraamte van de oorspronkelijke vorm. Zo'n 5000 jaar geleden waren de grote stenen grotendeels aan het oog onttrokken door een opgeworpen heuvel van zand en plaggen.

II. lets over de bouwers.

Heel lang heeft men niet geweten wie de eigenlijke bouwers van de hunebedden zijn geweest. Zo werd in de zeventiende en achttiende eeuw weI gedacht dat de hunebedden door reuzen, Romeinen of Germanen waren gebouwd. Later kwamen daar nog de Kelten en de N oormannen bij. Pas toen men vrij nauwkeurig kon bepalen hoe oud de hunebedden eigenlijk waren, kreeg men een beter idee over de bouwers. Tegenwoordig weten we dat hunebedden doorgaans zo'n 5000 jaar oud zijn (bouwperiode: 3450-2950 v. Chr.). De bouwers waren de eerste boeren boven de grote rivieren. Zij woonden bij elkaar in nederzettingen bestaande uit enkele houten woningen. Bovendien beschikten ze over geslepen stenen bijlen en een hoogwaardige kwaliteit van aardewerk. Zij voedden zich met de opbrengsten van landbouw en veeteelt, afgewisseld met jachtbuit. Naar de typische vorm van hun aardewerk wordt gesproken over de periode van de Trechterbekercultuur.

III. Een verwarrende naam,

Archeologen spreken tegenwoordig liever van Trechterbekercultuur dan van hunebedbouwers. In feite is de naam hunebed een foute naam. Het wekt de verkeerde associaties. In de zeventiende eeuw meende men dat reuzen de bouwers waren. Het woord .Jiune" was taaloorspronkelijk afgeleid van "huyne", wat "reus" betekende. In de achttiende eeuw meende men dat .Jiuyne" was afgeleid van .Jieene". Dat woord werd destijds nog in Groningen gebruikt in combinatie met .Jdeed". "Heenekleed" betekende .Jijkkleed". In de verwarring over wie nu eigenlijk de bouwers waren, raakte enige tijd nog een andere associatie in zwang. De starn der Hunnen zou in deze variant de bouwers hebben geleverd. Vaak zien we zelfs in onze tijd .Jiunebed'' nog gespeld als "hunnebed". Ook op veel van

de in dit boekje afgedrukte ansichtkaarten zien we de spelling met dubbel n verschijnen. Hoewel al deze verklaringen van de naam berusten op een onjuiste interpretatie van de oorsprong van de bouwers, is .Jrunebed" nog steeds het begrip voor de oudste monumenten in ons land.

IV. Een onverwachte bron.

Zo tegen het einde van de negentiende eeuw zorgde de opkomst van de fotografie voor een belangrijke impuls voor archeologisch onderzoek. Dat wekt geenszins onze verbazing. Opgravingen dienen goed gedocumenteerd te worden en het maken van foto's was veel minder tijdrovend dan het vervaardigen van tekeningen. Foto's kunnen bovendien niet lie gen. Wei is het zo dat zij de werkelijkheid enigszins kunnen vertekenen en dat een maatvoering als achtergrond slechts beperkt mogelijk is.

Door archeologen gemaakte foto's van hunebedden werden niet aileen gebruikt voor diverse boekwerken, maar soms ook voor ansichtkaarten. Pas later werden "eigen" opnamen van hunebedden gemaakt en op de markt gebracht. Van hetzelfde hunebed verschenen zo jaar op jaar prenten vanuit uiteenlopende perspectieven. Zij vormen in onze tijd een aardige en onverwachte bron van onderzoek. Ze bieden ons niet aileen een blik op de omgeving en de wijzigingen die daarin in de loop der jaren zijn aangebracht, maar tonen ook de staat waarin het hunebed verkeerde. Leggen we uit verschillende perioden ansichtkaarten naast elkaar, dan valt ons oog op renovaties die in de tussenliggende periode zijn uitgevoerd. Met name de inspanningen van prof. A.E. van Giffen op dat gebied worden zo zichtbaar. De ansichten van het grote hunebed van Borger uit verschillende period en geven een overzicht van de inspanningen om de rumeuze staat in een toonbaar hunebed te transformeren.

Ongewild geven ansichten ook een beeld van de wijze waarop met deze kolossale steenhopen werd omgegaan. Niet zelden treffen we diverse personen op het hunebed aan. Hoewel het beklimmen van hunebedden de laatste decennia sterk wordt afgeraden, zien we zelfs op de me est recente ansichten nog steeds mensen op het hunebed afgebeeld. Wellicht duidt dat erop dat de boodschap (nog) niet is doorgedrongen en blijft men doorgaan met reclame te maken voor het onjuist omgaan met hunebedden.

V. Niet aIleen opgraven.

Hoewel de kennis over de hunebedbouwers wordt bepaald door de resultaten van opgravingen, is men tegenwoordig terughoudend met het verrichten ervan. En dat is zo gek nog niet. Bij de eerste opgravingen ging het er voornamelijk om voorwerpen te verzamelen, zoals bijlen, schrabbers, aardewerk, sikkelmesjes etc. Toen de archeologie zich meer ging ontwikkelen werd de opgegraven grond nauwkeurig gezeefd, zodat ook verkoolde graankorrels

en stuifmeelkorrels konden worden geborgen. Deze vondsten leverden informatie op over hoe het landschap er uitzag en hoe de mensen in hun dagelijks onderhoud voorzagen. De ontwikkeling van de archeologie gaat echter steeds door. Men slaagt erin steeds meer gegevens aan de bodem te ontfutselen. Het zou jammer zijn als je met nieuwe instrumenten later niet nog een hunebed zou kunnen opgraven. Daarom wordt er vee I aandacht besteed aan het behoud van de hunebedden en het bodemarchief.

VI. Massatoerisme: zorg en zegen.

Hunebedden zijn de oudste monumenten in ons land. Zij behoren bij uitstek tot ons culturele erfgoed. Steeds meer mensen willen hunebedden "in levende lijve" aanschouwen. Dat heeft een enorme schare toeristen naar Drenthe gelokt en dat gaat nog steeds door. Toerisme is voor Drenthe een zeer voorname bron van inkomsten en dus in vele opzichten een zegen voor de economie. De klantvriendelijke Drent zorgt er bovendien voor dat veel toeristen graag een volgend jaar terugkomen. Het massatoerisme he eft echter ook een keerzijde: de zorg om het behoud van de hunebedden is er door gegroeid. Door beklimming, het stoken van vuurtjes, het spitten in de grafkamer en het bekladden van de stenen worden het voortbestaan van de hunebedden en de conservering van het bodemarchief bedreigd. De overheid heeft inmiddels maatregelen genomen door de keldervloeren te verzegelen met grasbetonblokken. Bovendien zijn er enkele hunebedden gerenoveerd. Dit alles in het besef dat hunebedden het visitekaartje zijn van de Nederlandse archeologie.

VII. Archeologie: aileen het materiele,

De archeologie is de wetenschap die zich doorgaans bezighoudt met dat deel van ons verleden, waarover geen geschreven berichten bestaan. Dat betekent dat monument en (zoals hunebedden) en voorwerpen (aardewerk en bijlen b.v.) de enige aanknopingspunten vormen voor kennis over de prehistorie. Het is vervelend en boeiend tegelijk. Vervelend, omdat we over veel zaken geen zekerheid hebben. Boeiend, omdat het juist onze fantasie prikkelt. Toch gaan archeologen niet al te veel met hun fantasie op de loop. Waarover niets bekend is, zwijgen zij doorgaans. Theorieen ontstaan door het verbinden van aanwijzingen waarvoor de bewijzen in de vorm van voorwerpen en monumenten voorhanden zijn. De uitleg of interpretatie van die gegevens kan overigens weleens tot verschillende visies leiden. Bij aile kennis die in de loop der eeuwen over hunebedden is vergaard, blijft er nog heel wat over waar we niets of weinig van weten. Het sociale en religieuze leven van de bouwers bijvoorbeeld geeft nog steeds aanleiding tot veel speculaties.

1. Deze ansichtkaart van het Groningse hunebed (0.1) te Noordlaren werd in 1951 verzonden, maar de prent is vermoedelijk zeker twintig jaar eerder genomen.

Hunebedden werden vanaf het begin van de ansichtkaartenfabricage vrijwel zonder uitzondering met horizon gefotografeerd.

Bij dit hunebed wilde de fotograaf vooral oak de molen op de foto hebben.

2. Levensmiddelenbedrijf 1. Giezen te Roden gaf deze kaart van het hunebed te Steenbergen (D.l) uit in de jaren zeventig.

Goed is te zien dat hunebedden doorgaans op hoger gelegen plaatsen in het landschap zijn gebouwd.

3. Een fraaie ansicht van het hunebed te Westervelde (0.2) bij Norg (1956).

De hooidokken zijn inrniddels vrijwel geheel uit het landschap van Drenthe verdwenen.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek