Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2

Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Harenberg
Gemeente
:  
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0072-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

9. Den Bramei wordt reeds in 1396 genoemd en het geslacht van (den) Bramei blijft hier tot omstreeks 1540. Daarna is het goed in het bezit van de volgende families: Vehr (1540) en Van Hasselt (1685-1797), waarna enige snelle bezitswisselingen en wel aan Reinier ten Behm Wentholt, Johan Frederik Nering Bögel, George Frederik Kummich en in 1824 Carel Jan Julius Storm van 's Gravesande. De erven van zijn zoon verkochten het landgoed in 1897 aan Heinrich Thate, in wiens nageslacht het nog is. Willem Veer bouwde omstreeks 1645 een nieuw huis, dat door Johan van Hasselt werd verbouwd tot het huis op de foto. Imilius Frederik Storm van 's Gravesande veranderde dit echter grondig. In 1868 werd een neorenaissance uitbouw aan de achterzijde gezet en in 1881 een neogotische ingangspartij. Het pannendak werd vervangen door een leien dak met daarop een koepeltorentje.

10. Een destijds op de Bringenborg of ook wel Brinkenborg staande windwijzer gaf het jaartal 1632 aan, doch het huis op de foto was overwegend negentiende-eeuws. Eigenaar van het goed was sedert eind zeventiende eeuw het geslacht VerHuell, doch de familie Staring werd in 1733 door huwelijk eigenaresse. Schout bij nacht E.C. Staring herbouwde omstreeks 1800 het huis vrijwel geheel. Zijn weduwe hertrouwde Hendrik Rogge, die na haar dood in 1817 eigenaar wordt. Nadien komt de Bringenborg aan de familie Snethlage, die het huis verhuurt. In 1926 wordt het huis verkocht aan de Hervormde Gemeente van Gendringen. Later wordt het gemeentebezit. Hoewel hier in 1767 de bekende dichter A.C.W. Staring werd geboren, vormde dit voor het gemeentebestuur geen beletsel, het huis met de grond gelijk te doen maken en het terrein vol te laten zetten met woonhuizen.

11. De Brugdijk behoorde waarschijnlijk eerst aan de familie Vaeck en kwam na hen door huwelijk aan het geslacht Van Bloemendael tot Est. Het goed werd omstreeks 1650 verkocht aan Henriek Cuper en kwam vervolgens aan de Van Lyndens. Naderhand kwam het door verkoop of erfenis aan diverse families, zoals Van Meurs, Knuyver en Van Erp en het werd laatstelijk bezeten door notaris Van Bunge. Het is thans eigendom van de gemeente Bemmel en er zijn verschillende gemeentelijke bureaus in gevestigd. Het ligt dichtbij het gemeentehuis, het kasteel Kinkelenburg, in een wandelpark. Op de ansicht vertoont Brugdijk zich als een negentiende-eeuws huis, maar onder de pleister ging oud muurwerk schuil. Na jarenlange verwaarlozing is het huis in 1966 gerestaureerd, waarbij de trapgevels aan de hand van een oude tekening werden gereconstrueerd.

12. Heren van Buren worden reeds in 1125 genoemd; of er toen al een kasteel was, is niet bekend. Hertog Arnold van Gelre verovert stad en kasteel in 1435 en laat deze door een ambtman beheren, totdat hij alles in 1472 aan Frederik van Egmond schonk. Anna van Egmond, gravin van Buren, bracht door haar huwelijk in 1551 met Willem de Zwijger het graafschap aan de Oranjes. In de Franse tijd werden hun bezittingen geconfisqueerd en het kasteel werd in 1804 op last van de administratie van de nationale domeinen voor afbraak verkocht. In 1883 werd het laatste deel, de voorpoort, gesloopt. Van het in de zestiende eeuw door de architecten Thomas Vincidor en Alexander Pasqualini grotendeels herbouwde kasteel resten een paar fragmenten, die door de heer I.A. Heuff bijeengegaard en tot een monument je werden verwerkt op de plaats van de voorpoort. Het werd in 1899 overgedragen aan de gemeente Buren, de eigenaresse van het terrein.

13. Bussloo te Voorst behoorde oorspronkelijk aan het geslacht Van Dorth en werd op grond daarvan ook wel Dortshuysen genoemd. Gerhardus Judocus van Dorth liet het in 1791 na aan zijn nicht Theodora Oliviera van Dorth, gehuwd met Hendrik Willem van Wijnbergen. Het landgoed blijft in het geslacht Van Wijnbergen tot 1967, wanneer jonkvrouwe D.L.A.A.M. van Karnebeek-baronesse Van Wijnbergen het verkoopt aan de Recreatiegemeenschap Veluwe. Een groot deel van het 145 hectare grote landgoed werd ontgrond en het gewonnen zand door Rijkswaterstaat gebruikt voor wegenaanleg. Het huis op de foto werd voor 1741 gebouwd, doch omstreeks 1900 afgebroken. Slechts wat lanen, de grachten en enig muurwerk van de bruggenhoofden zijn overgebleven. De door de afgravingen ontstane waterplas wordt voor recreatieve doelen gebruikt.

14. De Byvanck is in 1361 bezit van het geslacht Van der Wilten, dat het in 1419 verkoopt aan R. van Rees en W. Kyrskorff. Het is in 1466 van E. van Ulft en in het begin van de zestiende eeuw vererft het op de Van Aeswijns. Anna van der Loe, weduwe van H. van der Reek, koopt het goed in 1582. Vervolgens gaat het over aan Elisabeth van der Loe, weduwe P. van Oldenbokum. Dan komt in 1624 A. van Aeswijn, namens zijn vrouw G. van Oldenbokum; in 1675 M.G.M. van Bernzau, douairière Van Huchtenbroek, die het goed in 1704 nalaat aan haar dochter E.H. gravin Van Schellart, markiezin van en tot Hoensbroek. De Van Hoensbroecks verkopen De Byvanck in 1779 aan mr. J.N. Hoevel van Swanenburg, die vermoedelijk het tegenwoordige huis laat bouwen. Het vererft in het begin van de negentiende eeuw op de Van der Renne's, daarna op de familie Lochner von Hüttenbach. Door huwelijk komt het in onze eeuw aan de familie Van Nispen tot Pannerden.

15. Een der oudste foto's van de Cloese te Lochem. Een geslacht Ter C1use komt reeds aan het einde van de veertiende eeuw voor; het blijft tot 1547 in het bezit van het kasteel. Door huwelijk komt het aan de Van Keppels. De volgende eigenaren zijn Schimmelpenninck van der Oye (1637) en Van Heeckeren (1745), terwijl mr. W.P. Hubert in het begin van de vorige eeuw eigenaar was. Het goed vererfde op de familie Sickesz, doch werd in 1907 gekocht door mr. J. Bieruma Oosting; in 1930 door J. Sickesz. Het landgoed komt dan aan een grondspeculatiemaatschappij, herbergt een tijd lang een rooms-katholieke instelling en werd in 1961 in gebruik genomen door de Politieschool Noord-Oost Nederland. Het in oorsprong zeventiende-eeuwse huis van de foto, dat in het begin van de vorige eeuw werd verbouwd, is na een brand in 1886 door Nic. Molenaar tot het tegenwoordige neorenaissancehuis verbouwd. Aan de rechterzijde is een modern schoolgebouw verrezen.

16. Cruisvoorde wordt in 1575 vermeld als afkomstig van A. van Mermuden; daarna is het goed van A. van Steenre (overleden 1570) en vererfde op G. van der Capellen. In 1653 kwam het aan het geslacht Van Goltstein en werd daarna door meiers bewoond. Herman Damman verkocht Cruisvoorde in 1786 aan Gerhard Everts. Dan komt een groot aantal bezitswisselingen: Van Reede van den Parckeler, Damman, Vosch van Avesaet, Slaterus, Van Lamsweerde, Schutstal van Woudenberg, Van Citters en ten slotte, omstreeks 1850, Van Ittersum. In 1878 werd het goed gekocht door W.D. Cramer. Diens zoon, Willem Daniel, liet de eenvoudige, wit gepleisterde negentiende-eeuwse villa voorzien van een nieuwe voorgevel, een hoog leiên dak en aan de rechterzijde een toren van drie verdiepingen. In 1923 verkocht hij het aan H.J.F. Wisboom. Na diens dood werd Cruisvoorde in 1965 te koop aangeboden. De heer J. Kamer is sinds 1977 eigenaar.

17. Een geslacht De Dammo bezat hier mogelijk in 1190 een huis. Het goed, dat voordien aan Evert van den Damme behoorde, werd in 1399 door Gijsbert van Nettelhorst aan Johan van der Capellen overgedragen. Den Dam vererft in 1653 aan Philips van Goltstein, wiens weduwe het goed in 1701 verkoopt aan A.J. van Keppel. W.A. Keppel, tweede graaf van Albemarie, verkoopt het aan F.R.E. van der Capellen in 1744, wiens kleindochter het weer aan de Van Goltsteins brengt. Willem van Goltstein verkoopt Den Dam in 1895 aan C.B.H. de Bruyn, wiens erven het landgoed in 1923 verkopen aan G.H. de Marez Oyens. Na een verkoop in 1934 aan mr. J.L. Sölner komt het in 1937 aan jonkheer mr. J.J.B. Bosch ridder van Rosenthal, wiens schoonzuster thans eigenaresse is. Niets op de foto verraadt, dat onder de pleisterlaag een huis uit circa 1600 schuil gaat. In 1765 werden echter de topgevels gesloopt en grote ramen geplaatst.

18. Doddendae1 of het Huis te Ewijk werd in 1332 door graaf Reinald van Gelre gekocht van de heer van Meurs, diens broers en Diederik van Gronauwen en hij geeft het in erfpacht aan R. van Appe1tern. Vóór 1409 verkopen de Appelterns het goed aan Otto van Buren, dat in 1474 aan de familie Van Culemborg vererft. Tien jaar later wordt het gekocht door Johan Boll en in 1489 door hem verkocht aan G. van Stepraedt. Doddendael vererfde daarop steeds in vrouwelijke lijn en wel in 1769 aan de Van Doornincks, daarna in 1783 aan de Van NagelIs, later Von Nagel-Dornick-Vornholz genaamd. Sedert omstreeks 1800 werd het huis als rentmeesterhuis gebruikt en in 1945, na verbeurdverklaring als vijandelijk vermogen, verkocht aan de rentmeester Van Koolwijk. In 1956 kreeg de vorige eigenaar het huis terug, dat in 1972 verkocht werd aan W.G. van Vliet. Het vele malen verbouwde, doch nog gedeeltelijk veertiende-eeuwse huis is thans ingericht als restaurant.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek