Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2

Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Harenberg
Gemeente
:  
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0072-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

29. De oudste vermelding van de heren van Hemen is 1183, welk geslacht in het midden van de veertiende eeuw uitsterft. Het huis is in 1369 bezit van het geslacht Van Driel, vervolgens in 1402 in dat van de Van Meekerens, dan in 1406 van de Van Wyhe's en ten slotte de Van Reede's van Saesfelt (1646). Hemen werd in 1682 verkocht aan P.H. van Steenhuys. V.CG. barones Van Steenhuys brengt door haar huwelijk het kasteel in het geslacht De Béthune; haar dochter, gehuwd met graaf d'Ennetières, verkoopt het aan douairière Den Tex-Vriese, in 1883. De dochter van laatstgenoemde, mevrouw A.M. Metelerkamp van Bronkhorst-den Tex, schonk het kasteel met tuin aan de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen. Met de bouw van het kasteel werd omstreeks 1400 begonnen en het werd in 1555 voltooid. In 1803 werd een gedeelte van de gracht gedempt en in het midden van de vorige eeuw werd de donjon helaas afgebroken.

30. Hoevelaken was sedert 1402 in het bezit van het geslacht Van Zuylen, uit welk geslacht het goed in 1634 vererfde op dat van Van Lynden. Door koop kwam het in 1732 aan de Van Dedems om in 1765 terug te keren in het bezit der Van Lyndens. In 1834 vererfde het op de familie Schimmelpenninck van der Oye. Het laat zeventiende-eeuwse huis, waaraan nogal was geknoeid, werd in 1926 verkocht aan dr. C.J.K. van Aalst, die het liet afbreken en circa vijftig meter naar achteren een kasteelachtig huis liet bouwen door de architect M.A. van Nieukerken. Dit huis met naaste omgeving werd in 1963 verkocht aan het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten, dat hier een kantoor inrichtte. In 1967 kocht de Stichting Het Geldersch Landschap de rest van het landgoed.

31. Het huis Hoogenkamp heeft gelegen aan de weg van Almen naar Laren, tegenover De Ehze, waartoe de grond ook heeft behoord. Arnoud baron Van Zuylen van Nyevelt van de Ehze had vier kinderen; zijn dochter Maria Hugonia erfde bij zijn dood, in 1857, het oostelijk gedeelte van het landgoed De Ehze. Op dit gedeelte was in 1841 het statige huis van de ansicht gebouwd. Maria Hugonia was in 1849 gehuwd met Karel Gerrit Willem baron Van Wassenaer, die in 1866 De Ehze van zijn zwager kocht. Hoogenkamp werd sedertdien verhuurd. De Ehze inclusief Hoogenkamp kwam in 1905 door koop aan het echtpaar Van den Honert-Janssen, Mevrouw Van den Honert liet de Hoogenkamp in 1913 afbreken en op de plek in 1914 het P.W. Janssen Ziekenhuis bouwen, genoemd naar haar vader. Het was in gebruik als sanatorium.

32. Holthuis, Holthues, Holthuysen, dat zijn zo een paar namen van dit goed, dat al in de veertiende eeuw wordt genoemd. Het is in 1512 bezit van het geslacht Van Cuynre, vervolgens in 1524 van de Schulls om in 1575 over te gaan op de Bentincks. In 1593 komt Holthuis aan de familie Van der Heil, in 1695 aan de Van Renesse's en het vererft dan op de familie Van Reede van de Parkeler. Het komt omstreeks 1840 aan de familie Van Boecop en verandert daarna nog enige malen van bezitter, totdat mr. G.W.J. baron Van der Feltz in 1938 het zeer verwaarloosde huis koopt. In zijn familie is het nog. Het tegenwoordige huis is in 1721 op de plaats van het oude gebouwd. Blijkens oude afbeeldingen was het vroeger groter. Aan de achterzijde, die op de ansicht is afgebeeld, was een uitbouw met in het midden een toren. Het terras wordt door het benedenstuk daarvan gevormd. Links was nog een aangebouwde vleugel.

33. Huissen behoorde nog tot in de vorige eeuw aan Pruisen, als opvolgster van de graven van Kleef. De Kleefse graven bouwden vermoedelijk omstreeks 1300 een sterke burcht in Huissen, die onder meer diende tot huisvesting van de drosten en ook de hertogelijke familie een tijd lang onderdak verstrekte. Het in verval verkerende burchtcomplex werd in 1722 gesloopt. Het terrein, dat Pruisisch domeingoed was, werd in het begin van de vorige eeuw verkocht aan H.S. van Lottum, die het in 1816 verkocht aan mr. e.G.Th. van Erpers Roijaards, die er een herenhuis liet bouwen, dat nu nog het middengedeelte van het latere klooster vormt. Dit huis werd in 1832 verworven door J.J. Fabricius, die het in 1856 verkocht aan A. van der Burg, die de koopprijs van huis en grond schonk aan de paters dominicanen, die het inrichtten tot klooster, dat enige malen werd uitgebreid. Funderingen van de oude burcht bevinden zich in de tuin.

34. Lubbert van Cuynre liet in de tweede helft van de zestiende eeuw "die Nijelanden" ten oosten van Gorssel ontginnen en liet daar mogelijk een huis bouwen, dat in 1608 bekend was onder de naam Jobstede of Nieuland en in 1690 als 't Job. Jobs Hofstede was in 1617 eigendom van Gosen Cremers. Het goed is in 1673 van J. van Suchtelen. Hendrik Frederik Bouwer verwerft het Joppe in 1753 en laat het na aan zijn zoon Arnold Hendrik, die de naam van zijn grootmoeder, Van Markel, aan de zijne toevoegt. Zijn weduwe verkoopt in 1827 het landgoed aan de speculant Lukas Binkhorst, die het een jaar later overdeed aan dr. Antoni Brants. Deze overlijdt in 1862 en nog in hetzelfde jaar gaat het eigendom over aan F.E.A. baron Van Hövell tot Westerflier, in wiens nageslacht het landgoed nog is. Het huis van de ansicht werd in het derde kwart van de achttiende eeuw gebouwd en bij een recente restauratie werd de oude roedenverdeling in de ramen hersteld.

35. Het onderschrift op de ansicht is onjuist; het achttiende-eeuwse huis werd in 1801 vrijwel geheel vernieuwd. Het werd gebouwd op de plaats van het middeleeuwse kasteel, dat nog in 1784 bestond als een omgracht gebouw met torens. Het is een Gelders leen sinds 1426. Het behoorde aan het geslacht Van Schonauwen en vererfde achtereenvolgens op de geslachten Freys van Cuynre, Valckenaer en Van Arnhem. Van de laatste familie kwam het aan de familie Van Wassenaer van Obdam en vererfde op de Van Heeckerens en de Van Aldenburg Bentincks. Aangezien deze families elders plachten te wonen, werd Kernhem sedert het einde van de achttiende eeuw verhuurd. Van 1818 tot 1832 was hier de jongenskostschool van mejuffrouw Anna M. Moens gevestigd. Na de Tweede Wereldoorlog raakt het herenhuis in verval, doch het werd gerestaureerd. De gemeente Ede is eigenares.

36. Het Kervel mag worden beschouwd als de opvolger van de havezate Meyerink. Het Meyerink was oorspronkelijk een deel van het goed Brui! en wordt al in 1422 genoemd. Het geslacht Van Munster is in 1598 bezitter, Wyse van Kervenheim is dat in 1651. Anna Sybilla Vrijdagh is eigenaresse in 1670. In de achttiende eeuw kwam Meyerinck aan de Van der Heydens. Van douairière Von Wintgen-van der Heyden vererfde het landgoed in 1868 op de Von Twickels. In 1870 werd een nieuw huis gebouwd naar plannen van architect H.J. Wennekers. In 1890 en 1906 werd dat huis uitgebreid, zodat het ten slotte wel het grootste landhuis van de Graafschap was. De zusters clarissen, die het kasteel Ammersoyen moesten verlaten vanwege de oorlogsschade, kochten het huis in 1949 en lieten er een modern kloostergedeelte aanbouwen. In 1970 verkochten zij het complex aan H.G. van Looyen. Het op de ansicht afgebeelde plekje is grondig gewijzigd.

37. Dit huis komt niet alleen onder de naam Kieftenkamp voor, ook Kyfftskamp, Kieskamp en Kieftskamp komen voor. J. Kosman is in 1626 eigenaar; hij wordt in 1634 opgevolgd door zijn zwager J. Elsinck, die in 1635 de Kieftskamp verkoopt aan G. Schutten. Diens erven doen het landgoed in 1743 over aan G. Ravenschot. Het vererfde in 1768 op zijn dochter, I. Brass-Ravenschot, en in 1802 op E.A. Raedt-Brass, Na het overlijden van laatstgenoemde werd het gekocht door de familie Storm van 's Gravesande, in 1835. Uit dit geslacht ging het in 1919 over aan Van den Wall Bake. De laatste verkoping had plaats in 1975, toen het werd aangekocht door Het Geldersch Landschap. Het tegenwoordige huis werd waarschijnlijk in 1776 gebouwd op de plaats van een boerderij, mogelijk door J.H. van den HeuveL Dit huis werd in 1920 en 1930 aan de achterzijde vergroot in dezelfde stijl. In het midden van het huis is thans ook een schoorsteen.

38. In 1470 werd in de buurtschap Langerak het klooster Sion gebouwd, dat in de troubelen van de Tachtigjarige Oorlog is verdwenen. Een deel van de gronden raakte in particuliere handen en hierop werd een landhuis gebouwd. Op de heuvel achter het huis moet in de kloostertijd een calvarieberg hebben gestaan en hieraan ontleent het huis wellicht de naam Kruisberg. In het begin van de negentiende eeuw is het in bezit van A.H. baron Van Diest, wiens dochter het na zijn dood, in 1859, verkoopt aan de landhuishoudkundige H. Craandijk. Deze verkoopt het landgoed in 1864 aan het rijk. Het wordt bestemd tot opvoedingsgesticht, hetgeen tot gevolg gehad heeft dat het eenvoudige huis (rechts op de ansicht) aan beide zijden werd uitgebreid met gestichtvleugels, hetgeen het uiterlijk niet ten goede is gekomen. Thans is hier het rijkspsychopatenasyl gevestigd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek