Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2

Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Harenberg
Gemeente
:  
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0072-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

19. Op het einde van de dertiende eeuw wordt de Doornenburg al vermeld als bezit van het geslacht Van Doorninck. Het kasteel gaat in 1385 door vererving over aan de Van Bylandts en op dezelfde wijze kwam het achtereenvolgens aan de geslachten Van Homoet (1449), Van Voorst (1519), Van Amstel van Mynden (tweede helft zestiende eeuw), Van Heemskerk van Bekesteyn (1727), Van Bemmel (1767) en Van der Heyden (1847). Laatstgenoemden hebben de Doornenburg nimmer bewoond, zodat verval optrad. In 1937 kon het ruïneuze kasteel door de Stichting tot Behoud van den Doornenburg worden verworven. Van dat jaar tot 1941 was het in restauratie. In 1945 werd het imposante complex grotendeels door de Duitsers opgeblazen. Van 1947 tot 1964 had de herbouw plaats. Met zijn grote voorburcht is de Doornenburg een der mooiste voorbeelden van een middeleeuws kasteel in ons land.

20. Herman van Apeldoorn is in 1358 eigenaar van Duistervoorde, dat door Dorothea van Apeldoorn door haar huwelijk in 1596 aan de Van Steenbergens komt. Het goed vererfde in 1667 op Johanna van Voorst, gehuwd met Derk van Stepraedt. Maria Agnes van Stepraedt huwde in 1743 met Wil1em Caspar van Doorninck; hun dochter bracht het goed door huwelijk aan de Von Nagells. Een Von Nagell verkocht Duistervoorde omstreeks 1830 aan J.C. Goldenberg, die het goed in 1863 verkocht aan J.H. Timme. Deze liet het oude huis moderniseren, zodat het rechthoekige huis van de ansicht ontstond. Slechts de kelders en wat binnenmuren herinneren nog aan het oude kasteel. Het rooms-katholieke kerkbestuur van Twello werd in 1878 eigenaresse. Naast het huis werd in 1887 een kerk gebouwd, terwijl het huis tot zusterklooster werd ingericht, onder de naam St.-Anthoniusgesticht.

21. Dit kasteel was begin veertiende eeuw bezit van een tak van het geslacht Van Heeckeren, die zich ook wel Van der Ese noemde. Het vererfde in 1514 op de Van Coeverdens, midden zestiende eeuw op de Van Mervelts en in 1597 aan de Van Lintelo's. Maurits Ripperda huwt in 1724 met Anna M.D. van Lintelo, die het goed in 1769 nalaat aan haar neef A.W.C.W. van Pallandt, die het in 1777 verkoopt aan L.H. van Oyen. De volgende bezitters zijn: J.L. ten Behm von Knuth en J.D. Langenberg, beiden door vererving, A. van Zuylen van Nyevelt (1831), K.G.W. van Wassenaer (1866), W.C.G. van Welderen Rengers (1894), D.J. van den Honert (1905) en K. Vellinga (1921). Diens dochter is thans eigenaresse. In 1610 werd een nieuw kasteel gebouwd, dat een der mooiste van de streek was, doch dat omstreeks 1820 voor tweederde werd afgebroken. De ansicht toont het restant na de verbouwing van 1908. Dit huis werd in 1917 vervangen door een landhuis in Engelse stijl.

22. In 1583 is de Engelenburg eigendom van het geslacht Schimmelpenninck van der Oye; het vererfde in 1694 op de familie Van Laer en in 1732 op de Van Heeckerens. Het echtpaar Stierling kocht het landgoed in 1776, doch deed het spoedig daarna over aan het echtpaar Van Braam. R.J. van der Cap ellen kocht het in 1781 en verkocht het tien jaar later aan de freules Van der Heyden. Hun erven verkochten een groot deel van het landgoed aan mevrouw Van Walrée-van Lennep, na wier dood, in 1843, A.T.L. Metelerkamp eigenaar werd. Frederik Boogaardt werd dat in 1877 en hij verkocht de Engelenburg aan jonkheer S. van Citters. Thans is het landgoed van de Algemene Bank Nederland en in gebruik als vakantieoord. Het oorspronkelijke huis bestond uit een hoog, torenachtig middenpaviljoen, geflankeerd door twee lagere vleugels. Een verbouwing in het begin van de vorige eeuw bracht dat alles onder één dak.

23. Het Enserinck komt in 1378 voor als eigendom van het geslacht Kreynck, doch het wisselt daarna vele malen van bezitter. Dit zijn achtereenvolgens Van Meeekeren (1426), Iseren (1438), Van Voorthuysen (1538), Van der Capellen (1569), wederom Van Voorthuysen (1600) en Ter Bruggen (1635). Het geslacht Vehr is in 1665 bezitter, in 1690 opgevolgd door de familie De Smeth. Vervolgens is het bezit in handen van de families Amptinck (1702), Van Egum (1707), Staring (1766), VerHuell (1806), Van Panhuys (1835), Wilbrenninck (1859), Storm van 's Gravesande (1875), Thate (1899) en Van Asch van Wijk (1916), die het landgoed in 1917 reeds verkocht, dat in 1919 aan de Van Lenneps kwam, waarvan de nazaten het nog bezitten. In de tweede helft van de achttiende eeuw bouwde men een optrekje, dat nog als koetshuis bestaat. Het tegenwoordige huis werd in 1836 gebouwd. Het is thans in gebruik als verpleeghuis.

24. Groevenbeek is een van die vele huizen met de pretenties van een kasteel, doch zonder de geschiedenis daarvan. Oorspronkelijk was hier het leengoed Grobbenbeek, bestaande uit woeste grond, waarop een boerderijtje. Grobbenbeek werd door een combinatie van drie personen, Van Schermbeek, Jongeneel en De Balbian van Doorn, in 1830 van de gemeente Ermelo gekocht. Het boerderijtje werd in de loop der jaren vergroot tot een landhuis, dat in 1900 werd afgebroken. Het huis met een groot deel van de bijbehorende gronden bleef in het bezit van de familie Van Schermbeek. Het tegenwoordige huis dateert van omstreeks 1900. De woeste gronden zijn ontgonnen en grotendeels bebost. Het oude goed Grobbenbeek behoorde in 1777 aan W.J. van Westervelt.

25. Hackfort wordt in 1324 door Willem van Bronckhorst verkocht aan Jacob van der WeelIe, vermoedelijk afkomstig van de Welle bij Baak. In 1369 komt Gerrit van Baeke geheten van Hackforde voor. De familie is zich naderhand Van Hackfort gaan noemen. De laatste heer uit dit geslacht overleed in 1557; zijn dochter Jacoba, gehuwd met Goossen van Reasfelt, erfde het goed. De kinderen van hun jongste dochter Agnes, gehuwd met Hendrik van Westerholt, zullen het kasteel in 1581 erven. Na de dood van de laatste mannelijke Van Westerholt is een gedeelte van het landgoed naar Natuurmonumenten gegaan. In 1586, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, brandde het kasteel tot de grond toe af. Het herbouwde huis kreeg in 1788 door een ingrijpende verbouwing het tegenwoordige aanzien. Helaas werden toen ook de grachten gedempt en de voorpoort met bijgebouwen gesloopt. De ansicht toont de achterzijde, het minst verknoeide gedeelte.

26. Hagen, ook wel De Kelder genoemd, behoorde omstreeks 1570 aan Frederik van Voorst en ging rond 1637 over aan het geslacht Boshoff. Vanaf 1662 behoort het goed aan het geslacht Van der Schuyren; door huwelijk van Judith Ermgard van der Schuyren met Frederik van der Capellen gaat het over in diens geslacht (1680). Anna Elisabeth van der Capellen brengt het in 1788 aan de Van Rechterens, eveneens door huwelijk. In de negentiende eeuw behoort Hagen aan de Van Pallandts; door huwelijk gaat het goed aan het begin van onze eeuw over aan de familie Beelaerts van Blokland. Het grootste deel van het landgoed ging in 1973 over aaan de Stichting Het Geldersch Landschap; het huis met de naaste omgeving werd door de familie behouden. Het mogelijk nog uit de vijftiende eeuw stammende gebouw werd later van grotere ramen voorzien. Het brandde in 1934 grotendeels uit en de restauratie kwam in 1936 gereed. Het is thans in gebruik als museum.

27. Het Hassink bij Gorssel is een niet zo erg bekend goed. Het wordt vermeld in 1494 als Hassinck met Jan Hissinck als eigenaar. Er bestond toen ook nog een goed "dat ander Hassinck". In de negentiende eeuw behoorde het landgoed aan de familie Bruce, die ongetwijfeld het huis van de ansicht liet bouwen. In 1848 behoorde het aan mr. George Isaac Bruce, "commissaris des konings" in Overijssel. Later behoorde het Hassink aan mr. M.W. baron du Tour van Bellinckhave, minister van justitie. Na hem was het landgoed in het bezit van Th.E.J. baron Van der Feltz, die het huis belangrijk liet verbouwen. Aan weerszijden werd een grote serre gebouwd en op het dak werd een balustrade geplaatst. Helaas werd het huis in 1944 door een luchtbombardement vernield. Alleen het park is nog aanwezig.

28. In de veertiende eeuw komt een familie Van der Haltart, ook Houtart, voor. Vermoedelijk hebben zij hier een versterkt huis gehad. In 1552 komt Hatert aan het geslacht Van Bronckhorst. Maria van Bronckhorst, in 1667 gehuwd met Arnold Werner van Hasselholt genaamd Stockheim, verkoopt omstreeks 1690 haar eigendom aan Justinus de Beyer. Diens achterkleinzoon Leonhard doet Hatert in 1803 over aan J.W. Scheers, in wiens familie het bezit meer dan een eeuw zal blijven. Het huis is thans eigendom van de gemeente Nijmegen. Tot 1667 wordt het het Huis te Hatert genoemd, daarna komen de namen Spycker en Toren voor, ook wel Spyckertoren. Hatert bestaat uit een toren uit omstreeks 1500, waaraan later een boerderij met herenkamer is gebouwd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek