Joure in oude ansichten deel 2

Joure in oude ansichten deel 2

Auteur
:   P.R. van der Zee
Gemeente
:   Skarsterlân
Provincie
:   Fryslân / Friesland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3818-5
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Joure in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

27. In deze fotogalerij van Joure uit grootvaders tijd mag een plaatje van Westermeer zeker niet ontbreken. De verre voorvaderen van de Jouster grootvaders Ieefden namelijk in "een uitbuurt van Westermeer", zoals Joure in oude geschriften wordt aangeduid. Pas in het midden van de vijftiende eeuw is Joure een zelfstandige plaats geworden. In 1466 althans werd door grietman Uta Sipkesz en het gerecht van Haskervyfga (Oude- en Nijehaske, Haskerhome, Westermeer en Snikzwaag) aan Joure het recht verleend een weekmarkt en twee jaarmarkten te houden. In de eeuwen daarna is de dochter de moeder boven het hoofd gegroeid. Totdat in 1953 Westermeer als administratieve eenheid, en dus als zelfstandig dorp, verdween. Rechts op de foto uit omstreeks 1920 de eeuwenoude toren op de begraafplaats "Westermeer", ook weI "de rike toer van Westermar" genoemd, ongetwijfeld als herinnering aan de vroegere welvaart van het dorp. Tussen de bomen rechts is nog net de inmiddels afgebroken woning van de opzichter van de begraafplaats te zien.

dlan den

Westermeer:

28. Op deze foto uit de periode 1910-1920 het eindpunt van Wcstermeer, de Zeeweg, meestal genoemd en geschreven als Sewey. Het was vroeger een bekend punt, waar wandelaars de keus hadden uit een drietal "ommetjes". Over het witte bruggetje op de achtergrond kwam (en komt) men in de Wildehornstersingel. Vroeger was het een rustig wandelpad, nu moet men ook daar op zijn hoede zijn voor auto's. Bovendien is de singel op twee plaatsen door een weg doorsneden. Sloeg men tegenover het bruggetje rechtsaf', dan had men ongeveer honderd meter verder de keus uit twee wandelingen: via Breedsingel en Haulstersingel terug naar Joure of via de Binnenpaden. Ook hier is echter het een en ander verdwenen; van de Binnenpaden is zelfs nauwelijks nog iets terug te vinden. Dat is dan de tol die Joure heeft moeten betalen aan wat wordt genoemd "de gunstige ligging aan een knooppunt van belangrijke verkeerswegen".

29. Moe van de lange wandeling? Goed, dan zullen we de terugweg naar Herema State zo nu en dan onderbreken voor een kort bezoek aan enkele bezienswaardigheden, waarvan een aantal is verdwenen en andere, zij het in gewijzigde vorm, bewaard zijn gebleven. De eerste stop maken we in Westermeer, op de plaats waar nu de openbare bibliotheek staat. Hier liet de Jouster olieslager Anne Eelkes de Boer in 1885 een villa bouwen, die hij in 1897 verkocht aan dokter Driessen. Die gaf het huis de naam Jamja, gevormd door de beginletters van de namen van zijn vijf dochters: Jacoba, Anna, Maria, Jeanne en Aurelia. In 1922 kocht het Nutsdepartement Joure de villa, die daarna jarenlang een onderkomen bood aan de Nutsspaarbank, de Nutstekenschool en de Nutsbibliotheek. Het oude Jamja werd in 1967 afgebroken. Op dezelfde plaats werd een nieuwe open bare bibliotheek gebouwd, die de oude naam Jamja kreeg.

v.ili~ Jamja. ·JOlJRE

Clouze

30. Ter Huivra, op de foto omstreeks de eeuwwisseling, heeft ruim een eeuw het gezicht van de Scheen bepaald. In 1863-1364 liet burgemeester P.B.J. Vegelin van Claerbergen de villa bouwen voor zijn zoon jonkheer Valerius Lodewijk en diens echtgenote, Jacoba Everdina Sickenga. De bouwstij1 vertoonde overeenkomsten met die van een Zwitsers chalet; de Vegelins waren namelijk van Zwitserse afkomst. De naam Ter Huivra is de Latijnse uitdrukking voor "plaats waar de haver groeit". Op 3 december 1906 kocht het gemeentebestuur de villa voor de som van f 22.951,- en in 1925 werd notaris Ph.J. van der Werf, die zich in 1912 in Joure had gevestigd, de nieuwe eigenaar. Ook zijn opvolger, notaris P. Kuindersma, hield er van 1947 tot 1958 kantoor. In de oorlogsjaren werd een deel van de villa tijdelijk bewoond door burgemeester P.W. ter Haar. In 1948 werd de villa gekocht door de hervormde diaconie, die het be zit in 1960 overdroeg aan de Friese Christelijke Boeren- en Tuinders Bond. De laatste akte passeerde in 1965, toen de villa voor afbraak werd verkocht. Op dezelfde plaats en onder de oude naam werd later de christelijke huishoudschool gebouwd.

31. De toren voor de rooms-katholieke kerk aan de Midstraat. In een van de zijgevels, aan de kant van de pastorie, is een gedenksteen gemetseld. Hoewel nauwelijks leesbaar en bovendien meestal verborgen achter he esters, blijkt uit de inscrip tie dat het bouwjaar van de toren 1865 moet zijn. De kerk die nu achter de toren staat is, een kerkje uit de middeleeuwen meegerekend, de zesde van de in 1639 gestichte Mattheusparochie. Een in de zeventiende eeuw gebouwde kerk werd in 1760 vervangen en die geschiedenis herhaalde zich in 1836, 1865 en 1939. Links op de foto de pastorie; rechts een rijtje woningen achter de voormalige smederij Langius. Huizen, smederij en nog enkele panden daarnaast aan de Midstraat zijn afgebroken. Op die plaats begint nu de Pastorielaan, de toegangsweg vanuit de Midstraat naar het woongebied de Blaauwhof. Ook de tuin voor de toren en de pastorie is verdwenen. Er is een ruim plein voor in de plaats gekomen. Nuttig weliswaar, maar ook hier is toch weI een karakteristiek hoekje oud-J oure verloren gegaan. De toren zelf kreeg in de jaren zestig een nieuwe dakbedekking en een nieuwe torenhaan.

joure .

32. Van 1760 tot 1817 trokken de Jouster doopsgezinden in twee groepen op. De "oude gemeente" hield die jaren de diensten in het van de zeventiende eeuw daterende kerkje aan de Midstraat, de "nieuwe gemeente", die ongeveer vijftig Ieden telde, had een kerkgebouw aan de Boterstraat, waar later de Jouster gereformeerden aanvankelijk hun kerkdiensten hielden. In 1817 werden de beide groepen doopsgezinden herenigd en dat maakte een uitbreiding van het kerkje aan de Midstraat noodzakelijk. Op 7 juni 1824 werd in die kerk de voorlopig laatste dienst gehouden. Men was to en al bezig met de afbraak van de woning, die tot dan toe het schuilkerkje aan het oog had onttrokken. De verbouwing werd uitgevoerd door Sietze Lubbers Borduin, meester-timmerman uit Joure, en Thomas Taekes Schuurmans uit Ilist. De inwijding van de herbouwde kerk yond plaats op 26 september 1824. Een geveisteen boven de ingang herinnert aan het bouwjaar van de kerk. De foto toont het kerkgebouw aan het begin van deze eeuw. Het exterieur van de kerk heeft sindsdien geen grote veranderingen ondergaan.

33. De J ouster toren, hier op een foto uit 1900, is al ruim drie eeuwen een dominerend element in het silhouet van Joure. Een gevelsteen boven de ingang herinnert aan de eerstesteenlegging op 8 augustus 1628 door grietman Robbe van Baerdt. Even oud zijn ongetwijfeld de drie cellen op de begane grand, waar men tijdelijk onderdak kon verschaffen aan hen, die het met recht en wet niet zo nauw hadden genom en. Op de verdieping was het rechthuis gevestigd. Hier werd rechtgesproken en tevens vergaderde daar het grietenijbestuur. De bouw van de toren werd in 1628 voor de som van 10 510 Caroliguldens aangenomen door een timmerman uit Joure en een kalkbrander uit Nijehaske. Op 24 februari 1804 werd de toren door de bliksem getroffen, zonder veel schade aan te rich ten. Oak bij een brand, die op zondag 12 november 1939 het kerkgebouw verwoestte, bleef de schade aan de toren beperkt. Op 30 maart 1977 werd een ornvangrijke restauratie afgesloten, die bijna twee jaar in beslag nam en driekwart miljoen gulden heeft gekost.

34. Het postkantoor aan de Midstraat omstreeks 1908. De postdienst ill Joure dateert van 15 augustus 1864. Op die datum werd in een pand naast het oude gemeentehuis (nu verpleeghuis De Flecke) een telegraafkantoor geopend. Telegraaf- en postdienst werden samengevoegd op 20 april 1874. Dertig jaar later, op 21 november 1904, werd een "Inter10caal Rijkstelefoonbureel" in gebruik genomen. Het op de foto afgebee1de voormalige postkantoor werd tussen 1904 en 1906 gebouwd op de plaats waar tot dan toe de bewaarschool en een wachthuisje (arrestantenlokaal) waren gevcstigd. Zondag (! ) 25 maart 1906 werd het postkantoor in gebruik genomen, zij het die dag uitsluitend voor het afhalen van post. Het "torentje", uiten ingangspunt voor het bovengrondse telefoonnet, is later afgebroken. Afgezien daarvan hebben de Jousters zeventig jaar lang hun postkantoor gekend zoals het op de foto is afgebeeld. Nu (1978) is er een bankinstelling gevestigd. Een nieuw postkantoor verrees op de Merk, het nieuwe centrum van de vlecke.

35. De voormalige gereformeerde kerk aan de Boterstraat. De gereformeerde gemeente in Joure is omstreeks 1840 gesticht, met als eerste predikant dominee Uytterdijk. In 1890 werd het kerkgebouw met honderd zestig zitplaatsen uitgebreid. Er werd toen over geschreven: "De kerk zou nu door een hoger opgetrokken en gerestaureerde gevel zelfs de Midstraat eer aan doen." De kerk stond echter nu eenmaal niet aan de Midstraat en zou er ook niet kornen, to en in het begin van de jaren twintig de behoefte aan een groter kerkgebouw steeds duidelijker werd gevoeld. De nieuwe kerk werd gebouwd aan de Harddraversweg en werd donderdag 9 maart 1922 door dominee J.R. Dijkstra ingewijd. Het oude kerkgebouw aan de Boterstraat werd 20 oktober 1922 voor de som van f 4750,- verkocht aan de heer Romke Sjoerd de Boer, meubelmaker en dansleraar. Onder de naam "Concertzaal De Boer" heeft het voormalige kerkgebouw nog vele jaren dienst gedaan als cafe annex zaal voor dansavonden, film- en toneelvoorstellingen, zanguitvoeringen en wat men verder in dergelijke lokaliteiten pleegt te organiseren.

Gerf Kerk te joure

36. Penninga's molen aan de Schipsloot, jarenlang een rustpunt in het silhouet van J oure, maar ook jarenlang een bron van zorg en ergernis. De molen is oorspronkelijk gebouwd in Westzaan en droeg daar de naam De Jonge Dolphijn en de bijnaam De Koperen Berg, omdat de bouwsom in koperen centen zou zijn voldaan. Tot 1819 deed de molen dienst als papiermolen, om daarna te worden omgebouwd tot peJmoJen. In 1900 verhuisde de molen naar Inure als eigendom van Auke Penninga, wiens molen was afgebrand. De molen kreeg to en de naam De Jonge Wester, maar voor de Jousters is het altijd Penning a's molen geweest. In de jaren dertig raakte de molen sterk in verval, maar het zou nog bijna veertig jaar duren voor de inmiddels dringend noodzakelijk geworden restauratie kon worden uitgevoerd, die in 1972 werd voltooid. De molen is nu eigendom van een stichting en wordt vertroeteJd door een aantal vrijwillige moJenaars. Iedere zaterdagmorgen en op Jouster hoogtijdagen is de molen volledig in bedrijf en wordt er als vanouds graan gemalen. De molen is dan tevens voor bezichtiging opengesteld. De foto dateert van 1938; het verval van de molen was to en al begonnen!

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek