Kent u ze nog... de Aârcense Keien

Kent u ze nog... de Aârcense Keien

Auteur
:   Jacques Theelen
Gemeente
:  
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2388-4
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Aârcense Keien'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

INLEIDING

Om de harten te winnen van alle Arcenaren bestaat er geen betere weg, dan de honderden Arcenaren van vroeger en die van nu als het ware te laten herleven in een fotoboek. Met dit doel voor ogen hebben wij dit boekwerk uitgegeven.

Het initiatief hiervoor is uitgegaan van Jacques Theelen (Velden), die meer dan tweeenveertig jaar in Arcen op de gemeentesecretarie heeft gewerkt en daardoor heel veel Arcenaren kent. Hij lanceerde dit idee in een vergadering van de Historische Werkgroep Arcen-Lomm-Velden, De Arcense leden van deze Historische Werkgroep waren zo enthousiast dat zij onmiddellijk alle medewerking toezegden. De initiatiefnemer vond in de dames Antje Wijnhoven-Reutelingsperger en Annie Hegger-van de Venne en in de heren Jan Keltjens, Alfo van Soest, Hein Seuwen en Cor Mulder fantastische medewerkers. Zij zijn mede de pioniers geweest die er op uit zijn getrokken om de nodige foto's bij elkaar te krijgen en om de mensen die op de foto's staan te identificeren. Daarom: "Hulde aan deze Arcense pioniers! " Samen hebben wij ondervonden dat Arcenaren van Arcen en van de mensen uit Arcen houden. Laat dat zo blijven!

Met dit boekwerk hebben wij een brug geslagen tussen het heden en het verleden van de hele Arcense gemeenschap. Bij ons werk hebben wij overal een spontane en hartelijke medewerking ondervonden van alle Arcenaren, Hiervoor onze welgemeende dank!

Nog juist v66r het ter perse gaan van dit boekwerk heeft de heer Gerrit Stappers, wonende te Venlo, een geboren Arcenaar, een aantal humoristische bijdragen aan dit boek toegevoegd, waaronder "sappige" Arcense sketches, die het lezen aangenamer maken. Vanzelfsprekend zijn wij hem daarvoor zeer erkentelijk. De Historische Werkgroep Arcen-Lornm-Velden - inc1usief het bestuur - staat volle dig achter ons werk en verleende spontaan alle medewerking, waaronder speciaal het financiele gedeelte. Ons moeilijke werk is thans met succes bekroond.

Dit boekwerk zal beslist een zeer grote belangstelling ondervinden bij alle Arcenaren wier hart nog warm klopt voor hun geboortedorp. Het zal bij hen heel veel aangename en pieteitvolle herinneringen oproepen en hen heel veel fijne uren bezorgen, waarin Arcenaren van nu praten over Arcen uit grootvaders tijd, 'telkens als zii dit boekwerk ter hand nemen.

Arcen, oktober 1982

De schriivers

1. Het volgende lied klinkt alle Arcenaren als muziek in de oren:

Weej zien madr Adrcese keie Dadt wordt oos aoveradl verteld.

Weej kunnen vadn Adrce neet scheie Adl gaove e'oos inne zak vol geld!

Norges in de ganse werreld zul ik lever wille zienl

Adl zien weej madr Adrcese keie Zon pladts woej Adrce is d'r madr iejnl

De harmonie Arcen in 1901. Een foto gemaakt bij gelegenheid van het vijftigjarig bestaan.

Staand, van links naar rechts: Karel Keder (Kaj), P.N. van den Kroonenberg (de Zwerver), Antoon van den Kroonenberg (Mozes), hoofd der school Adams ('t Padje), H. Hautus (Hay), Posarowitz (dirigent), Jozef Kuijpers (Jopke), W. Toonen (de Stopnald), J. Backes (Backesmenke), F. van den Kroonenberg (de Walbeckse) en AllofsToon.

Zittend: Dekkers (Sjaketje), Clim Backes (Pijas), Ber Timmermans, Gerrit Holla (de Rat), H. van de Pas (de Krab), Gerard Kroonenberghs (de Rooje), Louis Timmermans (d'n Bril), F. Holla (de Meelmuis), J. Timmermans (de Minister) en Fr. Braem (de Mop).

Op de grond: G. Smits (Smitske), Lod Reivers, Sef Keder (de Rooje ), P. Reivers (Haneman), J. Mulkens (de M6es) en H. van Well (Handrie).

2. Een typische dorpsfiguur uit de jaren twintig was Nabbes-Piej uit de Koestraat. Men beleefde toen jaren van crisis en armoe. Er was bijna geen huishouden dat er niet een eigen geit op na hield, om zelf melk te hebben, of dat niet een of meer varkens vetmestte. Bloementuintjes, zoals nu, ken de men toen nauwelijks. WeI kweekte iedereen groente, aardappelen en voederbieten. Nabbes-Piej fungeerde zo'n beetje als medicijnman voor dierziekten. Was er een varken ziek of liet een geit een verkeerde keutel vallen, dan werd Piej er schielijk bij gehaald. Met de linkerhand hield Piej dan de muts voor zijn gezicht en met de rechterhand tekende hij een paar kruisjes over de rug van het zieke dier, onderwijl enige onverstaanbare schietgebedjes prevelend achter zijn muts. Dan zette hij zijn vettige petje weer op en sprak de in Arcen gevleugeld geworden woorden: "Nou zul je maar eens zien, het wordt beter of het wordt slechter, maar z6 blijven doet het niet! " Vervolgens ging men naar binnen, een borreltje drinken op de goede afloop. Dan kreeg Piej nog een "schinkeboterham" mee voor zijn zuster Hanneke, met wie hij samenwoonde. En Piej had altijd gelijk, Het bleef nooit zoals het was geweest. Als 's morgens het varken dood in het hok lag, dan had Piej er niks aan kunnen doen. Maar als het 's morgens weer gezond in het stro snorkte, dan was dit ongetwijfeld te danken aan de bezweringen van Nabbes-Piej.

Een foto van de Arcense schooljeugd op 27 juli 1899.

1. Marie Smits, 2. Bil Smits, 3. Marie Peters, 4. An Coenen, 5. Trui van Megen, 6. Clara Sommer (onderwijzeres), 7. pastoor Sanders, 8. Mien Bertrams, 9. Trina Basten, 10. An Jacobs, 11. Bertha Timmermans, 12. Regien Hageman, 13. Marie Keltjens, 14. Drika Keltjens, 15. Paulien Huben, 16. An Theelen, 17. Fien Claassen, 18. Marie Keltjens, 19. Bertha Achten, 20. Goen Rayer, 21. Trien Planken, 22. Lies Ooymans, 23. Drika Seijkens, 24. Mien Toonen, 25. Leen Bellen, 26. An Gooren, 27. Marie Jansen, 28. Bertha Wijnhoven, 29. Bertha Reutelingsperger, 30. Mien Meijboom, 31. Nel Rayer, 32. Marie Rayer, 33. Netje Rayer, 34. An Rayer, 35. Francis Rayer, 36. An Maes, 37. Trees Onckels, 38. Drika Vennekens en 39. Marie Coenders.

3. "D'n AIde" van Van Megen had de gewoonte om - als hij met de kermis of op een feestdag aan de zwier ging 's morgens vijftig dubbeltjes in zijn vestjeszak te steken. Ais hij dan's avonds naar huis ging - waarbij hij de volle breedte van de straat nodig had - ving zijn zuster Nel hem in de deuropening op. Dan vroeg zij hem: "En, hoeveul hes-te d'r vandaag waal naor onder gekiept? " Dan foemelde d'n AIde in zijn vestjeszakje en als hij daarin nog twee dubbeltjes vond, dan hikte hij: "Achtenveertig stuks, meiske! " Dat was in die goeie ouwe tijd, toen een glaasje bier of een ouwe klare nog een dubbeltje kostte.

Een schoolfoto van een klas van de jongensschool Arcen, gemaakt op 18 april 1907. In die tijd gingen ook de kinderen uit Lomm in Arcen naar de school. Op de achtergrond staat het huis van de familie Schinck, dat dieht bij de oude school (op het Schoolweemke) lag.

In de bovenste rij staan, van links naar rechts: meester Roncken (hoofd der school), Sjeng Timmermans, Graadje Verhaegh, Huub Braern, Hen Basten, Wiel Holla, Hautus en Peeters.

In de volgende rij: Hand Mulders (Lornm), Baai Verhaegh (Lomm), Sjang van Dijck, Thei Troost, Handrie Crijnen , Sjeng Troost en meester Van Aerssen.

In de derde rij: Lei Ooymans, Jeu van Megen, Sjeng van Megen, Jean Onckels, Jaap Kusters, Jozef Holla, Jacobs (Lomm), Jeu Timmermans (Edah) en Sjeng Kox (Kokske).

En ten slotte in de vierde rij: Wiel Jacobs (Lomm), Louis Groetelaars, Sjeng Holla (broer van Jozef), Sjeng Coenders, Gerrit Keltjens, Damiaan Keltjens en Handrie Wismans.

4. Een foto van het oprichtingsbestuur van de Boerenleenbank in 1909. De Rabobanken (vroeger Boerenleenbanken) zijn cooperatieve verenigingen of verenigingen die op cooperatieve basis werken. Elke Rabobank is een zelfstandig rechtspersoon. Zij kan derhalve door middel van haar statutaire organen (de algemene vergadering, de raad van toezicht en het bestuur) besluiten nemen en verplichtingen aangaan. Deze plaatselijke zelfstandigheid is vanouds een belangrijk kenmerk van de cooperatieve bankorganisatie.

De geschiedenis van de cooperatieve banken begint in het jaar 1848 in het Duitse dorpje Weyer busch, waar de to en negenentwintigjarige burgemeester Friedrich Wilhelm Raiffeisen diep onder de indruk raakte van de schrijnende nood waarin de plattelandsbevolking leefde ten gevolge van misoogsten. Deze misoogsten leidden tot hongersnood en wantoestanden, zodat vele boeren leningen afsloten bij geldschieters, die woekerrenten berekenden. Als zij niet in staat waren hun schulden af te lossen, werd hun boerderij, met alles wat erin, erom en eraan was, verkocht. Het was doorgaans de woekeraar die, bij gebrek aan kapitaalkrachtige medebieders, have en goed tegen belachelijk lage prijzen in handen kreeg. Raiffeisen toonde zich een man van de daad. Hij richtte met een aantal "rijkere" boeren een "commissie voor de armen" op, die als eerste taak had de hongersnood te bestrijden. De leden, ook Raiffeisen zelf, leenden hun spaargelden renteloos aan de commissie, die er broodgraan voor kocht, welk graan zonder winst aan de bevolking werd doorverkocht.

Raiffeisen had een begin gemaakt met de "verheffing" van de plattelandsbevolking door cooperatie (= samenwerking). Na het simpele begin in Weyerbusch kwamen de resultaten van zijn cooperaties bij het verschijnen van zijn boek "Raiffeisens Darlehnskassen Vereine" reeds overal in Duitsland in het openbaar en zij werden door de overheid erkend. Deze cooperatieve gedachte sloeg over naar Oostenrijk en een tiental jaren later werden de eerste cooperatieve banken op deze grondslag ook in Nederland opgericht. In Arcen gebeurde dit op 12 juni 1909.

De oprichters waren, achterste rij van links naar rechts: W. Timmermans, G. Hegger, H. Jacobs, P. Appeldoorn, R. Allofs en Th. Neijendick.

Voorste rij: C. Roncken (eerste kassier), kapelaan C.L. Jonckers (geestelijk adviseur), L. Stoffels, J. van der Heijden en G. Meijboom.

5. Andere typische dorpsfiguren uit die tijd waren Buys en Coenders. 's Zomers gingen ze onopvallend hun stukje land verzorgen, maar's winters waren ze al vroeg uit de veren, omdat ze huisslachters waren. V66r het daglicht waren ze onderweg naar een huis waar ze een varken moesten slachten. Een slachtmes, een bijl en een wetijzer bungelden in een leren etui over hun schouder en op een afstand rook je al bloed en heet water. Als wij jongens naar de vroegmis gingen, hetzij om de mis te dienen, hetzij om het orgel te trappen, hoorden wij allinks of rechts een varken in doodsnood schreeuwen, omdat Buys er "schrielings" met zijn benen op zat om het dier met zijn mes wreed naar de andere wereld te helpen. En als je om half negen naar school ging, hoorde je datzelfde geluid weer uit een andere richting, omdat ook daar een varken gekeeld werd. En zo ging dat de hele dag door, tot ongeveer vier uur 's middags. Na die tijd gingen de twee huisslachters op pad tot laat in de avond, om de varkens, die ze daags tevoren gekild hadden, uit te benen. Om zichzelf op de been te houden voor hun lange dagtaak in het koude vriesweer dronken ze de nodige borrels.

Een schoolfoto uit 1914. Helemaal links op de foto zien we het toenrnalige hoofd van de school, meester Roncken, en helemaal rechts meester Timmermans.

In de bovenste rij staan: Frans Schreven, Jeu Troost, Hay Stevens (Hutte-Kueb), Thei Peters (Smoes), Thies Engelen, Pierre Stevens (Hutte-Kueb), Siang Kusters (smid), Frans Timmermans (Koestraat) en Sir Vullings,

In de volgende rij zien we: Wiel Toonen, Graad Mulders (Chrieske), Wim Willems, Sjeng Nagels, Wiel Nagels, Piet Engelen, Handrie Mulders (Chrieske), Pierre Planken, Ber van den Kroonenberg (Antoon, Mozes) en Sjeng Heijkens.

En in de derde rij: Nandje Ambrosius, Sef Theelen (Lomm), Thei Jacobs, Thei Cup (Pater), Thei Schreven, Gerrit Claes, Hannes en Karel Janssen (Jansse-Menke), Herman Claes, Piet Hautus (Pauke) en Piet Stoffels.

En ten slotte in de vierde rij: Hay Albers (Manneke), Ber Peeters (Mulder), Wiel Stevens (Hutte-Kueb), Toon Engelen, Harie Aerts (koster), Hay Heijkens, Herman Willems (Australis), Lei Janssen (Jansse-Menke), Sef Haelermans (Harie), Toon Schreurs (Lomm) en Jan van Kuyk (Hamert).

Met het bord in de hand zien we nog twee jongens: links Ber Janssen (Steeg) en rechts Wiel Albers (Manneke). Deze laatste, Wiel Albers, was's morgens netjes naar school gegaan met een mooie, grate strik (das) om, met het doel zo mooi mogelijk op de foto te komen. Zijn broer Hay had net zo'n mooie das om. Toen moeder Albers de klasseforo zag, werd ze heel erg boos op Wiel, omdat hij de mooie strik niet om had en Hay wel.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek