Kent u ze nog... de Heezenaren

Kent u ze nog... de Heezenaren

Auteur
:   J.H.M. Aerts
Gemeente
:   Heeze-Leende
Provincie
:   Noord-Brabant
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-4270-0
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Heezenaren'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

INLEIDING

Wij hebben geprobeerd in dit boekje zoveel mogelijk informatie bij elkaar te brengen over de inwoners van Heeze in ruwweg de periode tussen 1900 en 1940. Het uitgangspunt hierbij was een aantal oude foto's waarop in totaal ongeveer duizend Heezenaren te zien zijn in allerlei situaties en toestanden. Het accent ligt heel sterk op het onderwijs en het verenigingsleven. Toch heeft het boekje een zeer gevarieerde inhoud en is niet onder één noemer te vangen. Er zal ook veel zijn wat u wellicht zult missen. Maar het was tenslotte niet mogelijk om alle Heezenaren van die tijd voor het voetlicht te brengen. Zelfs als we ons konden beperken tot alleen maar verdienstelijke inwoners zouden we niet volledig kunnen zijn. Bovendien is er toch ook een zekere willekeur door de aard van het beschikbare fotomateriaal.

Dit boekje werd samengesteld met een bijna verbluffend spontane medewerking van zeer veel Heezenaren. Het is ondoenlijk om hen allen hier te vermelden. De steun en hulp die wij van zovelen kregen was hartverwarmend. Wij voelen dan ook sterk de behoefte om iedereen hartelijk te bedanken voor de bijdrage aan het tot stand komen van "Kent u ze nog ... de Heezenaren". We kunnen u verzekeren, het is de moeite waard om hen te kennen!

1. TRIEN EN KOBUS

Bij het kijken naar deze foto zijn wij geneigd te gaan filosoferen over tevredenheid, rust, soberheid en armoe maar eigenlijk evengoed over intieme sfeer en gezelligheid. Op den herd, de haardstede of stookplaats van een woning, zullen al deze dingen wel van toepassing zijn. Kijkend naar dit sobere Brabants-Heezers interieur zou de roman van een keuterboer kunnen ontstaan. De hoofdpersonen kennen we: Trien en Kobus Engelen. Ze woonden in een eenvoudige boerderij op Strabrecht met een koe, een geit en wat schrale zandgrond, waarop altijd weer de strijd om het bestaan moest worden gevoerd. De in ontginning gebrachte gronden van de Brabantse heidedorpen leverden ten koste van dag en nacht werken meestal maar net voldoende om de boer en zijn gezin in leven te houden. Het kan een historische roman worden, want het tafereel hiernaast is echt. Er wordt niet geposeerd. Trouwens dat kenden ze niet. En misschien was Trien juist daarom de "ster" van de fotografen die hier het Brabantse dorpsleven kwamen vastleggen of van de schilders die hier zoveel inspiratie vonden. In later tijd zou Trien zeggen: "Ik heb veul geld verdiend met 't portretten". De schilders beloonden haar geduld meestal wel met een klein bedrag aan geld. Ze waren 0 zo gauw tevreden. Het karige bestaan eiste noodzakelijk zuinigheid. Onder zulke omstandigheden moet je je kunnen behelpen. De sopketel met veevoer staat in het haardvuur en daarboven hangt de watermoor aan de kettinghaal terwijl de koffiekan in de hete as tegen de sopketel staat. Dat was het drie-pits idee van zo'n halve eeuw terug. Een stoel was niet versleten als een poot was afgebroken. Men zaagde eenvoudig ook de andere drie af tot aan de onderste sport en het zitmeubel kon weer lang mee. En met de boks van Kobus was het niet anders, die werd altijd weer opgelapt en toch lurkt hij tevreden en rustig aan z'n pipke, Het volgende ogenblik kan er weer "nen erpel in de pan plonsen" ...

2. HEEZE EEN SCHILDERSDORP

"Heeze, het Brabantse Laren", zo noemde M.H. Cox in de jaren dertig het dorp waar hij heel zijn verdere leven aan verknocht zou blijven. Tegen dit soort slogans valt terecht aan te voeren dat Heeze niet te vergelijken is met wat dan ook; het is uniek en Heeze is en blijft Heeze. Afgezien daarvan bevat de slagzin veel waars. Laren en Heeze hebben heel wat gemeen, maar zijn niettemin enig en hebben hun eigen karakteristiek. Beide dorpen oefenden een sterke aantrekkingskracht uit op kunstenaars. Laren had hotel Hamdorff en Heeze hotel Van Dijk met hoteliers die de kunst en de kunstenaar welgezind waren. Als globale typering is de slagzin dan ook zeker op zijn plaats. Wel moeten we er bij opmerken dat in Heeze een en ander op wat kleinere schaal plaatsvond dan in Laren. Misschien mogen we zeggen dat Heeze eigenlijk een soort toevluchtsoord was voor de "Larense" kunstenaars, nadat de oorspronkelijke sfeer daar door te grote bekendheid wat afnam en sommige van hen Heeze al "ontdekt" hadden. Zo kon langzaamaan de "trek" naar het "Brabantse Laren" groter worden. Hier in een nog bijna onbedorven "folkloristisch reservaat", te midden van uitgestrekt en gevarieerd natuurschoon konden ze de goede stemming vinden voor de romantische schilderijen, die vooral onder de noemer Haagse School kunnen worden samengevat en hun weg naar vele musea, tot over de oceanen toe, hebben gevonden. Zonder veel moeite is een lijst samen te stellen van ongeveer zestig kunstenaars, die in de periode 1890-1940 in Heeze werkten en in een aantal gevallen ook woonden. Het fotomateriaal over dit onderwerp is spaarzaam voorhanden. Daarom hebben wij de bezwaren vanwege de onduidelijkheid opzij gezet en deze foto zelfs met genoegen een plaats gegeven in dit boekje. De opname is gemaakt tussen 1916 en 1919. We weten dat door het feit dat Hein Gijsbers in die periode koning van het St-Agathagilde was. Uiterst links zien we (half zichtbaar) A. van Eersel met als eerstvolgende baron J.C. Snoeck (1881-1921), die hier schilderde. Van de drie personen met pet is de eerste de Russische schilder Presky en de derde achteraan slager Sief Bosmans. De gildebroeder met hoge hoed is Jan Verbeek en de man met de baard is Toon Wijnen, met voor hem een zus van de hoteleigenaar, Jana van Dijk. De man met de pet daarachter is Nariske van Gerwen. Dan, trots vooraan, baas-deken Sjef van den Berg met direct naast hem hoteleigenaar Jan van Dijk (1878-1942). De dame met hond is Suze de Lint, die wellicht het meest en het langst van allen in Heeze heeft gewerkt. Suzanna Gerdina de Lint werd geboren te Princenhage op 5 oktober 1878 en overleed op 27 oktober 1953 te Den Haag. Zij tekende, schilderde en etste en was een expert op mycologisch gebied. Een Heezenaar vertelde onlangs dat zij bij hem een van haar schilderijen had geruild voor een oude damesfiets. De man met hoed is de Amerikaan Castie Keith die ook in Heeze woonde. De kleine figuur vooraan is onmiskenbaar de Dordtse schilder Roland Larij (1855-1932). De beide heren daarachter zijn onbekend, maar de man met het vaandel van het St-Agathagilde is Willem van Mierlo. Daaronder Anna van Gennip en tussen haar en koning Hein Giisbers 0916-1919) zien we Jacques Zon (1872-1932) die sinds 1916 in Heeze schilderde. Verder zien we kapitein H. van Dijk, een onbekende en mevrouw Zon-Spanjaard. De tamboer vooraan is Piet van Kuijk.

3. HOOFDONDERWIJZER J.W.H. DECKERS EN ZIJN KLAS

Johannes Wilhelmus Hubertus Deckers werd op 24 december 1852 te Ottersum in Limburg geboren. In 1882 werd hij aangesteld als hoofd van de openbare lagere school, In die tijd waren er drie onderwijzers aan de school verbonden, wat volgens Deckers onvoldoende was. Meermalen had hij aangedrongen op de benoeming van een vierde kracht. Maar het gemeentebestuur wilde er niet van weten. Tenslotte zou dit een van de redenen worden waarom Deckers zijn functie zou neerleggen. Toen in 1906 een nieuwe onderwijzer moest worden aangesteld, had een zoon van het hoofd, J.F.H. (Jo) Deckers zich als sollicitant gemeld. In de notulen van de raad lezen we daarover "daar men hier in de omstandigheden verkeert, dat er toch moeilijk buiten deze persoon een benoeming zou kunnen geschieden ... ". Deze benoeming dus. die ten onrechte niet van harte was, zegt iets over de verhouding tussen de burgemeester en Deckers. Was die dan zó slecht? Zijn zoon, dr. L.N. Deckers, zei ons: "Van een moeilijke verhouding met de gemeenteraad heb ik nooit iets vernomen; wel weet ik dat de verhouding van mijn vader tot burgemeester Strijbosch stroef was. Mijn vader had weinig waardering voor de wijze waarop deze magistraat zijn ambt vervulde." En het mag gezegd worden, het hoofd van de school stond daarin niet alleen. Deckers was zeer gezien in Heeze, vele Heezenaren bevestigden tegenover mij zijn onkreukbaar gedrag; er was niets op hem aan te merken. Integendeel; men zwaaide hem uitsluitend lof toe. Van de burgemeester kan dat niet gezegd worden. Wellicht is hierin de verklaring gelegen voor de moeilijke verhouding tussen Deckers en Strijbosch. Een en ander verhinderde niet dat het schoolhoofd zijn taak en meer dan die, behoorlijk vervulde. In 1907 ging hij van start met een landbouwcursus. Bij de eerste les werden het gemeentebestuur en de raad uitgenodigd. J. Deckers was voorzitter van het onderwijsgezelschap waarvan onder meer zijn collegae van Leende, Leenderstrijp, Maarheeze en Soerendonk deel uitmaakten. Hij was ook leraar aan de volgende instellingen: de rijksnormaalschool te Eindhoven, de kweekschool der ursulinen te Bergeijk, de hoofdaktecursus te Eindhoven en de kweekschool der franciscanessen te Oirschot. Vele jaren was hij deskundige voor het vak geschiedenis bij de examens voor onderwijzers. Deze gegevens werden bereidwillig verstrekt door zijn hiervoor al genoemde zoon Laurens Deckers, die wij ook citeren als we een heel ander werkterrein van zijn vader aanspreken: "Hij heeft behoord tot de pioniers op het gebied van sociale en landbouwkundige ontwikkeling der eenvoudige boerenbevolking". Als Deckers niet de initiatiefnemer IS geweest tot het oprichten van de afdeling Heeze van de NoC.B. (Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond), dan heeft hij er toch een belangrijke rol in gespeeld en was in elk geval de medeoprichter. Hij werd de eerste voorzitter en bleef dat tot 1911 of 1912. Over zijn aftreden als zodanig wordt in de overigens gedetailleerde notulen niet gerept. Schaamde men zich misschien om de waarheid te moeten schrijven? Na Geldrop en Leende werd in Heeze de derde Coöperatieve Boerenleenbank opgericht (25 augustus 1897) met als een der oprichters en eerste directeur J.WoH. Deckers. Hij behoorde ook tot de oprichters van een zuivelfabriekje op coöperatieve grondslag, waaruit Iater de coöperatieve stoomzuivelfabriek 'Heeze-Leende ontstond (916). Het is werkelijk niet teveel gezegd, als we Deckers de voorman en bezieler van de Heezer boerenorganisaties noemen. Hoewel pas achtenvijftig jaar, vroeg hij in 1910 zijn ontslag als hoofd van de openbare lagere school te Heeze. Naast de kwesties van de vierde leerkracht en zijn zilveren ambtsjubileum waren er

vermoedelijk ook moeilijkheden in het bestuur van de boerenbond. Bij de Boerenleenbank kon men zijn aftreden nog tegenhouden tot hij in 1913 uit Heeze vertrok. Ging hij teleurgesteld weg uit het dorp waar hij de beste jaren van zijn leven had doorgebracht? Wij zijn geneigd dat te geloven. Met het aftreden van burgemeester Striibosch in 1925 kwam een einde aan de oligarchische bestuursstructuur die Heeze althans aan de top gedurende ruim een eeuw had gekend. Jan Deckers overleed te 's Hertogenbosch op 10 juni 1929. Hij werd te Heeze begraven, waar op het kerkhof een familiegraf werd opgericht. In 1933 bracht de familie Deckers een officieel bezoek aan Heeze en later werd het beste deel van het dorp J an Deckersstraat genoemd.

Op de foto zien we rechts Jan Deckers zittend bij zijn leerlingen: vooraan zitten Lena Paans, Berta Schut en Jans Wortman. Op de tweede rij van links naar rechts: Jan van Gerwen, Jan van Schalen, Renier Toemen, Jan Snoeijen, Frans Deelen en Hendrik Evers (zie voor zijn biografie fototekst 28). Derde rij: Baptist van Gennip, Jan van Hertrooy, Frans van de Paal, Giel Staals en Jas van Galen. Bovenaan staan: Antoon van Gennip, Frans Geboers, Gerard Sprengers, Jan van Asten, Antoon Thijs en Frans van Gerwen.

4. ONS GENOEGEN IN ORANJE

De liedertafel "Ons Genoegen in Oranje" had, zo mag uit deze foto blijken, iets te vieren. De illustere leden van het gezelschap hebben zich getooid met een bloem. Vast en zeker een ereteken, waar één of andere topprestatie achter schuil gaat. Jammer genoeg zijn de "heldendaden" van deze vereniging niet te boek gesteld en kunnen we er weinig over vertellen. De foto dateert in elk geval van voor 1920 en de vereniging zal vermoedelijk niet lang daarna wel ter ziele zijn gegaan. Naast zingen hield "Ons Genoegen" zich ook bezig met toneelspelen. Uit de vage verhalen, die van her en der tot ons komen valt op te maken dat men op het terrein van de komedie grote dingen heeft verricht. Wellicht hebben wij nog een foto waarop de heren zijn uitgedost voor het stuk "De gondelier van de dood". Vermoedelijk, en de naam wijst er al op, is de liedertafel ontstaan uit "Oranje Doele" of was het er een onderafdeling van. De plaats van handeling voor deze foto is achter het "café van Schafte" ("De V alk") met op de achtergrond het huis van burgemeester Strijbosch (thans Z.N.A.V.). Het was niet eenvoudig om alle personen op deze foto te identificeren, maar tenslotte kon Wim Collart ook de nog niet bekende personen herkennen. Eerste rij van links naar rechts: Lindert van Galen, Peer Maas, Jan Verbeek, Frans Kooymans (organist St.-Martinuskerk), Janus Verweijen. Toon Hansen (dirigent kerkkoor), Herman Witsiers (barbier), Harrie Strijbosch, W. Evers Hzn. en broer Deelen. Tweede rij (let op, de lijn gaat zig-zag) Gerard van Galen, Gradus Hansen, W. Guit jens, Louw Verbeek, Theo Strijbos, Ties Conart (dirigent kerkkoor), Zweegers (van "Los Amigos" uit Geldrop) en Hein Gijsbers.

5. VENDELHULDE VOOR DE BARON

Volgens oud gebruik brengen de Heezer gilden elk jaar op kermismaandag een vendelgroet aan de kasteelheer. Ook bij de burgemeester, de dokter en de zusters werd gevendeld. De foto is omtrent 1920 genomen op de binnenplaats van het kasteel. Links op de foto de tamboers G. Verbeek en J. Looijmans en kapitein H. Gerlings. Verder zien we Van Dijk, Frans Maas, een vendelier en koning Frans van de Paal. Rechts staat de baron met een aantal familieleden. Samuel John baron van Tuyll van Sercoskerken erfde in 1901 de bezitting van Ursula van Tuyll van Serooskerken die op 22 november van dat jaar op bijna zevenennegentigjarige leeftijd was overleden. Met haar was de Heezer tak van de familie uitgestorven. De nieuwe kasteelheer was op 6 januari 1874 te Arnhem geboren. In 1902 vestigde hij zich op het kasteel te Heeze en heeft het familiegoed op bijzondere wijze in stand gehouden. Toen hij de bezitting erfde, bestond deze nog uit meer dan 5000 hectare, waarvan 4800 woeste grond. Met zes ossen voor de ploeg werd reeds vóór 1914 850 hectare ontgonnen, waarvan - er was niet veel vraag naar landbouwgrond - 750 hectare werd, bebost. Bij het "Huisven" ontstond 50 hectare weiland en er werd een boerderij gesticht. In 1902 is de viskwekerij bij "Valkenhorst" aangelegd. In 1910 ging circa 1500 hectare (thans de boswachterij "Het Leenderbos") in andere handen over. Het landgoed "Valkenhorst met de visvijvers werd in 1923 verkocht aan jonkheer Loudon te Wassenaar en in 1928 werd nog eens ongeveer 400 hectare verkocht aan de n.v. Philips. Verder werden nog wat kleine stukken verkocht onder meer aan de gemeente Heeze. Bij de 6 novemberstorm van 1921 werd aan de houtstand een zware slag toegebracht. Ongeveer 1800 bomen sneuvelden. Na de oorlog had het geallieerde leger nog eens circa 40 hectare vijftig- à honderdjarig dennenbos tussen Heeze en Someren gevorderd. In 1950 verkocht de baron 505 hectare aan het ministerie van O.K. en W. met de bedoeling dit natuurgebied in ongerepte staat te behouden. Hiermee werd in feite de basis gelegd voor het natuurreservaat "De Strabrechtse Heide". Bij zijn overlijden op 20 februari 1955 was het landgoed Heeze-Leende nog ongeveer 1000 hectare groot. Samuel John was een groot natuurliefhebber die zeer veel heeft gedaan om het kasteel en landgoed in de staat te brengen waarin hij het in 1955 aan zijn neef zou nalaten. We hebben hier slechts een kleine en willekeurige greep gedaan uit het vele dat vermeldenswaardig is. Het onderwerp vraagt een afzonderlijke behandeling. We volstaan nog met het vermelden van het feit dat Samuel John in september 1952 zijn gouden jubileum als kasteelheer vierde. Bij die gelegenheid werd hem een grootse hulde gebracht, ook door Leende en Zesgehuchten. De baron was zeer gezien in Heeze. Hij werd begraven in het familiegraf op de begraafplaats Moscowa te Arnhem. Naast de baron staat de echtgenote van zijn broer Jan, baronesse Van Tuyll van Sereoskerken-van Lynden en haar vier dochters Wendela, Reina, Nona en Mia, die door de moeder van de baron, Cecilia baronesse van Tuyll van Serooskerken-van Limburg Stirum bij de schouder wordt gehouden.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek