Kent u ze nog... de Aardenburgers

Kent u ze nog... de Aardenburgers

Auteur
:   G.A.C. van Vooren
Gemeente
:   Sluis-Aardenburg
Provincie
:   Zeeland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4211-3
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Aardenburgers'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

De periode 1875-1940 werd in Aardenburg gekenmerkt door de emancipatie van drie groepen van de bevolking: de katholieken, de protestants-christelijken en de arbeiders en door de oprichting van diverse verenigingen.

Gesplitst naar geloofsovertuiging bestond de bevolking van Aardenburg

in: 1889 1899 1909 1920 1924

uit: 984 1029 1115 1194 1213 katholieken

863 956 921 842 935 protestanten

samen 1847 1985 2036 2036 2148 inwoners

De katholieken, of schoon in aantal in de meerderheid, hadden tot in de twintiger jaren weinig invloed op het gemeentegebeuren. Dit kwam doordat het grootste deel behoorde tot de arbeidende k1asse. Omdat de arbeid erskinderen reeds vroeg moesten werken en dus weinig onderwiis genoten, behoorden de arbeiders ook tot de minder ontwikkelde groep van de bevolking. Bovendien was een aantal van hen afkomstig uit Belgie en bezat dus niet de Nederlandse nationaliteit, zodat ze geen stemrecht hadden.

Eerst in 1874 kwam een katholiek in de gemeenteraad van zeven leden. In 1891 kwam er een tweede bij, Beiden waren boeren. In 1924 kreeg Aardenburg voor het eerst een katholieke burgemeester. Gedurende de laatste decennia van de negentiende eeuw bestond het gemeentebestuur praktisch volledig uit personen die de liberale beginselen waren toegedaan en tot de hervormde kerk behoorden. Zij bezetten ook aIle functies. Het waren nazaten van reeds van ouds gevestigde families, behorend tot de gezeten burgerii of tot de bemiddelde boerenstand. Vooral de activiteiten van het hoofd van de gemeenteschool George Auguste Vorsterman van Oyen, een

strijdlustig man, die er zeer vrijzinnige opvattingen op nahie1d en in die tijd van strenge zedeliikheidsnormen onder meer het naakt zwemmen propageerde, waren er de oorzaak van dat de katholieken er toe overgingen om in 1878 eigen scholen op te richten. In 1872 was reeds een christeliike zondagsschool gesticht en in november 1890 volgde ook een christeliike 1agere school. Berst in 1928 kreeg Aardenburg een gereformeerde kerk en in 1933 een eigen predikant. Deze kerk telde op 1 januari 1940 honderdzestig lidmaten.

De eerste reactie van de arbeiders op de gevestigde orde kwam rond 1905. Nadat de arbeidersvereniging "De Samenwerking" was opgericht, werden door toedoen van dominee J. Koekebakker, doopsgezind predikant en lid van de S.D.A.P., begaan als hij was met hun minderwaardige positie en met de verregaande onderdanigheid die van de arbeiders werd verlangd, pogingen ondernomen tot verheffing van deze groep van de bevolking, door het oprichten van een volkshuis, Doordat het gaandeweg meer en meer een socialistische instelling werd en slechts de steun had van een beperkte, financieel minder draagkrachtige groep van de bevolking, moest het reeds rond 1910 worden opgeheven. Pas in 1911 kwam de eerste arbeider in de gemeenteraad. De reactie van de katholieke arbeid ers kwam vee1 later en wel in de crisistijd aan het eind van de twintiger en het begin van de dertiger jaren. Na propagandavergaderingen waarop bondsvertegenwoordigers kwamen spreken werd in 1927 een plaatseliike afdeling van de Rooms-Katholieke Landarbeidersbond opgericht, die een massa1e toeloop kende, ofschoon het overige dee1 van de bevolking zich vrij negatief daartegen opstelde en de nodige moeilijkheden moesten worden overwonnen. De armoede van de arbeidersbevolking in die tijd komt op een typische wiize tot uitdrukking bij de onafhankeliikheidsfeesten in 1913, toen de voornaamste post van uitgaven bestemd was voor bedeling. Het belangrijkste van dit feest was voor vele arbeidersgezinnen en

bejaarden, dat men een feestgave ontving, die naar gelang de grootte van het gezin bestond uit een of meer krentenbroden, een of meer pakjes koffie en verder uit suiker, riist, sunlightzeep en zout. Als tractatie kreeg iedere behoeftige voor vijf cent snoepgoed (suikerspekken). Al deze factoren droegen er toe bii, dat de onderscheiden bevolkingsgraepen in grate mate naast elkaar leefden en aIleen bij feestelijkheden zoals bij de troonsbestijging van koningin Wilhelmina in 1898, de onafhankeliikheidsfeesten in 1913 en het zestigiarig bestaan van de muziekvereniging in 1929 samenwerking tot stand kwam. Men zorgde er dan weI voor dat iedere groep behoorlijk ziin vertegenwoordiging in de feestcommissie kreeg.

De tegenstelling tussen katholieken en protestanten spitste zich vooral toe in de twintiger jaren en ontaardde toen in een vinnige strijd, die tot uitbarsting kwam in de gast- en weeshuiskwestie (1923-1929) en in de verkiezingsstrijd in 1927. Deze laatste was er zelfs de oorzaak van dat een nieuw artikel lOOa aan de toenrnalige Nederlandse kieswet werd toegevoegd, volgens een speciale wet, het Aardenburgs wetje genoemd.

Na de tweede wereldoorlog is de situatie grondig gewiizigd. Door de als gevolg van de grate oorlogsverwoestingen noodzakelijke wederapbouw en de bereidheid om een streep onder het verleden te zetten, zijn onder de actieve leiding van burgemeester Sjef van Dongen de godsdienstige tegensteIlingen tot het verleden gaan behoren.

Eede met twaalfhonderd en Sint-Kruis met zeshonderdvijftig inwoners kenden deze tegenstellingen niet. Eede had een homogeen katholieke bevolking, voor een groot deel bestaande uit arbeiders in de landbouw en de vlasnijverheid en kleine boeren. In Sint-Kruis, een zuiver agrarische gemeenschap, kende men geen grote problemen en ging het leven gezapig voort.

De beelden in dit boekje geven van het bovenstaande een afspiegeling.

1. Dit is een foto van leerlingen van de gemeenteschool aan de Markt te Aardenburg in 1875. Hoofd van de school was G .A. Vorsterman van Oyen die er ook een kostschool op nahield. Deze groep leerlingen is afkomstig uit het beter gesitueerde deel van de bevolking, De arbeiderskinderen moesten reeds op jeugdige leeftiid werken, verlieten daarom de school voortijdig en bleven dus niet in de hoogste klassen, Daarom ook is achter de namen het beroep van hun vader vermeld. Van links naar rechts (de rijen van voor naar achter) zitten op de eerste rii: Neeltje Coops (riiksontvanger), Clementine van Oosterwijk Stern (dokter) en Kee Vrolijk (postmeester en horlogemaker). Op de tweede rij: Mina van den Broecke (ontvanger), Kee Vermere (gemeentesecretaris), Georgine Vorsterman van Oyen (schoolhoofd), Mina Coops (riiksontvanger), Mietje Jacques (herbergier), Justine Hussem (dokter-officier), Christine van den Broecke (ontvanger), Suzette Vermere (gemeentesecretaris), Neeltje van de Plassche (rijksontvanger te Sluis) en Louise Vorsterman van Oyen (schoolhoofd), Op de derde rij: Jan Coops (riiksontvanger), Karel Reepmaker (burgemeester), Gustaaf Broese van Groenou (doopsgezind predikant), Izaak van Male uit Oostburg, Piet Douw (dokter), Rudolf Vorsterrnan van Oyen (schoolhoofd) en Kees Boeye uit IJ zendiike. Op de vierde rij: Willern Zonnevylle (Iandbouwer), Ark en Alfons van Aalst, zoons van een bierbrouwer uit Waarschoot in Belgic op de kostschool bij van Oyen, Piet Wittebol (hervormd predikant), Jacobus Rosseel (Iandbouwer), Pietje de Vos (herbergier) uit Eede, Piet Bogaard (tirnmerman), Ferdinand van Driest en Oswald Vorsterman van Oyen (schoolhoofd). Rechts staat de onderwiizer Meijer en verder Cor van der Wal die op de kostschool was bij Van Oyen.

2. Aan het Burger Gasthuis te Aardenburg, een eeuwenoude instelling, werd met ingang van 1 juli 1892 een afdelingoude mannen en vrouwen toegevoegd, die officieel in gebruik werd genomen op 2 augustus 1892. De eerste oudjes die toen werden opgenomen, werden in de tuin van het gasthuis vereeuwigd in hun gesteven voorschorten. Van links naar reehts: Cornelia Klaaysen, weduwe van Abraham Timmerman (1806-1898), Levina Geeraart, weduwe van Jozias Klaaysen (1808-1897), Janna Bliek, weduwe van Abraham van Wuijckhuijse (1816-1897), Johanna HoI, weduwe van Gerardus Klomp (1812-1895) en Catalyna Verberg, weduwe van Jacob Bliek (1815-1894).

3. Op 1 februari 1860 werd te Aardenburg een kamer van retorica opgericht onder de zinspreuk "In minnen groenen". Ze had ten doe! de leden de gelegenheid te bieden zich te oefenen in het voordragen van poezie- en prozastukken en voorzag in een behoefte. Spoedig werd een klein toneelstukje opgevoerd, weldra gevolgd door een groter, omdat het voordragen niet meer zo in de smaak viel, Toen dit in het begin van de negentiger jaren ook niet zo goed meer vlotte, omdat er enkel stukken met herenrollen werden gespeeld, ging men er toe over om ook stukken op te voeren met damesrollen, waarbii in het begin de damesrollen door heren werden vervuld. Wanneer er dorpsfeesten werden gevierd ter herdenking van historische gebeurtenissen of bij jubilea was de kamer present. In 1872 bij de herdenking van de verdediging van Aardenburg tegen de Fransen kreeg men van de burgemeester een nieuw vaandel en daarom werd besloten de kamer de naam te geven van .Burgemeester Reepmaker". Op 1 maart 1918 werd de 1aatste algernene vergadering gehouden en werd de kamer opgeheven. De foto toont enkele van de werkende led en rond 1893, bezig met een toneelstuk. Van links naar reehts ziet u zittend: timmerman Pieter Bogaard en kantoorbediende Marinus Bleiker; staande: onderwiizer Francois Beun, Gerard Vroliik, Marien Mol, onderwijzer Pieter de Bruijne, Jan van der Hooft, later gemeenteseeretaris van Sint-Kruis, timmerman Izaak Eekhout en onderwijzer Hendrik Dieho.

4.0p 27 december 1877 vestigden de zuster franciscanessen uit Dongen zich in Aardenburg, daartoe uitgenodigd door pastoor Servaas Nuss. Kort daarna, op 2 januari 1878, werd de roorns-katholieke meisjesschool geopend. De school began met twee zusters als leerkrachten. Voor de leerlingen van de hoogste klassen die dit wensten, in de regel burgermeisies en boerendochters, werd na schooltijd naar het gebruik des tiids Franse les gegeven. Daarvoor moest apart worden betaald en wel f 1,- per maand. De zusters werden altijd aangesproken in het Frans met "soeur" oak door de leerlingen die geen Franse les kregen. De school was ondergebracht in het zusterklooster, een herenhuis dat vlakbij de kerk stond. Deze foto toont de leerlingen van de Franse les in september 1895. In het midden zit mere Xavier (Cornelia Dekkers uit Alphen in N oord-Brabant), die van 1878-1900 overste van het zusterklooster was. Van links naar rech ts ziet u op de voorste ri]: Alice Aernoudts, Sidonie Blondeel, Leonie van Besien, Marie J olivet, Elodie van den Hemel en Elida Reijniers (1880-1966); bovenste rij: Alida Reijniers, later non geworden (1881-1939), Celina van den Hemel (1884-1963)- Louise van Acker en Angelique Calon.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek