Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 1

Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 1

Auteur
:   Hans van der Wereld
Gemeente
:   Jacobswoude
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0498-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 weken (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

INLEIDING

Kent u ze nog ... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren. Dit boekje wil de periode vastleggen die wij doorgaans aanduiden als "grootvaders tijd" en dan heel speciaal de mensen-van-toen in Hoogmade en Wou brugge in de decennia tussen ongeveer 1880 en 1940. Door middel van dit boekje herleven ze weer even: "meester" Meijer bij zijn jubileum als hoofd van de school, de harmonie "De Heerlijkheid Hoogmade" in vroeger dagen, een elftal van de voetbalclub H.V.C. (Hoogmadesche Voetbal Club), tal van raadsleden, dokter Gerbrand Swart, veldwachterhistoricus O.C. van Hemessen, de molenwerf van Hein Verbij, diverse pastoors, de eerste bus, etcetera. Gelukkig zijn er nog heel veel oude foto's bewaard gebleven. Een flink deel daarvan kunt u zien in het gemeentemuseum in Woubrugge, terwijl eveneens veel foto's zijn ondergebracht in diverse privéverzamelingen, waaronder die van de samensteller van dit boekje. Door uit diverse collecties de meest interessante prenten bijeen te brengen, is een boekje ontstaan waarin de gemeenschap-vantoen als het ware weer even herleeft en elke bladzijde zal dan ook, vooral voor de wat ouderen, een feest van herkenning zijn.

1. Hoogmade rond de eeuwwisseling verschilde niet zo erg veel met andere dorpen in ons land. Het had een hoge spitse kerktoren die al van verre zichtbaar was, een dorpsschool en een café. Op vele plaatsen stonden bomen. Alles ademde rust en vrede, waarvan deze foto uit omstreeks 1910 - voorstellende een doorkijkje in de Kerkstraat - een fraai voorbeeld is. In het huis waarvan links op de voorgrond nog juist een stukje te zien is, woonden in die tijd Simon Bizot en zijn zuster. Het huis met de dakkapel, waarin tegenwoordig kapper Witteman zijn bedrijf uitoefent, werd destijds bewoond door de heer D. Fritsma, het hoofd van de openbare lagere school. De eerste steen voor deze school werd in 1859 gelegd door J. van Egmond. Wegens gebrek aan leerlingen werd de openbare school in de jaren dertig opgeheven. Het begroeide huis rechts is het vroegere Rechthuis van Hoogmade. In 1600 verkreeg de heerlijkheid het hoge rechtsgebied. Daarvóór was dit recht in handen van de baljuw van Rijnland. Op 18 juli 1855 werd in het Rechthuis de laatste vergadering van de Hoogmadese gemeenteraad gehouden. Volgens een wet van 11 juli 1855 werd Hoogmade - dat tot die datum een zelfstandige gemeente was - bij Woubrugge gevoegd en ging alles wat tot de gemeenteadministratie behoorde naar het naburige Woubrugge. Tot de afbraak in 1964, ten behoeve van de oprit van de tegenwoordige Doesbrug, deed het historische pand dienst als woonhuis voor enkele gezinnen. Op de achtergrond ziet u de in 1729 gebouwde Nederlands Hervormde kerk. Boven de ingang is het wapen te zien van Cornelis Sprongh, die in 1693 ambachtsheer van Hoogmade werd. Op 1 mei 1730 werd in het pittoreske kerkje de eerste kerkdienst gehouden, toen de Leidse professor Franciscus Fabricius de feestelijke openingspredikatie hield. Door toedoen van dominee J. de Jong werd de kerk in de jaren 1954/55 gerestaureerd. Tot slot vertellen wij u welke personen er op deze foto staan. Het zijn van links naar rechts: George, Freek, Cees en Anna Otte. Bij het Rechthuis staat Jan van Diemen, een "koude bakker" uit Rijpwetering, die in Hoogmade verschillende klanten had. Hij is juist bezig met de verkoop van brood en hij draagt aan zijn linkerarm een rieten broodmand.

2. Aan de achterkant van het voormalige Rechthuis werd omstreeks 1911 deze foto van de toenmalige Doesbrug gemaakt. De eerste brug over de Does werd in 1872 ge bouwd, tegelijkertijd met de aanleg van de rijweg van Hoogmade naar Woubrugge. Op voorstel van het raadslid W. van Egmond werd de brug in september 1883 verwijd om de doorgang van grotere schepen mogelijk te maken. Van 1925 tot 1955 lag er ter plaatse een bredere brug. In laatstgenoemd jaar bouwde men op precies dezelfde plaats een derde overgang over het water. In mei 1956 en in januari 1959 was de brug letterlijk een "lijdend voorwerp". In 1959 gebeurde namelijk het volgende: juist toen de brug na het doorlaten van een schip werd neergelaten brak de bout waarmee één der kettingen aan het brugdek was bevestigd. De andere ketting hield het weliswaar, maar het gevolg was dat de gehele klap dwars op het bruggenhoofd kwam te liggen, terwijl de bovenbouw totaal ontwricht werd. Hoewel werklieden van de Grofsmederij uit Leiden snel ter plaatse waren en met de herstelwerkzaamheden begonnen, werd het verkeer langs deze drukke provinciale weg de gehele dag versperd. De busdiensten van de NAL onderhielden een pendeldienst tussen Hoogmade-Leiden en Hoogmade-Nieuwveen. In de loop van 1963 begon men met de voorbereidingen van de bouw van een geheel nieuwe brug, iets westelijker van de oude. Op 16 november 1965 werd deze nieuwe, met twee gescheiden rijbanen uitgeruste, brug voor het verkeer opengesteld. De opening werd verricht door IT. J. de Ruyter uit Rotterdam, de ontwerper. Op deze foto zijn ook weer zoals destijds gebruikelijk was - een flink aantal kinderen op de fotograaf afgekomen. Ze doen allemaal hun uiterste best om zo goed mogelijk "vereeuwigd" te worden. Een aantal van hen is zelfs in een bootje gaan staan. Het zijn: Niek van der Star, Leen Zwetsloot, Willem Hoogenboom, Piet Zwetsloot, Trijn Zwetsloot en Cor Baak. Het meisje links op de voorgrond is Euphemia Bank.

3. Links: een man die jarenlang zitting had in de gemeenteraad, eerst als raadslid en later als wethouder, was Johannes Martinus van der Voorn. Hij werd op 29 mei 1846 te Warmond geboren. Zijn eerste echtgenote was Anna Groenewegen, terwijl hij voor de tweede maal trouwde met Anna van Leeuwen. In januari 1893 kwam hij in de gemeenteraad. Helemaal vreemd was hij in de vergadering niet, want al vanaf 1889 bezocht hij deze als "belangstellend toehoorder". Op 29 april 1909 nam hij tijdelijk het wethouderschap van L.J. Zwetsloot over en na diens dood, op 22 juni 1909, werd J.M. van der Voorn definitief wethouder. Zijn verlangen en voorstel, in 1902, om een tweede veldwachter voor Hoogmade te benoemen, ging in 1919 in vervulling. Op 7 januari 1918 werden wethouder Van der Voorn en zijn echtgenote in een buitengewone raadsvergadering ontvangen en werd zijn vijfentwintigjarig jubileum als raadslid herdacht. De voorzitter, burgemeester Baumann, sprak hem op hartelijke wijze toe en bood hem namens de raad een fauteuil aan. In 1913 legde hij zijn wethouderschap neer en hij nam in 1923, vanwege zijn leeftijd, afscheid van de gemeenteraad. J.M. van der Voorn overleed in de ouderdom van achtentachtig jaar op 17 maart 1935. Naast zijn raadslidmaatschap was hij ook nog, achtereenvolgens gedurende vijftig jaar, armmeester en kerkmeester van de parochie van Hoogmade.

Rechts ziet u een foto van Maria Zwetsloot, overleden op drieëntwintigjarige leeftijd op 8 september 1881, na de geboorte van haar derde kind. Zij was de echtgenote van Georgius van Tol. Eén van haar drie dochters was de latere eerwaarde zuster Tiburtio, die tot aan haar dood, in 1961, kloosterzuster in Den Haag was. Maria Zwetsloot draagt hier de voor de streek kenmerkende klederdracht. Boerinnen droegen daarbij een zogenaamd "kap en ijzer", waarbij de ijzers van puur goud waren. Niet-boerinnen droegen een gewone muts, zonder een gouden kap. Tot omstreeks 1920 werden deze kappen nog veelvuldig gedragen, maar daarna nam het gebruik ervan af. De kappen werden door de huisvrouwen zelf gewassen. Na het wassen waren ze slap en dat was niet de bedoeling. Daarom nam "vrouw Hillebrand", de echtgenote van de toenmalige caféhouder Hillebrand, de taak op zich om de kappen te stijven, wat een secuur werkje was. Naast het stijven werden de kappen ook "genipt", dat wil zeggen, er werden plooitjes in gelegd. De kappen werden over het algemeen 's zondags naar de kerk en bij feestelijke gelegenheden gedragen.

4. Links: het gezin van hoofdonderwijzer H.G. Meijer staat hier bij de toegang tot de voormalige school, op een foto die dateert van 1907. De parochiële school werd in 1880 opgericht. Toen de wet op de onderwijsvernieuwing was aangenomen, werd, op 11 maart van dat jaar, toestemming verleend voor de bouw van een school. Beide armbesturen beloofden jaarlijks vijfhonderd gulden te zullen bijdragen in de kosten. Bovendien werd een bedrag van zesenzeventighonderd gulden geleend. De beide bedragen van vijfhonderd gulden, konden later worden verminderd tot vierhonderd gulden. Terstond begon men met de bouw van een school met onderwijzerswoning op een stuk grond, waarvan het opstalrecht door een inwoner van Hoogmade was geschonken. Op 13 december werd de heer Helman uit Amsterdam tot hoofd van de school benoemd en op 3 januari 1881 volgde de opening van het schoolgebouw. In 1882 overleed de heer Helman en werd de heer Hendricus Meijer, geboren op 19 oktober 1854 te Brielle, tot zijn opvolger benoemd. In juli trad hij in functie. In 1894 werd een hulponderwijzer aangesteld en werd de school verdeeld in twee lokalen. Vijf jaar later werd een derde lokaal bijgebouwd. Op 14 juni 1922 vierde de heer Meijer onder grote belangstelling zijn veertigjarig jubileum als hoofd van de school. Hij vroeg en verkreeg eervol ontslag op 18 december 1924 en hij vestigde zich te Zoeterwoude, waar hij drieënzeventig jaar oud - op 5 maart 1927 overleed. Onze foto werd gemaakt op 14 juni 1907, toen de heer Meijer zijn vijfentwintigjarig jubileum als hoofdonderwijzer te Hoogmade vierde. Op de foto staan op de achterste rij: Han Meijer, Jan Meijer, de heer H.G. Meijer, een onderwijzeres en George Meijer. Op de voorste rij: Rika Meijer, Jo Meijer, Marie Meijer, Sjaan Meijer, onderwijzeres mejuffrouw Van der Helm (van 1905 tot 1915 onderwijzeres te Hoogmade) en Piet Meijer. De herinnering aan "meester Meijer" wordt levend gehouden door het nieuw aan te leggen plantsoen achter de tegenwoordige school "Ter Does" de naam Hendricus Meijerplantsoen te geven.
Rechts: melkenstijd omstreeks 1910. In de "bocht" achter de boerderij van Cor van Tol, naast de kerk, werd tijdens het melken deze foto gemaakt. Op de foto staan: Francisca van Tol met naast haar een klein meisje, Anna van der Voorn. Verder naar rechts staat Neeltje Ploeg (met de hond op de arm), de melker is Cornelis van Tol en uiterst rechts staat zijn knecht Andries van der Ploeg. Rechts zijn nog enkele boompjes te zien die rondom het kerkhof staan.

5. Cornelis Geratdus van Brussel (links), van 1847 tot 1857 pastoor te Hoogmade. Hij volgde pastoor Henricus Reinirus Albertus op den Ende op. Pastoor Van Brussel was in 1834 priester gewijd. Na in diverse plaatsen kapelaan te zijn geweest, was hij tot 13 maart 1847 pastoor te Naaldwijk. Met ingang van laatstgenoemde datum werd hij benoemd tot pastoor in Hoogmade. Hij overleed hier op vijftigjarige leeftijd op 14 november 1857. Zijn begrafenis had plaats te Hoogmade op 18 november.

Rechts: van 1858 tot 1872 was Johannes Aegidius Terpoorten pastoor van Hoogmade. Hij werd op 11 april 1815 te Haarlem ge boren, op 27 maart 1841 priester gewijd en op 23 augustus 1848 benoemd tot pastoor te Schoorl, waarna, op 6 februari 1858, zijn benoeming volgde tot pastoor van Hoogmade. Op 23 september 1872 werd hem eervol ontslag verleend. Hij overleed op 16 augustus 1880 te Brummen en hij werd de eenentwintigste augustus te Hoogmade begraven.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2018 Uitgeverij Europese Bibliotheek