Kent u ze nog... de Heerhugowaarders

Kent u ze nog... de Heerhugowaarders

Auteur
:   Gerhard Modder
Gemeente
:   Heerhugowaard
Provincie
:   Noord-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4269-4
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Heerhugowaarders'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

26. We schrijven 1915. De slagers hadden de gewoonte om tegen pasen de gekochte, meestal extra beste jonge koe aan den volke te tonen. Dan wandelde de slagersknecht met het slachtoffer van de toekomstige feestvreugde door het dorp, opdat ieder kon zien welk beest verantwoordelijk was voor een geslaagde paashap. Dit dier is net door zijn vorige eigenaar Jb. Volkers (van het Tolhuis) naar slager D. Starn gebracht. De extra beste koe was voor slager Starn een goede gelegenheid zich met zijn voltallige personeel te laten vereeuwigen. Het kleine knechtje is Piet Kooy. Oud-veehandelaar Klaas Kruyer meldt ons dat het onderhavige beest twee jaar lang was vetgemest. Jb. Volkers, wat stijfhoofdig, had in die periode al meerdere keren een bod afgeslagen, Het werd een beste koe en volgens een volksuitdrukking: "je kon op d'r rug weI dansen". Voor deze tijd zou het te vette vlees onverkoopbaar zijn. Het dier legde bij de slacht 220 pond vet af. Dat was een voordeel voor slager Starn, want vet behoefde men niet te betalen. Men woog aIleen het vlees.

27. We schrijven half juni 1913, tijd voor de Swanner kermis. De foto boven is kennelijk op zondagmiddag genomen, want er lopen nog dames rond met de gouden kap en dat deed je in die tijd niet zomaar. Moeders met kleine kinderen flaneren langs de Middenweg en gaan een wagen met een soort pierement voorbij, De Swanner kermis was wijd en zijd in de omgeving bekend. De grote belangstelling, hier voor cafe "De Swan", gaat, naar ik vermoed, uit naar het ringgooien. Het meisje in het wit is Trien Geel. Ze staat naast haar vader. De dame met de kap is waarschijnlijk vrouw Oly met haar doehtertje Remmie; voorts ziet u Bram Bart, mevrouw Geel, mevrouw Bart, het meisje met de witte hoed is Trien Bart; de dame met gouden kap lijkt ons mevrouw Bos. Geheel reehts op de rug gezien Tonia Worp (later mevrouw J. Bas). Op dit moment was het nog een zonnig kermisfeest, maar dat veranderde 's avonds wel als de Heemskerkers of Sint-Pancrassers kwamen opdagen. Dan werd er vaak gevoehten en het "waarom" wist niemand, Men zei dan ook vaak in die tijd:

"Kermis in "De Swan"

Daar komen dooien van! "

Onder ziet men nog een foto van de Swanner kermis en de voorbereidingen voor het evenement "ringsteken" vertellen ons dat de foto op kermisdinsdag werd genomen. Deze foto is overigens niet bij cafe "De Swan" gesehoten, maar bij cafe "Halfweg" tegenover de katholieke kerk. Daar vierden de katholieken jarenlang hun eigen kermis. Ieder plattelandscafe had indertijd een doorrijstal, want de boer die bijvoorbeeld op maandag van Abbekerk naar de varkensmarkt trok, wilde onderweg niet alleen zichzelf, maar ook graag zijn paard de nodige rust gunnen. Dat heette dan: "effe biene rekken". De naam "doorrijstal" zegt al dat de wagens niet gekeerd behoefden te worden. Men kon dwars door de stal he en rijden, Het ringsteken met paard en kar eiste een seherp oog en een vaste hand. De houten hand met de ring stond bij Busker, de .Jappiespoep". Nu was het de kunst om al rijdende de ring er met een soort houten sabel af te steken. Hier staan enkele deelnemers klaar voor de start. In het rijtuig links zitten Jaap Zuurbier en Anna Smit; de namen van het andere koppel reehts kon ik jammer genoeg niet aehterhalen. Die van de heren vooraan wel: van links naar reehts P. Smit, D. Tromp, Jan Beers, Paul van Dam, Jan Bruin en de stalkneeht Lodewijk Frederiks. Het was "Swanner kermis"; het had "dus" geregend!

28. Hier poseert de vrijgezellenclub "Na de Vespers". De al wat oudere jeugd kwam na de middagdienst (de vespers) in de Sint-Dionysiuskerk bijeen bij de kerkepoort. Of ze dat de den om nog wat te mediteren over de zojuist gehoorde preek, laten we maar in het midden, maar het gesprek eindigde steevast in het cafe aan de overkant, waar een borreltje werd gepakt en afspraken werden gemaakt over een gepaste avondvulling. Ongeveer de helft van de afgebeelde vrijgezellen liet zich toch na verloop van tijd door de vrouwelijke charmes vangen. We zien van links naar rechts: Jaap Dekker, Jan Bruin, Kobus Tromp, Dirk Dekker, Cees Tromp, Jaap Borst, Jb. Appelman, Maarten Beers, Piet Tromp, Jan de Boer, G. Appelman en Jo Beers.

29. De nag jonge dam club "S.N.A." (Spel Na Arbeid) vierde haar eerste lustrum en toont met trots haar nag schaarse prijzen, Pasta or Charles de Meulder was de geestelijke adviseur. De vier op de voorgrond van links naar rechts zijn: Bertus Bes, Joop Rood, Jan Groot en Jaap Beers. Staande van links naar rechts: pastoor De Meulder, Theo Groot, Wim Oudhuis, Koos Oudhuis, Louw Konijn, Arie Oudhuis, In. Wester Jnzn., Dirk Tromp, Kees Steur, In. Wester Pzn., Jacob Appelman, Gert Appelman, Cor Groenveld (witte), In. Tromp, Jaap Borst, Jan Smit, kapelaan Rozenburg, Piet Konijn, Piet Groenveld en Piet Dekker.

30. Tot driemaal toe - en de Waard was er vol van - landde Willem van Graft op het weiland van zijn vader Jan van Graft aan het zuideinde van de Middenweg. Willem van Graft, zoon van een Noordhollandse boer, was gauw op de koeien uitgekeken, vooral na een bezoek aan de "Elta", de eerste luchtvaarttentoonstelling in Amsterdam in 1919. Hij werkte als chauffeur-rnonteur bij de Horna-zuivelfabriek te Hoorn, maar in zijn vrije tijd sleutelde de negenentwintigjarige Van Graft aan vliegtuigen in Deventer. Zijn beloning bestond uit wat vliegtochtjes en later in de periode 1919/20 vlieglessen. Bij zijn eerste proefvlucht landde hij op de dikke ijslaag van het Hoornse Hop. In 1921 beschikte hij over zijn eigen "Albatros", waarmee hij demonstraties gaf en passagiersvluchten uitvoerde. In 1923 volgde zijn benoeming tot chef van de startploeg van de Fokkerfabriek. In 1926 bouwde Willem uit onderdelen van de Fokkers S 2 en S 3 de zogenaamde S 2 1/2, waarmee hij een particulier vliegschooltje begon. In 1928 werkte hij als instructeur bij de Nationale Luchtvaartschool, waarbij hij tot de tweede wereldoorlog vele vliegers opleidde. In 1945 volgde zijn aanstelling bij de Rijksluchtvaartschool, maar hij keerde toch terug naar de eerstgenoemde school. In 1949 ging hij met pensioen. De heer L.A. de Lange, directeur van het Nationale Luchtvaart Museum, noemt Willem van Graft een robuuste, eerlijke kerel en een waar pionier van onze luchtvaart. Willem was een vliegenier, die in de juiste periode zijn hobby kon uitleven. Hij was een vliegenier, die het liefst zijn eigen boontjes dopte en zich achter het elektronisch knoppen- en klokkenpaneel van tegenwoordig maar matig thuis gevoeld had. Willem overleed in 1952. Tien jaar later werd te Beverwijk een lagere school naar hem genoemd. De foto geeft een landing weer in 1923. De familie Van Graft poseert voor het vliegtuig: van links naar rechts: Willem, vader Jan, moeder Van Graft, de echtgenote van Klaas met zoontje Remmert, daarachter vriend en passagier Hillema, Klaas van Graft en geheel rechts Louw van Graft, de tegenwoordige bewoner van het bedrijf aan het Zuideind.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Algemene verkoopvoorwaarden | © 2009 - 2021 Uitgeverij Europese Bibliotheek