Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 1

Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 1

Auteur
:   Hans van der Wereld
Gemeente
:   Jacobswoude
Provincie
:   Zuid-Holland
Land
:   Nederland
ISBN13
:   978-90-288-0498-2
Pagina's
:   80
Prijs
:   EUR 16.95 Incl BTW *

Levertijd: 2 - 3 werkdagen (onder voorbehoud). Het getoonde omslag kan afwijken.

   


Fragmenten uit het boek 'Kent u ze nog... de Hoogmadenaren en Woubruggenaren deel 1'

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

21. Omstreeks 1930 verzamelde het bestuur van de Oranjevereniging "Wilhelmina" zich vóór het toenmalige café Hillebrand (thans hotel Van der Ploeg) om op de foto te gaan. Het bestuur werd gevormd door de heren M. Frankhuizen (onderwijzer aan de openbare lagere school), Jaap Blom, Willem van der Lubbe, Koos van der Voorn (bakker), Cees van Schagen (manufacturier), Jaap van Tol en Jan Zwetsloot (achterste rij van links naar rechts). Op de voorgrond zitten nog meer mensen van het bestuur: Arie Colijn (scheepsbouwer), Jan Witteman (kruidenier, zijn zaak is rechts op de achtergrond gedeeltelijk te zien), burgemeester Bouman, pastoor Borsboom (geestelijk adviseur) en Kees Lieverse.

22. Een kijkje op de molenmakerswerf en het woonhuis van molenmaker Hein Verbij te Hoogmade omstreeks 1900. Men is bezig met het maken van een houten scheprad voor de Vlietmolen. De jongen met de witte kiel is de vader van de tegenwoordige molenmaker H.J. Verbij. Op 30 mei 1913 brandde de Vlietmolen af, nadat tijdens een zwaar onweer de bliksem was ingeslagen. De toenmalige molenaar Dirk Borst had graag gezien dat de afgebrande molen vervangen zou worden door een wipmolen. Maar of er toen wel een nieuwe molen zou komen stond aanvankelijk nog helemaal niet vast. Er was namelijk bij de afgebrande Vlietmolen een mechanisch noodgemaal neergezet. Juist toen het bestuur van de Vlietpolder eens kwam kijken naar de capaciteiten van het gemaal weigerde dit alle dienst... Daarom nam het bestuur het besluit om toch maar weer een nieuwe molen te plaatsen. Er werd in Hoogmade beweerd dat molenmaker Hein Verbij wel méér zou afweten van het defecte gemaal. Deze molenmaker kreeg overigens toch de opdracht voor de bouw van een nieuwe Vlietmolen.

23. Met ingang van 4 december 1922 opende een te Woubrugge gevestigde onderneming drie buslijnen, waarvan twee hun begin- en eindpunt te Leiden hadden. De maatschappij heette A.D.W.A.L., welke afkorting stond voor Autobusdienst Wou brugge-Alphen aan den Rijn-Leiden. De twee lijnen waren: 1. Alphen aan den Rijn (Nutsgebouw)-Heerenweg-Ridderbuurt-KruiswegWoubrugge-Hoogmade-Leiderdorp-Leiden (Turfmarkt) en 2. Woubrugge-Kruisweg-RidderbuurtHeerenweg-'s Molenaarsbrug-Koudekerk-Leiderdorp-Leiden (Turfmarkt). Vanaf de winterdienst 1926/27 werd gedurende twee jaar uitsluitend over de eerste route gereden. Met ingang van de winterdienst 1932/33 werden beide lijnen gewijzigd, waarna de routes als volgt waren: 1. Langeraar-Papenveer-Alphen aan den Rijn-Hoogmade-Leiden en 2. Alphen aan den Rijn-Woubrugge-Hoogmade-Leiden, In die jaren kende men nog geen vaste bushaltes. Op elke willekeurige plaats kon ingestapt worden. Iedere passagier kon thuis de bus afwachten en de chauffeur een stopteken geven door een vlaggetje met het opschrift "ADWAL" uit te hangen. Op 1 november 1940 werd de A.D.W.A.L. overgenomen door de firma Langhout in Ter Aar. Van 1940 tot 1944 kon men de diensten handhaven, maar in het laatste jaar van de oorlog moesten de busdiensten toch stilgelegd worden. Na de bevrijding was er in het begin meestal maar één bus per rit beschikbaar, waarmee maar een beperkt aantal ritten kon worden uitgevoerd. Deze waren gereserveerd voor abonnementhouders; andere reizigers kwamen nauwelijks aan bod. 's Avonds en op zon- en feestdagen werd vlak na de oorlog niet gereden. Geleidelijk kwam er meer en beter materiaal beschikbaar en in 1948 kon het reizigersaanbod weer op enigszins normale wijze worden verwerkt.
Deze opname werd gemaakt tijdens een fit in 1926 bij het Kopje van Bloemendaal en toont u (links) een Dodge welke deze onderneming in hetzelfde jaar had aangekocht. Daarachter ziet u een T-Fordje uit het jaar 1924. Dat de carosseriebouwers ook in die tijd van wanten wisten blijkt wel. Ze modelleerden de hoekige vormen tot een echte bus. De Ford heeft nog wel veel weg van een wat grotere carosserie op een normaal auto-chassis, de Dodge daarentegen lijkt al meer op een autobus. De chauffeurs zijn van links naar rechts: de heren H. de Leeuwen de vader van de huidige NAL-directeur P.M. Langhout, de oprichter van het bedrijf, die op drieënzeventigjarige leeftijd op 4 april 1972 overleed.

24. Hier ziet u een foto van een bus van de Woubrugse autobusonderneming Keessen en Reingoud. De chauffeur poseert trots voor zijn Ford, voordat deze wegrijdt van het hotel-café "De Noordsche Plassen" te Noorden. Tal van omstanders kijken toe als de bus straks wegrijdt naar Leiden, Ter Aar, Alphen of Nieuwkoop, welke bestemmingen op het dak zijn te lezen.

25. Van 1869 tot 1888 was Pieter de Ridder burgemeester van Woubrugge. Hij werd geboren te Hulst op 7 juni 1835 en hij huwde met Cornelia P. de Bruijn. Op 23 januari 1863 werd Pieter de Ridder benoemd tot gemeentesecretaris en hij nam per 24 augustus 1869 de taak over van burgemeester Schravendijk, terwijl hij 2 september 1872 de plaats als raadslid van Cornelis van Dam innam. In 1888 herdacht burgemeester De Ridder in een diner met de raadsleden zijn vijfentwintigjarig jubileum als secretaris van Woubrugge. Kort daarop kreeg hij wegens ziekte eervol ontslag als burgemeester en daarna als secretaris. Burgemeester De Ridder overleed op 16 mei 1890 te Woubrugge.

<<  |  <  |  1  |  2  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  >  |  >>

Sitemap | Links | Colofon | Privacy | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | © 2009 - 2019 Uitgeverij Europese Bibliotheek