Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2

Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Harenberg
Gemeente
:  
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0072-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

39. Landfort of Lanckvoort wordt reeds genoemd in 1434. Het wordt dan door de Van Aeswijns verkocht aan Derick van Bronckhorst-Anholt, die het in 1462 in erfleen geeft aan J. Greve; in 1488 aan Arnold van Ulft, Het verandert vele malen van eigenaar: Van Jemmingen (1584), Van Portman (1678), Huygen (1713), douairière Van Strunkede-Dorneburg (1733), C. de Groot is in 1751 door koop eigenaar geworden, doch C.A.H. de la Lane de Duthay wordt in 1753 naast hem beleend. Vervolgens vinden we: mevrouw Bögel-Krayenvanger (1756), H.A. Heller (1767), H.D. van Lynden (1771), A.G. Tengnagel (1783), H.J. Scharff (1789), wiens weduwe hertrouwt met J.A. van Schilling, die Landfort in 1800 aan J.H. Rupe verkoopt. G.W. van Motman is in 1803 eigenaar en hij verkoopt het landgoed in 1823 aan dr. A. Luyken, wiens nazaten het in 1970 verkopen aan de Stichting Het Geldersch Landschap. Het huis, waarvan op de ansicht de achterkant, werd in 1827 gebouwd met gebruikmaking van veel ouder muurwerk.

40. De Lathmer werd ook wel Laekmer genoemd. Een familie de Latmere komt in 1273 voor; Frederik van Soerhuis is in 1547 eigenaar. Hij verkoopt het goed aan P. van Thye. Zijn weduwe hertrouwt met R. van Essen en zij verkopen De Lathmer in 1574 aan J. van Brienen. Het goed komt in 1630 aan de Van Broekhuysens en door verwin in 1767 aan de familie Van Eek van Overbeek. Zij verkopen het goed in 1770 aan R.J. van der Capellen, die het in 1781 verkoopt aan Peter Biron, hertog van Koerland en Lijfland. Van hem koopt J.A. Willinck het in 1790. G.C. Crommelin bouwde omstreeks 1870 het huis van de ansicht, dat op 1 augustus 1911 afbrandde. Architect M.A. van Nieukerken bouwde op dezelfde plaats een pompeus landhuis in renaissancestijl. In 1950 werd dit van de Crommelins gehuurd door de broeders penitenten van Pad ua, die in het huis een psychiatrische inrichting vestigden. Enige jaren daarna kochten zij het.

41. Lathum behoorde tot circa 1410 aan Fredrik van Baer, wiens schoonzoon W. van Montfoort in 1413 werd beleend. Zijn schoonzoon D. van Petershem werd dit in 1434 en diens schoonzoon W. Dobbelstein in 1462. Catharina Mohr, gehuwd met Reinier van Kerkem, koopt Lathum in 1544; haar dochter verkoopt het goed aan Maarten van Rossum in 1546. De volgende geslachten op Lathum zijn Van Isendoorn à Blois, Van Stepraedt, Van Doorninck, Van Lynden en in 1691 ten slotte de Van Westerholts. Deze verkopen het goed in 1735 aan de Gelderse rekenkamer; de Kroondomeinen in 1813 aan R. ten Brink. Het vererfde in 1824 aan Th. Brands, die het in 1825 verkocht aan N. van Zadelhoff. Dan komt het aan de geslachten Van Eek (1842) en Van Heeckeren van Kell (1915) en vererft het in 1931 aan de tegenwoordige eigenaren, de Van Weede's. Het huis werd in 1916 gerestaureerd, doch in 1945 voor een groot deel verwoest. Thans is het een boerderij.

42. Leur behoorde oorspronkelijk tot de heerlijkheid Batenburg. In 1639 had een scheuring plaats, waarbij Horssen en Leur zelfstandige heerlijkheden werden. Batenburg behoorde aan het geslacht van die naam, dat omstreeks 1315 werd opgevolgd door dat van Bronckhorst. De heerlijkheid Leur kwam in 1639 aan Baldewijn van Luxemburg, heer van Hollogne. Zijn erven verkochten de bezitting in 1650 aan Th. van der Marck. Leur werd in 1748 verkocht aan G.W. van Balveren, in wiens geslacht het bleef, tot het in 1920 vererfde op de familie Van Verschuer, in wiens bezit het nog is. Huize Leur werd op het einde van de achttiende eeuw gebouwd. In het midden van de vorige eeuw werd op het landgoed een tweede herenhuis gebouwd, kleiner dan het op de ansicht afgebeelde huis.

43. Leuvenum werd in het begin van de achttiende eeuw, vermoedelijk omstreeks 1720, gekocht door Peter van Westervelt van de Harderwijker burgemeester J.J. Geltsaeyer. Mogelijk heeft Peter van Westervelt een huis laten bouwen op dit landgoed. Door huwelijk van zijn kleindochter Aleyda Johanna van Westervelt kwam Leuvenum in 1823 aan het geslacht Sandberg tot Essenburg. Zij betrokken De Essenburg bij Hierden. Huize Leuvenum werd in 1854 wegens bouwvalligheid afgebroken en thans resten alleen de grachten, terwijl de plaats van het huis door een bosje wordt ingenomen. Het landgoed kwam in 1919 aan jonkheer dr. C.J. Sandberg, die in 1923 op een andere plaats het tegenwoordige landhuis in oude stijl liet bouwen. Leuvenum, ook wel Sandbergen genoemd, bevindt zich nog steeds in het bezit van de Sandbergs.

44. Een geslacht Loil komt vanaf circa 1300 voor; zij zullen op de "Hof' Loil gezeteld hebben. "Huis" Loil wordt in 1357 vermeld, als het eigendom is van Albrecht Doys van Loil. Willem van den Bergh werd in 1440 door koop eigenaar; hij liet de Van Loils het als achterleen behouden. In 1500 verviel het goed weer aan de leenheer, die het in leen gaf aan Steven Reaelt. Via zijn dochter vererfde het op de Van Baerle's. In 1584 werd het eigendom van het geslacht Van Zuylen, waarna het enige malen van bezitter wisselde, totdat het in 1781 aan Andries Tengbergen kwam, wiens weduwe in 1787 eigenaresse werd. Op het einde van de vorige eeuw woonde hier mr. S.B.W. graaf Van Limburg Stirum. Na zijn vertrek werd het eenvoudige achttiende-eeuwse huis gesloopt (in het begin van onze eeuw). De thans ter plaatse staande boerderij behoort aan de familie Scheerder.

45. Magerhorst wordt reeds genoemd in circa 1400; de oudst bekende bewoners zijn leden van het geslacht Mom. Het geslacht Van Egeren komt hier voor in 1546, doch in 1661 wordt het goed gekocht door de Van Pallandts. In 1700 gaat het over aan de bewoner, tevens hypotheekhouder Von Hertefeld, die het meteen doorverkoopt aan J. Buyk van Swyten. Magerhorst is dan vervolgens eigendom van de geslachten Tuchter (1750), Von Diest (1778) en wederom Von Hertefeld (1779). Van laatstgenoemde vererft het op de familie Von Bothmer, die het goed in 1836 verkoopt aan de familie Van Nispen tot Sevenaer. Van deze verwerft de gemeente Duiven in 1963 het landgoed. Zij verkocht het huis met een klein stukje grond aan drs. J.G.P.G. Boogaarts, die het huis in 1974 liet restaureren. Het huis bezit veel oud muurwerk. De toren met zeldzame mezenkouw ofwerpgat dateert van 1549.

46. Officieel heet dit huis Mathanse. Volgens een overlevering zou dit huis, evenals het er niet ver van af gelegen huis Terceira, destijds zijn gebouwd met gelden afkomstig van de Zilvervloot, die door Piet Hein in de baai van Matanzas zou zijn buitgemaakt. Het verhaal zal wel niet waar zijn. Mathanse wordt genoemd in een stuk van 1717. Oudere vermeldingen zijn niet aanwezig. Het goed komt in 1875 aan de familie Servatius, die het tot in onze dagen bewoonde. Het huis is als een kasteel gebouwd, met grachten, een brug, een toren en galerijen. De bouwmeester heeft niet getracht om een namaakkasteel te bouwen, doch hij heeft deze elementen in eigentijdse vormen gegoten (omstreeks 1875). Het huis ligt in een mooi park met zwaar geboomte, dicht achter de IJsseldijk.

47. Het Medler wordt in 1483 genoemd en het is dan bezit van leden van het geslacht Van Hackfort. Bernt van Hackfort verkocht het gehele Medler aan de familie Van Eek. In het midden van de zeventiende eeuw is het goed in het bezit van het geslacht Van Doetinchem en het vererfde in 1681 aan de Van Dorths, in welk geslacht het landgoed nog is. In 1800 werd het huis van de foto gebouwd, met opname van veel muurwerk van een ouder huis. De lage bovenverdieping werd in 1892 hoger opgetrokken, waardoor het gehele complex onder één leien dak werd gebracht. Schuin rechts achter het huis ligt een eiland in een ronde gracht. Mogelijk heeft hier het eerste huis Medler gestaan. Vóór het huis staat een vroeg achttiende-eeuws hek, afkomstig van De Ehze bij Almen.

48. In 1253 was Meteren in het bezit van Otto van Bentheim; zijn nakomelingen verkochten het goed aan de graven van Gelre in 1306, die het in leen gaven aan de heren van Cuyck. Vervolgens zetelt hier een geslacht dat zich beurtelings Cuyck van Meteren en Van Meteren noemt. De bezitting vererfde in 1694 op het geslacht Van Aerssen. M.e. Pasques de Chavonnes kocht de bezitting in 1784; hij verkocht haar reeds in 1790 aan Th. van Barneveld. A.C.E. van Dam van Isselt-van Barneveld verkocht Meteren in 1870 aan A.F. van Renesse, die de heerlijkheid in 1883 verkocht aan jonkheer P.A. van Beresteyn. In 1892 werd het landgoed in percelen verkocht en het huis met naaste omgeving werd door een combinatie van vier personen gekocht, die het huis verhuurde. Het in 1766 gebouwde huis, vermoedelijk op oudere fundamenten, werd helaas in 1907 geheel afgebroken.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek