Kent u ze nog... de Avereesters

Kent u ze nog... de Avereesters

Auteur
:   J. Drent
Gemeente
:   Avereest
Provincie
:   Overijssel
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0224-7
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Avereesters'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

25. Het rooms-katholiek kerkkoor te Dedemsvaart.

Tegenwoordig is dit kerkkoor gemengd, maar nog niet zo lang geleden was het een mannenkoor. Dit koor heeft eens de bloemetjes buiten gezet en het heeft met een bus van de E.D.S. een uitstapje naar Amsterdam gemaakt, waarbij vanzelfsprekend ook Schiphol werd bezichtigd. De opname werd gemaakt op het vliegterrein, vóór een daar speciaal neergezet vliegtuig. De dames en de jongelui op de voorgrond behoorden niet tot het gezelschap, althans niet tot het mannenkoor. Overigens zien we van links naar rechts: W. Quasten, onbekend, J.W. Siero, Th. Padberg, B. Haarmeijer, onbekend, H.B. Peters, onbekend, C. Dopmeijer, Th. Minke, onbekend, H. Koehorst, H. Witteveen, Joh. Plattel, H. Tromp, onbekend, H. Jaspers, A.T. Ramaker, B. Disselborg en A.J.C. Minke. De chauffeur van de bus was H. Pot.

(

26. De hervormde kerk te Dedemsvaart.

De hervormde kerk en gemeente te Dedemsvaart vierde in 1934 haar honderdjarig bestaan. Bij die gelegenheid werd, zowel van de kerke raad als van het college van kerkvoogden en notabelen, deze en de volgende foto genomen. De kerkeraad bestond toen nog uit twee predikanten, vijf ouderlingen en vijf diakenen, zoals het gedurende deze honderd jaren altijd was geweest, behoudens dat er van 1834 tot 1863 en van 1889 tot 1907 slechts één predikant was. Na de bevrijding, in 1945, zijn er op allerlei gebieden belangrijke veranderingen opgetreden en daaraan is ook het kerkewerk niet ontkomen. Zo telt de kerkeraad thans twee predikanten, één hulpprediker, ongeveer achttien ouderlingen en ongeveer vijftien diakenen. Op deze foto, uit 1934 dus, zien we zittend van links naar rechts: W. van Keulen (ouderling), dominee G. Bos, dominee P. van der Sluys, J.E. Romkes (ouderling), B. Ester (ouderling) en daarachter staande: H. Dorgelo (ouderling), Th. Sieben, F.H. Stegeman, G.J. ter Haar Azn., D.J. Veerbeek en K. Strijker (de laatste vijf allen diakenen).

27. De hervormde kerk te Dedemsvaart.

Het stoffelijk beheer in een hervormde gemeente is opgedragen aan een college van kerkvoogden, dat wordt benoemd door een college van notabelen, terwijl deze op hun beurt worden benoemd door de leden van de gemeente. Deze regeling geldt al vanaf 1820, toen door koning Willem I, bij koninklijk besluit van 2 juli 1820, een reglement dienaangaande werd vastgesteld. In artikel 15 van dat reglement wordt bepaald dat de notabelen moeten worden benoemd uit de voornaamste leden van de gemeente. Vandaar de naam notabele (aanzienlijke, voorname). In datzelfde reglement wordt van kerkvoogden gezegd dat één lid moet worden gekozen uit het plaatselijk bestuur (dus uit de gemeenteraad), twee leden uit de kerkeraad en twee leden uit notabele leden van de kerkelijke gemeente. De voorzitter van het college van kerkvoogden wordt president genoemd. We proeven uit al deze uitdrukkingen nog de sfeer van de regententijd, waarin sindsdien, behoudens dan de betiteling, gelukkig wel verandering is gekomen. De foto uit 1934 toont, zittend van links naar rechts, de kerkvoogden J. Wolthuis, J. Dunning (secretaris), L. Jonker (president), F. Smelt en D.J. Stolte. Daarachter de notabelen: J. Hoving, H. Proost, J. Hein Jzn., J. Kisteman Azn., J. ter Haar Mzn., E. Nijboer, H. Vos Hzn., G.J. Kwant, dr. J.D. Ruys en A. Veldman.

28. De gereformeerde jongelingsvereniging van Dedemsvaart

Jongelingsverenigingen en meisjesverenigingen, die jonge mensen in de leeftijd van ongeveer achttien tot vijfentwintig jaar (met een enkele uitschieter naar boven) in hun gelederen opnamen, kwamen hier in vrijwel alle kerkelijke groeperingen voor en ze hebben op het platteland, waar overigens niet zo veel gelegenheid was tot algemene ontwikkeling, nuttig werk verricht. Enerzijds zal het in de bedoeling hebben gelegen om jonge mensen gelegenheid te geven eens een avond de deur uit te kunnen gaan, anderzijds was toch wel het hoofddoel de algemene kennis, zowel op godsdienstig gebied als op dat van staat en maatschappij, te verrijken. In die vorm gaat dat tegenwoordig niet meer nu men zich zoveel gemakkelijker kan verplaatsen en nu er ook zo veel meer mogelijkheden zijn om zich te ontwikkelen. Maar vele ouderen zullen nog met genoegen terugdenken aan de gezellige avonden, alsmede de jaarfeesten van hun jongelings- of meisjesvereniging, waarvan gewoonlijk een predikant de leiding had.

Hier zien we dan de gereformeerde jongelingsvereniging in 1939. Op de voorste rij, van links naar rechts: J. Wijbenga, L. Nanning, Wijbenga, onbekend, S. Koster, A. Krikke, dominee Neerken, H. Zomer, J. Zomer, H. Kamps, Wassens, H.J. Dam, onbekend en G. Gort. Op de tweede rij: H. van Haeringen, Van Haeringen, Bakker, Groen, Linde, Batterink, J. Moes, H. Tibben, J. Bouwman, G.J. Kamphof, G. Giethoorn en twee onbekenden. Op de derde rij: Ballast, Zomer, onbekend, Bouwman, J.Dam, J. Wassens, Johan Moes en Krikke. Op de bovenste rij: Jager, W. Koster, P. Zomer, P. Kok, v.d. Merwe, G. Kamphof, Reemeijer en A. Kamphof.

29. De rooms-katholieke kerk te Dedemsvaart.

De rooms-katholieke kerk aan de Langewijk is de oudste kerk in deze vroegere veenkolonie. Baron Van Dedem, die niet alleen het kanaal van Hasselt naar de venen had laten graven, maar die ook een van de eerste verveners was, had hier toen veel arbeiders in dienst, waarvan veel turfgravers uit Duitsland kwamen. En omdat de Duitse pastoors bezwaren gingen maken tegen het feit dat hier geen rooms-katholieke kerk was en deze mensen dus van maart tot juli van geestelijke begeleiding waren verstoken, nam baron Van Dedem het besluit om zich tot het toenmalige ministerie van eredienst te richten met het verzoek tot het bouwen van een kerk en pastorie, waartoe hij zelf gaarne de benodigde grond ten geschenke gaf. "Z.M. de Koning" (koning Willem I) verleende, naast de vergunning tot de bouw, ook een bedrag van negenduizend gulden en in 1819 kon met de bouw een begin worden gemaakt. In 1820 is de kerk in gebruik genomen. maar reeds na tien jaren bleek uitbreiding noodzakelijk en daarvoor is door het rijk nogmaals een bedrag groot drieduizend gulden toegewezen. Het geheel bleef echter van dien aard dat er in 1870 een geheel nieuwe kerk voor in de plaats is gekomen. Die kerk staat er nu nog, al is die ook al weer een keer vergroot. De eerste pastoor was Bernardus Lambertus Nieuwentap die hier tot zijn overlijden, op 13 april 1841, dienst heeft gedaan en hij is op het kerkhof bij de kerk begraven. Als twaalfde in de rij van priesters, die aan deze parochie waren verbonden, zien we op bijgaande foto pastoor W.A. Mentink ter gelegenheid van zijn veertig jarig jubileum op 15 augustus 1964, in gezelschap van zijn kerkeraad. Van links naar rechts: A.M.e. Minke, H.B. Peters, H.A. Scholte en H.H. Paping.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2020 Uitgeverij Europese Bibliotheek