Kent u ze nog... de Aârcense Keien

Kent u ze nog... de Aârcense Keien

Auteur
:   Jacques Theelen
Gemeente
:  
Provincie
:   Limburg
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2388-4
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Aârcense Keien'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

6. Het volgende verhaal is historisch uit de biibelles. De ogen van meester Roncken gleden dreigend over de hoofden van zijn leerlingen. Een van hen - de Mennes met zijn witte kop - kreeg de volgende vraag voorgelegd:

"Wat weet jij van Jozef van Egypte? " De Mennes schrok zich een hoedje. Natuurlijk had hij wel eens van Egypte gehoord, maar hij wist er niet veel meer van dan dat het veel verder moest zijn dan Lomm of Walbeck. En wat Jozef daar te zoeken had, was hem helemaal een raadsel. Had het misschien iets te maken met het beloofde land? De Mennes waagde het er maar op en hij zei met een benepen stem: "Melk en honing, meester." De meester riep uit: "Melk en honing! Spek en eieren! Je vader zijn kippen! Vooruit! Vertel op! Wat weet je van Jozef van Egypte? " De Mennes liet zijn ogen zoekend langs het plafond glijden of het daar soms gedrukt stond. Doch ook daar vond hij helaas niets en hij sloeg zijn ogen beschaamd neer. Opeens schoot hem het rijmpje te binnen dat hij zijn oudere broer de vorige avond tegen een buurjongen had horen zeggen, Hij kneep zijn ogen stijf dicht, ging rechtop in de bank staan en declameerde met luide stem: "Jozef van Egypte, had een ding dat wipte, tussen de benen en onder 't gat! Raaie, raaie, wat is dat? " De Mennes keek triomfantelijk rond en ging zitten. Opperste verbazing in de klas met onderdrukt gegiechel, gevolgd door een hels spektakel. De meester daalde ijlings van zijn lessenaar af om met een aantal rake klappen links en rechts de orde te herstellen.

Nog een schoolfoto uit 1914.

In de bovenste rij staan, van links naar rechts: Joep Mulders (Poulate-Sef, Lomm), Gerrit Berghs, Hen Onckels, Hay Braem, Harrie Roncken, Pierre Holla (broer van Joos), Sraar Arts (Kalkschop), Jan Boumans, Ber Coenders (de Woep), Herman Wijnhoven en Frans Boumans.

In de volgende rij: meester Roncken, Willemsen (Lomm), Frans Holla, Wiel Deckers, Sraar Timmermans, Toon Kuijpers (broer van mevrouw De Werker-Kuijpers), Toon Dinnissen, Sef Basten, Sjaak van Lier (Lomm), Herman Groetelaars, Fer van Dijk, Joep Hautus (neef van Harie Munten) en meester Timmermans.

In de derde rij: Thei Onckels (Guus), Giel Roncken, Gerrit Rayer (Jentje), Giel Nijskens, Gerrit Hegger, Sjeng Wismans (Lomm), Sjeng Alards, Jeu Huben, Hein Teegelbeckers (? ), Pierre Pingen (Lomm), Pierre Schinck en Hay Deckers (Spitse).

In de vierde rij: Hay Arts (Kalkschop), Sjaak Stevens, Pierre Reivers, iets hoger Karel Roncken (hij zat nog op de kleuterschool, doch hij mocht op de foto omdat zijn vader onderwijzer was), Gerrit Holla (de Kien), Van Eijndt (? ) (Lomm) en C. Onckels.

Op de grond: Sjeng Deckers (Manneke) en Joep Rheiter (Kwaoje).

7. Het was een genot om te zien hoe de dorpssmeden, Pietje Cup en de Rottesmid, een ijzeren band legden om een houten wiel of om een karrad, dat was vervaardigd door de timmerman-wagenmaker Drikuske Kuijpers. Pietje Cup woonde op de plaats waar nu zijn kleinzoon Piet een winkel heeft, Drikuske op de plaats waar de jonge Piet Cup woont en de Rottesmid woonde op de hoek van de Kerkstraat en de Wal, tegenover Backes, de Praotbaas. De Rottesmid had een enorme note boom voor zijn werkplaats staan. Bij heet weer vond bovenbedoelde operatie plaats in de schaduw van deze noteboom, anders op de open plaats tussen Pietje Cup en Drikuske. Drikuske lei dan zijn werkstuk - het wagenrad - heel voorzichtig op de grond. Hij had als timmerman het houten gedeelte gemaakt. Dan stond hij er met zijn pijpje in de mond bij om die twee "domme" smeden - die de ijzeren band gemaakt had den - de nodige aanwijzingen te geven. Maar. .. omdat Drikuske zijn pijp in de mond hield, konden de beide smeden hem absoluut niet verstaan. Zij scholden dan ook aan een stuk door op Drikuske en Drikuske op zijn beurt keef onafgebroken op de beide smeden. En toch kwam de band altijd keurig netjes op het houten wiel en kwamen de klinknagels netjes vast. En als de gloeiend hete band dan begon te stomen onder het koelwater en zich vast zette op het werkstuk van Drikus, gaven ze elkaar lachend de hand en klopten ze elkaar op de rug en dan zeiden ze: "Dat hebben we hem samen toch maar weer fijn gelapt! " Dit tot stomme verbazing van de omstanders, die vast en zeker verwacht hadden dat bij zo'n gesakker en gesodemieter het werkstuk tot mislukken gedoemd was.

De derde schoolfoto uit 1914, nu van de meisjesschool en de kleuterschool.

De volgende personen hebben we kunnen herkennen: 1. Grada Rayer, 2. Maria Schraets, 3. Nelly Clabbers, 4. Bert Toonen, 5. Maria Deckers, 6. Anna Crijnen, 7. Anna Toonen, 8. Nel Jansen, 9. Mia Nagels, 10. Hanneke Bertrams, 11. juffrouw Truus Soree (Blerick), 12. An Haelermans, 13. Dina Stoffels, 14. Bertha Roncken, 15. Betsie Pisarowitz, 16. Nellie Braem, 18. Marieke Kuijpers, 19. juffrouw Josefien (Amsterdam), 20. Mia Troost (? ), 21. Traut Teegelbeckers, 23. Gritje Jacobs, 25. Maria Roncken, 29. Anna Berghs, 30. Mia Cup, 31. Anna Cup, 32. Hennie Erdmann, 34. Annie Erdmann, 35. Christien Gruijntjes, 37. Nel Haelermans, 38. Ne1 Engelen, 39. Pierre Gabriels, 40. Truus Teluy, 41. Piet Teluy, 42. Netta Berghs, 43. Dina Appeldoorn, 44. Jan Berghs, 46. Jet Timmermans, 48. Stieneke Roosen, 53. Maria Brands, 54. Kath Brands, 59. Koos Timmermans, 61. Theophil Frissen, 62. Maria Meijboom, 63. Nel Vullings, 64. An Vullings, 65. Jeu Albers, 66. Anna Albers en 68. Piet Reu telingsperger.

De namen van de anderen hebben we niet kunnen achterhalen.

8. Roeweze-Jen had een haas in zijn tuin die niet alleen aan de boeren- en de bloemkool vrat, maar ook aan de haver en aan de mais, die Jen kwistig daartussen uitgestrooid had. Jen had namelijk kool genoeg, maar hij had er graag een vette haas bij in de pot. Vanuit zijn kamer keek Jen dagelijks naar de haas, die alsmaar vrat en groeide en het culinaire voorgenot deed Jen reeds het sap uit zijn snor likken. Daags voordat de jacht open ging, ving Jen zijn haas en hij deed hem in de pot. Het vel vulde hij met stro op, zette het op een stuk van een bezemsteel tussen de kool en wel z6 dat de oren van de haas juist boven de kool uitstaken. Toen fietste Jen naar het dorp en hij stapte af bij de Stopnald, een jager. "Zeg Stopnald," vroeg Jen, "kun je niet eventjes met je geweer naar de grens komen? Er zit een vette haas in mijn tuin en die heeft flink aan mijn kool gevreten." De Stopnald pakte zijn schietijzer en ging direct mee. Op ongeveer vijftig meter afstand van zijn tuin hield Jen plotseling de pas in. Hij tikte de Stopnald op de schouder en wees - zonder een woord te zeggen - in de richting van een paar lange hazeoren, die boven de kool uitstaken. Bliksemsnel schouderde de Stopnald zijn geweer en "pang-pang! " Twee volle ladingen hagel deden de stukken vel en stro door de tuin vliegen. Maar de oren van de haas zaten nog op de bezemsteel en Jeri zei tegen de Stopnald: "Schiet nog eens! Hij heeft het niet gehoord! "

Een groep vrienden die men vrij regelmatig bij elkaar zag. De foto is genomen rond 1915.

Achteraan staan in de rij, van links naar rechts: Piet Minten, Bertha Achten, Goen Minten en Piet Achten.

In de rij voor hen: Lies Ooymans, Anna Roosen, Handrie Rayer, Goentje Rayer, Truuj Timmermans, Maria Sprunken, eventjes naar achteren Louis Timmermans en verder Handrie Reivers en Emiel Nozeman.

Zittend: Handrie Teuwen, Tanna Rievers, Hubert Rayer (Tiete), Anna Troost, Petronella Leenen, Siang Backes (een van de typische dorpsfiguren) en ten slotte, staand met de stok in de hand, Siang Rayer (d'n Bisschop).

9. De Kwaoje had voor zichzelf voor de kermis een nieuw pak laten maken bij Van de Pas Karel, de dorpssnijder en barbier. Maar ... de vrouw van de Kwaoje - er van overtuigd dat haar man de drie kermisdagen strontzat in de goot zou beeindigen - had alle knopen van het pak (kostuum) af geknipt en zij had het pak weer netjes in de kast gehangen. Het huisje van de Kwaoje was op die eerste kermismorgen veel te klein om aIle vrome wensen te kunnen bevatten die hij over zijn vrouw uitstortte en in de hemel waren beslist niet genoeg heiligen om al zijn "schietgebedjes" te verhoren!

Een schoolfoto van omstreeks 1916. Vergelijking van deze foto met een schoolfoto uit 1914 doet ons vermoeden dat deze foto enkele jaren ouder is dan die uit 1914.

In de bovenste rij staan, van links naar rechts: meester L. Timmermans, Corn eel Onckels, Hay Arts (Kalkschop, verdronken op tweeentwintigjarige leeftijd), Gerrit Hegger (Jamboers-Graad), Nandje Ambrosius, Hay Heijkens, Sjeng Heijkens, Pierre Planken, Sjaak Stevens (Frans), Sef Theelen (Lomm) en meester Roncken.

In de tweede rij: Jeu Troost (Lodje), Ferdinand van Dijck (Mattes), Ber Janssen (Steeg), Sraar Timmermans (Sjeng), Ber van den Kroonenberg (Antoon), Sjeng Wismans (smid; Lomm), Herman Groetelaars (Tuut; slager in Lottum), Jacob oftewel Kuebes Willemsen (Lomm) en Sjaak van Lier (Lomm).

In de derde rij: Sjeng Arts (Kalkschop), Lei Pingen, Sjeng Peeters (Lomm), Karel Roncken, Jozef Spieska (Bismarck), J ozef Rheiter (de K waoje), Jan Berghs (Jaap), Piet Stoffels en Piet Vorstermans.

In de vierde rij: Harie Aerts, Giel Roncken, Pierre Gabriels, Ber Peeters (Lomm; van de Mulder), Giel Nijskens, Sef Basten, Jim Bronckhorst (zoon van een schilder uit Amsterdam), Piet Hautus (Pau) en Sjeng van Eijndt (Lomm). In de vijfde rij ten slotte: Frans van den Kroonenberg (Louis), Karl Pisarowitz, Eugene Bronckhorst, Jan Keder, Pierre van Eijndt (Lomm), Jaap Schinck, Piet Schinck (zie hieronder), Sjeng Alards en Sef Haelermans.

Veel mensen konden ten gevolge van heel dikke pilaren in de kerk het altaar niet zien. Om beter zicht te krijgen werden deze pilaren rondom afgekapt en tijdens dit werk zijn de gewelven van de kerk gedeeltelijk ingestort. Daarbij verloren twee Arcenaren het leven. Een van hen was Piet Schinck. Dit is gebeurd in 1943. De andere verongelukte Arcenaar was Lei Coenders.

10. Landweer en Landstorm.

In 1901 werd de Schutterijwet opgeheven en de regeling van de 1andweer ingeste1d. Een dienstplichtige werd nadat hij zijn tijd bij de militie had uitgediend - overgeheve1d naar de landweer en daarbij was hij dan nog zeven jaar dienstplichtig. De land storm kon ingevolge de Landstormwet 1913 uitsluitend worden opgeroepen tot de gewapende of tot de ongewapende dienst in oorlogstijd of bij oorlogsgevaar. Iedere twintigjarige jongen die niet was vrijgesteld van de militie of die zich niet had vrijgeloot, was landstormplichtig tot zijn veertigste jaar.

Boven: keuring van de lichting 1918.

Van links naar rechts staan: Gerrit van Dijck, Thies Vullings, onbekend, Piet Huben, Thei Gruyntjes en Ber Timmermans.

En zittend: Thei van den Kroonenberg (Koster), Huub Berghs, Karel (Kaaj) Schraets en Frans van de Kamp.

Onder: keuring van de lichting 1919.

We zien: 1. Ber van Megen, 2. Gerrit Onckels, 3. Damiaan Keltjens, 4. Gerrit Cup,S. Lei Coenders, 6. Wiel Jacobs (Oostganger), 7. Piep van den Kroonenberg (de books), 8. Handrie Rheiter, 9. Hay Toonen en 10. Thei Oncke1s.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek