Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2

Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2

Auteur
:   J. Harenberg
Gemeente
:  
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0072-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kastelen en landhuizen in Gelderland in oude ansichten deel 2'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

59. De Quasenbosch of Kwazenbosch, zoals het daarvoor heette, werd in de vorige eeuw bewoond door K.J. v.d. Meulen. Na zijn dood, in 1867, werd het huis gekocht door L.F.W. baron Van Brakell Doorwerth, die het huis omdoopte in Wadenoyen, naar een van de bezittingen van de Van Brakells. Na zijn vertrek in 1876 wordt het huis te koop aangeboden, doch waarschijnlijk gekocht door zijn schoonzuster, mevrouw H.C. van Brakell-Colenbrander, die hier in 1904 overlijdt. Zij laat het huis, dat inmiddels Quasenbosch is genoemd, na aan de dochter van haar broer, Henriëtte Egbertine Colenbrander, gehuwd met mr. M.P.D. baron Van Sytzama, Hun schoondochter, baronesse Van Sytzama-Van der Feltz, verkoopt het landgoed na de Tweede Wereldoorlog aan een stichting, die hier een heilpedagogisch instituut vestigt onder de naam Michaelshoeve. Het tegenwoordige huis werd in 1884 gebouwd in de voor die tijd gebruikelijke overdadige stijl.

60. Het Ross moet in de zeventiende eeuw zijn ontstaan als buitengoed van het geslacht Dumbar en het kwam in de achttiende eeuw door huwelijk aan de familie Op ten Noort. Op dezelfde wijze kwam het in het begin van de negentiende eeuw aan de familie Van Rappard. Van hen kocht mr. M.M. van Valkenburg het in 1920. Diens erfgenamen verkochten het landgoed in 1951 aan de heer Van Leeuwen Boomkamp. Vrij spoedig daarna kwam het via de speculatiemaatschappij De Renkumsche Heide aan de tegenwoordige eigenares, The Reaper's Fellowship, een Amerikaanse godsdienstige sekte. Deze doopte het huis om in De Vluchtheuvel. Het tegenwoordige huis werd gebouwd in 1867 naar ontwerp van de architect Gerritsen. Jammer genoeg werd het landgoed door De Renkumsche Heide verkaveld, zodat thans niet veel grond meer tot het huis behoort.

61. Rossum behoorde van oudsher aan het geslacht van die naam; het werd reeds genoemd in de laatste helft van de elfde eeuw. De Bosschenaren verwoestten het kasteel in 1524, dat in 1560 gedeeltelijk werd gesloopt. Sybilla van Rossum huwde kort voor 1572 met Guido van Malsen en bracht het kasteel in diens familie. Door huwelijk ging het over aan de geslachten Van Wittenhorst en Van Pallandt en het kwam in 1633 door koop aan de Van Randwycks, Zij bewoonden het kasteel niet, zodat het verviel, waarop de ruïne in 1740 werd gesloopt. In 1745 werd binnen de grachten een rentmeesterwoning gebouwd, die in 1848 werd gesloopt. De toenmalige eigenaar, G.A.J. baron Van Randwyck, verving het door het tegenwoordige kasteel in neogotische stijl naar eigen ontwerp. De gemeente Rossum kocht het slot in 1949 en richtte het na restauratie in tot gemeentehuis. Het park werd openbaar wandelpark.

62. De foto toont het huis Rijck, een der havezaten die in de stad Zevenaar lagen. Het behoorde in het begin van de zeventiende eeuw aan een der jonkers Smullingh van het huis Sevenaer en kwam voor 1652 aan een lid van het geslacht Van Heerdt van Camphuysen. Het vererfde in 1685 op jonker Van Loen tot Enschede, kwam door huwelijk aan jonker Van Munster en werd in 1735 verkocht aan de familie Heynen. In 1781 werd het gekocht door de koopman Frowein en kwam in 1862 aan de familie Buschhammer. In 1896 kwam het huis aan de familie Hazewinkel. Notaris Hazewinkel verkocht het huis nog bij zijn leven aan de ernaast gelegen Turmacfabrieken, die het kochten ter uitbreiding van de fabrieksgebouwen. Het huis bleef bestaan. Het zal in het einde van de zestiende eeuw zijn gebouwd, doch werd later gemoderniseerd. Het dak werd verlaagd en de eindgevels zijn verdwenen.

63. Johan van Scherpenzeel wordt genoemd in 1229; de laatste van deze tak is Willem, die ongehuwd in 1636 overlijdt en Scherpenzeel nalaat aan zijn halfzuster Aleyd, die is gehuwd met Hendrik van Westerholt van Hackfort. Carel Willem Alexander van Westerholt stierf in 1783 kinderloos en het kwam tot een proces tussen Borchard Frederik Willem van Westerholt en diens neef Evert Frederik van Heeckeren, dat door eerstgenoemde werd gewonnen. Per advertentie bood hij de heerlijkheid Scherpenzeel te koop aan en verkocht haar in 1793 aan Johan Sebastiaan van Naamen. Diens achterkleindochter bracht het door huwelijk aan de familie Royaards. Niet lang geleden werd het kasteel met park gekocht door de gemeente Scherpenzeel, die in het kasteel het gemeentehuis vestigt. Het huis werd in de zestiende eeuw gebouwd en in het midden van de vorige eeuw in neo-Tudor stijl verbouwd, waarbij de oude vorm gehandhaafd bleef.

64. De Schouwenburg werd in 1544 door de weduwe van Otto van Haeften verkocht aan Aert van Aller. Daarna vererfde het op de families Saeghman en Heeck, waarna het door huwelijk aan de familie Van Zuy1en van Nyevelt kwam. Van hen vererfde het op de Van Dedems. In 1760 werd het goed bij executie verkocht aan Johan Mac Leod; in 1779 kwam het aan A.P.C. van Spaen. Nadat het in 1796 aan Gerrit Piper verkocht was, werd het goed in 1808 teruggekocht door de Van Spaens. Na 1837 is De Schouwenburg in verschillende handen gekomen en in 1867 gekocht door baron Van Sytzama. Het landgoed kwam in 1976 aan de Stichting Het Ge1dersch Landschap. Het eenvoudige landhuis werd in het begin van de vorige eeuw gebouwd en biedt weinig opmerkelijks.

65. Sinds de tweede helft van de vijftiende eeuw was de Slangenburg in het bezit van het geslacht Baer en het vererfde in 1715 op het geslacht Van Steenbergen. Vervolgens kwam het landgoed aan de families Van Stepraedt (1727), Van Doornick (1757) en Van Nagell-Vornholz (1769). Adriaan Steengracht koopt de Slangenburg in 1772, die in 1781 vererfde van zijn broer Cornelis op diens kleinzoon Frederik Adriaan van der Goltz. De erven van diens zoon verkochten het landgoed in 1895 aan Arnold Passmann, wiens zoon het tot 1945 behield, toen het als vijandelijk vermogen werd geconfisqueerd. Het laat-middeleeuwse huis werd in 1585 door Staatse troepen geplunderd en in 1612 hersteld en vergroot. Tegen het eind van de zeventiende eeuw werd het nogmaals vergroot, waarbij de rijke plafondschilderingen werden aangebracht. Het huis is thans gastenverblijf van de elders op het landgoed gebouwde benedictijnerabdij St. Willebrord.

66. In 1272 komt een geslacht Van Swane voor; zij gaven vermoedelijk het kasteel de naam. Willem van Ulft verkocht dat in 1411 aan de Van Aeswijns. Deze werden opgevolgd door de families Van Raesfeld (1462), Vijgh (1627), Van Els (1688) en Van Lynden (1723). Swanenburg wordt in 1805 gekocht door mr. J.N. Hoevel, wiens dochter het kasteel door huwelijk in de familie Van Nispen tot Parmerden brengt. De erven van hun zoon brengen het landgoed in 1900 in veiling, waarbij de koper van de ondergrond het kasteel mag naasten of voor 1 mei 1901 afgebroken moet hebben. Het laatste is gebeurd en alleen het linker bouwhuis en een torentje bleven gespaard. Het torentje werd in de oorlog zwaar beschadigd, het bouwhuis brandde een aantal jaren geleden af. Op de ansicht mist het kasteel reeds de rechtervleugel. Het gezin op de voorgrond zou dat van Jan Ligthart zijn.

67. Hoewel De Swanepol in de stad Zevenaar lag, werd zij toch tot de Lyrnerse havezaten gerekend. Het huis behoorde in de zeventiende eeuw aan de familie Von Nyvenheim tot Caldenhausen, die het heeft behouden tot 1785. In dat jaar werd de bezitting gekocht door Palick van Heerdt, die het huis in 1788 verkocht aan C.H.V. von Rappard. In 1790 woonde hier dr. Clumper; in 1811 werd het verkocht aan baron Van Hugenpoth. Daarna kwam het vervolgens aan de familie Vermeer (1820), Des Tombe (1839) en Van Ammon (1856). Het huis werd in 1868 verbouwd tot meerdere woningen en in 1895 werd het gehele complex gekocht door de familie Von Motz van Enghuizen en bij dit nabijgelegen goed gevoegd. Beide goederen werden in 1941 door de N.V. Turmac gekocht. In 1949 werd De Swanepol afgebroken en het terrein bij het fabriekscomplex getrokken.

68. De Vanenburg was in 1389 in het bezit van Wolf van Putten, doch kwam in 1479 aan de familie Van Vanevelt. Het goed werd in 1561 verkocht aan de Van Angerens, die in 1637 een gedeelte overdroegen aan Peter van Apeltorn. Hendrik van Essen kocht het landgoed in 1646 en 1651. Van zijn geslacht vererft het op de familie Van Goltstein en van hen op de Van Pallandts. Hendrik van Essen liet omstreeks 1675 naar ontwerp van Philip Vingboons een classicistisch huis bouwen, dat honderd twintig jaar later afbrandde. Omstreeks 1850 liet de toenmalige bezitter het tegenwoordige huis bouwen, dat - naar men zegt, op verzoek van zijn echtgenote - dezelfde vorm moest krijgen als een villa aan het Plein 1813 te Den Haag. Omstreeks 1928 werd het landgoed verkaveld. Het huis werd vakantiehuis van de Protestants Christelijke Onderwijzersbond. Thans is hier de stafschool Bescherming Bevolking ondergebracht.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek