Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2

Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Harenberg
Gemeente
:  
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0072-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

49. Mogelijk was Montferland de eerste burcht van de heren Van den Bergh. Het is een grotendeels door mensenhanden opgeworpen hoge, ronde burchtheuvel, omgeven door een droge gracht. Reeds in de negende eeuw was deze in gebruik. De heuvel bleef bij het huis Bergh behoren. Heren Van den Bergh kwamen reeds in 1105 voor; met Frederik III stierven zij uit. Diens dochter huwde Otto van der Leek en hun zoon nam de naam Bergh aan. In 1712 vererfden de Berghse bezittingen op de vorsten Von Hohenzollern-Sigmaringen, die in 1912 een groot deel, waaronder huis Bergh en Montferland, verkochten aan dr. J.H. van Heek, die alles onderbracht in de Stichting Huis Bergh. Op het hoogste punt van het Montferland werd een jacht- of speelhuis gebouwd, dat in 1698 de tegenwoordige vorm kreeg. Aan de rechterzijde werd in de vorige eeuw een hotel aangebouwd, dat in onze eeuw werd uitgebreid. De ansicht toont die jachtkamer.

50. In 1310 is sprake van Nederhemert, dat achtereenvolgens in het bezit was van de volgende geslachten: Van Hemert en Torck (begin zestiende eeuw), Van Quadt (midden zeventiende eeuw) en door verwin in 1706 Van Vittinghoff genaamd Scheil. Reeds in 1726 verwisselt het van eigenaar en wel de familie Van Lynden, die in 1791 wordt opgevolgd door de Bentincks. De Van Nagells zijn in 1814 eigenaar; via de Van Kretschmars vererft het goed na 1880 op de Van Wassenaers. Deze verkochten het landgoed in 1958 aan de staat, die de ruïne van het kasteel in 1962 in langdurige erfpacht afstond aan de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen. Het kasteel ontstond uit een woontoren, die uit omstreeks 1300 stamt en geleidelijk uitgroeide tot een groot edelmanshuis, dat circa 1875 drastisch werd verbouwd. In 1944 brandde het door oorlogshandelingen uit en het wacht sindsdien op herstel.

51. Oevelgunne is in het begin van de vijftiende eeuw in het bezit van het geslacht Ripperbant, dat eind zestiende eeuw wordt opgevolgd door de Elverincks. Jorden van de Padevoort koopt Oevelgunne in 1605; zijn dochter Geertruyd van Gent-van de Padevoort laat het goed in 1680 na aan haar dochter Ida van Loe tot Dorneburg-van Gent. Laatstgenoemde verkoopt het kort voor 1711 aan Willem Frederik van Bulo, wiens kleinzoon Van Cochenheim Oevelgunne verkoopt aan Gerrit Smits. Diens erven bieden het goed in 1813 te koop aan en het komt in handen van de Rooms-Katholieke Gemeente van Gendringen. In 1814 worden grachten gedempt en muren afgebroken en een kerk aangebouwd, die in 1895 werd vervangen door de tegenwoordige. Het herenhuis werd ingericht tot pastorie. Helaas stelde de gemeente geen prijs op behoud en zo verloor Gendringen wederom een van haar historische gebouwen (1975). De plaats wordt ingenomen door nieuwbouw.

52. De oude naam is Onstedynck en in 1494 behoort het goed aan Peter Onstedynck. Het wordt in de zestiende eeuw gesplitst, doch op het einde van die eeuw behoren beide delen aan de familie Van Wachtendonck. Van deze ging Onstein in 1619 aan de familie Van Hasselholt genaamd Stockheim, die in 1630 het huis liet bouwen en alles omstreeks 1654 verkocht aan H. van Westerholt, wiens erfgenamen het in 1710 verkochten aan de Ten Broecks, van wie het in 1730 vererfde op de Van Heeckerens en van deze op de Van Lyndens. Deze verkochten het in 1770 aan de familie Van Harinxma thoe Heegh en van hen vererfde het in 1802 op de familie Van Grotenhuis. Vervolgens kwam Onstein in 1847 aan de Stoops, in 1852 aan de Van der Heydens. Van hen werd het van M.A.J.M. Janssen en thans behoort het aan een beleggingsmaatschappij. Het huis kreeg in 1711 het voorkomen van de ansicht, doch in 1925 werd het dak opgetrokken en een torentje geplaatst.

53. De oude naam van Dolde is Nijenhuis, dit ter onderscheiding van het nabijgelegen huis Old-Oolde, dat in 1868 is verdwenen. In1494 wordt het als horig goed vermeld; het werd in 1508 gekocht door de Van Keppels, die het tot 1820 behouden. Dan vererft het op de Van Heeckerens en komt vervolgens aan het geslacht Van Rechteren-Limpurg. Na hen zijn de volgende families bezitter: Van Wassenaer-Starrenburg (1851), Van Welderen Rengers en wederom Van Rechteren-Limpurg. Zo'n twintig jaar geleden werd het gekocht door mevrouw Taets van Amerongen-Bieruma Oosting, die het nog bewoont. Het tegenwoordige huis werd in 1663 op korte afstand van Old-Oolde gebouwd en werd kort na 1771 verbouwd. In de, vorige eeuw onderging het nogmaals een modernisering, waarbij het huis werd gepleisterd.

54. Bernart Umbgrove bezat in het midden van de zeventiende eeuw het Scholtenhuis, dat op deze plaats stond; zijn weduwe verkocht dat in 1662 aan Charles de Lannoy, die vermoedelijk een nieuw huis heeft laten bouwen. Overbeek, zoals het vrij spoedig daarna heette, viel in 1707 toe aan Jeannette van Eek-de Lannoy, die een afgebrand huis erfde. Dat zal wel herbouwd zijn, doch het werd in 1770 vervangen door het huis op de ansicht, door de architect A. Viervant in opdracht van het echtpaar Van Eck-Vygh gebouwd. Na de dood van Samuel van Eck werd Overbeek in 1843 gekocht door douairière Van Hardenbroek-van Spaen, wier zoon het goed in 1853 verkocht aan C.D. Schüller. Diens familie verkocht het in 1891 aan H.L. de Bruyn en deze aan een speculatiemaatschappij. De bouwmaatschappij Westerkwartier te Amsterdam verkocht het huis in 1906 voor afbraak. Thans is er nog een poort met daarop de wapensteen van het huis.

55. Padevoort wordt in 1281 Pedelvuort genoemd; met zekerheid is echter pas in het begin der zestiende eeuw een geslacht Van de Padevoort eigenaar. Het goed werd in 1633 verkocht aan de familie Schaep; in 1666 aan E.A. van Hoen, doch drie dagen later genaast door gravin Van den Bergh ingevolge een de landheer toekomend recht. Het werd sindsdien verhuurd en in 1802 verkocht aan J.C. Roos, die het in 1814 overdeed aan J.W. Serrurier. Diens kleindochters veilden Padevoort in 1875 in percelen, waarna het huis werd gekocht door het rooms-katholiek kerkbestuur van Zeddam, dat het in 1876 overdroeg aan de zusters franciscanessen. Het werd een klooster onder de naam St-Josephgesticht. In 1968 werd het gekocht door H.J. Kremer. Tien jaar later stond het weer te koop. Het huis werd kort na 1633 gebouwd, na 1876 gemoderniseerd en verbouwd, doch na 1968 gerestaureerd.

56. De Parkeler werd in 1514 overgedragen aan Johan Sloet door de weduwe Van Suderhuys. Hendrick van Aller droeg in 1559 de helft over aan Rijck van Essen. Diens achterkleindochter bracht het aan de familie van haar man, J.G. van Ensse. Hun nakomelingen verkochten het goed in 1684 aan de Van Reede's, die het in 1840 overdroegen aan de familie Roeters van Lennep. Van deze familie vererfde het op mr. Jacob Jeronimo de Vries. Diens zuster verkocht De Parkeler in 1924 aan de familie Coldewey, die er al als huurder woonde. Het huis bevat nog oudere delen, doch de empireramen aan zij- en achterkant verraden een verbouwing in het begin van de vorige eeuw. Later in die eeuw werd een nieuwe voorgevel gebouwd. Het torentje in het midden van de gevel is thans niet meer aanwezig. Ook de veranda werd gewijzigd.

57. Van Poelwijcks komen reeds in 1275 voor in Gendt, doch het kasteel behoorde in 1441 aan de familie Collart. Door huwelijk keerde het terug naar de Van Poelwijcks in 1551 om in 1598 aan het geslacht Van Wely te komen. Het werd in 1667 verkocht aan de familie Van Wichen en vererfde in 1702 aan Johan Maurits van de Poll. Na de families Schmitz en Slingervoet volgde de familie Breunissen in 1864 door aankoop. Zij lieten het huis naast de toren bouwen in het jaar van aankoop. Het huis is nog in hun nageslacht; de toren droegen zij in 1959 over aan de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen. Het middeleeuwse huis Poelwijk was reeds in de achttiende eeuw verdwenen op de thans nog bestaande poorttoren na, die na zware oorlogsschade in 1960 door voornoemde stichting is gerestaureerd.

58. Maria van Baeck en haar zoon Conrait verkochten in 1539 De Poll of Huis te Gietelo aan Jasper van Lynden. Peter van Apeldoorn koopt in 1602 het goed van de Van Ecks, erfgenamen van de Van Broeckhuysens, en uit zijn geslacht raakt De Poll door vererving in 1693 aan de familie Van Wijnbergen. Het landgoed kwam in 1749 aan het geslacht Schimmelpenninck van der Oye om na 1918 te vererven op de families Van Weede, Van Haersma de With en Schimmelpenninck. Achter het huis staat op de plaats van de Oude Poll een boerderij. De oude Poll behoorde aan de Van Keppels, Van Sallants en Van Renesse's, doch werd in 1635 verkocht aan de eigenaar van de Nieuwe Poll, die zich sindsdien heer van de beide Pollen noemde. Het huis van de ansicht werd in 1611 gebouwd, doch is later verbouwd. In onze eeuw werd het dak verhoogd en het bouwhuis tot rentmeesterwoning verbouwd.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek