Kent u ze nog... de Buner

Kent u ze nog... de Buner

Auteur
:   R.B. van der Molen
Gemeente
:   Borger-Odoorn
Provincie
:   Drenthe
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-2188-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Buner'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

In aansluiting op het in 1981 bij de Europese Bibliotheek te Zaltbommel verschenen boekje "Buinen in oude ansichten", kreeg ik het verzoek een fotoboekje samen te stellen in de serie "Kent u ze nog ... ", een boekje waarin inwoners van Buinen ("Buner") uit de periode die wel aangeduid wordt als "grootvaders tijd" (circa 1880-1940) centraal staan.

Ret is maar een bescheiden geheel geworden. Er was nog zoveel om te laten zien, maar het was niet mogelijk al dat materiaal in dit boekje bijeen te brengen. Ret bekijken van dit boekje wekt wellicht herinneringen aan grote en kleine mensen die hier woonden, werkten, speelden, verdriet had den en vreugde beleefden. Ook herinneringen aan mensen met hun goede en minder goede eigenschappen.

Inwoners van diverse Drentse dorpen hadden vroeger veelal bijnamen en soms gaven de dorpelingen elkaar ook nog scheldnamen. Zo werden de Buner wel poepen of beren genoemd. De Borgerder schortelikkers, schottellikkers of strontzakken. De Drouwener bontrokken, stoetkonten of mikken. De inwoners van Ees noemde men holkoppen of stalpaolen en de inwoners van Exloo taten (= zigeuners).

Als de Buner het "niet vlak" hadden met de Borgerder - en dat kwam nogal eens voor - dan klonk uit Buiner kelen wel het volgende spotrijmpje:

Borgerder poepen

lust gien zoepen (= karnemelk) lust gien spek

gooi ze met een rottige erpel in de bek.

Door een betere communicatie tussen de verschillende Hondsrugdorpen, met name door de sport, is tegenwoordig van dergelijke scheldpartijen geen sprake meer.

Ret aanzien van ons dorp is in de loop der jaren veranderd. Veel van het "oude" is verdwenen, veel "nieuws" is er voor in de plaats gekomen.

Rest mij nog mijn hartelijke dank uit te spreken aan allen die spontaan foto's beschikbaar stelden en gegevens verstrekten.

1. De familie Warringa-Huiting in 1903. We zien op de achterste rij, van links naar rechts: Geert ("Geertoom") Warringa, Warm old Huiting, Roelfien Huiting-Warringa, Fenneehien Warringa en Hendrik Warringa.

Op de voorste rij: Hillechien Huiting, grootvader Jan Warringa, Geert Huiting (vanwege zijn jonge leeftijd nog in rok), grootmoeder Jantien Warringa-Oldenbeuving, Jan Huiting en Jan Warringa. Deze familie bewoonde gezamenlijk een boerderij aan de Hoofdstraat. Tevens had men een dekstation, waar meestal twee hengsten voor memes uit Buinen en omgeving ter dekking beschikbaar waren.

Het oorijzer (niet van ijzer, maar van goud of zilver) drukte meestal in de Drentse dorpen het standsverschil uit. Het goud was voor de vrouwen en dochters van eigenerfde boeren en van gezeten burgers. Vrouwen en dochters van huurboeren en eenpaardsboeren, en ook dienstboden, tooiden zich met een zilveren oorijzer, Toen in Drentse dorpen fietsen in zwang kwamen, is het dragen van ooriizers sterk verminderd, met name bij de jongere vrouwen. Wanneer een meisie de leeftijd had bereikt waarop ze een oorijzer zou kunnen dragen, werd ze voor de keus gesteld: een oorijzer of een fiets. Vaak viel dan de keuze uit ten voordele van de fiets.

2. Links: het echtpaar Henderika Zandvoort en Jan Smeenge. Ze hadden een kleine boerderij, In 1885 werd een timmerbedrijf gesticht, dat later door hun zoon Henderikus werd voortgezet. Momenteel (1983) voert kleinzoon Henderikus (Rikus) de leiding van het bouwbedrijf.

De zoons Hendrik en Gezinus van het echtpaar Smeenge-Zandvoort begonnen elders in de gemeente Borger ook ieder een bouwbedrijf,

Rechts: het echtpaar Aaldert Gerhard Dobken en Maria Buss. Ze traden in 1913 in het huwelijk. Hun zoon Hendrik werd geboren in 1918 en dochter Pieterdien in 1922.

De heer Dobken is ruim veertig jaar (van 1911 tot 1952) als directeur aan de cooperatieve zuivelfabriek te Buinen verbonden geweest. Hij was een vooruitstrevend man en was nauw betrokken bij de oprichting van de DMV (Drentse Me1kverkoop Vereniging), die activiteiten ontplooide in het veenkoloniale gebied, en ook stond hij aan de wieg van de Domo (Drentse Onderme1k Organisatie) te Bellen. In beide organisaties vervu1de de Buiner "botterdirecteur" bestuursfuncties.

3. De rijkdorn aan stenen in de Hondsrug zorgde in het Iaatste kwart van de negentiende eeuw in Buinen voor veel bedrijvigheid, De scheepvaartverbinding tussen Stadskanaal en Buinen was inmiddels tot stand gekomen. Door de vraag naar keien voor zeeweringen in de provincies Groningen en Friesland, voor wegenaanleg, funderingen, erfverhardingen en voor het bouwen van welputten bloeide de keienhandel, kwamen er diverse stortplaatsen van keien langs de Kanaalstraat en ontstond het beroep van keiklopper.

Bij het keien deiven werd de grond systematisch tot op een diepte van ongeveer anderhalve meter doorzocht. Veel boeren uit de orngeving voerden met paard en wagen keien bii de stortplaatsen aan. In die tijd ging het in de landbouw slecht en veel kleine boeren probeerden er op deze manier wat bij te verdienen,

De meeste keikloppers namen geiten of schapen mee naar hun werk. De dieren graasden dan bermen en slootkanten af. Somrnige keikloppers waren zo arm dat ze van de keihandelaar, voor wie ze werkten, een schaap op "half gewin" kregen, Het schaap bleef eigendom van de keihandelaar. De keiklopper kreeg recht op de melk van het schaap en de opbrengst van de wol en de lammeren moest gedeeld worden met de keihandelaar,

De mensen op de foto (omstreeks 1905) werkten voor keihandelaar Hommes te Veendam.

Op de voorste rij zien we, van links naar rechts: Jan Speelman ("Jan Flint"), Mien Dokter, Chris Dokter, Berend Wolters, Willem Kruit, Geert Kannegieter en Thomas Stoker met de kruiwagen. Op de achterste rii: Harm Wolters, Geert Oldenbeuving en - achter Willem Kruit - Loeks Komduur, die de functie had van tussenpersoon/vertegenwoordiger.

4. Op 31 oktober 1908 werden de ruim honderd twintig leerlingen van de openbare lagere school te Buinen en de meesters Ten Hoor (hoofd der school) en Mulder en de juffen Smit en Geugien op deze vier foto's vereeuwigd.

Vele van de afgebeelde leerlingen hebben inmiddels (1983) de leeftijd der zeer sterken bereikt. Niet alle namen kon ik achterhalen. Wellicht kunt u ze zelf invullen.

5. Op 31 maart 1896 ging de negentienjarige Jan Stadman vrijwillig een verbintenis aan om voor zes jaren te gaan dienen bij de koloniale troepen in Nederlandsch-Indie, Hij ontving hiervoor een gratificatie van tweehonderd gulden. Op 18 apri11896 ging "oostganger" Stadman aan boord van het stoomsehip "Prinses Amalia". Op 24 mei yond de ontseheping plaats te Padang op Sumatra. In 1902 tekende hij voor vier jaren bij en in 1906 voor twee jaren. Van 1902 tot 1906 was hij betrokken bij krijgsverrichtingen tegen Atjeh, Voordien verbleef hij a1s militair op onder andere Celebes, Ambon, Ternate en Timor. Op 24 maart 1902 werd hij lidmaat van de Protestantse Gemeente te Makassar. Bij het verlaten van de koloniale dienst werd hem op 10 maart 1908 een zilveren medaille voor trouwe dienst toegekend met de vo1gende bepaling: "Wordende den belanghebbende ge1ast, de Medaille voor Trouwen Dienst altijd, hangende in het knoopsgat, te dragen, in dier voege, dat nimmer het lint aIleen, maar tevens ook het Eereteken zichtbaar zij." Op 2 april 1908 vertrok hii per stoomsehip "WHis" naar Nederland. Na de ontscheping, op 3 mei 1908 te Rotterdam, werd hij in het genot geste1d van een voortdurend gagement (pensioen) van tweehonderd gulden's jaars, Hij woonde nadien aan de Hornsedijk te Buinen, waar hi] petro1eumventer werd.

Op de foto, die in Nederlandsch-Indie gemaakt werd, zien we Jan Stadman gehee1 reehts.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek