Kent u ze nog... de Harderwiekers

Kent u ze nog... de Harderwiekers

Auteur
:   M. Hilckman
Gemeente
:   Harderwijk
Provincie
:   Gelderland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-3734-8
Pagina's
:   160
Prijs
:   EUR 19.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Harderwiekers'

<<  |  <  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  13  |  >  |  >>

51. Hier, bij de inmiddels verdwenen "Kiekmure", staat zo'n zes- a zevenhonderd jaar bij e1kaar en minstens evenveel sterke verhalen. Deze foto werd omstreeks 1930 genomen. Van links naar reehts: Adriaan Cornelissen, bijgenaamd "Kwak"; Goossen Foppen, dekknecht op de veerboot "De Burgemeester Kempers"; Klaas Luiting, ofte weI "De Flappe"; Kees van de Wal, stoker; Riekert Lieman; Free van Zijl; Jansen, bijgenaamd "De Kluif"; weer een Jansen, maar dan Jan van Rosse Andries; Albert Jansen, ter onderscheiding aangeduid met "De Poes"; nog een Jansen, maar dan Willem van Rosse Andries en Andries Petersen, ofte weI "Kuitjen".

52. Een merkwaardige visvangst. Op 11 maart 1912 viste Wormsbecher met de HK 3 voor het Kamperzand en ontwaarde op de plaat deze bijna vier meter lange vis. Het dier had weinig water onder zich en kon voor- noch achteruit. Bevangen door jachtlust voeren de vissers langszij en sloegen een strop om de staart. Het beest ging vreselijk tekeer en deelde zulke fikse klappen uit dat de vrij nieuwe botter kraakte in zijn gebinte. Bang voor averij werd afgehaakt, doch toen even later twee andere botters opdaagden en de bemanningen daarvan weI voor actie waren te porren, ging men, maar nu met vereende krachten, het monster wederom te lijf. De strop werd weer om de staart gegooid en boven water gehesen. De vissers begrepen best dat het hier een zoogdier betrof en met pikhaken hield men de kop van het beest onder water zodat het verdronk.

Na dat uren vergende gevecht had men eigenlijk al spijt van de ondememing, want met deze omvangrijke "gast" aan boord kon men de uitstaande netten niet meer binnenhalen. Daarom voer men weer terug naar Harderwijk (een andere visser borg de netten), waar onder grote belangstelling de vis op een handkar werd geladen. In de tuin van Vitringa op Westerholt is de vis een dag tentoongesteld voor Hen cent per bezoeker. Dat bracht het forse bedrag van zestig gulden op, achteraf dus toch geen slechte besomming.

Daama is de vis aan Artis verkocht voor zeventig gulden en werd met kar en al (dat was voorwaarde om beschadiging te voorkomen) op de botter naar Amsterdam gevaren. Een klusje dat Wormsbecher met de HK 3 ook maar even opknapte. Op de foto staan, van links naar rechts:

A.J.e. Vitringa uit de Donkerstraat, Vitringa van Westerholt en Vitringa van de bank. Zij poseren trots bij de zo wreed omgebrachte bezienswaardigheid.

Voor de belangstellenden het volgende: het die I' bleek een narwal te zijn (Monodon monoceros L.) van het vrouwelijk geslacht, het enige exemplaar dat ooit zo zuidelijk werd aangetroffen. In de regel houdt deze walvisachtige zich op tussen het noordelijk pakijs, Vanwege het uitzonderlijke van deze vangst, wordt de narwal tot op heden bewaard in het "Zoologisch Museum" te Amsterdam.

Op de inzet zien we een andere "vis", die op 6 mei 1911 aanspoelde te Harderwijk. Het is een naaste verwant van de in het dolfinarium rondspringende dolfijnen, een zogenaamde tuimelaar (Tursiops truncatus (Mont.)), een in de toenmalige Zuiderzee veel voorkomende verschijning,

53. In 1909 werd te Harderwijk de "Visscherij Beroepsvereeniging Onze Toekomst" opgericht, die onder andere in haar statuten de bevordering van het visserijonderwijs opnam. In februari 1911 richtte de vereniging een verzoek aan de gemeente tot het docn aanleggen van een helling v66r de ijsvlettenloods van de vereniging. De ijsvletten waren met hulp van het koninklijk huis aangeschaft. Prins Hendrik kwam dit reddingsmateriaal op 4 augustus 1911 persoonlijk inspecteren. Helaas zijn slechts enkelen herkenbaar op deze fraaie actiefoto. Geheel links de heer A.J.c. Vitringa, de man met de platte strooien hoed is J. Volgers. Onder het woord Visscherij staat prins Hendrik en in de deuropening burgemeester Kernpers,

De ijsvletten werden door vissers de hclling afgesleept, zij maakten daarbij gebruik van een trekzeel. De ijzeren boten kwamen in actie wanneer een schip vast raakte in kruiend ijs en lek gestoten dreigde te worden. De vletten werden nog eenmaal ingezet in Zeeland bij de overstroming van 1953. Een vlet is tocn niet meer teruggekomen. Een paar jaar geleden werd de laatste viet verkocht en de loods werd onlangs afgebroken. De visserijvereniging bestaat nog en za1 blijven bestaan totdat de laatste visser is verdwenen.

54. Nu volgt een viertal unieke plaatjes uit een reeks door meester H. Dalhuisen gemaakte foto's. Meester Dalhuisen was een vurig amateurfotograaf en had, gelukkig, een open oog voor de karakteristieke Harderwijkse tafereeltjes. Hij fotografeerde met een "verborgen camera" en het resultaat is dan ook een ongedwongen momentopname uit het dagelijkse leven omstreeks 1900/1910.

Wat betreft de verborgen camera: volgens insiders moet dit een zogenaamde "spionage-camera" zijn geweest, een ronde platte bus, die aan een touwtje rond de hals onder de jas werd gedragen en wel zodanig dat een kleine lens, die aan deze bus was gernonteerd, door een knoopsgat naar buiten stak. Door ongemerkt aan een koordje te trekken, bediende men het sluiterrnechanisrne en na de opname draaide de lichtgevoelige schijf in de bus vanzelf een stukje verder voor een nieuwe opname.

Riel' een foto van de steiger buiten de Bruggepoort, aan het eind van het zeepad. Er werd hout aangevoerd met de mallejan van Arendsen voor de schutemansschuut. Een schutemansschuut was een vaartuig waarmee bij laag water de goederen van en naar het vrachtschip werden vervoerd. Bij laag tij of aflandige wind konden de grotere schepen niet de ondiepe haven invaren. Met de lichters werd dan per vaart zes a zeven ton vracht over "Het Harde" gebracht. Jan van Bijsteren en Luiting had den zo'n schuut. Uit economische overwegingen werden tien- tot twaalfjarige jongens als roerganger gebruikt: "bieleggertjes". Volgens de verhalen zijn nogal wat van die bieleggertjes verdronken bij het werk op de grillige, gevaarlijke Zuiderzee. Op het schip staat Luiting, op de steiger arbeiders van de houtwal van Arendsen-v.d. Velde uit Hierden. Op de ree liggen de schepen voor bevrachting.

55. Op het zeepad. Terug van de vangst met de koksmand onder de arm: Heimen Jansen, Ouwe Jan van Meindert heeft een karrepoetsmuts (bontmuts) op.

<<  |  <  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  |  10  |  11  |  12  |  13  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek