Kampen in oude ansichten deel 1

Kampen in oude ansichten deel 1

Auteur
:   J. Don
Gemeente
:   Kampen
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2176-7
Pagina's
:   176
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kampen in oude ansichten deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

INLEIDING

Kampen, de oude Hanzestad aan de monding van de rivier de IJssel, heeft alle eeuwen door de belangstelling getrokken van schilders en tekenaars, die in hun oeuvre de schoonheid van deze stad op treffende wijze hebben vastgelegd. Evenals in onze tijd ging er in het verleden een bijzondere bekoring van Kampen uit. Stadgenoot en vreemdeling werden om haar unieke Jigging als rivierstad, om haar karakteristieke gebouwen, vestingwerken, poorten en bastions aangetrokken; schilders en tekenaars waren haar beste propagandisten. Veel materiaal is verloren en verspreid geraakt, maar desondanks is het opvaIlend hoe sterk Kampen in binnen- en buitenlandse muse a is vertegenwoordigd. In de zestiende eeuw zijn het in het bijzonder de cartografen, die in hun plattegronden het aanzien van de machtige middeleeuwse koopstad en handelscentrum hebben vastgelegd. Minitieus op koper gesneden is de plattegrond van de stempelsnijder van de stedelijke munt P. Utenwael, die deze in opdracht van het stadsbestuur in 1598 vervaardigde om aan de Merchant Adventurers, de Engelse kooplieden, die in de Nederlanden een vestigingsplaats zochten, de gunstige ligging van de stad aan de rivier en aan de open zee te tonen. De koperen plaat is nog in de stedelijke oudheidkundige verzameling aanwezig. Zij draagt het krachtige stadswapen met het

onderschrift "Keiser Vrye Anze Stadt Campen". Vervolgens zijn het de Kamper schilders Barent en vooral Hendrick Avercamp "de Stomme van Campen", die met hun wintergezichten het zeventiende-eeuwse stadsbeeld van Kampen hebben vereeuwigd. Een "wintertgen" van Avercamp was zeer in trek; in hun oeuvre hebben zij de schoonheid van hun stad over de gehele wereld uitgedragen en hun schilderijen en tekeningen behoren tot het waardevolle bezit van vele binnen- en buitenlandse musea. In 1654 schilderde de kunstzinnige parelmoersnijder Claes Bellekin op fraaie wijze het stadsbeeld van Kampen met op de voorgrond personen in voorname kledij. In diezelfde periode bezocht schilder en tekenaar A. Beerstraaten de stad en deze legde met zijn tekenstift karakteristieke stadsgezichten vast, waarbij hij sterk getroffen moet zijn door het fraaie oude raadhuis, de sterke ommuring van de stad en haar stadspoorten en torens. Het achttiende-eeuwse olieverfschilderij van een onbekende meester, een gezicht op Kampen vanaf de rivierzijde is minder kunstzinnig maar voor de kennis van de topografie van de stad van bijzondere historische waarde. In deze zelfde eeuw zijn het de tekenaars, die veelal om den brode van stad tot stad trokken om het stadsbeeld vast te leggen. In de regel namen zij ook de karakteristieke stad Kampen in hun

reisschema op en vervaardigden fraaie stadsgezichten, die het bij het publiek deden. Vooral van het riviergezicht op Kampen ging voor hen een bijzondere bekoring uit maar ook de openbare gebouwen leverden aantrekkelijk tekenmateriaal op. Tot de bekendste onder de achttiende-eeuwse tekenaars, aquarellisten en etsers behoren Come lis Pronk en diem leerling Jan de Beyer, Hendrik Tavenier en Joannes Swertner. Bijzondere vermelding verdient de vak- en tijdgenoot Pieter Remmers, die als bewoner van Kampen vele mooie plekjes heeft vastgelegd. Hun werken munten uit door getrouwheid aan het gegeven en bijzondere uitvoerigheid.

Een nieuwe, negentiende-eeuwse, generatie nam de tekenstift van de oude garde over, zij het dan, dat zij nieuwe wegen insloeg, die kenmerkend zijn voor de geesteshouding van die tijd. Zij dienden de romantiek, die vooral in de eerste helft van hun eeuw een bloeitijd heeft gekend. Het topografische gegeven is hiermede zeer gediend geweest, omdat de kunstenaar uit de romantische school zich geheel concentreerde op het gegeven en dat zeer minitieus uitwerkte. De impressionisten uit de tweede helft van de negentiende eeuw daarentegen benaderden het gegeven om weergave van de sfeer, die het gezicht of het beeld moest oproepen. Een scherpe scheidslijn tussen beide

uitdrukkingsvormen is niet te trekken. Beide vormen blijven lange tijd op elkaar inwerken en zij kenmerken de schilder- en tekenkunst zelfs tot in onze twintigste eeuw. Het negentiende-eeuwse stadsgezicht draagt in het algemeen dit kenmerk.

De naoorlogse Napoleontische tijd vertoont, eerst schoorvoetend vervolgens in sterkere mate, een algehele opleving op staatkundig en maatschappeliik gebied. Het lang sluimerend gebleven nationale bewustzijn komt tot nieuw leven. De opkomst van de handel met Nederlandsch-Indie, waaraan koning Willem I met de oprichting van de Nederlandsche Handelmaatschappij een belangrijke stoot heeft gegeven, en de ontwikkeling op scheepvaart- en industrieel gebied geven nieuwe energie aan ons volksleven.

Ook voor de stad Kampen was een nieuwe tijd aangebroken. Reeds in 1803 had mr. Jacobus Scheltema in een memorie aan het gerneentebestuur rniddelen aan de hand gedaan tot herstel van de welvaart. Zijn aanbevelingen waren erop gericht om Kampen uit haar isolement te verlossen, Een van zijn suggesties betrof het weer bevaarbaar maken van de rivier de Llssel door mid del van de doorgraving van de Ketelmond en de aanleg van kribben. In 1826 werd onder leiding van de stadsarchitect N. Plomp hiermede een begin gernaakt en in 1839 en 1869 moesten de Ketel-

kribben opnieuw worden verlengd. Ter stimulering van het marktwezen werden bestaande wegen verbeterd of nieuwe wegen aangelegd naar de noordoostVeluwe en de zuidwesthoek van Overijssel: de Kamper straatweg met aansluiting op de Zuiderzeestraatweg, de weg Kampen-Wezep-Heerde, de Naaldeweg voor de verbinding met Elburg, de Nieuweweg in IJsselmuiden en de aansluitende weg naar Genemuiden. Bijzonder actief toonde het gemeentebestuur zich omtrent 1850 in het verkrijgen van een rechtstreekse spoorwegverbinding noord-zuid via Kampen, dat tevens eindstation zou worden voor de van Arnhem en Almelo komende verbindingen met Duitsland. Deze rechtstreekse verbinding viel echter aan Zwolle toe en Kampen werd genoodzaakt op eigen kosten de aansluitende verbinding Kampen-Zwolle aan te leggen. Volle aandacht had het gerneentebestuur voor de bouw van een nieuwe IJsselbrug ter vervanging van de houten brug, die niet meer aan de eisen van het scheeps- en wegverkeer voldeed. De oude brug werd afgebroken tussen juli en september 1872 en de nieuwe ijzeren brug kon op 5 januari 1874 voor het publiek worden opengesteld. Omstreeks het midden van de negentiende eeuw beleefde Kampen een snelle opbloei. Een kamer van koophandel voor Kampen werd opgericht, die een

grote bedrijvigheid aan de dag legde. Een rijksentrepot werd alhier gevestigd ter bevordering ook van de buitenlandse handel. In 1837 was een Rijn- en IJsselstoombootmaatschappij opgericht, die een dienst onderhield tussen Amsterdam en Keulen via Kampen. De gebroeders Van Hasselt openden in 1847 een wekelijkse stoomvaartlijn Kampen-Hull ter vervanging van de zeilvaartdienst tussen beide steden. Zelfs was er een verbinding met Hamburg en Sint Petersburg. Ook de industrie kwam tot ontwikkeling. Een eenvoudige smederij groeide uit tot de belangrijkste industrie van de Kon. Kamper Metaalwarenfabriek vh. H. Berk en Zn. N.V.; er ontstond een gunstig industrieel klimaat met een goede industriespreiding door de aanwezigheid van trijp- en dekenfabrieken, steen- en kalkbranderijen, sigaren- en tabakfabrieken, machinefabrieken en zelfs een Koninklijke fabriek van brandspuiten.

Pogingen werden aangewend om de reeds jaren leegstaande militaire kazerne bevolkt te krijgen en Kampen weer garnizoensstad te doen zijn, Het resultaat was dat in 1850 het nieuw opgerichte Instructiebataljon in Kampen werd gevestigd, gevolgd in 1877 door de Hoofdcursus, in 1917 door de Centrale Cursus en in 1925 door de SROI voor de opleiding van het officierskader. Aan het Instructiebataljon zijn

namen als J.B. van Heutsz en H. Colijn verbonden. Het onderwijs kwam in Kampen tot grote bloei. Van oudsher genoot het onderwijs te Kampen bekendheid door de aanwezigheid van de reeds sedert de mid deleeuwen alhier gevestigde latijnse school. In 1828 werd te Kampen een instituut voor opvoeding en onderwijs gevestigd onder leiding van R. van Wijk; na diens benoeming in 1834 als rector der latijnse scho1en alhier, als kostschoolhouder opgevolgd door zijn zoon J. van Wijk. Dit instituut is voor het onderwijs in Kampen van bijzondere betekenis geweest en kreeg in het gehele land grote bekendheid. Onder het rectoraat van R. van Wijk kwam ook de latijnse school weer tot bloei. In 1847 werd de latijnse school gecombineerd met het instituut van Van Wijk tot een stedelijk gymnasium, in 1868 uitgebreid met een HBS. Gymnasium en HBS hebben decennia achtereen vele leerlingen uit het gehele land aangetrokken. In 1854 werd de Theologische School der Christelijk Afgescheidene Kerk in Nederland opgericht en te Kampen gevestigd. Aan deze school werd in 1872 een gymnasiale vooropleiding verbonden. Latijnse scholen, gymnasia, onderwijsinstituten, kerkelijke en militaire opleidingen hebben veel bijgedragen tot de bekendheid van Kampen in binnen- en buitenland.

Het maatschappelijk leven hield gelijke tred met de

opleving op verschillend gebied. Er was een leesbibliotheek voor de ontwikkelde burgers, die reeds in 1792 was opgericht en er waren volksbibliotheken, opgericht door het Nutsdepartement in 1794 en door Patrimonium, opgericht in 1882, om het grote publiek zowel geestelijk als maatschappelijk op een hoger peil te brengen. Deze activiteiten voor lectuurvoorziening leidden in 1916 tot de oprichting van de vereniging "Open bare leeszaal en bibliotheek te Kampen". Deze vereniging heeft vee1 bijgedragen tot verheffing van het culturele peil van de plaatselijke gemeenschap. In 1836 werd de Kamper Courant opgericht, die vooral om haar politieke voorlichting lange tijd algemene bekendheid in het land genoot. In 1843 had de oprichting van het stedelijk muziekkorps plaats, terwijl in 1868 aan dit korps een muziekschoo1 werd verb on den. Onder de bekwame leiding van kapelmeesters als J.F. Heimel, A.J. Gaillard en ChI. Hengeveld kreeg dit beroepskorps in het gehele land een goede "klank" en 1eden van het korps werden verdienstelijke musici bij onze nationale orkesten of militaire muziekkorpsen.

De intimiteit van de plaatselijke samenleving werd beleefd in verenigings- en societeitsverband. In ,,'t Collegie" op de Nieuwe Markt resideerde de Maatschappij tot Nut van 't Algerneen, waar ook de stadsbiblio-

theek was gevestigd. De stadsgehoorzaal, in 1891 gebouwd, werd het centrum van allerlei culturele activiteiten. Daartoe droeg ook het militaire element, hetwelk in de plaatselijke samenleving geheel opging, belangrijk bij. Muziek, zang- en toneeluitvoeringen werden druk bezocht en burger en militair troffen elkaar in een aantal societeiten, in ,,'t Collegie" op de Nieuwe Markt, in 1887 vervangen door een nieuw societeitsgebouw aan de IJsselkade, de Stadsherberg over de brug, in 1862 vervangen door de Buitensocieteit, in het logement "De Dom van Keulen" in de Nieuwstraat en in "De Hereeniging" aan de Ilsselkade, In deze societeitskringen, niet altijd homogeen onderling, werd veelal de plaatselijke politiek bepaald. Trefpunten voor de bevolking waren eveneens de wandelgelegenheden om en buiten Kampen. Aantrekkelijk waren de fraai aangelegde stadsplantsoenen. Traditionele wandelingen werden gemaakt over de Lange Brug, alwaar op zondagmiddag in de tuin van de Buitensocieteit het stedelijk muziekkorps concerteerde. Ben wandeling over de Nieuweweg naar de Zandberg in IJsselmuiden en de aldaar keurig aangelegde lanen, langs de Trekvaart en door Oosterholt was zeer in trek. Zelfs tegen een fikse wandeling naar de Koelucht werd niet opgezien. Het was goed wonen in het negentiende-eeuwse Kampen, afgaande op een

advertentie d.a. 1897: Geen Gemeentebelasting. Ruime keuze van woningen. Uitmuntend onderwijs. Vooral militairen die uit Nederlandsch-Indie repatrieerden en in Kampen hun militaire opleiding hadden genoten, wisten dit gunstige klimaat te waarderen en vestigden zich opnieuw en voorgoed in Kampen.

Ben eeuw geleden was het gemeentebestuur druk bezig geweest de stad te ontmantelen. De vernieuwingsdrang had de beklemming van een eeuwenoude opsluiting achter muren en poorten van zich afgeschud, In 1837 waren reeds vier stadspoorten van de nog overgebleven zeventien poorten, waaronder de Vispoort tegenover de IJsselbrug, onder slopershanden gevallen en stelselmatig was men verder gegaan met slechting en afbraak van bolwerken en rondelen. Nog in 1904 werd uit verkeersoogpunt de Hagenpoort afgebroken. Het was nog niet voldoende doorgedrongen, dat het verkeer ook om de poort kon worden geleid. Aan de rivierzijde waren brede kaden ontstaan met fraaie woonhuizen en mime pakhuizen. Aan landzijde waren onder architectuur van de bekende J.D. Zocher plantsoenen aangelegd, welke later door L.A. Springer van Haarlem uitgebreid en verfraaid werden.

Het vernieuwde aanzien van de stad trok opnieuw de

belangstelling van schilders en tekenaars als Cornelis Springer, W. Dommersen, E.A. Hilverdink en anderen. Dit gold evenzeer voor plaatselijke kunstbroeders als de gebroeders C.H. en H.I. Hein, 1.1. Fels, W.B. Tholen, D.Ph. Hissink, Dirk Boele, I. Schinkel, F.I. Buytendijk, I.D. Belmer en anderen. Bezield met grote liefde voor hun stad legden zij in hun oeuvre de mooiste plekjes en doorkijkjes vast. Hun schilderijen, tekeningen en schetsen geven ons een getrouw beeld van het negentiende-eeuwse Kampen. In onze eeuw is het vooral A.I. Reijers geweest, die met zijn tekenwerk ons herinneringen van reeds verdwenen gebouwen en stadsgezichten heeft nagelaten.

Een ander type kunstenaar had zich inmiddels in onze steden aangediend, die met zijn toverkast, statief en donkere doek de be wondering van de bevolking oogstte. Straten, pleinen en gebouwen werden onder de donkere doek te voorschijn getoverd en schuchter en houterig poseerde het onwennige publiek voor het kijkglaasje, Een nieuwe techniek had zich van het stadsbeeld meester gemaakt en de prentbriefkaarten gingen van hand tot hand en von den hun weg naar vrienden en familieleden. Het is niet te verwonderen, dat ook van de karakteristieke stad Kampen vele "ansichten" werden vervaardigd. Zij vonden bovendien grote aftrek bij militairen en studenten om langs

deze weg aan hun vrienden en kennissen iets van hun tijdelijke verblijfplaats te tonen.

Dit prentenboek zal bij bezichtiging verschillende en uiteenlopende reacties oproepen. Reacties van goede herinneringen aan het verdwenen stadsbeeld, dat men zo goed gekend heeft of waarover men heeft horen vertellen maar ongetwijfeld ook reacties van teleurstelling over veel schoons en karakteristieks, dat al of niet noodzakelijk aan een nieuwe tijd werd opgeofferd. Wij mogen vorige generaties niet hard vallen om beslissingen, die wij anders zouden hebben genomen. Zij waren kinderen van hun tijd, die op hun wijze en met hun inzichten het belang van hun stad, die ook hen ter harte ging, dienden. Bovendien moet nooit uit het oog worden verloren, dat bij verlies toch veelal grotere winst kon worden geboekt. De tijden en gelegenheden veranderen en wij met hen. Dit geldt evenzeer voor het stadsbeeld, dat vooral in onze tijd sterk aan wijziging onderhevig is. Gelukkig de stad Kampen, waarover vele bekende en onbekende kunstenaars zich in het verleden hebben ontfermd met penseel, tekenstift en krijt en wier oeuvre zowel in onze stad als daarbuiten in museale en particuliere verzamelingen is bewaard gebleven.

1. Van het rivierfront met zijn aaneengesloten bebouwing van kerkgebouwen en poorten, van woon- en pakhuizen gaat een bijzondere bekoring uit. De witte huizenrij: synagoge, hoog herenhuis en de pakhuizen zijn kenmerkend voor de bouwwijze van de stadsarchitect Nic. Plomp, die na 1840 (na de ontmanteling) de gehe1e IJsselkade van huizen en pakhuizen voorzag. Plomp gebruikte bij voorkeur spitsboogvensters, zoals op de prent te zien is.

2. Kampen aan de IJssei benedenstrooms. Er is nog iets te zien van een juk van de houten Hsselbrug. Links de lange en smalle "Kaarsenlade", een bierhuis, en het Zaaddragershuisje, De bebouwing aan de kade verderop zou nog even op zich laten wachten. WeI zijn de kazernegebouwen aan de Oudestraat te zien.

3. Beneden de IJsselbrug de aanlegplaats van de beurtschepen op Amsterdam van de firma's Westerhuis en Ten Bruggencate. Links het telegraafkantoor; verderop het cafe De Harmonie met "Twee Biljarts", geexploiteerd door de firma Kok.

4. Een fraai riviergezicht met rechts het Kampereiland en de houtzaagmolen van de houtkoper Biisterbos.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek